Omdat Jezus niet halt hield bij grenzen

Met kerst zingen we, samen met de engelen: Ere zij god en vrede op aarde. De ene keer gaat ons dat wat makkelijker af dan de andere keer. Dit jaar ging het wat minder makkelijk. De aanslagen in Parijs, de strijd in Syrië – al dat geweld heeft op de een of andere manier met de Islam te maken, en dus met godsdienst. En dat stelt ons voor de ongemakkelijke vraag: hoe zit het eigenlijk met het geweld in ons christelijke geloof? En in de Bijbel, en in de kerkgeschiedenis? Ik preekte laatst over de zelfdoding van Simson, die drieduizend mensen meenam in de dood toen hij die heidense tempel deed instorten: dat was toch gewoon een zelfmoordaanslag? We lezen vandaag uit Jozua, dat vertelt over de verovering van Kanaän door Israël. Was dat niet gewoon over een heilige oorlog? Goed, wij hebben ook het Nieuwe Testament, waar God niet ter wereld als een gewapende strijder maar als een weerloos kind. Maar toch: feit is dat Jozua een van onze Heilige Boeken is.. En dat we er dus iets mee moeten – met al dat geweld.

Oude geloofsverhalen vragen altijd om een beetje geduld. Het lazen net een tekst van meer dan 2500 jaar oud. Wie de bijbel ongeduldig leest, al te haastig bestormt, die loopt gevaar met zijn hoofd tegen een muur te lopen. Dan kom je niet binnen, dan blijf je buiten staan. Bij een boek als Jozua moet je eerst een paar keer om het verhaal heenlopen voordat het opengaat, net zoals het volk Israel een paar keer om Jericho heen moest lopen voordat de muren neergingen.
Israel staat op het punt de Jordaan over te steken, het Beloofde land in te trekken, maar dan doemt daar een groot obstakel op: Jericho, een belangrijke grensstad met grote muren.

We blijven nu even stilstaan en vragen ons af: Is Jericho gewoon een stad, of is Jericho meer dan een stad? Zou het kunnen dat het ommuurde ‘Jericho’ staat voor een gesloten samenleving. Jericho is een stad van: je staat binnen of je staat buiten. Je hoort er bij, of niet. Je hoort bij ons, of bij de vijand. Bij de goeien, of bij de slechten. In Jericho denkt men hokjes, vakjes, in muren en poorten die snel dicht gaan. Jericho is geen open samenleving, Jericho is een gesloten systeem.

Maar is dat wat we willen? Een gesloten samenleving waar geen ruimte is voor andersdenkenden? Waar geen ruimte is voor meerstemmigheid? Het Jericho van onze tijd is misschien: Noord-Korea, of het Kalifaat… Er zijn altijd wel mensen die van hun eigen land, of van hun eigen kerk een Jericho willen maken: met dichte grenzen en hoge muren.

Jozua stuurt twee verspieders de Jordaan over met de opdracht: Verken het hele land, maar vooral Jericho. Want in het boek Jozua staat Jericho voor het hele land: heb je Jericho gezien, heb je alles gezien.

Eenmaal in Jericho komen de verspieders al snel terecht in het huis van Rachab, die woont op de stadsmuur, letterlijk op de rand van de stad. Want Rachab was een vrouw die leefde op het randje, en soms er overheen. Ze was een hoer. In Schoonhoven had ze misschien op de Wal gewoond, toen de Wal nog echt het randje van Schoonhoven was. Uit haar venster hangt een rood koord als ze beschikbaar is. Zoals op de Amsterdamse wallen een rood licht de klanten vertelt dat ze welkom zijn. Misschien hebben de twee hebreeuwse verspieders bij dat rode koord heel professioneel gedacht: in zo’n bordeel kunnen we ongezien veel te komen over Jericho. Ze wilden bij haar overnachten, staat er netjes vertaald. Maar er staat gewoon: ze wilden met haar slapen. Na al die jaren woestijn gaan ze even de bloemetjes buiten zetten. Er is toch niemand die het ziet het.

Rachab is de enige die een naam krijgt in het verhaal van de verspieders. En wat voor een naam. Ik kan het ook niet helpen, maar de naam Rachab komt van een hebreeuws woord, rachav, dat betekent: ruimte maken, zich openen. Dat is wat ze doet voor haar werk: ze opent zich voor mannen die daar voor willen betalen. Rachab vat haar naam tamelijk letterlijk op.

In het gesloten, ommuurde Jericho is Rachab ondertussen letterlijk een eilandje van openheid. Zij ontvangt de twee vreemdelingen en ze neemt de gastvrijheid zeer serieus. Als ze merkt dat haar gasten bedreigd worden, dan aarzelt ze niet. Ze laat hen onderduiken in haar huis. (Mensen laten onderduiken, zeker als het om Joden gaat – dat heeft altijd veel moed gevergd.)

Toen de koning van Jericho hoorde dat die nacht spionnen van Israel waren gekomen, liet hij Rachab het volgende bevel geven: Lever ze uit, die mannen die bij je zijn, want ze zijn hier om te spioneren. Dan antwoordt Rachab: Die mannen hebben mij inderdaad bezocht, maar ik weet niet waar ze vandaan komen, en ik weet ook niet waar ze naartoe zijn gegaan. Ik weet niet… ik weet niet… Haar naam is niet alleen Rachab, maar ook haas. Maar hazin Rachab speelt haar rol met verve, want de koninklijke boden of soldaten doen keurig wat Rachab zegt. Ze gaan verder, op zoek naar de spionnen.

Als de kust veilig is, klimt Rachab op het platte dak, waar ze de twee mannen verborgen heeft onder drogend vlas. (Van vlas werd linnen gemaakt: ze deed dus meer voor de kost dan alleen handel drijven met haar lichaam.) En dan zegt ze: Ik weet (nu weet ze wel!) dat de Heer dit land aan jullie heeft gegeven. En ze vertelt hen dat heel Jericho doodsbang is. Want iedereen weet hoe de Heer zijn volk door de Rietzee heeft geleid en hoe de Heer onlangs nog twee vijandige koningen van de Amorieten, Sichon en Ogen, heeft vernietigd…. Nuttige informatie voor de spionnen: achter de stadsmuren van Jericho is het moreel al gebroken. Het gesloten Jericho is een bange samenleving.
(Dat geldt voor iedere gesloten samenleving, dat ze bang is. Weest niet bevreesd, zo citeerde Koning Willem Alexander in zijn kersttoespraak die andere kersttoespraak – de kersttoespraak van de engel tot de herders: weest niet bevreesd!)

Rachab vervolgt: Toen we dat hoorden, sloeg de angst ons om het hart en werden we wanhopig. De Heer, jullie God is immers een God die macht heeft in de hemel en op aarde!

Rachab geeft hier een nieuwe inhoud aan haar naam. Zij die zich opent voor vreemde mannen, blijkt nu ook open te staan voor de vreemde God van Israël. De Heer, jullie God is immers een God die macht heeft in de hemel en op aarde.! Dat is een letterlijk citaat uit het lied dat Mozes zong na de doortocht (Exodus 15.) Rachab citeert de Thora! Rachab actualiseert de Thora. Rachab voegt zich naar de Thora. Rachab belijdt dat Israels God, de Bevrijder-God, de ware God is.

Dat verwacht je niet. Dat in het gesloten Jericho, bij de tegenpartij, bij de vijand, een heidense vrouw woont, van bedenkelijke zeden nota bene, en dat de verspieders van Israel juist bij haar toegang vinden tot het beloofde land. Dat verwacht je niet.

Rachab heeft geen man of kinderen, wel familie: ouders en broers en zussen. En daar komt ze voor op. Ook zoiets: waarschijnlijk speelde ze dus de hoer. omdat er toch iemand voor de familie moest zorgen.. In ieder geval gaat haar zorg uit naar haar familie. Ik heb jullie goed behandeld (chèsèd gedaan), behandel mij en mijn familie dan ook goed. (…) Red ons van de dood! De verspieders zeggen haar dan dat ze het gildeteken van haar beroepsgroep, het rode koord, aan haar venster moet laten hangen. Wij zullen er dan voor zorgen dat jouw huis en iedereen die zich erin bevindt, zal worden gered. Zo zal het ook ‘geschieden’ bij de val van Jericho. Dat rode koord, dat schandteken wordt dan een verbondsteken, een ereteken, een reddingsboei. Dat doet ons denken aan dat andere schandteken, die schandpaal, die voor ons is geworden tot een verbondsteken, een ereteken, een reddingsboei: het kruis van Christus.

En zo vormt dat rode koord tegelijk het begin van de rehabilitatie van Rachab. Zij die in het ommuurde en gesloten Jericho op het randje leefde, haar naam wordt tot op de dag van vandaag hoog gehouden. In Mat 1: 5 wordt zij als een voor de voor-moeders genoemd in het geslachtsregister van Jezus. Zij is de moeder van Boaz, de man van Ruth, dus de over- overgrootmoeder van David. En in Hebreeën 11 en Jacobus 2 wordt zij genoemd als een van de grote geloofsgestalten van geschiedenis.

Drie conclusies:
1. Jericho staat voor de gesloten samenleving. Die gesloten samenleving is: niet tolerant, angstig, uitsluitend, gewelddadig. Dat is het ommuurde Jericho. Bijbel zegt: dat kan niet blijven, dat valt uiteen voor Gods aangezicht. De Kalifaatbouwers, de aanslagplegers in Parijs, die proberen een nieuw Jericho te bouwen: met nieuwe scheidsmuren, een gesloten samenleving. Maar ook de mensen die leiden aan islamofobie en het liefst de hele islam in Nederland zouden willen verbieden: die proberen een nieuw Jericho te bouwen: met nieuwe scheidsmuren, een gesloten samenleving. De Bijbel leert ons vanmorgen: dat dat geen toekomst heeft.
2. Jericho is foute boel. Maar in Jericho woonde ook Rachab. Dus: ook bij de concurrenten, ook bij andere partijen, bij andere kerken, ook buiten de kerken, ook bij andere godsdiensten, ook bij de moslims, kunnen vrouwen en mannen zitten als Rachab. Van die randfiguren die zomaar sleutelfiguren kunnen worden die voor belangrijke openingen zorgen. Laten we niet te snel generaliseren, laten we altijd gespitst blijven op de Rachabs bij de andere partij!
3. En die Rachab… Misschien lijken wij in het moderne Europa als kerk zelf wel een beetje op Rachab. Als gemeente van Christus zijn we behoorlijk naar de rand geschoven. Gemarginaliseerd. Ach, ja de kerken, die zijn er ook nog. Maar wat een kracht zat er in die vrouw! Wat een geloof! Maar juist als kerk zonder aanzien kunnen wij vrijplaatsen van openheid zijn. Vrijplaatsen waar mensen open staan voor God en elkaar, waar mensen elkaar niet zo snel veroordelen, maar een beetje geduldig zijn en elkaar ruimte geven.

Waarom?
Omdat de God van Israël een bevrijdende God is voor wie muren, als van Jericho, niet kunnen blijven staan.
Omdat Jezus niet halt hield bij grenzen, maar ze negeerde, ze doorbrak.
Omdat we leven van de Heilige Geest die geen grenzen kent, maar waait waarheen Hij wil.
Amen.

Jozua 2: 1-24 en Matteus 1: 1-6
Zondag 27 december 2015, Schoonhoven
Ds. Frans-Willem Verbaas