Als ik hoor dat morgen de Messias zal komen, plant ik vandaag nog een appelboompje

Ezechiël is een ingewikkelde profeet. Zijn profetie is een over-elkaar-heen-buitelen van visioenen en beelden en oordelen. En tegelijk is zijn profetie een zoektocht naar tekenen van hoop en uitzicht in deze ingewikkelde wereld. Vandaag richten wij de camera op één kleine, subtiele scene uit dat grote geheel.

We zien een boom. Een ceder. In Bijbelse tijden was de ceder de hoogste boom die bekend was. Hij werd tot dertig meter hoog. De ceder was de ‘koning der bomen’. Israel haalde cederhout uit Libanon om de tempel en het paleis in Jeruzalem te bouwen. De hal van het koninklijk paleis in Jeruzalem heette: ‘Het woud Libanon’ (1 Koningen 7: 2). Tegenwoordig worden gitaarbladen en ook kerkorgels van cederhout gemaakt. Omdat het sterk is en goed blijft in wisselende omstandigheden.

Dat is tenminste een boom. Zo’n enorme boom zegt iets. Bomen worden oud, soms eeuwenoud. Bomen zijn stille getuigen van de geschiedenis. Iedere jaarring staat voor een nieuw verhaal! Als bomen zouden kunnen praten, dan zouden ze geweldige verhalen vertellen. Als er een oude boom wordt gerooid, dan voelt dat als een amputatie. Denk aan de kastanjes op de Lekdijk bij hotel Belvédère, die vorig jaar gerooid werden. Of aan de Anne Frank-boom, waarober Anne Frank schrijft in haar beroemde dagboek, en die twee jaar geleden omwaaide. Amsterdam was even in rouw.

Omgekeerd heeft het planten van een boom iets hoopvols. Toen onze Bram werd geboren kregen we van een joodse vriend geen rammelaar of rompertje, maar een certificaat dat op Brams naam een boom was geplant in Israel. En Luther zei: ‘Als ik hoor dat morgen de Messias zal komen, plant ik vandaag nog een appelboompje’ In veel religies kent men heilige bomen – onze kerstboom is daarvan een overblijfsel. In de Bijbel geldt de ceder als ‘de koning der bomen’, en daarom is de ceder is ook wel symbool voor het koningshuis van David. En dat laatste is de ‘bril’ waardoor Ezechiël kijkt.

Wat is er nu bij Ezechiël aan de hand met die ceder? Dit zegt God, de Heer: ikzelf zal uit de top van de hoge ceder, tussen de bovenste takken, een teer twijgje wegplukken, en dat zal ik planten op een hoge en verheven berg. Lees meer…