In bekering en stilte ligt je kracht

God wacht.
Onze God is een God die blijft wachten.

Om als het morgenlicht te dagen en ons genadig te zijn. Zo profeteert Jesaja tot een volk dat van God niet meer wil weten. Tot mensen die de weg van God verlaten hebben. God blijft wachten, om genadig te zijn. Om zich te verheffen en ontferming te geven. Want Hij is een God die rechtdoet.

Hierin ligt de rechtvaardigheid van God; Hij is genadig. Niet alleen voor trouwe, gelovige en goede mensen. Maar ook voor hen die onderweg het spoor bijster geraakt zijn. Ook voor ontrouwe, goddeloze mensen. God wacht! Niet uit onverschilligheid. Of uit onmacht. Of uit wreedheid. Maar Hij blijft er op wachten om genadig te zijn. Om jou levensweg te onderbreken en terug te brengen bij Hem. Om je te overladen met al het goede van God.

Zo is de Heer, zegt Jesaja. Een God die er op wacht om genadig te zijn. Op de drempel van het jaar, het scharnier van de tijd, houden wij ons vast aan de wachtende God.

Geen onwrikbare, onbuigzame God die zonder op of om te kijken zijn wegen gaat. Maar de levende Heer, die ingaat in de tijd. De hemel verlaat om op de aarde te wonen. En mensen opzoekt om in zijn verbond te leven.

God wacht. En ondertussen haken mensen af. Slaan ze op de vlucht. Steken ze hun kop in het zand. En zoeken ze hun kracht overal, behalve bij God.

Het is een kernwoord in Jesaja 30. Kracht. Sterkte. Macht. Als mensen ergens om geprezen worden, is het vaak om hun kracht. Hun doorzettingsvermogen. Om daadkracht en onverzettelijkheid. Een mens die weet wat hij, wat zij wil, daar wil je maar al te graag een voorbeeld aan nemen. Het lijkt ook alsof hem of haar alles lukt, alles voor de wind gaat.

Onbewust is het ook wel de norm geworden denk ik, in onze omgeving. Dat je sterk bent en zelfbewust. Dat je rigoureuze keuzes maakt om je doel te bereiken. Offers brengt om daar te komen waar je verlangen naar uitgaat.

Het zijn denk ik ook de dingen die je het liefst laat zien. Je sterke, krachtige karaktertrekken. Je zegt niet zo snel dat je eigenlijk heel onzeker bent. Of dat je kind het maar amper redt op school. Je verontschuldigt je als je tijdelijk zonder werk zit. Of als je opleiding vertraging oploopt. Je schaamt je als je relatie geen stand heeft gehouden. Als je de druk van werk en gezin en sociaal leven niet aankan.

Jesaja schetst een ontluisterend beeld. Van een volk, van mensen die door God bevrijd zijn uit slavernij. Vrijgemaakt van de druk om altijd te moeten werken. Vrij van de onderdrukking, van het sloven en zwoegen zonder dat het iets bracht.

Maar uit vrije wil kiest dat volk ervoor om weer terug te keren naar die slavernij. Uitgerekend terug te gaan naar dat land, Egypte, dat ze alles ontnomen had. Hun vrijheid, hun leven. Maar de dreiging loopt op. Israel en Juda worden ingeklemd tussen Egypte en Assyrie. Twee grootmachten.

Jesaja zegt voortdurend: laat je niet in met hen. Het zal je uiteindelijk opbreken. Maar zonder naar de profeet te luisteren, keren de kinderen van God hun God de rug toe. Ze zadelen hun ezels en kamelen en laden ze vol met hun vermogen. Een hilarisch beeld als het niet zo tragisch was. En dat land, Egypte, waarvan ze weten dat het hen tot slaven zal maken, aan dat land vertrouwen ze zich met huid en haar toe. Aangrijpend is het. Dat je je vijand meer vertrouwt dan je God.

Omdat die vijand een kracht weerspiegelt, die zoveel oproept, zo overweldigend is dat het mensen overtuigd. Daar moet ik zijn. Als Egypte onze bondgenoot is, dan zullen we het wel redden. Al moet ik daarvoor mijn ziel verkopen.

Het grijpt God ook aan. Het maakt Hem boos, en ook eenzaam, als een verlaten vrouw, een eenzame man. Mijn kinderen gaan hun eigen weg, ze hebben niet eens gevraagd naar mij. Moeiteloos leveren ze zich uit aan land dat angstland genoemd wordt. En nog altijd een angstland is. Als ik hoor dat in Egypte christenen voortdurend, steeds meer, worden vervolgd. Dat deze week bij een aanslag twaalf christenen zijn omgekomen die bijeen waren in een kerkdienst. Een angstland waar je niet veilig bent.

Ergens herken je dat misschien wel. Niet zo groots als hier in Jesaja 30 geschetst wordt. Maar toch. Waar zoek jij je kracht in? Wat beschouw je als sterk, als krachtig. Waar zet jij je kaarten op? Als je nou zo terugkijkt op je leven. Op de afgelopen tijd. Het grote, het krachtige, het stoere, dat trekt toch wel enorm aan.

Mensen zijn net struisvogels, laat Jesaja zien. Vertel ons gladde praatjes, zeggen we dan. Woorden die er in gaan als zoete koek. Zeg ons alleen wat we willen horen. Laat ons alleen zien wat ons betovert. Maar doe ons niet God zien.

Ik hoor het van een veertiger die advocaat is. Hoe hij vocht om maximale winst binnen te halen, linksom of rechtsom. Terwijl hij eigenlijk helemaal niet zo hard wilde zijn.

Van een jonge meid, begin twintig, die de druk van thuis en leeftijdsgenoten niet aankan en een heel leven verzint van studie, goede cijfers en een geslaagde baan. Maar ondertussen met haar ziel onder haar arm de dagen verdoet met een eenvoudig baantje.

En wat hoor en zie ik veel mensen die uitblinken in hun werk, maar nauwelijks investeren in hun relatie. En wie zit er niet klem in een leven dat overvol en doelmatig is ingericht. Alsof druk zijn een bevestiging is van een zinvol bestaan.

Terwijl er ondertussen zoveel zijn, je eigen kind, een vriend of vriendin, of jij zelf, voor wie het doek gevallen is. Die de kracht verloren zijn, die moeten erkennen dat ze niet sterk zijn. Vaak zijn juist deze mensen degenen die geen struisvogel meer zijn. Die hun kop uit het zand moesten halen en heel scherp zijn gaan zien wat er mis ging. Hoe het niet moet.

In bekering en stilte ligt je kracht

En de Heer, de heilige van Israel, zegt:
in bekering en berusting ligt uw behoud,
in stilheid en vertrouwen
is uw kracht gelegen. (Jesaja 30: 15, Naardense Bijbel)

 Je kracht ligt in stilte. In bekering. Zo spreekt de Heer.

Laten we even een moment stil zijn. En denk voor jezelf eens na over deze tekst (wordt geprojecteerd via beamer). Waarin ligt je kracht?

Na een paar minuten stilte zingen we uit psalm 33: 8.

Stilte, met aansluitend Psalm 33: 8…

Maar de Heer, de heilige van Israel, zegt:
in bekering en berusting ligt uw behoud,
in stilheid en vertrouwen
is uw kracht gelegen.

Dit is het evangeliewoord op de grens van oud naar nieuw. Hoor dit woord en bewaar het in je hart. De kracht van de kerk is een stil vertrouwen op de Heer. Jouw kracht ligt in stilte en in bekering. Verbondswoorden spreekt de Heer, ze duiden op een relatie. Verbondenheid met God is een kracht die sterker is dan paarden, groter dan een legermacht en langduriger dan een aards koninkrijk.

Wat in de samenleving als zwakte gezien wordt, dat je leunt op een ander, daarvan zegt de Heer: dat is nou kracht. Geen snelle oplossing voor een probleem, het ligt ook niet perse voor de hand als je in nood zit, en het is geen makkelijk antwoord op je vragen. En toch, hierin ligt onze kracht. Wend je toe naar de Heer, en vertrouw op Hem.

Dat vraagt vaak een lange adem. De wegen van de Heer te gaan, leven met de mensen die je onderweg tegenkomt, dienst aan God en aan elkaar. Maar op die weg, zegt de profeet, zal je de Heer ontmoeten.

Dat is andere taal dan wanneer je gezegd wordt om sterk te zijn, en daadkracht te tonen. Andere taal dan wanneer je wordt opgeroepen om in je kracht te staan, en steviger in je schoenen te staan. Ik weet dat er mensen zijn die die woorden niet meer kunnen hóren. Lege, holle, keiharde woorden zijn het. Die je dwingen op een spoor waar je misschien helemaal niet op wilt gaan. Of waar je jaren en jaren op gewandeld hebt, en je bent er jezelf en je geliefden aan kwijt geraakt.

De Heer zegt: bekeer je. Draai je om naar mij toe. Niet in je kracht staan, maar in het verbond staan. Ontvangen wat de Heer je geeft, zijn vriendschap en zijn liefde.

Het maakt je stil. Luisterend naar God. Wachtend op de Heer. Tot Hij je woorden geeft om te spreken. Moed om verder te gaan. Adem om op te leven.

De kracht van de kerk ligt niet in drukdoenerij en in overvolle agenda’s, juist niet. Juist vandaag niet. Wij zoeken een ander spoor. Van de stilte, en van het wachten. God zal ons geven wat wij nodig hebben.

Geloof is niets anders dan vertrouwen. Vertrouwen op God die het goede met ons voorheeft.

En als je vanavond, alleen, of samen met anderen, het jaar overdenkt, en vast wat vooruitkijkt naar wat mogelijk komen gaat, leg deze woorden daar eens naast. Gewoon, niet als een checklist. Maar als een tegenstem, van de God van het verbond die met ons wil leven.

God wacht

En hoor dan ook dit woord. Het grootste van alles. In al ons struikelen en zoeken en wachten op God, gaat boven alles uit dit ene: God wacht.

God is een God die wacht. Hij wacht om jouw genadig te zijn. Hij wacht om zich te ontfermen over ons. Zo gaan die twee dingen naast elkaar op. De weg die je in je leven gaat, en hoe God jou daarin tegemoet komt. Híj is het die in jou een ommekeer teweeg brengt. En op datzelfde moment is Hij bezig om je genadig te zijn. Om je vrij te maken van wat je bindt. Om je tot verstilling te brengen, zodat je zult horen: Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.

Het is genade, als je onderbroken wordt. Als al je rusteloosheid en stress, al je onmacht en falen, als het wordt onderbroken.

Wij wachten op God, maar veelmeer dan dat, wacht Hij, om je al het goede te schenken. Genade en ontferming. Zo wachten wij stil op wat komen gaat, omdat wij in de goede machten van God geborgen zijn, nu en voor altijd.

In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, amen.

Jesaja 30: 1-18
Oudejaarsavond 2017
P.G. de Hoeksteen
Ds. Hanneke Ouwerkerk