Praten is een vogel op de grond, maar zingen is een vogel in de lucht

Gisteravond moesten muziekliefhebbers in Schoonhoven kiezen: of naar het orgelconcert van Jaap den Besten, of naar het Songfestival met Anouk kijken. Als u voor die laatste optie hebt gekozen, dan hoorde u Anouk zingen over vogels die van de daken vallen, als regendruppels uit de lucht.

Birds falling down the rooftops

Out of the sky like raindrops

No air, no pride

That’s why birds don’t fly

…want: zonder lucht, zonder trots

kunnen vogels niet vliegen.

Die vogels van Anouk waren vleugellam, omdat ze teleurgesteld waren in het leven, in de liefde. Ze haalde er gisteravond een negende plaats mee op Eurosongfestival. (Het hee land natuurlijk een beetje teleurgesteld. We hadden gehoopt dat onze nationale nachtegaal een beetje hogere vlucht zou maken.)

Maar gelukkig is het vandaag Pinksterfeest. Want het Pinksterfeest gaat ook over een vogel. Niet over een vogel die fladderend van de dakrand valt: no air no pride… geen lucht, geen trots…  Maar over een vogel die juist wel lucht vindt, wind, adem, geestkracht, zodat hij trots op en neer kan vliegen tussen de hemel en de aarde, als een ware postiljon d’amour – een postbode van liefdesbrieven.

Het gaat vandaag om die duif die net zo lang rondvloog over de wateren tot hij een olijftakje vond dat hij terug kon brengen naar de familie Noach op hun Ark.

Het gaat vandaag om Jona (Jona betekent: duif!) die door God vanuit Israël de wereld werd ingestuurd om de stad Ninevé van de ondergang te redden.

Het gaat vandaag om de duif die uit de hemel neerdaalde op de schouders

van een man die gedoopt werd in de Jordaan om hem als het ware een schouderklopje vanuit de hemel te geven. Want toen die duif daar landde, klonk er een stem uit de hemel: Deze is mijn zoon, mijn geliefde, in Hem heb ik een welbehagen. 

De H. Geest reist in het Oude en Nieuwe Testament graag per duif. Vandaag heb ik voor de beamer een afbeedling meegomen van een gebrandschilderd raam uit Taizé: de H. geest is daar een rode duif in volle vlucht.

Eens in Jeruzalem, op het Pinksterfeest, daalde de Heilige Geest uit de hemel op de apostelen neerdaalt, en daarbij nam de Geest de gestalte aan van een hele vlucht vurige duiven, om de apostelen na de hemelvaart van Jezus op te wekken uit hun gevoel van verlatenheid. Om hen ervan te doordringen dat de liefde van Jezus geen leugen was. En dat het Jezus zelf is die vanuit de hemelse werkelijkheid ons blijft aanmoedigen en inspireren om door te gaan op de weg van geloof, hoop en liefde.

Dus op Pinksteren vertellen we niet het verhaal van: that’s why birds don’t fly, daarom vliegen vogels niet.

Maar op Pinksteren vertellen we het verhaal van pinkstervogels die uitermate  druk open neer vliegen tussen hemel en aarde. Tussen God en mens. Als postbodes met tassenvol liefdesbrieven.

En het geschiedde… zo begint het Pinksterevangelie als we het heel letterlijk vertalen. Net als het kerstevangelie. En het geschiedde in de dagen van keizer Augustus… Een ouderwets, maar ook wel mooi woord. We komen die woorden ook in het Opstandingsevangelie: En het geschiedde, dat er opeens twee mannen bij het lege graf stonden…  Het evangelie vertelt een bijzonder geschiedenis met dat telkens herhaalde: En het geschiedde…

De wereldgeschiedenis is vertelt doorgaans een tamelijk hopeloos verhaal van veel strijd en nog meer slachtoffers. Het evangelie vertelt ons over een andere geschiedenis. Een hoopvolle geschiedenis, die inbreekt in gewone geschiedenis. Een heilsgeschiedenis.

En het geschiedde toen de dag van het joodse pinksterfeest aanbrak (het joodse joodse Pinksterfeest was een combinatie van een oogstfeest en van het feest waarop gevierd werd dat Mozes op de Sinaï de Wet ontving) dat alle leerlingen van Jezus bij elkaar waren. Zelfs de lege plaats die Judas had achtergelaten, was weer opgevuld. En plotseling klonk er uit de hemel een geluid als een hevige windvlaag, dat het huis waarin ze zich bevinden geheel vervulde.

De heilige geest schrijft zijn heilsgeschiedenis in een gewoon huis ergens in Jeruzalem. Dus niet in de tempel. En niet in het paleis van koning Herodes of van stadhouder Pilatus. En ook niet in het een of andere grote stadion, of in een theater waar je een songfestival kunt houden. Dat is allemaal wel mooi, en indrukwekkend. Maar daar vinden we niet het echte leven. In de het Kersevangelie kwam God in Jezus naar ons toe in een stal. Het Paasevangelie speelt zich af op een begraafplaats. In het Pinksterevangelie komt God in Zijn Geest naar ons toe in een gewoon huis. Daar, in het gewone leven, gaat de Pinksterwind waaien, daar slaan de Pinkstervlammen in de pan, daar vliegen de Pinkstervogels in het rond. Daar worden mensen door de Heilige Geest geïnspireerd, aangevuurd, aan geblazen om altijd weer op te staan en in beweging te komen.

Het geschiedde op de dag van Pinksteren… dat er in het huis waar ze zich bevonden aan hen een soort van vlammen vertoonden die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neetzetten, en allen werden vervuld werden van de heilige Geest en zij begonnen op luid toon te spreken in vreemde talen…  en de mensen die toestromen en toeluisteren horen hen allen in hun eigen taal spreken. 

Zo gaat het toe als de heilige Geest gaat waaien – dan doen alle volken en alle mensen mee! Dan schrift de heilige Geest een nieuwe geschiedenis waarin ieder mens wordt gehoord en waarin iedereen meetelt.  Er geschiedt, er ontstaat een gemeenschap… die geen grenzen meer kent. We hebben het legalen en illegalen, en over de EU en de VN, en dat landen meer samen moeten werken. Het Pinksterevangelie is veel radicaler, veel moderner: alle grenzen die mensen trekken vallen radicaal weg!

En het geschiedde in het afgelopen halve jaar dat er ook in Schoonhoven een stel jonge volwassenen bij elkaar kwam – in een kerk die als je er langsrijdt meer op een gewoon rijtje huizen lijkt dan op een echte kerk. Heel verschillende mensen. Ieder met zijn eigen geschiedenis, zijn eigen geluk, zijn eigen teleurstellingen, zijn hoop. En dat groepje kwam samen om met elkaar  te bidden, om samen te luisteren naar de Bijbel, om te delen, om samen te zoeken naar geloof. En zonder dat ze het merkten – zo spectaculair was het echt niet –  groeide er een band, iets gemeenschappelijks.  Er was iets dat hen samenbond. Er was Iemand die hen samenbond. En zo kwamen vier van hen ertoe om te zeggen: ik wil met Pinksteren even opstaan en Ja zeggen tegen God en tegen Jezus. En dat wil ik doen midden in de gemeente. Ik wil erbij horen, meetellen, meezingen, meevieren, meedoen. Ik ben blij dat mijn ouders mij eens hebben laten dopen. Maar ik wil nu graag zelf de intentie uitspreken dat ik verder wil gaan op de weg van het evangelie.

En het geschiedde… en het geschiedt nog steeds. Ook vandaag op 19 mei 2013 wordt er een bladzijde toegevoegd aan het Pinksterverhaal, wanneer straks Lisette en Wilco en Sander en Bianca opstaan en Ja zullen zegen. Hun Ja-woord is een getuigenis – dat de Heilige Geest nog altijd aan het werk is in mensen.

Maar genoeg gepraat. Op het Pinksterfeest moeten we eigenlijk niet teveel praten, maar vooral zingen. Zoals de dichter Willem Barnard eens zei: Praten is een vogel op de grond, maar zingen is een vogel in de lucht. Gisteren hoorden Anouk nog zingen van vogels die niet konden vliegen. Maar vandaag, op het Pinksterfeest, zingen we juist  van een vogel die gretig het luchtruim kiest. Want de Heilige Geest is:

een lichtend vuur,

een lied in de nacht,

een spoor voor ons uit

een boog aan de hemel,

een licht in de wereld,

een stem bij het graf,

warmte om ons heen,

een vlam in ons hart,

een vogel in de lucht.

Ds. Frans-Willem Verbaas