Wie zijn wij?

Als gemeente baseren wij ons op de Heilige Schrift en de belijdenis. De kern van ons gemeente-zijn is de gemeenschap, de verbondenheid met de levende Heer en met elkaar. In Marcus 3: 13-15 vinden we een aantal elementen die wezenlijk zijn voor de christelijke gemeente:

"Hij ging de berg op en riep al degenen bij zich op wie hij zijn keuze had laten vallen, en zij kwamen naar Hem toe. Hij stelde twaalf van hen aan als apostel; ze moesten Hem vergezellen, en Hij wilde hen ook uitzenden om het goede nieuws bekend te maken. Ze kregen de macht om demonen uit te drijven."

Het trefwoord is verbondenheid:

Hoe willen wij gemeente van Christus zijn?

De kern en het wezen van de gemeente is "de verbondenheid met de Heer". Maar onze gemeente heeft ook iets eigens, wat onze gemeente typeert: de manier waarop wij anno 2007 met elkaar gemeente willen zijn.
Wij vatten ons gemeente zijn samen in vijf kernwoorden, die vormen als het ware de identiteit van onze gemeente.

 

Openheid:

Pluriformiteit:

Saamhorigheid:

Dynamiek:

 

Bewogenheid:

De boven geschetste identiteit, getypeerd in de vijf kernwoorden, zal steeds het handelen van kerkenraad en gemeente moeten doorademen. Hierbij is een zorgvuldige communicatie en contact met elkaar van groot belang. We moeten met elkaar in gesprek blijven over het geloof met respect voor de ander, en steeds zoeken naar wat ons bindt. Bij het inslaan van nieuwe wegen moet een goed evenwicht tussen vernieuwing en traditie gehandhaafd worden.
Vanuit een viertal functies, die niet op zichzelf staan maar een geïntegreerd geheel vormen, wordt het handelen van kerkenraad en gemeente in de volgende algemene uitgangspunten zichtbaar gemaakt:

Leren:

Bij het leren is het van belang te bedenken dat geloven een leerproces is waarbij het om het groeien in het geloof gaat.
We leren uit de Bijbel, d.m.v. de prediking, vorming en toerusting, catechisatie, Gemeente Groeigroepen, onze opvoeding, maar ook van de ander; uitgebreid geldt dat ook voor het contact met andere kerkelijke gemeenten en de cultuur in brede zin. Door ons open te stellen voor elkaars visie, leren we van elkaar. Het geleerde wordt vertaald naar het dagelijks leven om zo op een zinvolle manier te kunnen leven. Leren is niet leeftijdgebonden, het is van belang voor jongeren en ouderen; in wezen is het een levenslang proces.

Vieren:

Sprekend over het vieren wordt enerzijds de aandacht gericht op de zondagse viering (kerkdienst) en anderzijds op andere vormen van vieren. Bijvoorbeeld in een rouwdienst, bij de bediening van de sacramenten, of in het genieten van de schepping. Vieren heeft zo een feestelijk, emotioneel karakter, maar ook de notie van gedenken. Zoals bij de viering van het Heilig Avondmaal, wanneer we de dood en de opstanding van Christus gedenken.
In het formuleren van de doelstelling en de vormgeving van het vieren komt de pluriformiteit van onze gemeente nadrukkelijk naar voren, zoals bijvoorbeeld in “De Bouwplaats” en vespers. Vieren moet het geloof versterken; de mensen bemoedigen en "oppeppen". Maar ook leiden tot bezinning, tot vrede en rust.
In het vieren met elkaar ervaart men de saamhorigheid, maar ook de verbondenheid en bewogenheid met de mensen voor wie gebeden wordt. De bewogenheid van God jegens ons komt o.m. tot uiting in de viering van de sacramenten, en het aansteken van de kaars als symbool van Christus als het licht.

Dienen:

Dienen wordt in onze gemeente vertaald als "dienstbaar zijn". Dat begrip geeft beter de wederkerigheid en gelijkheid weer van waaruit we willen dienen. Het richt zich naar God en naar de medemens. Met ons dienen willen we de ander gelukkig maken, hetgeen onszelf ook gelukkig maakt. Hierdoor moet de verbondenheid, het zorgzaam omzien naar elkaar (zieken, ouderen, randkerkelijken), ervaren worden.
Sterk komt naar voren dat dienen iets is van de gehele gemeente. Daarbij moeten we de verscheidenheid in talenten binnen onze gemeente goed benutten. Het begrip dienen kan praktisch ingevuld worden (bijv. het Kerstengelenproject), maar ook geestelijk: je openstellen voor de ander, gastvrijheid. Het dienen zal ook naar de maatschappij toe vorm gegeven worden. Onze gemeente wil daarbij op een ingetogen manier naar buiten treden. Directe kanalen naar de samenleving, de politiek en allerlei maatschappelijke organisaties zijn daarvoor onontbeerlijk.

Getuigen:

Onze gemeente ziet het als haar opdracht om te getuigen van haar geloof. Het is een zaak van de gehele gemeente. Een opdringerige stijl past niet bij ons; liever willen we op een ingetogen manier getuigen.
Dat kan door gemeenteleden in persoonlijke contacten gebeuren, maar ook de gemeente als zodanig kan zich beter presenteren naar buiten toe, om zo actief te getuigen. Voorwaarde is dat de benadering respectvol is, en dat het getuigen wel met kracht, maar niet opdringerig.