Gekomen om vrijheid te brengen

Om vrij te maken. Daarom is Jezus gekomen. Om aan gevangenen vrijlating te verkondigen. Om vrij te maken wie onvrij is.
Zo klinkt het evangelie in een samenleving die er trots op is een vrij land te zijn. Met vrijheid van pers en meningsuiting, van godsdienst en van onderwijs.

Gekomen om vrijheid te brengen

Daar staat Hij. Midden in de synagoge van Nazareth, de plek waar hij is opgegroeid. Ze kennen Jezus. Er gaat ook al een gerucht over hem. Hij zou de Messias zijn. En vandaag, op de sabbath, dag van de samenkomst, komt hij gewoontegetrouw naar de synagoge. Leerhuis van Israël, plaats waar gelezen en gesproken wordt over de schriften, de profetenboeken. Jezus heeft gezag, dat blijkt wel. Ze reiken hem de boekrol aan. Jesaja, daar heeft Jezus om gevraagd. Het is lang zoeken, op zo’n boekrol vind je niet zomaar wat je zoekt. Wij hebben hoofdstukindelingen en paginanummers, maar dat was op zo’n boekrol niet.

Jezus vindt wat hij zoekt. Jesaja 61 leest hij. ‘De Geest des Heeren is op mij, Hij heeft mij gezalfd.’ Bij de doop in de Jordaan ontving Jezus de heilige Geest. En die Geest maakt hem vaardig om het evangelie te verkondigen. Aan te zeggen en uit te roepen over ons leven. Bevrijding uit gevangenschap, uit onderdrukking en gebondenheid.
Jezus rolt de boekrol weer op en geeft Hem terug. Hij gaat zitten en alle ogen zijn op Hem gericht. Wat zal Hij zeggen?
Heden is dit woord in vervulling gegaan. Jesaja’s profetie wordt werkelijkheid. Ik ben die dienaar van God, zegt Jezus. In zijn naam zal ik je vrijmaken.

(on)vrijheid

Woorden die oorspronkelijk gesproken werden voor moedeloze ballingen. Teruggekeerd uit ballingschap naar hun vaderland. Het vreemde land verruilt voor het thuisland. Maar alles was afgebroken, het lag in puin. En de hoop en de heimwee maakten plaats voor droefheid en gelatenheid. De ene ballingschap wordt ingeruild voor de andere ballingschap. Vreemdelingen in hun eigen land.

En zo bergt het woord al een verlangen in zich. Vrijheid. Bevrijding. Vrij van dwang en van onderdrukking. Vrij van de beknellende banden van een corrupte overheid, een bureaucratisch systeem waar je onder gebukt gaat. Vrij van een geheim dat op je schouders drukt. Van torenhoge verwachtingen die je jezelf en anderen oplegt. Vrij ook van het noodlot, van een doem die over je leven ligt.

Ik denk aan Noord-Korea. Gesloten grenzen, niemand is vrij om te gaan. Of aan mensen in gevangenschap. Terecht. Of onterecht. In elke samenleving komt dat voor. Verborgen achter een deur waarvan de sleutel in iemand anders bezit is.

Zoals er mannen en vrouwen zijn, of kinderen, die in hun eigen huis, hun gezin vastgehouden worden. In de macht van een tirannieke vader of moeder. Binnen bepaalde grenzen naar buiten mogen, maar in wezen onvrij en gevangen.

Zoals je door een systeem bekneld kunt worden. Een sekte, een organisatie. Maar ook heel basaal door de manier waarop een samenleving is ingericht. Verwachtingen die er zijn, gewoontes en gebruiken die we elkaar opleggen. Of die je jezelf oplegt.

En mijn gedachten gaan sterk uit naar al die moeders en vaders, die kinderen en oude mensen in vluchtelingenkampen. Of in azc’s. Een verscheurd land achtergelaten. En terecht gekomen in een situatie waar met man en macht wordt geprobeerd om orderlijk een oplossing te vinden. Maar waar al die mensen zoveel moeten verdragen aan wachten, eindeloos wachten. Aan onzekerheid, gebrek aan privcay, aan schaamte en aan een diepe droefheid om wat ze achterlieten. Om wat misschien nooit meer terugkomt. Is dat niet ook een vorm van gevangenschap.

Gisteren vertelde dichter en asielzoeker Rodaan al Galidi er over in Trouw. Het raakte mij diep. ‘Het was geen gevangenis,’ zegt hij over zijn jarenlange verblijf in een Nederlands azc, ‘maar vrij was je er ook niet’.

En Jezus zegt: Ik verkondig vrijheid voor wie gevangen is.

Zo preekt Jezus. In zijn woorden ligt bevrijding en vreugde opgesloten. Daarvoor ben ik gezalfd, roept hij uit! Het is mijn roeping van Godswege. Vrij te maken. In beginsel maakt Jezus je vrij. Door die woorden te spreken, is de bevrijding al begonnen. Beginnen langzaam die touwen om je leven, die banden die je beknellen, los te raken en af te wikkelen.

Ik denk dat wij heel sterk gericht zijn op groei en ontwikkeling. Een persoonlijk ontwikkelingsplan moet zorgen dat je daar uitkomt waar je terecht wilt komen. Voor jezelf, je carriére, je schoolprestaties. Boeiende processen vaak. Je krijgt inzicht in je manier van werken, je krachten en je valkuilen. Je passies. En alles bij elkaar loop je zo doelgericht je levensweg. Nou goed, dat klinkt wat mooier dan het in werkelijkheid meestal gaat. Er komt altijd wel iets tussen. Een reorganisatie, een persoonlijke crisis, een onverwachte wending. Je stelt je plannen weer bij. Of schuift ze moedeloos aan de kant. Gaat een andere richting uit.

Maar in onze manier van leven zit ongewild altijd iets van vooruitstrevendheid. Verder willen komen. Streven naar een eindbestemming. Als je ouder wordt, met pensioen gaat, dan kijk je daar misschien weer heel anders naar. Of als je om welke reden dan ook anders in het arbeidsproces zit. Of daar helemaal niet in mee doet.

Vreemde vrijheid

En het evangelie begint ook heel anders. Jezus spreekt. En zijn woorden brengen bevrijding. In het begin al. Vanaf dat eerste moment. Jezus wijst niet een lange weg aan van streven en najagen en ontwikkelen. En dan, aan het eind, daar ligt vrijheid op je te wachten. Maar in beginsel schenkt Jezus vrijheid.

Het is een gave die je niet zelf kunt bereiken, maar ontvangt van Jezus Christus. Spits je oren en hoor zijn woord. Het eerste is dit: Hij maakt vrij. Jezus maakt je vrij, door je met hart en ziel aan Hem te verbinden. Het is de andere kant van vrijheid; gebondenheid. Niet opnieuw gevangenschap. Maar wel, gebondenheid. Vrijheid zonder gebondenheid, daar is een mens niet op aangelegd. Maar binnen de ruimte van Gods liefde, daar kun je in vrijheid leven.

Omdat je leven geënt is op Christus. Niet op je gaven en talenten, of op je geld of je status. Niet op je ijverige arbeid of je eindeloze naastenliefde. Maar op Jezus Christus. En hoe vrij ben je dan, als Hij het centrum van je leven is. Dat je bij de keuzes die je maakt, de stappen die je zet, de worstelingen die je doorstaat, altijd terugkomt bij Hem, de Schepper van het leven. Je bent een ander mens, omdat je Jezus stem hebt gehoord en leeft met Hem.

Ben je dan werkelijk een ander mens? Ja en nee. Ja, omdat je voorgoed bij Jezus hoort. Zijn leven is jouw leven. Zo met elkaar verweven, dat God jou ziet in zijn zoon. Kind van God te zijn.
En tegelijk, je eigen leven ligt daar nog helemaal onder. Met je zwaktes en je zorgen, met de nood van het leven en heel dit bestaan. Een leven dat de één lichtvoetig en zorgeloos leeft, Goddank, en de ander moeizaam of dubbel.

De vrijheid die God ons in Christus geeft, is hele aangevochten vrijheid. Heel zichtbaar zie je dat aan christenen die in vervolging leven. Zij zijn vrij in Christus, maar zijn gebonden in dit leven. Opgesloten en gevangen, bedreigd met de dood. Het is de werkelijkheid van dit leven. Zoals Rodaan in het azc ervoer. En zoals ik dag aan dag ondervind. Vrij te zijn in Christus, omdat hij mij in de ruimte van Gods goedheid en genade brengt. En tegelijk stuit je altijd weer op je onvermogen en je verwarring, op de valkuil om je vrijheid van iets anders te verwachten. Van ploeteren en zorgen, van tobben of vergeten.

Daar staat Jezus. Alle ogen zijn op Hem gericht. Vrijheid verkondig ik jou vandaag. Omwille van Hem die mij gezonden heeft tot jou en mij, tot heel deze wereld. Het word je aangezegd, toegeroepen!

En de vraag dringt zich aan mij op: aan wie behoor ik toe? Aan wie ben ik gebonden? Als Christus mijn vrijheid is, mag ik dan niet alles loslaten wat mij bind? Waar ik in verstrikt zit en niet meer uitkom. Al die machten die aan mij trekken en mij vrijheid beloven, maar in werkelijkheid als een gevangenis zijn, als boeien waarin je vast zit.

In Christus heeft het geen macht meer over jou. Het eerste woord is aan Jezus, het laatste woord ook. Als Jezus in je leven komt, begint het met vrijheid. Alles wat zo belangrijk leek, komt in een ander licht te staan door Jezus. Hij schenkt je om niet zijn liefde en stelt je in de vrijheid. En door die hele worsteling heen, om uit die vrijheid te leven, om steeds weer dicht bij Jezus te blijven en op zijn Naam te vertrouwen, door dat alles heen loopt het uit op vrijheid. Voor jou persoonlijk, voor de mensen om je heen en voor heel de schepping. Christus maakt vrij, daar begint het mee. En daar loopt het ook op uit. Bevrijding van de wereld tot op God. Dat ieder mens zijn naam zal belijden en erkennen. God is koning!

Het is wel een vreemde vrijheid die Jezus schenkt. Vrijheid die zichtbaar wordt in brood en wijn. Jezus’ leven van mijn leven, Jezus’ dood van mijne dood. Dat is de vrijheid die God ons geeft. Leven met Christus, door de dood heen naar een nieuw leven.
Midden in dit gebroken bestaan die zucht onder dwang en angst, onder onvrijheid en wanhoop, waar we zelf ook allemaal van weten, in ons eigen leven, midden in dit bestaan spreken brood en wijn een krachtige taal. In Christus word jou vrijheid aangezegd. In Hem ben ik een vrij mens. Aan Hem gebonden zijn, is de hoogste vrijheid. En heel je leven, in de strijd en in de vreugde, is geborgen in zijn genade.
Amen.

Zondag 24 januari 2016, 10.00 uur, Maaltijd van de Heer
Jesaja 61: 1-9, Lucas 4: 14-21
Schoonhoven (De Hoeksteen)
Ds. Hanneke Ouwerkerk