Verlangend uitzien naar het licht dat Christus brengt

En zie, er is een mens in Jeruzalem wiens naam is Simeon. Een mens die wacht op Israëls vertroosting. (naar Lucas 2: 25)

In die verwachting zijn we vanavond bij elkaar, nu we ons bevinden op de grens van oud naar nieuw. Gedachten gaan terug, blijven steken. Weemoed en herinneringen om wat was, wat voorbij ging. Verlangen naar een nieuw begin. Spanning om wat komen zal. Blijdschap om nieuwe hoop.

Zo zijn wij vanavond samen voor Gods aangezicht.
Wij verwachten vertroosting.

Wat bracht het ons

Je wordt overspoeld door jaaroverzichten en terugblikken. Door beelden die je al te vaak hebt gezien en liever misschien aan je voorbij liet gaan. Maar onvermijdelijk komen ze weer terug. Alles wordt herhaald. Alsof je vergeten zou dat alle verhoudingen in Europa, in de wereld, in een jaar tijd op scherp kwamen te staan. Alsof je vergeten zou dat vluchtelingen in grote getale een veilig heenkomen zochten en zoeken in Europa. En al die boten, en Merkel die zo geroemd en zo verguisd werd.

Het een blijft in je hoofd hangen. Het ander laat je wat makkelijker van je afglijden. Dat wat je onthoudt, is misschien wel datgene wat het meest raakt aan je eigen angst, of je eigen verlangen.

Kinderen die verkleumd en uitgeblust aan wal komen na een gevaarlijke oversteek. Je hart breekt als je denkt aan je eigen kinderen. Stel je voor dat…
Woedende bewoners die zich verzetten tegen de komst van een azc. Geweld en geschreeuw. We keuren het allemaal af, natuurlijk. Maar ergens verwoorden zij misschien wel een angst die diep in ons huist. Wat als er terroristen met de asielzoekers meekomen. Zijn we nog veilig? Hoe zat dat eigenlijk met de islam en geweld?
Of zit je veel meer met de bezuinigingsplannen van het kabinet. In de zorg, de pensioenen. Heb ik nog wel een baan volgend jaar. Zie ik nog wat terug van wat ik altijd heb afgedragen.

Je kunt er moedeloos van worden. Of angstig. Bang om je vrijheid te verliezen, je veiligheid. Bang om je leven te verliezen misschien wel. Parijs is behoorlijk dichtbij. Of pessimistisch. Het wordt alleen maar slechter, het zal nooit meer wat worden met ons, met de wereld.

En cynisch. Wat maakt het allemaal nog uit. De machthebbers trekken aan het langste eind, ze spelen allemaal onder één hoedje, niemand heeft wat in te brengen. Ik bemoei me er niet meer mee. Een soort verbitterde onverschilligheid. Waar je hart bij tijden heel koud en somber van wordt.

En misschien nog wel veel meer dan alles wat er om je heen gebeurt, blijven je gedachten haken aan die ene dag, dat ene moment. Van je geliefde die je aan de dood moest afstaan. Je moeder of vader, je partner, of leven in de knop gebroken. Of dat bericht in het ziekenhuis, dat je hele leven overschaduwde. De zorg om een kind dat eigen wegen gaat. Dat geploeter op school en dan steeds maar zonder succes. Die diepe onzekerheid toen je langzaam maar zeker ontdekte, ik ben anders dan anderen.

Wat ben je gezegend, wanneer geluk en vreugde je deel zijn. Als je je zegeningen kunt tellen en vanavond met een dankbaar hart hier bent. Zo kan het ook. Goddank! Een vrolijke vreugde om de geboorte van een kind, een kleinkind, om een nieuw begin dat je mocht maken, om liefde en vriendschap. Om hervonden geloof. Om een gemeente van Christus hier in Schoonhoven.

De goede dingen van het leven. Want die zijn er volop, ontvangen van God om van te genieten en van te delen.

Zo zijn we hier vanavond, met ons leven en onze gedachten voor Gods aangezicht.

Vertroosting verwachten

En zie, er is een mens in Jeruzalem wiens naam is Simeon. Een mens die wacht op Israëls vertroosting. (naar Lucas 2: 25)

Er is een mens in Jeruzalem met hoop. Blijkbaar was dat niet vanzelfsprekend. Lucas noemt het nadrukkelijk. Die ene mens, met naam en toenaam, Simeon heet hij. Hij leeft in hoop en verwachting. En hij valt op. Ik stel me zo voor dat hij een van de weinigen was in die tijd. Het was tenslotte nog altijd de tijd van Herodes en van Augustus. De tijd van wrede machthebbers die onschuldige kinderen lieten doden, als hun heerschappij in gevaar kwam.

Was Simeon een zonderling? Zo een van wie de mensen zeiden: wat zie jij toch Simeon. Wat staar je in de verte. Moet het van daar komen? Wees eens nuchter en realistisch. Hij valt op, omdat hij hoopt heeft. Hoop dat Israël tot haar bestemming zal komen. Het volk zal haar vreugde hervinden en leven met God. Wat gebroken is wordt hersteld en de vrede zal komen voor Israël en alle volken. De verwachting zoals die door het hele Oude Testament, de Psalmen en de Profeten heen loopt. God is een Bevrijder en zo zal Hij in ons leven aanwezig zijn. Het hield hem op de been. Het was zijn houvast en zijn vertrouwen.

Maar Simeon was wel een van de weinigen. Samen met Hanna en enkele anderen die deelden in die hoop. Ze zijn veel bij de tempel te vinden. Begrijpelijk. De plaats waar God woont. Waar de lof gezongen wordt, het Woord opengaat en zijn goedheid geproefd wordt. De tempel als een soort ankerplek. Die hielp om vast te houden aan die beloften van God. De Messias zal komen. Als de zon der gerechtigheid. Als het licht dat aan de horizon verschijnt en het donker aanraakt met zijn stralen.

Is Simeon ergens een gestalte van de kerk, van een christen? Als een stille wachter vertroosting verwachten, ook als je een van de weinigen bent.

Na jarenlang het gezicht van steden en dorpen bepaald te hebben, bevindt de kerk zich steeds meer aan de rand. Haar stem in het publieke debat wordt niet zomaar gehoord. Mensen haken af, schrijven zich uit. Het past niet meer zo goed bij het leven; kerk en geloof. Je kunt ook prima zonder. Dat merk je misschien aan jezelf, aan je kinderen, je collega’s.

En daardoor heen loopt toch ook iets van dat vreemde. Het vreemde en ongehoorde van de hoop. Wat staar je in de verte? Klamp je niet vast aan een luchtspiegeling. Of, milder misschien, ach, als die hoop jou troost geeft, maar zelf heb ik dat niet nodig, ik red me zo ook wel. In een cynische samenleving waarin je je moet verantwoorden als je hoopt op de God van Israël, waarin je zelf misschien ook zo die aanvechting kent van de vragen en de twijfels. Is het wel zo, houd ik mezelf niet iets voor wat allang voorbij is, wat nooit meer komen zal. Levende verwachting dat God met zijn troost ons leven zal verlossen, de wereld zal herstellen, zou dat niet de gestalte van de kerk moeten zijn?

Wij verwachten een omkeer van God uit. Verwachten dat er troost zal komen voor ons gebroken hart en ons verscheurde leven. Voor al die tranen die je vergoot in lange nachten. Voor dat worstelen met je tekorten, dezelfde fouten die je steeds weer maakt. Troost voor je sombere hart dat je elke keer weer naar beneden trekt en de diepte in rukt.
En vrede in je huwelijk, je gezin. Vrede voor Jeruzalem, vrede in Syrië en in Eritrea. Dat er broederschap en zusterschap zal zijn tussen bruin en blank en zwart, jonge kinderen en stokoude mensen die hand in hand door het leven gaan.

Kerk zijn vandaag de dag, dat is de gestalte van Simeon aannemen. Midden in dit leven, met heel je eigen levensgeschiedenis, al je vreugde en verdriet, al je ballast en vrijheid, verwacht ik vertroosting van de God van Israël.

Alsof je samen met Simeon in de tempel staat. Op de dag dat Jozef en Maria daar komen met hun kindje. Jezus is Hij genoemd. Jesjua. Hij die redt en vrij maakt. En op die dag opent Simeon zijn armen en omarmt met hart en ziel het kerstkind. Rembrandt heeft dit prachtig geschilderd. Simeon zingt met het kind in zijn armen en van dat kleine gezichtje straalt licht op Simeons gelaat.

Zo leven. Dat je als het ware de vertroosting in je armen hebt. Een kind is ons geboren. Vrede en heil zal Hij brengen in mijn hart en in dit hele menselijk bestaan. Om zo te leven als kerk en als christen. Vertroosting verwachten voor alle volken en ieder mens. Dus niet alleen voor jezelf, maar voor een ieder om jou heen. Voor al die nameloze mensen die het leven hebben gelaten, ver weg of dichtbij. Voor hen die gebroken zijn van hart en niet weten waar ze het zoeken moeten. Voor de cynische harten die de hoop hebben opgegeven.

Voor al die mensen, voor ons, verwachten wij dat God vertroosting brengt. En wij koesteren het kerstkind in onze armen, als een onderpand van die vertroosting. Hij bevestigt Gods belofte. Hij vervult Gods woord. Want ons wachten en verwachten wil God vervullen met zijn troost. Met zijn heilige Geest. Die je steeds opnieuw weer bevestigt in je hart dat God onze trooster is.

Het was door die heilige Geest, dat Simeon staande bleef. De Geest wekt de hoop op en vernieuwt die, houdt het levend. En daardoor was Simeon ook heel opmerkzaam op tekenen van God. Hij wist, door zijn verwachtingsvolle leven, dat Jezus in de tempel zou worden opgedragen. En toen hij daar kwam, op die dag, en het kind zag, werd zijn verwachting vervuld. Op datzelfde schilderij heeft Rembrandt dat zo teder en intens verbeeld. Die oude ogen van Simeon, die lieve oude armen waar dat kindje in ligt. Het trilt van verwachting en vervulling.

Heengaan in vrede

En op die dag ontvangt Simeon vertroosting. Hij breekt uit in een lied, een lofzang. Nu kan ik heengaan in vrede, want mijn ogen hebben uw heil aanschouwd. Waar hij naar uitzag, heeft hij gezien. Omarmd zelfs, met eigen ogen aanschouwd. Een kind van vlees en bloed ligt in zijn armen, met een hart dat klopt van ontferming voor ons.

Nu kan ik heengaan in vrede. Je levensweg vervolgen in vrede, omdat je Jezus hebt omarmd. De dood is er nog wel. Simeon is oud en zal op een dag zijn laatste adem uitblazen. Maar sterven kon hij nog niet. En nu, God heeft zijn hart vertroost en vrede gegeven. De angel is uit de dood weggenomen, door de vertroosting die God schenkt. En Simeon legt zijn leven als het ware in de handen van het kerstkind. Ik verwacht het alleen van U, God die mens werd. Kom met uw troost en uw bevrijding.

Zo te leven. Verwachten dat God ons zal vertroosten. Zijn hart is groot genoeg voor alle mensen uit alle landen. Groot genoeg voor jou met heel je leven. Vol verlangen verwachten wij de Heer. En met al onze ballast strekken wij onze armen naar Hem uit. Troost onze ziel en schenk ons vrede.

Zo te leven in de wereld van vandaag. Dat is moedig en vreemd tegelijk. We hebben Christus in ons midden ontvangen als het kerstkind. En tegelijk staat de volle vrede nog uit. Dat zien we elke dag om ons heen, dat ervaren we steeds weer in ons eigen leven. We zien uit naar de dag dat Jezus terugkomt en zijn rijk zal vestigen. In die spanning leven wij. In die hoop staan wij als Simeon op wacht en kijken we gespannen uit naar Gods vertroosting.

Mogen wij zo zijn als Simeon. Wachters in het donker van de tijd. Verlangend uitzien naar het licht dat Christus brengt. In zijn naam mogen wij heengaan in vrede.

Amen.

Lucas 2: 22-40
Oudjaarsavond 31 december 2015, 19.30 uur
Schoonhoven (De Hoeksteen)
Ds. Hanneke Ouwerkerk