Als u de Zoon van God bent, beveel dan die stenen in broden te veranderen.

Odysseus, de Griekse held, reisde na de Trojaanse oorlog terug naar Athika, het eiland waarvan hij koning was. De reis naar huis zal tien jaar duren, en een van de problemen die onderweg overwonnen moet worden, is het probleem van de Sirenen. De Sirenen waren een soort godinnen die met hun prachtige gezang vanaf de rotsen zeelieden verleidden om zo dicht langs de wal te varen, dat ze op de rotsen zouden te pletter slaan en verdrinken. Odysseus liet zich vastbinden toen hij langs de sirenen voer, en gaf zijn bemanning stukje was om in hun oren te proppen, zodat zij niets horen zouden. Odysseus weet hoe zwak hij is. Bepaalde verleidingen zijn gewoon sterker dan de mens. Heb je iets nodig om je aan vast houden.

Dat is een tijdloze vraag: Waar houdt je je aan vast als het er op aankomt?
Vandaag hoorden we waar Jezus zich aan vasthield, toen het er op aankwam. Direct na zijn doop wordt Jezus door de Geest naar de woestijn geleid, waar hij veertig dagen en veertig nachten vastend doorbrengt. Zijn doop is dus geen einde van alle beproevingen, eerder het begin ervan. Jezus gaat de woestijn in. Hij gaat de weg van zijn volk, Israel. Het is de roeping van Jezus om vrijwillig het drama van het menselijke bestaan binnen te gaan – om dat drama zelf door te maken, zodat hij er des te beter de verloren schapen zal kunnen vinden, en op de schouder nemen, en in veiligheid brengen.

Wij belijden in de Apostolische Geloofsbelijdenis dat  Jezus na zijn dood is nedergedaald ter helle. Welnu – die hellevaart begint al direct na zijn doop. En wie komt hij tegen in die hel van een woestijn?  De duivel himself die hem drie maal op de proef stelt. Lees meer…