Soms aarzel je in het leven. Zal ik wel of niet verhuizen, wel of niet die baan nemen, wel of niet ouderling worden of diaken, wel of niet die reis maken, die studie kiezen of toch een andere. Het belangrijkste is dan niet of je het wel of niet doet. Het belangrijkste is of je – wat je ook doet – je blijft oriënteren op de stem van God. (Ds. F.W.Verbaas, 11-12-2011)
Zo vroom als Paulus ben ik niet
Ik heb niet zo vaak gratis gepreekt. Zo vroom als Paulus ben ik niet. Als ik het allemaal in mijn vrije tijd had moeten doen, was ik nooit tot mijn 1000e preek gekomen. Ik voel mij wel degelijk met Paulus verwant, als hij zegt: ‘De verkondiging van het evangelie is niet iets waar ik me op voor laat staan. Ik kan niet anders, en het zou me slecht vergaan als ik het niet zou doen’. (Ds. F.W.Verbaas, 29-01-2012)
Op het eerste gezicht gaat het om een klassiek intochtsritueel
Af en vindt er een beslissend moment plaats. Of het nu gaat om de grote geschiedenis, of om ons persoonlijke leven, vroeg of laat vinden er beslissende momenten plaats. Vaak overkomt ons zo’n moment. We ontmoeten iemand, we worden ergens door geraakt, door een gebeurtenis, een gesprek, een gezicht, de geboorte van een kind – of we voelen ons op een dag rechtstreeks aangeraakt, heilzaam geraakt door de hand van God. Soms maken we dat beslissende moment zelf: bijvoorbeeld door een beslissing te nemen, door JA te zeggen. Of juist NEE. Door op te staan. Of door juist te blijven zitten.
In het evangelie was de intocht van Jezus in Jeruzalem zo’n beslissend moment. Alle evangelisten beschrijven het uitgebreid. Aan de ene kant was het iets gewoons: een man rijdt op een ezel Jeruzalem binnen. Dat gebeurde dagelijks. Aan de andere kant: een scharniermoment. Hier gebeurt iets dat uniek is, de geschiedenis verandert, op zijn kop zet. Voor wie het ziet. Meestal zien we pas achteraf dat een moment, of een gebeurtenis, beslissend is geweest voor ons leven.
Op het eerste gezicht gaat het om een klassiek intochtsritueel. Of een parodie daarop. Als in de oudheid een koning een stad binnenreed, na een veldtocht of voor zijn toonsbestijging, dan was dat een groots gebeuren. Met militaire parades en triomfbogen enzo. Dat noemde men een adventus of een introïtus. Deze woorden gebruiken we nog steeds in onze liturgie. Maar nu. We zien geen man hoog te paard Jeruzalem binnenrijden. We zien de man die de apostelen belijden als de zoon van God, als de Koning der Joden, laag-te-ezel de stad binnenrijden. We zien tegenwoordig premier Rutten dagelijks op de fiets naar en van het Catshuis rijden – wat wil je met dat mooie weer. Maar het is ook een statement aan het Nederlandse volk: in deze tijden van crisis doet ook uw premier het zuinig aan.
We hebben het nu over een ander niveau: maar Jezus op die ezel is een statement. In een wereld die is verslaafd aan status en glamour en poeha … rijdt Gods Zoon, koning Jezus op een nederige ezel Jeruzalem binnen. En hierdoor worden mensen diep geraakt. We laten dit beeld even stil staan. We drukken de pauzeknop even in…
Lees meer…
Wilt U ook vandaag weer God voor mij zijn
Iemand schreef eens: Hoe minder je bidt, des te slechter het bidden gaat. En dat is wel waar. Tegelijk zeg ik ook: Als je maar vijf minuten tijd hebt, dan heb je in elk geval vijf minuten en die geef je aan God. En je zegt tegen Hem: “Wilt U ook vandaag weer God voor mij zijn.” (Ds. C.P.Koole 04-09-2011)
Onze zonde bestaat er vaak uit dat we iets niet doen
Onze zonde bestaat er vaak uit dat we iets niet doen, iets nalaten. De laatste gelijkenissen in het Matteüs-evangelie gaan over het niet meenemen van reserveolie voor onze lampen, en over het niets doen met onze talenten, en over het niet doen van barmhartigheid. (Ds. F.W.Verbaas, 13-11-2011)
Als ik hoor dat morgen de Messias zal komen, plant ik vandaag nog een appelboompje
Ezechiël is een ingewikkelde profeet. Zijn profetie is een over-elkaar-heen-buitelen van visioenen en beelden en oordelen. En tegelijk is zijn profetie een zoektocht naar tekenen van hoop en uitzicht in deze ingewikkelde wereld. Vandaag richten wij de camera op één kleine, subtiele scene uit dat grote geheel. 
We zien een boom. Een ceder. In Bijbelse tijden was de ceder de hoogste boom die bekend was. Hij werd tot dertig meter hoog. De ceder was de ‘koning der bomen’. Israel haalde cederhout uit Libanon om de tempel en het paleis in Jeruzalem te bouwen. De hal van het koninklijk paleis in Jeruzalem heette: ‘Het woud Libanon’ (1 Koningen 7: 2). Tegenwoordig worden gitaarbladen en ook kerkorgels van cederhout gemaakt. Omdat het sterk is en goed blijft in wisselende omstandigheden.
Dat is tenminste een boom. Zo’n enorme boom zegt iets. Bomen worden oud, soms eeuwenoud. Bomen zijn stille getuigen van de geschiedenis. Iedere jaarring staat voor een nieuw verhaal! Als bomen zouden kunnen praten, dan zouden ze geweldige verhalen vertellen. Als er een oude boom wordt gerooid, dan voelt dat als een amputatie. Denk aan de kastanjes op de Lekdijk bij hotel Belvédère, die vorig jaar gerooid werden. Of aan de Anne Frank-boom, waarober Anne Frank schrijft in haar beroemde dagboek, en die twee jaar geleden omwaaide. Amsterdam was even in rouw.
Omgekeerd heeft het planten van een boom iets hoopvols. Toen onze Bram werd geboren kregen we van een joodse vriend geen rammelaar of rompertje, maar een certificaat dat op Brams naam een boom was geplant in Israel. En Luther zei: ‘Als ik hoor dat morgen de Messias zal komen, plant ik vandaag nog een appelboompje’ In veel religies kent men heilige bomen – onze kerstboom is daarvan een overblijfsel. In de Bijbel geldt de ceder als ‘de koning der bomen’, en daarom is de ceder is ook wel symbool voor het koningshuis van David. En dat laatste is de ‘bril’ waardoor Ezechiël kijkt.
Wat is er nu bij Ezechiël aan de hand met die ceder? Dit zegt God, de Heer: ikzelf zal uit de top van de hoge ceder, tussen de bovenste takken, een teer twijgje wegplukken, en dat zal ik planten op een hoge en verheven berg. Lees meer…
Van liefde ongekend
‘Van liefde ongekend’ is de naam van een Passie- en Paasoratorium, van Johan Bredewout, geschreven in opdracht van Chr. Gem. koor De Zeeklank te Vollenhove.
Als christenen proberen we elke dag aandachtig te bidden en bijbel te lezen Maar je maakt wel eens iets mee, waaraan je geen touw kunt vastknopen. Dan lukt het niet, om je gedachten bij het gebed te houden. Volgens mij begint het hiermee, dat we op een bepaald moment leven met een verbroken verbinding tussen wat we voor waar houden en wat we absoluut niet kunnen opgeven EN wat we echt voelen. Je zegt dan: ik weet het allemaal wel, maar ik voel er nu – eerlijk gezegd – helemaal niets bij. Onwelkome en teleurstellende gevoelens, die bij je opkomen; je had het eigenlijk niet van jezelf verwacht.
Niemand eist van ons, dat we zulke gevoelens ontkennen, negeren, vrezen of verachtelijk vinden. Maar iets anders is, of je je daardoor de wet te laat voorschrijven en je jouw diepste overtuiging prijsgeeft. Die gevoelens hebben we en ze zijn zo sterk, dat we die herkennen en aanvaarden. Ze vormen een deel van het beeld van hoe wij onszelf voor God verstaan. Voor de levende God kunnen we niet verbergen, welke gevoelens we op dit moment hebben. Het volgende is, dat we dit moment wel in het juiste perspectief plaatsen. Doen we dat niet, dan lijken we eerder op stoicijnen dan op christenen, als we bekennen, dat we niet anders kunnen dan met onze onwelkome en teleurstellende gevoelens leven. Dan zeggen we: Je tanden maar op elkaar – doorzetten en je pijn en boosheid niet laten merken.
Maar wat nu, als we tot ons laten doordringen, dat in elk christelijk gebed Christus zelf in ons bidt ? Doordat we Christus’ leerlingen zijn, worden we binnengeleid in het leven van God de Drievuldigheid. Wat wil dat zeggen ? Dat wij hier en nu de plaats zijn, waar de Zoon de Vader lief heeft in de gemeenschap van de Geest. Wanneer wij bidden, is onze taak niet anders dan stil en volhardend de rommel op te ruimen, voor zover wij dat kunnen door de genade van God, zodat dit eeuwige gebed helemaal doordringt in wie we zijn en in wat wij doen. Dus christelijk bidden bestaat niet uit maar ‘loslaten’ in het luchtledige, en evenmin uit een krachtinspanning om op te klimmen tot in de hemel. We bidden omdat we naar een bepaalde plaats gebracht zijn, de plaats van Jezus in de tegenwoordigheid van de Vader. We doen wat we kunnen, om ons daar te hechten, zodat wat daar gebeurt ons omgeeft en ons vasthoudt. (Vergelijk het met wat je meemaakt, als je midden door een zangkoor loopt, dat een machtig Passie- en Paasoratorium staat uit te voeren. Je wordt gedragen door de muziek.)
Omdat we erop vertrouwen, dat dit aan de gang is om ons heen en binnen in ons, dan weegt hoe we ons voelen – opgewekt, vol vertrouwen, ontmoedigd, bang bezorgd – niet op tegen onze nabijheid bij Jezus. En zo wordt ons kracht gegeven, om door te gaan met onze taak, onszelf open te stellen voor Hem. Zo schrijf ik het maar neer en ik weet ook wel, dat er veel meer te vertellen is. Ik had ook kunnen verhalen, hoe mensen in de bijbel het geloof in God opgevat hebben. Het wordt dan een tekening van hun vertrouwen en volharding, hun zeker weten, dat niets uit te staan heeft met wat wij ‘presteren’ als wij ons stil houden en afwachten, maar alles te maken heeft met het eenvoudig waar laten zijn wat in eeuwigheid gebeurt als God God lief heeft in God. Het leven en sterven en de opstanding van Jezus, zijn Passie en Pasen, leiden als toegangspoort ons hier naar binnen. En steeds weer is het verbazingwekkend, dat we dit met woordeloze vreugde kunnen vieren, zelfs wanneer we weinig of niets in onszelf zien om blij van te worden!
Wat uiteindelijk ertoe doet, is dat God is, en dat God God wil zijn hier en nu, in mij, in mijn mede-christenen, in de hele wereld. Liefde ongekend, omdat het niet maar een van de vele dingen in onze wereld is; maar liefde, die heel ons vertrouwen waard is en die op den duur alles en iedereen zal herscheppen.
Ds. Chris Koole
Mindful vasten
Vorig jaar deed onze dochter aan vasten in de 40-dagentijd: geen snoep eten. Op zondag mocht ze van zichzelf één snoepje nemen, want op zondag hoef je niet te vasten. Na Pasen had ze een enorme voorraad snoep opgebouwd, waar de andere kinderen jaloers naar keken. Gelukkig voor hen duurde het niet lang voor de hele voorraad was verdwenen. Met twee dagen was de trommel wel leeg en was 40 dagen wachten ingehaald.
Ik heb het zelf ook wel eens gedaan. Geen alcohol in de 40-dagen tijd. Nog best lastig. Thuis gaat het wel, al merk je dan pas hoe vaak je ‘s avonds denkt: lekker nog even een wijntje. Het wordt pas echt lastig in gezelschap. Een afdelingsborrel op vrijdag, een keer uit eten met vrienden of collegae. ‘Wil je geen wijn?’, wordt er dan gemakkelijk opgemerkt. Het nut van vasten bespreken tijdens een gezellig diner is niet echt mijn ding, merkte ik toen.
Dit jaar ben ik er niet aan begonnen. Of beter: de 40-dagentijd was al begonnen voor ik er erg in had en toen had ik al weer gedronken. Eerlijk gezegd vond ik dat niet heel erg. Nu hoefde ik geen moeite te doen. Toen ik me dat realiseerde, merkte ik ook weer het nut van vasten: even bewust nadenken bij wat je doet, soms ‘nee, dank u’, zeggen. Daarmee word je je weer even bewust wat je eigenlijk allemaal doet, hoe vanzelfsprekend en zonder aandacht je dingen doet. Tegenwoordig is ‘met aandacht leven’, of ‘leven in het nu’ heel hip en heet het Mindfulness.
In de oude kerkelijke tradities waren mensen soms hun tijd ver vooruit!
Adriaan van ‘t Spijker
Jullie zijn mijn geliefde kinderen
Paulus weet ook wel dat een mens soms huilt van verdriet. Maar, zegt hij, ga er niet in helemaal in op. Net zoals we ook niet helemaal op moeten gaan in de crisis. Die crisis is er, maar laat hem niet tussen je oren gaan zitten. Verdriet, crisis is niet het laatste. Het laatste, en ook het eerste, is ook voor Paulus God, die in Jezus Christus tegen ons zegt: “Jullie zijn mijn geliefde kinderen.” (Ds. F.W.Verbaas, 15-01-2012)
Paulus heeft zich vergist
Paulus heeft zich vergist als het gaat om de spoedige wederkomst van Christus. De wereld heeft een langere houdbaarheid dan Paulus dacht. Ik voorspel dat ook na 21 december 2012 de wereld nog zal bestaan. U mag me hieraan houden! (Ds. F.W.Verbaas, 15-01-2012)