35 jaar De Hoeksteen

35 jaar geleden op 24 oktober werd ons kerkelijk centrum De Hoeksteen officiëel in gebruik genomen. De opdrachtgevers hadden dhr Joannes Antonius Hoogendijk (1937 – 2008) als architect uitgekozen. En hij tekende het gebouw, zoals we dat tot op vandaag gebruiken voor ons kerkelijk leven.Dhr Jeroen Hoogendijk, zelf bouwkundige, vertelde me een maand geleden een interessant verhaal over het doordachte werk van zijn vader.

Hoogendijk is bij het ontwerp van ons kerkelijk centrum uitgegaan van de totale ruimte. Er staan in het gebouw geen vaste banken. Die zouden de bewegelijkhebouw1id maar belemmeren. Nee, los meubilair afgestemd op het te verwachten
kerkbezoek. De opstelling van de stoelen is flexibel en zorgt
ervoor, dat de mensen zich bij elkaar betrokken voelen en
op wat er gebeurt. Hoogendijk wilde ook geen apart, verhoogd liturgisch centrum, zoals we dat nu intussen wel hebben gekregen in de kerkzaal. Dat is van later datum.
Nee, hij dacht de hele ruimte als één liturgisch centrum, waarin de  gemeenteleden volledig opgenomen zijn, verzameld rond de preekstoel, de avondmaalstafel en de doopvont. In 1979 noemden mensen liturgie een spel en hadden ze ruimte nodig om te spelen.

bouw2Liturgie is – zo heette dat toen – het uitspelen van de
geheimen van het leven in de vorm van een trektocht. Van
buiten zouden de kerkgangers als pelgrims langs de
doopvont, de preekstoel en de avondmaalstafel trekken, om erna weer naar buiten te gaan. Hoogendijk maakte in zijn ontwerp van het kerkelijke centrum ook overtollige ruimte. Zeg maar, de lege rijen stoelen waar tijdens de kerkdienst geen mensen zitten. Ruimte dus, die niet wekelijks benut wordt, maar die mensen wel kunnen
gebruiken bij grote activiteiten.

bouw3Doordat de architect in de kerkzaal zoveel overtollige ruimte heeft aangebracht, hebben wij volop keuze- en handelingsvrijheid. Dankzij zijn ontwerp kunnen we als Hoeksteengemeente  in eigen gebouw allerlei activiteiten uitvoeren en hoeven we niet uit te wijken naar elders. Filmvertoning, theater- en koorrepetitie, concertuitvoering, kerstmusical – alles kan plaatsvinden in dezelfde ruimte, waar we ook een intieme uitvaartplechtigheid of Taizé-
viering houden.

bouw4In de ruimte neemt het orgel een overheersende plaats in. Maar ons kerkelijk centrum is toch niet als het ware om het orgel heen gebouwd. Want het huidige instrument werd pas twaalf jaar na het gebouw in gebruik genomen. Wie goed kijkt, ziet dat het opgesteld staat op de oorspronkelijk donkere vloer van de kerkzaal. En dat het verhoogde liturgische centrum erom heen gebouwd is. Muziek maken en beluisteren vraagt ruimte. Vanwege de onverwacht goede akoestiek van de kerkzaal is het een genot om hier te musiceren, te zingen en te luisteren.

Hoogendijk jr vertelde me ook, waarom zijn vader koos voor een plattegrond in een vierkante of meerhoekige vorm. Geen lattegrond in gestrekte vorm; dat zou de bewegelijk en de zitgelegenheid maar beperken. Er ontstaat ruimte, waar mensen vooral hun eigen levenservaringen delen en samen God danken en loven.

bouw5De nevenruimten blijven wel nodig voor allerlei andere kerkelijke activiteiten. En die bepalen het gezicht van de kerk naar de wereld toe – zeker. Maar wie goed kijkt, ziet dat deze nevenruimten
bedoeld zijn voor gesloten groepen en terzijde van de hal liggen. Er zijn mensen, die naar de kerk gaan, maar geen behoefte hebben voor een andere vorm van samendoen.

Zo kunnen zij naar buiten gaan, wanneer ze dat zelf willen en worden ze niet belemmerd in hun eigen keus en handelen. Verder wees hij me op het elementaire belang van de lichtinval. In het ontwerp van het kerkelijk centrum De Hoeksteen ben ik als voorganger de enige, die tegen de zon in kijkt, vertelde hij me. De anderen kijken met het licht mee naar een gesloten wand. En dat zorgt voor een bepaalde beleving van de ruimte.

Grote glaswanden zijn niet nodig, om de wereld binnen te halen; de toegang van het kerkelijk centrum is uitdrukkelijk niet aan de straatkant aangebracht. Architect Hoogendijk bracht een afwisseling aan van openheid en geslotenheid, juist om mensen uit te nodigen om dingen te doen. Niet toevallig parkeren bezoekers de auto’s aan de straat, zetten de fietsen in de stalling en lopen ze de laatste meters door naar de ingang en de voorhal. Hoogendijk wilde daarmee uitnodigend werken tot het doen van dingen; ook over de rondlopende borstwering bij de ingang dacht hij na.

Tenslotte over de gebruikte materialen in het gebouw. De materialen moesten volgens Hoogendijk een symbolische overeenkomst hebben met de eenvoudige elementen, waarmee we in de kerk omgaan. In de kerk gaan we om met water(doop), wijn en brood(avondmaal). Dus het kerkelijk centrum dient opgetrokken te worden uit het liefst duurzaam hout en goede steen. Natuurlijke materialen, zoals hout en steen met zichtbare tekening en geen gladde geverfde kunstofpanelen, die minder tot de  verbeeldingskracht spreken.

Hier laat ik het bij, al ben ik niet uitverteld. In gedachte dank ik dhr Jeroen Hoogendijk nog eens voor zijn uitleg. Ik ben even geweldig blij met wat de kerkmensen van een generatie vóór ons hebben gedaan. En ik denk: wat prachtig om in dit goed doordachte kerkelijke centrum dominee te zijn.

Ds. Chris Koole