Dat is nou verderkijken in het licht van de hoop

Na de introductie door de kindernevendienst, en na alle aankondigingen die er al zijn geweest over het adventsproject, is het thema van mijn preek geen geheim meer: vanmorgen gaat het over verderkijken.

En het zijn Jezus’ trouwste discipelen die dat onderwerp als eerste aankaarten in de evangelielezing. Zij hebben namelijk de wens om verder te kijken. Maar de aanleiding daarvoor is niet zo prettig. We lezen namelijk aan het begin van Markus 13 dat Jezus hen vertelt over de verwoesting van de tempel. En Petrus vraagt dan: Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we herkennen dat het zover is? En dan volgt Jezus’ antwoord, waarin hij schetst hoe de tijd, waarin de tempel verwoest zal worden, er uit zal zien…

Jezus zegt vrijvertaald zoiets als: Het zal zijn alsof de hele wereld in elkaar stort. In alle bestaande machtscentra zullen alle lichten uitgaan, en wordt er een weg bereid voor een nieuwe wereldorde, de wereldorde van de Zoon des Mensen. Hij zal vanuit alle delen van de aarde, vanuit alle windstreken, zijn uitverkorenen verzamelen. De mensen van God zullen vanaf dat moment hun aandacht niet meer richten op de tempel, maar op de Zoon des Mensen, die alle naties en talen omarmt.

En als wij nu terugkijken op de geschiedenis, kunnen we constateren dat het deels zo is gebeurd in het jaar 70. Toen woedde de Joodse Oorlog, Jeruzalem en de tempel werden verwoest, en veel joden verlieten hun land. Voortaan werd God gediend vanuit iedere uithoek van de wereld. Nationale mensen van God werden internationale mensen van God, mensen die over de hele aarde te vinden zijn.

Even tussen twee haakjes:
Dit gedeelte uit Markus wordt door bijbeluitleggers ook wel ‘de kleine apocalyps’ genoemd. We kunnen ons daar wel iets bij voorstellen…!

Maar goed, terug naar ons thema. De leerlingen van Jezus willen verderkijken.
En zij zien door dat verderkijken enerzijds een heel somber beeld. Een beeld van chaos, een beeld van verwoesting.
Maar te midden van dit alles is er ook iets hoopvols te bespeuren, namelijk de komst van de mensenzoon. Deze hoop krijgt gestalte middenin die weerbarstige werkelijkheid, waarin de dingen op het eerste gezicht alleen maar slechter lijken te gaan.

Zo’n ‘weerbarstige’ werkelijkheid, ‘waarin de dingen alleen maar slechter lijken te gaan’ – daar kunnen wij wel over meepraten. Van ons vooruitgangsdenken lijken maar slechts kleine deeltjes gerealiseerd te zijn. Over het algemeen genomen kun je nou van de wereld niet zeggen dat het steeds beter gaat.

In zo’n werkelijkheid, die misschien niet eens zoveel verschilt van de werkelijkheid van Jezus’ discipelen, is het de kunst om dan toch de hoop niet te verliezen.
En dat kun je doen, zegt Jezus, door steeds te blijven uitzien. Dat kun je doen, door te zijn als een wachter, die constant in de gaten houdt of zijn, of haar, heer al terugkomt.

De deurwachter staat op de uitkijk, ’s avonds, of midden in de nacht, bij het eerste hanengekraai, of ’s morgens vroeg.
Het is zijn taak om bij het eerste vermoeden van de komst van de heer het hele huis wakker te maken, iedereen te waarschuwen: ik zie hem al! hij komt er aan! Hij is onderweg!

De deurwachter is een verderkijker.
Hij is fris, alert en vol verwachting.
Hij kijkt niet alleen naar zichzelf, is geen navelstaarder, maar heeft de blik naar buiten gericht.
Hij kijkt, zogezegd, verder dan zijn neus lang is.

Uitzien, uitzien naar de komst van Christus. De wacht houden, verderkijken, het zijn oefeningen in hoop houden. Oefeningen waarin we ons in deze adventstijd verder gaan bekwamen.

Een verderkijker zijn… ja, ik ken ze wel, mensen die al helemaal weten hoe iets er uit moet gaan zien, mensen die al helemaal een beeld hebben van hoe iets in de toekomst wordt.

Sterker nog… ik kom ze iedere woensdagavond tegen. Ze heten Netty en Irene en weten nu al helemaal hoe de musical over Ruth er uit komt te zien.
Ik heb daar bewondering voor. Waar wij als spelers iedere week zitten te zweten op een klein stukje van de puzzel, daar zien zij het totaalplaatje al helemaal voor ogen. En zij kunnen ons zo, als spelers, maar ook als koor- en bandleden, als decorbouwers en kledingmakers, meenemen in hun visie.

Ria Fennema is ook zo’n verderkijker. Dat was in de voorgaande jaren al zo: zij keek naar haar kinderen en medewerkers in Kenia en zag voor zich hoe zij daar veilig zouden wonen, hoe zij daar goed basisonderwijs en goede verzorging konden krijgen. Maar ze is niet opgehouden met verderkijken. En nu ziet ze voor zich hoe al deze kinderen vervolgonderwijs kunnen krijgen, hoe zij in een veilige omgeving volwassen kunnen worden, hoe zij de juiste zorg en begeleiding kunnen krijgen om daarna met een goede basis te werken aan hun eigen toekomst.

Dat is nou verderkijken in het licht van de hoop.

Verderkijkers.
Wat is het prachtig als je dat soort mensen kent. Als je je kunt laten aansteken door hun enthousiaste verhaal, en kan bijdragen om daaraan vorm te geven.

Maar goed, we weten allemaal dat niet iedereen op deze manier een ‘verderkijker’ is. Je hebt tenslotte verschillende soorten mensen.

Als we het hebben over ‘verderkijken dan je neus lang is’ dan hoef je niet allemaal verziend te zijn. Het kan ook betekenen dat je je blik richt op iets wat heel dichtbij is.
Sommigen zien beter in de verte, maar anderen zijn bijziend, zien beter dichtbij.

Het gaat er maar om, dat je alert als een deurwachter om je heen kijkt, om zo goed mogelijk tekenen van hoop op te merken en anderen daarop te wijzen. En ook in je heel nabije omgeving is dat mogelijk.

Er is echter een klein probleempje in de tekst.
Want Jezus vertelt niet waaraan we hem kunnen herkennen als hij komt. Het enige wat hij zegt, is dat hij niets kan zeggen over het moment dat hij zich laat zien… Maar hij zegt niets over het waar, hij zegt niet hoe hij er uit zal zien, hij zegt niet onder welke omstandigheden hij zal komen…

We weten eigenlijk niet zoveel over zijn definitieve komst.

Maar wat we wel weten en geloven, is dat hij al verborgen aanwezig is in onze werkelijkheid. En dat betekent nog al wat! Dat betekent bijvoorbeeld, en dat bedoel ik niet oneerbiedig, dat hij overal op kan duiken, ook op plekken waar je hem zelf niet had verwacht, ook op plekken waarvan wij misschien al bij voorbaat denken dat hij daar niet kan zijn…

De Schrift leert ons, dat Christus zich toont zich in het kwetsbare, in wie zich kwetsbaar weten. Niet voor niets vieren we zijn komst als een weerloos kind in een kribbe. Door velen ongezien en ongewenst.

We hebben als verderkijkers, of we nu verder weg kijken, of dichtbij, dus bovenal een open blik nodig voor wat kwetsbaar is, om zodoende een glimp van Christus op te kunnen vangen. Een blik waarin ruimte is voor wat anders ongezien blijft.

En zo kan het gebeuren dat Christus ontdekt wordt op de meest onwaarschijnlijke plekken. Ook op plekken waar de chaos die er op aarde woedt volop zichtbaar is.:

De monniken in de film ‘des hommes et des dieux’ vonden Christus’ aanwezigheid op een plek vol haat en geweld. Pater Frans van der Lugt vond Christus aanwezigheid in Homs, in Syrie, in het geweld van beschietingen en raketaanvallen. Majoor Bosshardt vond Christus’ aanwezigheid op de Wallen in Amsterdam. Ria Fennema ontdekte Christus in de ogen van Laban, Pieter, Faith en zoveel andere weeskinderen in Kenia.

Deze mensen, en met hen nog vele anderen, openen ook onze ogen, wij kunnen met hen meekijken naar deze tekenen van Christus’ aanwezigheid. Zij scherpen onze blik, zodat wij ook kunnen leren zien wat zij zien.

En ik, als bijziende verderkijker, vermoed Christus aanwezigheid in de kamers van ons verpleeghuis, in onze toegewijde vrijwilligers, in de liefdevolle zorg of mantelzorg die wordt gegeven.

Ik zie tekenen van hoop in onze eigen Hoeksteengemeente, waar mensen elkaar niet veroordelen, maar met vallen en opstaan samen op weg gaan. Ik zie het in een dienst zoals die van vorige week, waarin we elkaar herkennen in ons verdriet, en elkaar tot steun proberen te zijn. Ik zag hoe iemand een arm om de schouders van een ander sloeg en hoe anderen even met een gebaar of een blik lieten weten dat ze bewogen waren met de ander. En ik zie regelmatig gemeenteleden oprecht naar elkaar luisteren, met elkaar delen, ergens samen de schouders onder zetten.

Maar ook in onze stad is zoveel op te merken, zijn er zoveel hoopvolle tekenen. Want wat gebeuren er bijvoorbeeld mooie dingen bij de SWOS, bij de voedselbank en de wereldwinkel. En hoeveel buren zijn er niet attent en zorgzaam voor elkaar, hoeveel bemoedigende kaartjes gaan er niet de deur uit. Hoeveel handen worden uitgestoken om anderen te ondersteunen.

En u? Waar ziet u een glimp Christus? Waar ziet u tekenen van hoop?

Laten we in de komende tijd om ons heen kijken.

Wees een verderkijker.
Houd de wacht.
Wees alert op signalen van Christus’ komst.
Want dat hij komt, dat is zeker.
En als je iets ziet, of het nu veraf is of dichtbij, vertel het aan elkaar door!

Advent is: op wacht staan. Verderkijken.
Advent is oefenen, oefenen in het uitkijken.
Oefenen in het bewaren van de hoop,
tekenen van zijn aanwezigheid opmerken,
en samen uitzien naar zijn komst.

Amen

Ds. Annemarie Roding