Pancakeparty Follow Up P.G. de Hoeksteen

Van bovenaf geboren worden

De Engelse auteur Ian McEwan schreef zijn jongste boek, Notendop, vanuit een ongebruikelijk perspectief. Het perspectief van een foetus, die vanuit de baarmoeder vertelt over zijn ervaringen met het leven en mijmert over zijn visie op de dingen. Een verrassend perspectief met een heel eigen dynamiek.

Het ongeboren kind weet niet hoe zijn vader en moeder er uit zien, maar kent wel hun stemmen en gedragingen. Hij heeft een beeld van het huis waar ze verblijven, van de onderlinge spanningen die er zijn en van het wereldgebeuren. Omdat zijn moeder veelvuldig podcasts luistert, hoorcolleges over de meest uiteenlopende onderwerpen, heeft hij al aardig wat kennis verzameld over geschiedenis, muziek en andere zaken.

Maar alles is bedekt met een zekere onwetendheid, onbekendheid. Over zijn kennis ligt een bepaalde mate van schimmigheid, van vaagheid, het wordt allemaal omhuld door vruchtwater, door de baarmoeder, de huid van zijn moeder. De foetus denkt op de hoogte te zijn, maar naar veel dingen moet hij gissen. Hij ziet ze niet, weet maar ten dele van de werkelijkheid buiten zijn moeders lichaam.

Tegelijkertijd ligt er onder alles een enorme spanning, van de tijd die voortgaat naar het moment van bevallen, van geboorte. Alles werkt daar naar toe, ongewild, het dient zich aan los van de wil van het kind of de moeder, als het moment daar is, is het onontkoombaar. Er moet geboren worden. En dan pas zal het kind zijn moeder zien, met eigen ogen het huis bekijken waar zij leeft en de wereld kunnen zien zoals zij is. (Uit: Ian McEwan, Notendop, Uitgeverij de Harmonie 2016)

En zo komt Nicodemus in de nacht, als vanuit de baarmoeder waarin de dingen nog onhelder zijn, onvolledig, zo komt hij tot Jezus. Hij meent te weten hoe het er voor staat. ‘Wij weten’, zegt hij tegen Jezus, ‘wij weten dat U een rabbi bent, een leermeester, van God gezonden.’

Maar Jezus negeert die kennis en slaat een andere weg in. Later zegt hij zelfs tegen Nicodemus: jij bent een leraar van Israël, maar je weet niet van deze dingen? De vermeende kennis, alles wat hij denkt te weten, wordt onder kritiek gezet.

De nacht is voor de dingen die verborgen zijn. Niet iedereen hoeft ze te weten. Nicodemus komt niet voor niets in het duister tot Jezus. Maar de nacht is ook de tijd van overpeinzen, van denken, van waken. Momenten met een heel eigen karakter, waar je gedachten hun eigen wegen gaan, je nieuwe inzichten opdoet of tijd hebt om je hart op God te richten.

Die twee kanten komen samen in Nicodemus. Misschien dat hij ons daarom vaak zo sympathiek voorkomt. Een mens met twee kanten, niet willen weten voor zijn mede-schriftgeleerden dat hij bij Jezus te rade gaat. Maar tegelijk gedreven door nieuwsgierigheid, een verborgen verlangen misschien naar die rabbi die alles met God zelf te maken heeft. En Nicodemus waagt het er dan toch maar op, hij gaat het gesprek aan, wil er wel meer van weten.

Van bovenaf geboren worden
Maar hij begint vanuit zijn kennis. Wij weten dat… Hij verschuilt zich ook nog eens achter de massa, achter het wij. Kennis tentoonspreiden kan ook een vlucht zijn, een muur die je optrekt om niet tot in je hart te laten kijken. Maar weten is nog iets anders dan zien. En dat is wat Jezus direct ontmaskert.

Wij weten dat U een rabbi bent, zegt Nicodemus. En Jezus zegt: waarlijk, ik zeg je, als je niet opnieuw geboren wordt, als je niet van bovenaf geboren wordt, kun je het koningschap van God niet zien.

Wat jij weet, is maar een deel van alles. Om de dingen van God te kunnen zien, om het een beetje te begrijpen, te verstaan, heb je een tweede geboorte nodig. Niet de natuurlijke geboorte, zoals we die allemaal hebben ondergaan, maar een geboorte vanuit de hemel. Door de Geest. Die je ogen geeft om te zien, wat wij van nature, wat we met onze gewone ogen niet zien.

Dan stelt Nicodemus een hele terechte vraag. Hij gaat mee in het beeld dat Jezus gebruikt, van een geboorte. En vraagt zich af, hoe kan dat? Dat een mens, die al oud-en-wijs is, weer ingaat in de moederschoot en opnieuw geboren wordt?

Kun je terug achter alle kennis en ervaring die je in je leven hebt opgedaan? Achter de wijsheid die de ouderdom je brengt, gerijpt door het leven, bescheiden door levenservaringen die je anders naar dingen doen kijken. Kun je dat allemaal loslaten en weer worden als een kind?

Ouderdom en levenswijsheid liggen juist vandaag de dag zo onder vuur, het is goed als we dat op waarde weten te schatten. Dankbaar zijn voor kennis en ervaring van mensen die weten wat het leven brengt, daar in wijsheid op reflecteren, over denken, daarvan willen delen ook. En ook als de wijsheid bedekt ligt onder een ziekte die lichaam en geest verzwakt, als er vooral zorg nodig is, dan eren wij het leven van hem of haar en noemen wij met eerbied hun naam.

En toch zegt Jezus: in het geloof zijn we allemaal gelijk, als kinderen die vanuit de hemel opnieuw geboren moeten worden. Of je nu jong of oud bent, in de kerk en de gemeente gaan we daarin allemaal dezelfde weg.

In dagblad Trouw schrijft filosoof en schrijver Stephan Sanders een maandelijkse column over zijn geloofsweg. Hij ging een beetje ‘proefgeloven’, schrijft hij. Proberen of hij zonder te giechelen het woord ‘God’ in zijn mond kon nemen. Fascinerende columns schrijft hij, met uiterste zorgvuldigheid en ingetogenheid, waardoor je iets kunt lezen van de zoektocht die hij is aangegaan en wat het hem brengt, en niet brengt.

In één van zijn columns schrijft hij: “En zo ben ik, geboren en getogen in Nederland er toch nog in geslaagd een nieuwkomer te worden, zoals de neutrale naam luidt voor hier wonende migranten of, inmiddels minder neutraal: ‘allochtonen’. Door mijn wending tot het geloof betreed ik een wereld die ik vagelijk van vroeger ken, maar die toch grotendeels nieuw voor me is.
Als je jong bent valt zo’n ontdekking samen met de hele wereld die nog verkend moet worden: daar kan het geloof ook nog wel bij. Maar de middelbare man die na jaren dubben werk maakt van het onbestemde verlangen dat op de bodem van zijn Zelf heeft liggen fermenteren, is al behoorlijk gevormd. (…)
Zo iemand heeft de illusie dat-ie al flink wat van de wereld begrijpt. Nieuwkomer? Oudgediende zal je bedoelen. Maar in die hernieuwde kennismaking met het geloof kan je anciënniteit niet als een bonus innen.” (Trouw, geraadpleegd op woensdag 18 januari 2017)

“Maar in die hernieuwde kennismaking met het geloof kan je anciënniteit niet als een bonus innen.”

Anciënniteit, dat is wijsheid, leeftijd, alles wat een mens heeft doorstaan en wat hem gevormd heeft. En Sanders, de intellectuele filosoof die weet wat er te halen valt in de wereld, die schrijft: daar heb ik allemaal niets aan. In mijn kennismaking met het geloof, dat hij vagelijk van vroeger kent, begin ik weer helemaal opnieuw.

Iets soortgelijks maakt Jezus aan Nicodemus duidelijk, stel ik mij voor. Alles wat je in huis hebt, wat je aan kennis meedraagt, is nog niet zomaar een toegang tot het geloof, tot zicht op Jezus. Daarvoor begin je weer opnieuw, als was je een kind.

De theoloog Miskotte schrijft dan: je leeft in twee tijden. De Geest is het vermogen waardoor een mens wordt bevlogen, waardoor je kennis van God krijgt, zicht op Jezus. En daarmee opnieuw begint. We leven in twee tijden, die elkaar kruisen. (Miskotte, Verzameld Werk 13) Je eerste geboorte, van nature. En je tweede geboorte, vanuit de Geest.

En wat krijg je dan te zien? Jezus. Zegt Johannes. Dan krijg je zicht op Jezus en zijn koninkrijk. Op God die ons in Jezus zijn overweldigende liefde laat zien, bestemd voor heel de wereld, die reikt tot diep in je hart.

Het komt je aanwaaien
Voor je eigen geboorte kun je niets doen. Je bent een onmachtig kind, als het moederlichaam er klaar voor is, wordt alles in gang gezet. Het overkomt je.
Zoals de tweede geboorte aan je gedaan wordt, het moet je gegeven worden. Je kunt niet jezelf geboren laten worden. Zo is het ook in de weg van het geloof. En ergens weten we dat allemaal wel denk ik.

Je kunt jezelf het geloof niet geven, en ook een ander niet. Hoe graag je ook zou willen. Wel kun je dingen met elkaar uitwisselen. Kennis delen, de Bijbel uitleggen, samen lezen. Je praat er over met elkaar, denkt er over na en nog eens over na. Dat is wat we traditie en geloofsoverdracht noemen. Een belangrijke lijn in de kerk, gelukkig maar. Want zonder geloofsoverdracht, zonder wortels waar ons geloof op gegrond is, hangt alles in de lucht. Dan zeggen we vandaag dit en morgen dat, en ontbreken alle kaders en richtlijnen.

Daarom horen vanouds bij het gemeenteleven ook kringen. Huiskringen, bijbelstudiegroepen, catechese, de Alphacursus, noem maar op. Plekken waar we leren en leven met elkaar als broeders en zusters. Zo komt het geloof bij je. Maar zo komt het nog niet altijd direct in je, tot in je hart, tot in de haarvaten van je ziel.

Daar is de Geest voor nodig. De heilige Geest die Gods kracht bewerkt, Gods liefde in je hart legt. Als de Geest gaat waaien, dán wordt al die kennis en al die inzichten ineens tot levende kennis, tot een werkelijkheid die jou aangaat, die je in de greep krijgt en voorgoed vernieuwt. Je ontvangt nieuwe ogen, als het ware, en verwonderd als een kind kijk je op en zie je Hem, Jezus. Van wie je misschien al zoveel wist of had gehoord, en nu zie je Hem, zoals je Hem nooit eerder zag. In zijn grootheid en zijn liefde, in zijn genadige barmhartigheid.

Zomaar door een bijbelwoord, dat je misschien al wel honderd keer gehoord hebt. Door een lied dat je al jarenlang uit je hoofd kent. Of in een zondagse dienst waar je al zo vaak komt. Maar ineens is het anders, en zie je Christus met nieuwe ogen. Dat is de Geest, die geloof in je opwekt.

Maar veel vaker misschien is het niet eens aanwijsbaar. Is er niet één moment dat je kunt aanwijzen, toen en daar gebeurde dat. Maar is het veelmeer iets van een lange weg waarop je terugkijkt en verwonderd ziet: het was de Geest die mij bij Jezus heeft gebracht. Door de jaren heen, door alles wat het leven heeft gebracht. Als een stille kracht was daar de Geest die mij tot Christus bracht.

De stille overmacht, van God die in je leven komt. Wat je aan een ander soms nauwelijks uit kunt leggen. En waarvan je achteraf denkt, hoe is dat gebeurd? Of, was het wel echt zo? Beeld ik mij niet iets in? Is het niet enkel gevoel, of zwakheid van een mens die zoekt en verlangt naar houvast?

Maar de Geest bevestigt in je hart, en door Gods woord, dat Hij het is die in jou woont en werkt. En dat is meer dan een gevoel, het is juist ook die kennis die je hebt opgedaan, waardoor je leert hoe de Geest werkt, en ontdekt hoe God zichzelf aan ons bekend maakt. Daarom helpt het ook om het Woord te horen, zondag aan zondag. Op een kring, of thuis in de stilte van je hart.

Juist ook als je in de vertwijfeling raakt, als je dat zicht op Jezus mist, of niet meer weet waar je God in je leven op kunt merken. Juist dan helpt het om bij Gods woord te rade te gaan. Te herontdekken dat zwart op wit geschreven staat: het is de Geest die jou aan Jezus verbindt.

Een geboorte kun je niet ongedaan maken. Zoals de geboorte vanuit de hemel, je tweede geboorte, niet ongedaan gemaakt kan worden. Voorgoed behoor je aan Christus toe.
En Augustinus, de kerkvader die als Stephan Sanders het geloof hervond, die schrijft:

Ik ging verdwaald langs vele wegen,
ik zocht U wel, maar vond U niet,
ik ging verblind het duister tegen,
ik minde wat de wereld biedt.
Nu hebt Gij zo mijn hart gewend,
dat ik U heb herkend.

Hoe moet ik, hemelzon, U danken
voor ’t licht dat Gij mij hebt gebracht?
Gij hebt mijn ziel, die arme, kranke,
voorgoed genezen van de nacht.
Gij kuste met uw gouden mond,
o zon, mijn ziel gezond.
(NLB 908: 4 en 5)

Amen

Johannes 3: 1-16
Zondag 22 januari 2017, 10.00 uur
P.G. de Hoeksteen Schoonhoven
Ds. Hanneke Ouwerkerk