Bidden kent veel vormen

Q-music. Maandagmorgen kwart voor 7 bij Wietze en Mattie. Ds. Paul Visser uit Amsterdam is er wekelijks te gast om te bidden. Hij schreef er onlangs een column over. Hoe de Geest langs onverwachte wegen werkt. En de goede woorden van het Evangelie op ongedachte manieren verteld kunnen worden. Ds. Visser bidt op die maandagmorgen voor wat er gaande is en wat er op ons hart ligt. Als je vaste luisteraar van Q-Music bent, heb je het waarschijnlijk wel eens gehoord. Ik stel mij voor dat je je oren eerst niet gelooft. Bidden op de radio, in een seculier en snel programma, vol grappen. En dan tussendoor ineens een gebed. Een verrassende combinatie!

De werkelijkheid

Bidden kent veel vormen. Van danken tot smeken, van vragen tot lofprijzen. Vanavond gaat het over het gebed om recht. Bidden tot God of Hij recht zal doen. Wat recht is, wat rechtvaardig is, dat vertelt het Evangelie is. De richtlijnen van de 10 geboden. De wegen die God wijst naar een leven in ontzag voor Hem en in liefde voor je medemens. En als wij om ons heen kijken, hoe het onrecht mensen in de greep heeft en levens verwoest, dan bidden wij met hartstochtelijk verlangen: doe recht o God. Vestig uw koninkrijk op aarde. Dan alleen zal het werkelijk goed zijn om hier te leven.

Een weduwe klopt aan bij een rechter, voor de zoveelste keer. Haar wordt onrecht aangedaan door een tegenstander. Maar de rechter interesseert het niets. Hij dient God niet en bekommert zich al helemaal niet om de mensen. Een onverschillig mens. Hij laat de weduwe wachten. In de tijd van Israël stonden weduwen, alleenstaande vrouwen, symbool voor kwetsbare mensen in de samenleving. Ze waren afhankelijk van hun familie voor voedsel, voor onderdak. Als niemand hen goed gezind was, waren ze overgeleverd aan de willekeur van anderen. En dat is wat deze vrouw gebeurt. Ze kan niet zelf haar recht bepleiten. Een rechter heeft ze nodig die haar zal toewijzen wat haar toekomt. Maar hij weigert botweg. Niet één keer, maar keer op keer.

Zo gaan mensen met elkaar om. Misschien heb je het zelf ook ervaren. Dat je onrecht wordt aangedaan. Je kunt er aan kapot gaan. Het kan je van binnen verteren en verbitteren. Radeloos maken. Traagheid is een van de zeven hoofdzonden. En in deze situatie kun je je daar alles bij voorstellen. Dat iemand uit onwil weigert om je recht te doen. Gewoon de tijd er over heen laat gaan, totdat ze ten einde raad is. Als een hinderlijke vlieg schudt de rechter de vrouw van zich af.

Het is waar veel mensen dagelijks aan lijden. In landen waar het recht vertrapt wordt en mensen zo verschrikkelijk bang en onzeker geworden zijn. Waar macht wordt uitgeoefend met het zwaard, waar de rijkste mensen hun vrienden bevoordelen. Verschrikkelijk is het. Wij kunnen het ons denk ik maar nauwelijks voorstellen hoe dat moet zijn.

Ik vermoed dat wij ons eerder zullen vergelijken met de weduwe, dan met de rechter. Terwijl het maar de vraag is, waar je zelf staat. Het kan ook heel schimmig zijn in je eigen leven. Ben je als die weduwe, die roept om rechtvaardigheid? Of als die rechter. Die zich niets aantrekt van het leed van een ander.
Pas als hij bang is om door haar aangevlogen te worden, bang om schade op te lopen door die vrouw, dan geeft hij toe. Maar het is geen rechtvaardige daad, maar een egoïstische actie om zijn gezicht te redden. Eigenbelang.

Zo kunnen mensen blijkbaar zijn. Zo kun je zelf zijn. Het is niet plezierig om dat onder ogen te zien. Het is wel de werkelijkheid van een mensenhart. Maar wat kan het je bitter en cynisch maken. Zo, dat je elkaar gaat wantrouwen. Bang dat mensen uit zijn op voordeel voor zichzelf, ten koste van alles en iedereen. Bang ook voor jezelf kun je worden. Hoe zou ík zijn als ik aan de grenzen van Turkije stond met mijn gezin, hongerig en opgejaagd. Of in Syrië gedwongen werd de wapens op te nemen. Als ik een lucratief aanbod kreeg om mijn bedrijf in een belastingparadijs te vestigen.

En wonderlijk genoeg lijkt het er dan op dat God vergeleken wordt met die onrechtvaardige rechter. Vreemd is dat. Of zou het zo zijn dat wij God ervan verdenken dat Hij zo is? Zo als die rechter? Zou het zo zijn dat we Hem zomaar wantrouwen? Als iemand die te traag is om recht te doen. Ten diepste onverschillig naar zijn mensen. Om onduidelijke redenen nog wacht met de verhoring van onze gebeden.

Bekruipt die angst je soms niet? Het kan een enorme aanvechting zijn van je geloof. Altijd gehoopt en geleerd dat God een God van trouw is. Die zijn beloften zal vervullen en waarmaken. Maar waarom duurt het zo lang voor er iets gebeurt? Waar zie ik iets van zijn bestaan? En je vraagt je af of God zich wel iets van ons aantrekt. Of Hij werkelijk goed is en genadig. Tot je gebed verflauwt. Je steeds minder vaak je hart opheft tot God en je handen naar de hemel.

Jezus is zich er van bewust hoe die vraag je naar de keel kan vliegen. Hoe je geloof erdoor op de proef wordt gesteld. Door die verwarring, door die diepe twijfel aan Gods trouw. Dat spook van het wantrouwen.

Volharding

Daarom stelt Jezus die vraag, zo aan het eind van de gelijkenis. Zal de mensenzoon geloof vinden als hij terugkomt op aarde? Jezus spreekt over zijn wederkomst, ook wel zijn tweede komst genoemd. De dag waarop het recht hersteld zal worden op aarde. En ieder mens Gods naam zal belijden. Zal Hij dan mensen vinden die volhard hebben in het geloof? Vasthoudend aan Gods beloften, levend uit de hoop dat God zijn woord waarmaakt en recht zal brengen voor wie in onrecht
leven?

Ik denk dat dat de grote beproeving is voor christenen vandaag de dag. Om te volharden in het geloof. Herken je dat bij jezelf, bij je vrienden, je kinderen? Volharden in het geloof. Blijkbaar is het van alle tijden, dat je geloof ook kan wankelen en dat je volharding en je moed bedreigd kunnen worden.

We zijn er zo aan gewend om pragmatisch te denken: als het maar werkt, als het maar nut heeft. Effectief moet zijn en ergens toe leiden.
Maar geloof in God heeft lang niet altijd nut. Hoop op God is hoop die voortdurend onder druk staat. Omdat niemand weet wanneer Jezus terugkomt en recht zal brengen. Zal de mensenzoon dan geloof vinden? Een aangrijpende vraag is het die Jezus stelt.

En tegelijk, alles om ons heen maakt zichtbaar, dat wij zelf het recht op aarde niet kunnen vestigen. Tegenover elke goede en rechtvaardige daad, want goddank zijn die er nog altijd, maar tegenover elke goede en rechtvaardige daad staan zoveel daden van onrecht en bedrog. Het is enkel door de kracht van onze God dat het recht hersteld zal kunnen worden.

En daarom spoort Jezus ons aan om te volharden in ons gebed. Om niet te verslappen. Maar voortdurend te bidden om de komst van Gods koninkrijk. Dat gaat verder dan je eigen zorgen en eigen vragen. Die je helemaal mee mag nemen in je gebed, dat mag duidelijk zijn. Maar in ons bidden klinkt toch ook altijd een gebed om recht voor mensen die in onrecht leven. Een gebed voor deze wereld, die Gods wereld is. Voor hen die bij God horen, zijn volk zijn.

Het is God om de wereld te doen, om heel de schepping. En op de dag dat Jezus terugkomt, dan zal de chaos worden bedwongen. Het recht worden hersteld en de vrede worden gebracht. Het is als een droom, en het Evangelie vertelt ons: het is geen droom. Het is de werkelijkheid van God. Zo zal het zijn.

En daarom bidden wij voortdurend, persoonlijk, in de kerk: kom spoedig terug Heer. Wacht niet langer!
Is dat je gebed nog? Of ben je die hoop verloren? Bedenk eens bij jezelf of je daar nog om bidt. Of er in de kerk nog om gebeden wordt. Waar is onze hoop gebleven?

Zorg dat je niet verslapt in je gebed. Maar blijf volharden, bidt om de komst van Gods koninkrijk. Dat zal niet zonder pijn gaan, als Gods rijk komt. Wat krom is, moet recht worden gezet. Ook in je eigen leven. In heel dit bestaan. Want hoe rechtvaardig zijn wij zelf? Hoe zuiver is ons doen en laten? Daarom bidden wij ook altijd met schroom en met ontzag voor God. En ons verlangen naar een geheeld bestaan, naar Gods gerechtigheid in ons leven, gaat gepaard met vrees en diepe eerbied voor God.

Tot slot

Maar waar volhardt wordt in het gebed, wordt iets zichtbaar van Gods aanwezigheid. God zelf is het, die ons door zijn Geest woorden geeft om te bidden. Moed geeft om vast te houden. Als wij bidden, wordt iets zichtbaar van Gods koninkrijk. Bemoedigend is dat ook.
Onze volharding, ons geloof, is geworteld in de trouw van God. Niet in onze eigen moed en onze eigen daadkracht, maar het is God die ons moed en hoop geeft.

En Jezus zei tegen Petrus: ik heb voor jou gebeden, dat je geloof niet op zou houden.

Wij zijn niet de enigen die bidden. Bij lange na niet. Christus zelf bidt voor ons. Voor de kerk. Voor jou en mij. Dat je geloof niet ophoudt. Houd dat voor ogen, als je bidt. Dat je enkel kunt bidden, omdat Jezus zelf voor je gebeden heeft.

Maranatha Heer Jezus, kom spoedig terug. Amen.

Themadienst ‘Say a little prayer’ over het gebed
Lucas 18: 1-8
Zondag 10 april 2016, 18.30 uur
Schoonhoven (De Hoeksteen)
Ds. Hanneke Ouwerkerk