God heeft een hart dat wordt beroerd door de nood van gebroken mensen

God heeft een hart
In de verkondiging richten we ons vanmorgen op vers 78-79, die ik opnieuw lees en dan in de Naardense Vertaling. En Zacharias zingt:

het is door het innige ontfermen
van onze God
dat naar ons zal omzien
de zonsopgang uit den hoge,
om te schijnen voor wie neerzitten
in duisternis en schaduw des doods,-
om onze voeten te richten
op een weg van vrede!

God heeft een hart.
God heeft een hart dat wordt beroerd door de nood van gebroken mensen. Zo luidt het woord van de Heer als een klingelende kerstklok in een wereld die van onheil is omgeven: het innige ontfermen van onze God. We belijden een Heer die niet star of onwrikbaar is, maar Hij wordt bewogen door ons lot en ons leven.
Het is iets om even stil van te zijn.
God heeft een hart.

We weten veel over God. Veel te veel misschien wel. Hij is almachtig en alwetend. Barmhartig en rechtvaardig. Trouw en goed. Grote woorden die allemaal waar zijn. En als we er over getuigen als van de grote daden die God in ons leven doet, dan is dat prachtig en ook heel nodig. Elkaar vertellen wie God voor je is.

Maar grote woorden kunnen ook afstand scheppen. Wordt God zomaar een hele verre God. We geloven wel dat Hij bestaat, natuurlijk wel. Maar te dichtbij moet het niet komen. Hij zal zich toch zeker niet bezig houden met mijn kleine leventje en mijn futiele zorgen? Hij heeft wel wat beters te doen.

We houden God veilig op een afstand. Maken een object van Hem. Iets om over te praten, over te denken en te redeneren.
Al die grote woorden en uitspraken, zomaar wordt zijn wezen er door versluierd, zien we niet meer hoe Hij aan ons verschijnt, waar zijn hart klopt. God wordt een abstract gebeuren, een object. Je ziet ook steeds meer om je heen hoe het geloof in een persoonlijke God verdwijnt.

Is het angst voor het wezen van God? Angst om door Hem aangeraakt te worden, om je aan Hem over te geven?

Of is het ergens ook wel gemakkelijk? Door God zo bij je vandaan te houden, kun je rustig verder leven op je eigen manier en heb je met God niet zo heel veel te maken.

Maar wonderlijk genoeg hebben we een God die wel met óns te maken wil hebben. Zijn hart wordt beroerd door de mensen op de aarde. Liefdevolle barmhartigheid, lezen we in de Nieuwe Bijbelvertaling. God is een God die in liefdevolle barmhartigheid naar ons omziet.

‘Innige ontferming’, vertaalt de Naardense vertaling zo kernachtig. Het Griekse Woord is heel intens. Het heeft iets in zich van ingewanden die beroerd worden. Heel innerlijk, van binnen worden aangeraakt. Het is moeilijk om dat goed te vertalen. Op andere plekken wordt ook wel het woord ‘genegen’ gebruikt, maar dat vind ik wat zwak.

‘Innige ontferming.’ Die twee woorden. Ze omvatten Gods hart. Bij de eerste lezing van de lofzang van Zacharias kwam dit zo sterk op mij af. God is een innige ontfermer. Zo intens en van binnenuit is Hij een God van liefde.
Liefde die niet pas zichtbaar wordt in de geboorte van Jezus Christus. Ook, maar niet voor het eerst. Die ontferming is helemaal eigen aan God, het hoort bij zijn wezen, bij zijn hart.

Waardoor God ook heel betrouwbaar blijkt te zijn. Want als ontferming bij zijn eigenheid hoort, dan raakt Hij dat niet kwijt. Niet door onze misstappen of gebreken. Niet door ons ongeloof of onze harteloosheid. En ook niet door onze goede wil en ijver. God ziet naar ons om vanuit zijn eigen innige ontferming.

Zacharias is 9 maanden stom geweest. Geen woord kunnen spreken, omdat hij een woord teveel had gezegd. In die stilheid is nieuwe hoop gegroeid. Johannes is geboren, profeet van de Allerhoogste. En op de dag van de besnijdenis, de dag waarop het kind zijn naam ontvangt, blijkt het een genadekind te zijn. Johannes moet hij heten, God is genadig.

Woorden van ongeloof zijn omgekeerd in een geloofsgetuigenis. Zacharias zingt over heil voor Israël, over Gods ontferming over mensen in duisternis.
De God die wij aanbidden, is niet zomaar een God. Een van de vele die we hebben uitgekozen uit het aanbod dat er is. Hij is de God van Israël. Die vanuit diepe ontferming zijn oog heeft laten vallen op dat kleine volkje. Abraham weggeroepen uit dat heidenland. Israël verlost uit de slavernij.

En nu zingt Zacharias over de hoorn van heil die uit het huis van David voortkomt. De Messias komt uit Israël. En die hele lofzang van Zacharias is ingebed in dat volk dat al eeuwenlang uitzag naar de beloofde Verlosser.
Johannes’ geboorte maakt van de priester Zacharias een profeet. Boven zich uit kondigt hij verlossing aan. En zichtbaar wordt de trouw van God. Hij gedenkt aan het verbond dat Hij sloot met Abraham. Gods ontferming is geen abstractie, geen groot dogma dat als een etiket op Hem wordt geplakt. Het is een levende werkelijkheid die zich uitstrekt van Abraham tot heel Israël en van daaruit tot alle volken. We worden er helemaal in mee genomen.

Wereld in duisternis
Overigens is Zacharias’ lied geen ijl gezang. Geen slag in de lucht en een liefelijk liedje over hoe aardig God wel niet is. Zijn lied, zijn profetie klinkt in een wereld die gebukt gaat onder duisternis en waar mensen neerzitten in schaduw van de dood. Heel aangrijpend is dat. Die gewetenloze wereld waar eigen wetten gelden.

Waar het duister de overmacht heeft gekregen. Kinderen geen hoop meer hebben voor een toekomst. Oude mensen gebukt neerzitten en de last van het leven dragen. Waar een schuldig mens klein gehouden wordt en nooit meer van zijn zonde wordt bevrijdt. Een wereld waarin vreemde machten de overhand hebben. En wie daarin verstrikt raakt, smacht naar bevrijding. Een wereld waar zoveel doodsheid is. Vreugdeloze en treurige doodsheid.

De schaduw van de dood valt over mensen in oorlog en diepe armoede. Een schaduw die je ook in je persoonlijke leven zo sterk kunt ervaren. Wat drukt het je neer, als je worstelt met een psychische ziekte, met diepe gebrokenheid in je leven, in je gezin.

Ook als je jong bent kun je die schaduw in je leven met je meedragen. Misschien heb je niemand met wie je dat kunt delen. Ben je naar buiten toe opgewekt en vrolijk, maar is je hart ondertussen zwaar en droevig.

Gods hart wordt er door beroerd. In die duistere en gewetenloze wereld waarin wij leven, komt God met zijn ‘innige ontferming’ ons tegemoet. Hij wordt er door geraakt, tot in zijn diepste wezen. Door de schaduwen die jij bij je draagt. Waardoor je neerzit en niet bij machte bent om op te staan.

In zijn innige ontfermen gaf God ons zijn zoon Jezus Christus, die de opgaande zon wordt genoemd.

Misschien heb je het weleens meegemaakt, op de Lekdijk. Als je op zaterdagochtend vroeg naar je bijbaantje moet. Of gewoon doordeweeks, als je postbode bent. De dieren moet voeren. Of gewoon zomaar de vroege ochtend opzoekt.
De nacht is nog niet geweken, het is nog donker en stil. En als dan die eerste stralen van de zon opkomen, als dat eerste licht doorbreekt, dan komt alles in het licht te staan.

Zo schijnt de zon Jezus Christus over wie neerzitten in duisternis, waar de nacht je hart in de greep houdt. En je de schaduwen wel van je af zou willen schudden, maar ze kleven aan je vast en houden je in de wurggreep.

Jezus geeft Gods ontferming handen en voeten. Als de zon omgeeft Hij je leven om het te verlossen uit de nood.

Ik denk aan de overspelige vrouw die door Farizeeërs bij Jezus wordt gebracht om veroordeeld te worden. En Jezus zegt: wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. En tegen de vrouw zegt Hij: ga heen en zondig niet meer. Dát is bevrijding. Van schuld én van oordeel.

Gods ontferming staat haaks op de wereld waarin wij leven. Het geweld en de vijandschap houden voor niemand halt. Het is nietsontziend. Ook voor Jezus heeft de gewetenloosheid en haat geen halt gehouden. Hij die zon zelf is, is vanuit de hoge neergedaald en naast ons gaan zitten.

Naast jou met je droevige hart, naast jou die is gevloerd door het geweld van het leven, en zelf niet overeind meer komt. Tussen ons in komt Hij wonen. En in zijn barmhartigheid neemt Hij al die duisternis op zich. Al die schaduwen zijn op Hem gaan kleven en hebben Hem gegrepen.

Zie je de diepte van Gods ontferming. Vanuit zijn innerlijke bewogenheid met zijn volk, met allen die neerzitten, komt Jezus ons zo nabij. Zo nabij, dat Hij in de duisternis ondergaat. ‘Die de hel zijt doorgegaan’ zingt een oud Adventslied. En zo hoor ik in de profetie van Zacharias al de opgang naar Jeruzalem, waar Jezus zijn weg van lijden en sterven zal volbrengen.

Verlossing geschiedt niet in een handomdraai. Jezus is de hel doorgegaan, omgeven door de dood. En hoe wonderlijk, door de dood heen verschijnt Hij aan ons als de zonne voor wier stralen het nachtelijk duister zwicht.

En door Christus dood wekt Hij ons op tot een nieuw leven met Hem. De duisternis in ons leven beroerd zijn ingewanden. Zijn hart wordt erdoor ontzet en geraakt. Met heel zijn leven zoekt Hij ook jouw leven in het licht te stellen.

Gods ontferming maakt je mens
Het is God om jou te doen. Zijn innige ontferming gaat naar jou uit. En aangeraakt door zijn goedheid, word je wie je mag zijn.

Vaak beschouwen we onszelf als het prototype, het oerbeeld van een persoon. En God vormen we een beetje naar dat beeld. Zoals wij zijn, zo zal God ongeveer ook wel zijn. Misschien iets mooier en beter en sympathieker. Maar toch, God als een soort veredeld mens.

Terwijl het precies andersom is. God is de eerste. Hij schiep de mens naar zíjn beeld en gelijkenis. Wij hebben God niet geschapen naar óns beeld. God heeft ons gemaakt naar zijn beeld. En het is de innige ontferming Gods, die vanuit zijn diepste wezen opkomt, die jou mens maakt.

Om jou op je voeten te zetten, rechtop. Opgetild uit de verborgenheid, uit de donkere schaduw van duisternis en dood. In het licht van Jezus Christus.

Zo gaan we op weg naar het Kerstfeest. God komt ons tegemoet. De duisternis zal eenmaal wijken, het leven ligt voor ons.

Lof aan God. Amen.

Zondag 20 december 2015, 10.00 uur, 4e Advent
Schoonhoven (De Hoeksteen)
Lucas 1: 57-80
Ds. Hanneke Ouwerkerk