Glas in lood P.G de Hoeksteen

Dansen wil mijn hart en zingen, Heer, voor U

Fröhlich soll mein Herze springen

Na de verkondiging zingen we een heel oud Adventslied, ‘Dansen wil mijn hart en zingen, Heer, voor U.’ Het lied is ontstaan in de 17e eeuw, geschreven door de Duitse theoloog Paul Gerhardt, net als het lied dat we net zongen, Hoe zal ik U ontvangen.

Dansen wil mijn hart en zingen, Heer, voor U, zo luidt de Nederlandse vertaling. De oorspronkelijke Duitse tekst begint als volgt: Fröhlich soll mein Herze springen.

De meesten van jullie hebben Duits op school denk ik, of gehad. Sollen en müssen enzo, dat verschil, je weet het vast wel. Fröhlich soll mein Herze springen; eigenlijk zou mijn hart moeten opspringen. 

Dit lied ontstond op een Kerstavond, Gerhardt moest zijn Kerstpreek schrijven en het ging niet. Een van zijn kinderen was zeer ernstig ziek. En zelf dacht hij, eigenlijk zou mijn hart van vreugde moeten opspringen, om het Christusfeest. Om de Heer die tot ons komt. Eigenlijk zou ik verheugd moeten zijn, maar ik ben het niet. En al schrijvend en zingend ontstond dit lied.

Vandaag lezen we over Johannes, het ongeboren kind in de schoot van Elisabeth. Hij springt op van vreugde en ongewild komt die vreugde over Elisabeth en trekt ze Maria er in mee. Daarom zingen we straks na de preek dit lied van Paul Gehrardt. Het is een kerstlied. Het is een vol verlangen. Dat de vreugde van Elisabeth ons deel zal worden, in goede en in kwade dagen. 

Dat is wat God doet. Oude en jonge mensen, van wie niemand weet hoe ze heten, wie ze zijn, juist deze mensen trekt God in het licht. En daarom horen wij vandaag van die oude vrouw, Elisabeth. 

Haar man zegt geen woord meer. 9 stille maanden leven ze naast elkaar, ergens in het bergland. Maar dwars tegen alles in groeit in een oude, onvruchtbare vrouw, een profetenkind. Johannes zal hij heten. 

Ondertussen in Nazareth pakt Maria haar bagage en trekt ze erop uit. Ze onderneemt de tocht naar het huis van haar nicht. Als ze aankomt, opent ze de deur, ze stapt het huis binnen en begroet haar nicht Elisabeth. En alle zintuigen staan op scherp.

Dit is zo’n prachtig, intiem verhaal. Dat zo wijd haar sporen trekt. Ik hoop dat je er iets van proeft vandaag. Hoe God alle zintuigen aanwakkert en met zijn Geest als een wind door je leven gaat, door je huis waait en je een mens geeft als Elisabeth. Wijs, gelovig, vol van de Geest. 

Alleen de stem al van Maria, die moe en dorstig van de reis het huis binnenvalt, maar alleen al haar stem, roept iets wakker. Een vreugdesprong maakt het kind in Elisabeths buik. Johannes danst in haar! 

Zonder taal, zonder woorden, voelt dit ongeboren kind de kracht van Jezus. Alsof door de stem van Maria heen iets weerklinkt van de Heer die in haar woont. Alsof er genade in haar woorden ligt, en stille hoop. Alsof hij door haar stem heen hoort, dat alles anders is. De Heer is bij ons. 

Later zegt Jezus: zo zul jij opspringen, als het koninkrijk van God aanbreekt. Zoals Johannes danst en springt in de buik van zijn moeder, zo zal jij springen, als de dag aanbreekt, dat God koning is en heel de aarde vol is van Hem. Ergens tussen die twee momenten leven wij. Tussen de komst van Jezus, en de hoop op Gods rijk dat openbaar zal worden. 

Profeten in de kerk

Daarom is de kerk er. Om te bidden en te wachten tot Gods Rijk ten volle doorbreekt. En ergens weerspiegelen Maria en Elisabeth iets van de gestalte van de kerk. In hen zien we iets van hoe dat kan zijn. Hoe je kerk bent, hoe je gelooft, zonder te zien, maar hoe je gelooft dat Christus onder ons woont. 

Maria staat wel symbool voor de kerk. Zij antwoordt gelovig als de Heer haar roept. Zij is bereid om dienstbaar te zijn aan God, aan zijn volk. In haar woont de Heer, en zij laat zich leiden door Hem. Zoals Maria is, zo hoort de kerk te zijn. 

Naast Maria staat Elisabeth, een profetische gestalte, denk ik. Terwijl haar man, de priester, verstomd is als het goede nieuws gebracht wordt, is Elisabeth vol geloof. Misschien omdat zij het kind Johannes in haar voelt groeien. Misschien omdat zij ervaart dat God met haar is, en haar geloof behouden heeft, door de tijd heen. 

In het lange, lange wachten op de Messias, ach, er zijn vast momenten geweest dat ze moedeloos was, ten einde raad. Maar wie weet ontving ze steeds opnieuw weer de kracht om vol te houden, te volharden in het gebed.

In ons midden zijn veel oudere vrouwen, en mannen, waarvan ik denk, je herkent wel iets van Elisabeth. Ik herken in jullie iets van Elisabeth. Zo trouw, zo vol geloof, zo moedig. Misschien voel je je meer verwant met Zacharias. Dat kan. Weet je gezegend dat er ook Elisabeths zijn in dit huis, in de gemeente. Zij bewaren het geloof dat je zelf misschien verloren was, of bent. 

Maria, ik denk dat zij een schuchter, terug getrokken meisje was. Zoals jij misschien ook bent. Op school, of bij je vriendinnen, als je die hebt. Ze is overvallen door de engel, door de Heer. En ik stel mij voor dat het eerste wat ze dacht is, ik moet naar Elisabeth. Daar kan ik wel terecht, zij zal mij niet vreemd aankijken. 

Sommigen van jullie hebben zo’n oma, of zo’n tante. Bij wie je altijd aan kunt komen, en die niet gelijk vraagt of moeilijk doet, maar gewoon je binnen haalt en een warme kop thee geeft en je even over je wang strijkt.

En zo omhelst Elisabeth Maria met warme, zegenrijke woorden van God. De engel zei: zo zal het zijn, je zult de moeder worden van Gods zoon. En Elisabeth zegt: zo is het. Wat de engel je aanzegde, daarvan weet ik door de Geest dat het werkelijkheid is. Jij bent de moeder van mijn Heer. 

O, wat ben jij gezegend! O wat zijn wij gezegend. De Messias, lang verwachte verlosser. In Hem begint een nieuwe tijd. Voor jou, voor mij, voor Israel. 

En de sporen van dit kind zullen breed getrokken worden. Daarom zijn wij hier, omdat het Kerstkind sporen nalaat, bij onze overgrootouders, onze verre voorouders, bij je moeder, en je opa, en je kind.

Elisabeth spreekt met luide stem. Lucas is van de details. Prachtige bijzinnen zijn dat. Ze spreekt met luide stem! Een oude vrouw, die zo luidkeels zingt van God en zijn heil, dat is ongekend. Meestal wordt je stem zachter, breekbaarder, als je ouders wordt. Maar door de Geest ontvangt zij kracht in haar stem om dat te zeggen wat in haar opwelt. 

Zalig ben je, gelukkig ben je, als je gelooft dat God voltooid wat Hij begonnen is. Gezegend ben je, als je gelooft dat er voleinding is. De woorden die God spreekt, met dat ze gesproken zijn beginnen ze te gebeuren. Soms heel aarzelend, en onzichtbaar. Soms gaan er jaren overheen voordat wat onzichtbaar was, zichtbaar wordt. In die tijd van horen, en wachten, van eerste vervulling en wachten op voleinding, daarin bevinden wij ons in.  

We spraken er over met elkaar op catechisatie. Hoe moeilijk Mozes God vertrouwen kon. En jullie begrepen dat ook wel. Want we horen de woorden wel, maar we zien niet altijd wat er gebeurt, en waar God is, en hoe Hij in ons woont. 

Daarom helpt het als we het tegen elkaar zeggen: gelukkig ben je als je gelooft dat God zal vol maken, wat Hij begonnen is. Als je de gave van Elisabeth hebt, de gave van geloof en profetie, zet die gave dan volop in. Voor de kerk, voor wie op je pad komt.

Profetie is niet veel anders dan zingen van God, en woorden van Hem uitdelen op plekken waar geen woord van God gehoord wordt. Voortdurend van Hem blijven zingen, en dwars tegen alles in getuigen van Hem. 

Bemoediging

Zo neemt Elisabeth Maria bij de hand. Het schuchtere meisje, dat de Heer der wereld in haar draagt, ze neemt haar bij de hand en maakt zichtbaar hoe je dat doet: geloven zonder te zien. Ik stel mij voor dat Maria zich er helemaal door mee laat nemen, door die dans, en die vreugde, en de jubel. 

Zo geeft God hen aan elkaar, een oude gelovige vrouw, en een overrompeld, maar toegewijd meisje. God geeft hen aan elkaar, als bemoediging, als versterking. Wat zullen zij het goed gehad hebben, samen. 

Zo geeft God ons aan elkaar, gemeente van broeders en zusters. Met dankbaarheid denk ik terug aan de ontmoeting die we vorige hadden met alle bezoekmedewerkers van onze gemeente. Jullie trouw, en lieve aandacht, en opmerkzaamheid, allemaal Elisabeths bij elkaar, denk ik, mannen en vrouwen. En hoe je, soms met woorden, vaak met daden, iets zichtbaar maakt van volharding. Dat je keer op keer weer komt, en bij iemand zit, en luistert, en geeft.

En anderen ontvangen jullie in hun huis. Soms wens je dat je zelf bezoekwerk kon doen, maar ben je nu in de positie dat je bezocht wordt. Maar wie weet, kun je aan de Elisabeth die bij je komt, iets teruggeven van de hoop die in je leeft, van God in je leven, van een gebed dat je dagelijks bidt. 

Zo voor elkaar zusters en broeders te zijn. Op een kring. In een ontmoeting op straat. Tijdens een kerkdienst. Onder een lied. 

Dan gebeurt steeds opnieuw, wat tussen Maria en Elisabeth gebeurde. De verrassing, dat God er is, en in je wonen wil. De vreugde, omdat er een mens op je pad komt die je zegent. De profetie dat God zal voltooien wat Hij begonnen is. 

Zondag 16 december 2018, 10.00 uur
Lucas 1: 39-45
Ds. Hanneke Ouwerkerk
P.G. de Hoeksteen, Schoonhoven en Willige Langerak