Bij de dood van een dictator

Kaddafi is dood. Dat had u al gelezen, gehoord en misschien ook gezien in beelden die ik liever niet aan mijn kinderen laat zien. Libiërs zijn blij, en dat snappen we maar al te goed. Wie zou niet blij zijn als zijn land was bevrijd van een dictatuur van meer dan 40 jaar? Nu wordt er geroepen om een onafhankelijk onderzoek naar zijn dood. Ook dat snappen we: we willen immers niet dat het ene gewelddadige regime wordt opgevolgd door een ander gewelddadig regime. Tegelijk kan ik me niet aan de gedachte onttrekken dat veel mensen bij zijn dood ook denken: net goed.

Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik nu moet vinden. Wat ik zo ongelofelijk moeilijk vind, is een plek vinden voor teksten uit het evangelie op deze momenten. Vergeving, gaat dat over dit soort situaties? Gaat dat over de man die anderen zonder probleem de dood in kon jagen? Had Kaddafi een rechtszaak moeten krijgen, niet op basis van westerse normen en waarden, maar op basis van bijbelse begrippen?

Het is zo makkelijk om te denken: waar gehakt wordt, vallen spaanders; of: wie wind zaait, zal storm oogsten. Met andere woorden: in een oorlog gebeuren nu eenmaal dingen die niet goed zijn; of: eigen schuld, dikke bult. Als ik eerlijk ben, denk ik allebei. De dood van Kadaffi was onvermijdelijk, zo denk ik, en hij wilde toch zelf doorvechten tot het einde? Toch blijft het kriebelen van binnen, bijbels kriebelen. Wat kan geloven moeilijk zijn.
Adriaan van ’t Spijker