Als kind vond ik de periode tussen Pasen en Pinksteren altijd de leukste van het jaar. We hadden indertijd nog twee weken paasvakantie, daarna Koninginnedag, Bevrijdingsdag, Hemelvaart en dan Pinksteren: een zee aan vrije dagen. Ik leefde vol verwachting van de ene naar de andere vrije dag.
Als ik graag iets wilde en erom begon te zeuren bij mijn moeder, verwees zij ook naar deze periode: dat krijg je als Pasen en Pinksteren op 1 dag vallen. Ik vond dat een flauw antwoord, want hoe konden die twee feesten nu ooit op 1 dag vallen? Ze kon ook gewoon zeggen dat ik het niet zou krijgen.
En toch, toch was het antwoord van mijn moeder hoopvoller dan een simpel: dat gaat nooit gebeuren. Er zat iets in van: je weet maar nooit, de wonderen zijn de wereld nog niet uit, misschien kan het toch wel.
Ik vind de periode tussen Pasen en Pinksteren nu een van de meest hoopgevende van het kerkelijk jaar. Met kerst en Pasen kijken we naar wat er 2000 jaar geleden gebeurde. Met Pinksteren kijken we uit naar de toekomst: we hebben de Geest gekregen in afwachting van de wederkomst. Ooit zullen Pasen en Pinksteren op 1 dag vallen, zullen we de opstanding vieren in aanwezigheid van Vader, de levende Zoon en Heilige Geest. Dan zingen we van harte:
Wij mogen zingen, van grote dingen
Als wij ontvangen, al ons verlangen,
Met Christus opgestaan, Halleluja!
Adriaan van ’t Spijker (avantspijker@gmail.com)