Barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedtierenheid en trouw

Exodus 34:5-10 vertelt van de manier, waarop de eeuwige God zijn persoon en karakter bekendmaakt aan
Mozes. Het eerste wat opvalt, is dit. Op mensvormige manier wordt over God de Heer gesproken in dit bijbelgedeelte. Hij daalde neer op de berg. Hij kwam naast Mozes staan, Hij passeerde onder het noemen van zijn
naam. Je zou zeggen: Zoiets past niet bij God – dat is veel te klein-menselijk gedacht.

Maar was Hij alleen een oneindig-hoog en ver Opperwezen gebleven en niet nabij geworden, dan had niemand
met Hem een levende relatie kunnen hebben. En niemand had in zijn goedheid kunnen geloven. Hierover handelt dit stukje uit de Bijbel: de wonderlijke goedheid van de HEER. Wat God hier van zichzelf zegt, is één grote uiteenzetting over zijn goedheid. Hij noemt zich ‘barmhartig’. In het bijbels Hebreeuws heeft dit woord iets te maken met de tederheid van een moeder met haar kind.

Dan ‘genadig’. Daar ligt de welwillendheid in van de hoger geplaatste jegens iemand, die van hem afhankelijk
is. En dat is uitzonderlijk in het oude Oosten, waar minderen van hun meerderen weinig goeds te verwachten
hadden.

Verder ‘lankmoedig’. Het duurt lang voordat zijn misnoegen losbrandt in woede. En dan tenslotte ‘groot van goedertierenheid en trouw’. Deze woorden geven de vertalers van de NBV weer met: ‘trouw en waarachtig’. Verkeerd is dat helemaal niet. Want het is de vraag, of onze Nederlandse taal wel een beter woord heeft voor wat oorspronkelijk in het Hebreeuws staat. Het eigenlijke, Hebreeuwse woord heeft een veel grotere draagwijdte. Het betekent ook: verbondenheid, trouw, kunnen rekenen op elkaar, niet links laten liggen, zelfs liefde. Het helpt ons al verder, dat de Bijbel niet in redeneringen, maar in een paar sprekende beelden tekent wat de ‘goedertierenheid van God’ is. De profeten van Israël vertelden (in de beeldspraak van een door mannen bepaalde wereld van toen): zoals een man tot zijn verdriet kan ontdekken, dat zijn vrouw iets heeft gekregen met een ander, zo is ook de HEER geschokt door de ontrouw van zijn volk. Maar het is de HEER, die met zijn vrouw Israël ondanks alles de relatie herstelt. Of het is zoals met een vader, die zijn kleuter leert lopen en het op de arm neemt, als die zich pijn gedaan heeft. Denk natuurlijk ook aan Psalm 103: “Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, ontfermt zich de HEER…” En wat ‘goedertierenheid’ inhoudt, wordt helemaal duidelijk in de beeldspraak van het ‘verbond’. Uitleggers wijzen dan op de verdragsluitingen van de machtige heersers van het oude Oosten met de miniatuurkoninkjes uit hun omgeving. Zo’n grootkoning had er meestal geen behoefte aan om vriendschappelijk om te gaan met die onbetekenende koninkjes uit hun wereld. Israël heeft begrepen uit de beeldspraak van het ‘verbond’ dat de HEER niet verplicht was om zich echt te bemoeien met zijn volk. Bij de uittocht uit Egypte en het verbond bij de berg Sinai heeft Israël zich echt verbaasd over het wonder van Gods goedheid. Israël ontdekt telkens weer: dat verbond gaat van Hem uit, Hij sluit het verbond, Hij richt het op, Hij gééft het.

De beeldspraak van het ‘verbond’ maakt ook duidelijk , dat Gods ‘goedertierenheid’ iets is, waarop mensen
kunnen rekenen. Denkt u zich in, hoe Israël vroeger leefde midden tussen allerlei volken, die ook godsdienstig waren. Die volken hoopten van hun goden, dat die veiligheid voor het land en vruchtbaarheid van de akkers
en lichamelijk welzijn en allerlei andere goede dingen zouden geven. Maar ze durfden het nooit helemaal te vertrouwen en ze probeerden zich daarom telkens te beveiligen door bezwering van de kwade machten. Uit
de opgegraven toverteksten wordt een klein beetje duidelijk, in welke angstige wereld de mensen van Babel
en Assyrië toen leefden. En juist in die wereld heeft Israël (zoals Joden en kerkmensen tot op vandaag dat ook
doen) durven geloven in de verbondstrouw van God, zijn blijvende ‘goedertierenheid’. De HEER is betrouwbaar

Chris Koole