Geloofwaardigheid en betrouwbaarheid

Het gaat vandaag om geloofwaardigheid en betrouwbaarheid. Hoe kan een mens geloofwaardig, betrouwbaar, authentiek spreken vanuit zijn geloof?
De profeet Ezechiël wordt geroepen om te midden van en ook tegen Israel te spreken. Te profeteren. Dat zal een profetie zijn van oordeel en genade. (In Ezechiël 1-24, het eerste deel wordt veel over het oordeel gesproken en weinig over de genade; in hoofdstuk 33-48, het derde en laatste deel van Ezechiël wordt weinig over het oordeel en juist veel over de genade gesproken.)

Maar eerst komt het oordeel. Onheilsprofeet zijn, dat is geen makkelijke baan.
In zijn roepingsvisioen ziet en hoort Ezechiël hoe God Israel aanduidt als: een rebellerend volk. Mensenkind, ik stuur jou naar de Israëlieten, naar die rebelerende gojim. God maakt zijn volk in vers 3 uit voor een stelletje gojiem, heidenen! Het wordt direct erg kritisch, allemaal…

En tot drie keer (vers 5, 6 en 8) wordt Israel letterlijk een hardnekkig huis genoemd. Soms geven mensen hun huis een naam: Huize weltevreden, Boszicht, Eben Haëzer, Hier is het, Rust roest… Ezechiël hoort in zijn visioen hoe God Israel Huize Hardnekkigheid noemt.
Ga er maar aanstaan: gezonden worden naar een stel rebelerende gojim, en naar Huize Hardnekkigheid, om daar een kritische geluid te laten klinken. Dan hoef je niet te rekenen op een warme ontvangst met koffie en gebak. Eerder op pek en veren.

Ezechiël hoorde zelf bij een eerste groep ballingen die in 593 v. Chr. naar Babyonië zijn gevoerd. Na hem zou in 586 v. Chr. een tweede, grotere golf ballingen volgen. Zeven jaar later dus. Zover is het nog niet. Het kan nog anders. (Net als met Jona en Nineve, jaren later – toen kwam het binnen 40 dagen nog goed, net op tijd.)
Ezechiël moet de ballingen in Babylonië en de Joden in Israel gaan zeggen dat de ballingschap geen noodlot is. Maar een lot dat men zelf over zich afroept. Een keuze. Het gaat om de levensstijl van Huize Hardnekkigheid die wordt gekenmerkt door goddeloosheid en onmenselijkheid – die twee hangen in de Bijbel onlosmakelijk samen. Een levensstijl heeft consequenties. De consequentie van Israëls ‘heidendom’ is: het verdwijnen van de vrijheid en de waardigheid van het uitverkoren volk. (Op een muur in het Weteringplantsoen te Amsterdam, staan de woorden van verzetsman Van Randwijk: Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht. Zwichten is geen noodlot, maar een keuze.)

De grote bijbelse profeten zagen de ballingschap vooral als Gods oordeel over de handel en wandel van Israel. Dat oordeel mocht ook Ezechiël aan gaan zeggen.
Maar ja, wie zit er te wachten op onheilsprofeten? Op kritiek? De Polen zijn momenteel woest omdat de PVV op internet een klachtenlijn over Oost-Europenanen heeft geopend. Wij zouden ook niet staan te juichen als de een of andere Poolse politieke club een klachtenlijn over Nederlanders zou openen. Zo zitten wij mensen nu eenmaal in elkaar: als we kritiek krijgen (of die kritiek nu terecht is of niet), is onze eerste impuls: terugdeinzen, ontkennen, boos worden en terugmeppen, want aanval is de beste verdediging.

Lees meer…

Gepost in Preek | Plaats een reactie

Wie wat bewaart, die heeft wat

In de afgelopen kerstnacht moest ik even aan Klaas Hendrikse denken, de predikant die de laatste jaren met zijn boeken Geloven in een God die niet bestaat en God bestaat niet en Jezus is zijn zoon grote schoonmaak houdt in de christelijke geloofstraditie. Ik denk niet vaak aan Klaas Hendrikse. Alleen al vanwege de titels, die mij nogal puberaal en vooral liefdeloos aandoen, heb ik zijn boeken niet gekocht. Omdat ik mijn vakliteratuur toch een beetje bij moet houden, heb ik wel interviews en recensies van zijn werk gelezen. Daarin las ik echt niet alleen maar onzin. Maar zijn toon bevalt me niet, en het is nu eenmaal de toon die de muziek maakt. Maar goed, in de kerstnacht moest ik dus opeens aan Klaas Hendrikse denken. Dankzij Maria. Aan het slot van het kerstevangelie vertellen de herders aan Jozef en Maria wat de engelen over hun pasgeboren kind hebben gezegd. Allen die het hoorden (misschien waren er nog meer mensen aanwezig in de stal) stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, maar Maria bewaarde al deze worden in haar hart en bleef erover
nadenken (Lucas 2:19). Het woord ‘bewaren’ bleef die kerstnacht hangen in mijn geest, en ik bedacht dat Maria precies het tegenovergestelde deed van dat wat Klaas Hendrikse heeft gedaan. Maria bewaarde datgene waarover ze zich verbaasde; ze bewaarde het en bleef erover nadenken. Klaas Hendrikse schrapte datgene waarover hij zich verbaasde, zoals het bestaan van God, of het geheim dat Jezus waarlijk mens was én waarlijk God. Maria of Klaas, bewaren of schrappen – dat waren de vragen die mij de rest van de kerstdagen bezig
hielden. Het is met het geloof als met een boekenkast. Er komt een dag dat sommige boeken je gaan tegenstaan. Ze zijn zo oud. Ze verzamelen zoveel stof. Ze nemen zoveel
ruimte in. En we lezen ze toch niet meer. Dan gaan we opruimen. We brengen ze naar een antiquariaat, naar de bazaar van de kerk, of we zetten ze bij het oud-papier. Maar vroeg of laat kan de dag komen dat we in onze kast zoeken naar juist dat ene boek, en dat we het dan niet meer kunnen vinden omdat we het ooit hebben weggedaan. We wisten toch zeker dat we het nooit meer zouden inkijken of lezen? Maar nu missen we het. Wie had dat kunnen denken? Zullen we ons de moeite getroosten om het boek op de een of andere manier weer op de kop te tikken? Het makkelijkste natuurlijk is, om het er maar bij te laten. Maar waarom hebben we het boek indertijd eigenlijk niet gewoon laten staan, daar in onze boekenkast? Bezorgde het ons dan zoveel last?

De christelijke geloofstraditie is zo’n grote, volle boekenkast, waarin ongetwijfeld boeken staan die u of ik momenteel niet graag lezen. Zomaar een greep uit de boeken van de lastige soort: al dat geweld in het Oude Testament, de bangmakerij voor de hel in sommige nieuwtestamentische verhalen, de maagdelijke geboorte van Jezus waar u zich op dit moment misschien niets bij voor kunt stellen, en misschien klinkt de opstanding van de doden u als iets onbegrijpelijks in de oren, om maar te zwijgen over de opstanding ‘des vleses’. Ferme
lieden als Klaas Hendrikse pakken die lastige boeken dan uit de kast, verklaren ze voor hopeloos verouderd, en gooien ze weg. De boekenkast ziet er daarna een stuk netter uit en de inhoud wordt steeds meer een keurige afspiegeling van de geestestoestand van zijn eigenaar. Onze boekenkast is immers ook het parmantige uithangbordje van onze ziel. Maar tijden en omstandigheden en mensen kunnen veranderen. En het kan zomaar gebeuren dat een bestanddeel uit de christelijke geloofstraditie, dat het ene moment alles heeft van een oud en achterhaald boek, op het andere moment opeens weer uiterst actueel blijkt te zijn, en inspirerend, of troostend. Ik geef u een voorbeeld. Al eeuwenlang weten mensen weinig raad met het boek Openbaring. Al die ingewikkelde, over elkaar struikelende beelden en symbolen, wat moet een verstandig mens ermee? Tot in 1940 in Nederland de Tweede Wereldoorlog begon. Opeens begrepen de meeste mensen moeiteloos wat en wie er bedoeld zou kunnen zijn met het Beest uit de Afgrond (Hitler) en zijn profeet (propagandaminister Goebbels), of met de rossige draak (het nationaalsocialisme) die een barende vrouw (vrouwe Israel, het joodse volk) wilde doden. Nooit is er zoveel uit het boek Openbaring gelezen en gepreekt als
tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het zo ingewikkelde boek was opeens een open boek geworden. Een troostboek zelfs!

Soms is het beter om die boeken waar je al zo lang niet in hebt gekeken, toch maar rustig te laten staan. Gooi ze niet weg, bewaar ze. Zoals Maria die alles wat de herders
haar vertelden, hoe verbazingwekkend ook, in haar hart bewaarde. Want ook voor het geloof geldt: wie wat bewaart, die heeft wat.

Ds. Frans Willem Verbaas

Gepost in Overdenking | Plaats een reactie

De priester Ezechiël wordt profeet

Een priester had een vastomlijnd bestaan. Vast werk in de tempel van Jeruzalem, het centrum van het godsdienstige leven. Heel zijn werk was nauwkeurig omschreven in de Thora! Met uitstekende arbeidsvoorwaarden. Comfort zone. Dan: ballingschap. De joodse ballingen zijn in de indrukwekkende Babylonische cultuur niet meer dan een groepje allochtonen. En Ezechiel moet een carrièreswitch maken: de priester wordt eerst boer, dan profeet. Een zeker bestaan wordt een onzeker bestaan.
Het lijkt wat op onze kerkelijke situatie. Eeuwenlang was de kerk in Europa een instituut. Een machtig instituut waar niemand omheen kon. Wilde je een bestaan met zekerheid, dan ging je in de kerk werken, als priester, of je kocht jezelf in in een klooster.

Maar nu, anno 2012: het insitituut kerk is meer en meer in de marge van de samenleving geraakt. Geloof en religie en spiritualiteit is er genoeg. Maar als christenen vormen we zo langzamerhand een minderheidscultuur Kijk naar de grote steden, de vinexwijken. De kerksluitingen! Alsof de kerk in ballingschap is in het eigen land. Ver voorbij de comfort-zone zijn we. De kerk wordt steeds minder priesterlijk, steeds minder een eerbiedwaardig instituut , meer een zoekende, een profetische beweging…

Als de balling Ezechiël het moeilijk heeft, – maakt hij hetzelfde mee wat ook de vluchtende Mozes in de woestijn meemaakte, en de ziener Johannes op zijn eiland Patsmos. Als Mozes en Ezechiel en Johannes van Patmos het moeilijk hebben, dan krijgen ze een visioen, met vuur en licht en onweer en on-aardse taferelen. Dan ervaren ze dat de Almachtige God daar is waar men hem het allerminste verwacht. Dan ervaren ze dat de Almachtige nog altijd troont boven zijn schepping en regeert.

Wat dat is wat Ezechiël in zijn visioen vooral ziet: de stormwind en het vuur zijn tekenen van de grootheid van God. En die vier wezens, met elk vier gezichten en vier vleugels – zij vertegenwoordigen de hemelse hofhouding rondom de Almachtige. Hun gezichten leken van voren op het gezicht van een mens, en van rechts op de muil van een leeuw, en van links op de kop van een stier, en van achteren op de bek van een adelaar. Met zijn vieren beslaan zij alle windrichtingen, overzien zij heel de schepping

lees meer…

Gepost in Preek | Plaats een reactie

It giet net

Even was heel Nederland in de ban van de Elfstedentocht.
Hoewel sommige mensen vonden dat er wel veel aandacht was voor een tocht die toch niet door zou gaan, vonden de meeste Nederlanders de voorpret al bijna even leuk als de tocht zelf.
En toen kwam de persconferentie van Wiebe Wieling, voorzitter van de Vereniging de Friesche Elf Steden: ‘geen goed nieuws’. Al snel daarna kwam de kritiek: er was te laat begonnen met vegen van de baan. Hoe kunnen ze nu op woensdag al zeggen dat er zondag niet geschaatst kan worden?

Wat is dat toch; we wel elkaar kunnen vinden in leuke plannen en ideeën. Maar als het anders loopt dan we willen, zoeken we gemakkelijk naar een zondebok. We hebben het gevoel dat ons iets is afgenomen. Daar moet iemand verantwoordelijk voor zijn.

Dat zagen we bij de Elfstedentocht, dat zien we ook bij allerlei andere dingen die gebeuren. Bij echte rampen bijvoorbeeld. Zodra er iets fout gaat, volgt de vraag: wie is verantwoordelijk? En dat zijn we (bijna) nooit zelf. Ik noem dat altijd het Adamcomplex. Die is daarmee begonnen: ik was het niet zelf, Heer, maar de vrouw die Gij mij gegeven hebt. Twee anderen zijn daar schuldig: Eva en God zelf, had Hij maar een andere vrouw moeten maken.

Vaak leidt een dergelijke opmerking tot een nutteloos welles-nietes spelletje, of een rondje Zwarte Pieten. Zo gaat het bij God gelukkig niet. Hij speelt ons niet de Zwarte Piet toe, maar lost het probleem zelf op. Hij zegt tegen ons: It giet oan!

Gepost in Voorzitter | Plaats een reactie

ben je barmhartig geweest

De koning beoordeelt de volken niet op het geloof dat ze aanhangen. En niet op het feit of ze lid zijn van de Roomse kerk, of van de Grote Kerk, of van de Hoeksteen, of van helemaal geen kerk. Ook niet op het feit of ze alleen psalmen zingen, of ook gezangen en opwekkingsliederen. En ook niet of ze iedere zondag wel naar de kerk gingen… De koning hanteert slechts één criterium en dat is: ben je barmhartig geweest? (Ds. F.W.Verbaas, 13-11-2011)

Gepost in Quote | Plaats een reactie

Er is meer tussen hemel en aarde

Occulte zaken, paranormale verschijnselen, geesten oproepen, spreken met de doden… velen kijken er al graag naar kijken op televisie: Derek Ogilvy, het zesde zintuig, Charm, astro TV… Erover praten vind ik niet erg makkelijk. Ik denk omdat ik me er door mijn opvoeding en ook instinctmatig verre van houd. Ik ben dus zeker geen specialist op dit gebied! We kunnen ook niet alles ‘behandelen’ vanavond, niet alle vragen. En het ook niet iedereen naar de zin maken.
Laat we wel dit zeggen: er is veel meer tussen hemel en aarde dan wij kunnen zien en begrijpen. Programma’s als die van Ogilvy en Char… het is voor een groot deel show en ze halen ook wel truukjes uit – maar er gebeurt ook wel iets. Het is niet helemaal bedrog. Ze hebben wel een soort gave, intuïtie, die we misschien allemaal hebben, maar zij hebben hem meer ontwikkeld. De bijbel zegt het trouwens zelf, zij het in negatieve zin: dat er veel meer is tussen hemel en aarde, maar dat we er wel voorzichtig mee moeten omgaan.

Ik ben er één keer wat meer mee in aanraking gekomen. Laat ik daarmee beginnen. In Afrika. In dat door en door religieuze continent liggen het zichtbare en het onzichtbare, de materiële wereld en de geestenwereld, het normale en het paranomale een stuk dichter bij elkaar dan bij ons. Net als in bijvoorbeeld Suriname en de Antillen, met hun Afrikaanse wortels. Toen ik er twee jaar woonde, en het niet zo goed met me ging, want mijn vrouw en ik hadden besloten te gaan scheiden, toen zei Konaté, onze chauffeur tegen me: Ik weet wel iemand die uw problemen op kan lossen. Je bedoelt een marabout? vroeg ik. (Een marabout is een geestelijke die magie beoefent.) Konatë knikte. Ik kan het voor u proberen. Ik wilde hemelsgraag graag dat mij problemen, onze problemen opgelost werden, en ik wist dat we er zelf niet meer uit zouden komen. Ik had wel veel gebeden, maar God had daar in Afrika zeker belangrijker zaken te doen dan het huwelijk redden van twee verdwaalde, rijke Hollanders. Wie weet waarom zou ik zo’n marabout niet proberen? Baat het niet dan schaadt het niet…
Straks, aan het eind van de preek zal ik vertellen hoe het is afgelopen…

Er is meer tussen hemel en aarde. Het paranormale. Magie. De geesten- wereld waar goede en kwade machten zich ophouden. Genezende krachten. Wonderlijk gebied. De Bijbel waarschuwt ervoor, omdat de duivel in dat schimmige gebied, dat geen mens helemaal kan overzien, makkelijk verwarring kan stichten. De naam Satan betekent: tegenstander van God). De naam duivel komt van het woord diabolos, dat splitser of splijter betekent. De Satan of de duivel maakt handig gebruik van het paranormale om mensen van God te scheiden.
Een paar bijbelse voorbeelden….

Lees meer…

Gepost in Preek | Plaats een reactie

Maar soms getuigt het van wijsheid, en van geloof!, om van bepaalde rechten af te zien

Een waar gebeurd verthaal uit Amerika: een dokter gaat op een vrije avond uit eten. Een gast in hetzelfde restaurant een hartaanval. Is er een dokter in de zaal? Ja die is er. De dokter biedt eerste hulp, maar de man overlijdt toch. In plaats van de dokter te bedanken.. klaagt de familie van de overledene de dokter aan. Ze vinden dat hij zijn werk niet goed heeft gedaan, en stappen naar de rechter om hun recht te halen. In de vorm van geldbedrag.

Dat cruisschip dat strandde voor de kust in Italië. De overlevenden stonden amper aan wal uitte druipen, of de eerste schadeclaims lagen al bij de rederij. Geholpen door overijverige advocaten willen de passagiers hun recht halen. Minimaal 120.000 euro pp. Minimaal! Er zijn al mensen gearresteerd omdat ze familieleden als vermist hebben opgegeven die nooit en te nimmer op die boot hebben gezeten. Dat schip ligt er nog steeds, maar de advocaten zijn al klaar: de zaak is inmiddels gesetteld voor iets van 11.000 euro pp.

Af en toe denkt je dat we in het vrije westen een beetje de weg zijn kwijtgeraakt. Leven gaat nu eenmaal gepaard met risico’s, tegenslag – de een krijgt wat meer op zijn bordje dan de ander, soms een heleboel meer. Zonder het te willen vergissen we ons dagelijks, vergeten we dingen, schatten we dingen verkeerd in, – in ons persoonlijk leven, in het verkeer, op ons werk, in de politiek. Maar het lijkt alsof we steeds minder willen accepteren van elkaar. En dan willen we ons recht halen, en afrekenen… In geld. Alles wordt dan uitgedrukt in geld…
Maar soms getuigt het van wijsheid, en van geloof!, om van bepaalde rechten af te zien.

Is dat niet ook de kern van het evangelie. Dat God in zijn Zoon het besluit heeft genomen om af te zien van zijn recht – zijn recht om ons mensen af te rekenen op onze daden? Dat noemen we genade en vergeving. Christenen zijn mensen die geloven dat we bij God vergeving kunnen vinden, en dat deze wereld onleefbaar wordt als mensen niet bereid zijn om ook elkaar te vergeven.

De grote verandering in het leven van Paulus is geweest, dat hij Christus ontmoette, op de weg naar Damascus. Paulus, wetsgeleerde, wetshandhaver, was op weg naar Damascus om daar af te rekenen met de joden die de weg van Jezus wilden gaan. En onderweg werd deze afrekenaar overweldigd door de genade van God. In een verblindend licht zag hij Christus. En vanaf dat moment zag hij alles in een ander licht. Hij stelde vanaf dat moment zijn leven in dienst van het evangelie waarin zondaars als hijzelf niet worden afgerekend, maar begenadigd! Vanaf dat moment draaide alles bij Paulus om genade. Dat gaat heel ver!

Paulus zit in Efeze als hij een brief krijgt van de gemeente in Korinthië, die door hemzelf is gesticht. In die brief staan vragen over allerlei kwesties die spelen in de gemeente. De brief die Paulus dan terugschrijft, kennen wij nu als de Eerste brief aan de Korintiërs.

In hoofdstuk 7 gaat het om de vraag: moeten christenen die de spoedige wederkomst van Christus verwachten wel of niet trouwen? Paulus antwoord: iedereen heeft het recht om te trouwen, maar zelf zie ik van dat recht af… (Daar ging het 2 weken geleden over.)
In hoofdstuk 8 gaat hij in op de vraag: mogen christenen vlees eten dat niet kosher is, ‘heidens offervlees’. Vooral christenen met een joodse achtergrond hadden daar moeite mee. Paulus zegt dan: in Christus zijn we vrij en hebben we het recht om alle soorten vlees te eten. Maar zegt Paulus daarbij, als ik merk dat ik joodse mede gemeenteleden daarmee in verwarring breng of kwets, dan zie ik graag van dat recht af… lees meer…

Gepost in Preek | Plaats een reactie

We blijven wel ‘Sola Gratia’…

Nog steeds heb ik het niet opgegeten – het plakje witte chocolade met daarop een afbeelding van de voorzijde van het verzorgingshuis Sola Gratia aan de Rotterdamseweg. Ik kreeg het als aandenken mee na afloop van de stemmige afscheidssamenkomst op zondagmiddag 20 november j.l.

We zijn intussen vele weken verder sinds die buitengewone zondagmiddag en we schrijven het jaar 2012. De grote, goed voorbereide verhuizing van bewoners en hun bezittingen (in drie dagen tijd !) is intussen achter de rug. Alles en iedereen heeft in de nieuwe huisvesting naast de Arendshoeve in Bergambacht een nieuwe plek gekregen. En ik hoop van harte, dat bewoners met personeelsleden en vrijwilligers zich op hun gemak gaan voelen daar. Het ga u, allemaal, goed. Intussen maakt het gesloten verzorgingshuis hier een trieste indruk; het leven en het licht zijn eruit. De bewoners en alle anderen worden gewoonweg gemist.

Wie besloot het gebouw dicht te spijkeren met multiplexplaten in de raamkozijnen op de begane grond en het hele perceel met rasterwerk af te zetten? Vanzelf komen er meer vragen op. Hoe was het geweest als in 2011 op een paar honderd meter afstand van het oude gebouw een nieuwe, moderne instelling voor zorgafhankelijke mensen was gerealiseerd ? Wie zijn traag geweest bij het goedkeuren van plannen nieuwbouw Sola Gratia in onze eigen stad – de burgerlijke gemeente of andere overheden? Wanneer gaat het oude gebouw uit de zestiger jaren tegen de grond ? Welke partij zal het lukken om binnen afzienbare tijd een nieuw project van 45 levensloopbestendige appartementen te realiseren ? Hoe weet je zeker, dat mensen baat hebben bij zulke kleinschalige vormen van wonen en zorg ? Wie van de bewoners van Sola Gratia komt in aanmerking voor een dergelijke kleine wooneenheid aan de Rotterdamseweg , als die gereed zijn in – zeg – 2013?

Ik denk vanzelf terug aan de afscheidsdienst van zondagmiddag 20 november, waarin behalve twee leidinggevenden en de centrumleider van Sola Gratia, ook twee collega’s het woord voerden. Ik luisterde naar de uitgesproken gebeden en de uitleg van het lied van Mozes (Deuteronomium 32). Een bijzondere keuze voor een afscheidsdienst, denk ik achteraf. Alsof de collega’s wilden duidelijk maken: Hier stoppen we vandaag en daar gaan we volgende week opnieuw beginnen. Want het is juist dit bijbelgedeelte, dat vrome Joodse mensen op de sabbat lezen, om op de volgende sabbat weer van vorenaf aan te beginnen bij Genesis 1.

Maar ook de boodschap van Deuteronomium 32 werd me nog eens duidelijk voorgehouden. De grote leraar en middelaar van Israël vuurt zijn volk aan in een loflied op de grootheid en liefdevolle trouw van de Heer. Tegelijk krijgt het volk te horen, hoe hardnekkig en onbetrouwbaar het zelf is en dat er van het leven als verbondsvolk weinig terecht gekomen is. Maar dat de Heer redenen in zich heeft, om goed voor zijn mensen en genadig te zijn, en dat Hij ons Jezus Christus gegeven heeft om helemaal vanuit dat verbond te kunnen leven. Dat wij het niet van onze eigen deugdzaamheid, maar van alleen Gods genade mogen verwachten en vertrouwend de komende tijd in mogen gaan. Sola Gratia – heet dat in het Latijn.

Geboeid luisterde ik die zondagmiddag ook naar de gevoelens en verwachtingen, uitgesproken door de leidinggevenden. Ze vertelden niet alleen wat zij zelf, maar ook wat de vrijwilligers en medewerkers zich hadden voorgenomen. In Sola Gratia worden zorg- en dienstverlening geboden vanuit respect en wederkerigheid. Laat cliënten tussen hun eigen meubels wonen, bied een huiselijk bed met fleurige dekbedhoezen. Ga zitten bij cliënten en lees hun uit de bijbel voor, als ze dat graag willen. Geef hun ruimte om zelf te kiezen en ondersteun mensen, die dat niet goed zelf kunnen.

Dat kan alleen als je samen met de cliënten optrekt. Zulke zorg- en dienstverlening is niet alleen goed voor de bewoners, maar óók voor ons als medewerkers en voor de vrijwilligers. Het werkt naar twee kanten uit. En – zo werd me duidelijk verzekerd – we zijn niet van plan, om dat in de tijdelijke voorziening in Bergambacht anders te gaan doen. Wij blijven wel Sola Gratia.

En daar houden we het op.

ds Chris Koole

Gepost in Overdenking | Plaats een reactie

Geloven en vertrouwen

De Bijbel gebruikt in dat geval het woord geloof eenvoudig niet. Er zijn goden en machten genoeg, maar je komt er vroeg of laat achter, dat het angstaanjagende demonen zijn, die niet te vertrouwen zijn en die je dus niet geloven kan. Want geloven heeft iets te maken met vertrouwen. (Ds. C.P.Koole, 02-10-2011)

Gepost in Quote | Plaats een reactie

Een plaats voor God vrijhouden

In zekere zin is de kerk is ook een Occupy-beweging, al een paar duizend jaar lang. Als kerk bezetten wij her en der stukjes van deze aarde … om een plaats voor God en Zijn toekomst vrij te houden in de wereld. Om de een of ander reden houden we dat al een bijna tweeduizend jaar vol. En de synagoge al drieduizend jaar. (Ds. F.W.Verbaas, 30-10-2011)

Gepost in Quote | Plaats een reactie