Dat is om stil van te worden

Veel mensen houden van steden. Misschien niet om er te wonen, maar wel om ze te bezoeken. Het leven in een grote stad fascineert. We vinden er de mens op zijn best en op zijn slechtst.

Het leven in de stad is intens, want het leven wordt er uitvergroot. In Rotterdam, Amsterdam, Londen, Parijs, Berlijn, Barcelona, New York… (de lijst met favoriete stedentrips is lang)… vindt je de veelkleurigheid van de mens, en zijn ondernemingslust, en zijn creativiteit, en zijn museumnachten. Maar ook het slechtste vinden we in de stad uitvergroot terug. De onrust, de herrie, de anonimiteit, de eenzaamheid: in de stad weet van je buren vaak niet eens hoe ze heten. En soms merkt niemand het, als iemand in zijn eigen huis dood blijft liggen. Zo’n opstand als in de Oekraïne: die vindt vooral plaats in … een stad, in Kiev. We herinneren ons de beelden van dat plein. En voor je het weet als we de media mogen geloven, dan wordt er in Simferopol (sinds kort weten we allemaal dat dat de hoofdstad is van de Krim) niet meer gesproken, alleen nog maar geschreeuwd. Mensen luisteren er niet meer maar elkaar, het recht van de sterkste geldt er. De moderne stad is de nieuwe jungle.

In het najaar stonden we met een groep van de Hoeksteen op de Olijfberg naar Jeruzalem te staren. Prachtige stad. Zo vol historie. We keken naar de Gouden Rotskoepel, naar het grote plein waar eens de tempel had gestaan. Wij wisten dat wij stonden waar eens Jezus had gestaan, en uitgekeken over de stad, en de stad was binnengereden op een ezel. Het was adembenemend mooi. Maar we keken ook naar een stad waar in het verleden ongelooflijk veel bloed is gevloeid. En die op dit moment intens verdeeld is. Jeruzalem kent orthodox-joodse wijken, en wereldse wijken, en islamitische wijken en christelijke wijken. Jeruzalem is. En waar recentelijk en betonnen muur is opgetrokken die joden en Palestijnen wijken van elkaar moet scheiden. Een muur als een litteken.

Je hebt het werkelijke, aardse Jeruzalem: prachtig en vreselijk tegelijk.
En je hebt het bijbelse Jeruzalem dat een droom is: Jerousjalaiem: waar we het woord shalom in horen, vrede. Stad van vrede.
Godzij dank zijn er altijd mensen geweest die hebben gedroomd. Profeten en apostelen die hun droom van vrede/Shalom over de werkelijkheid hebben gelegd.
Zo is er een prachtige Rabbijns verhaal over de plaats waar onder koning Salomo de tempel van Jeruzalem is gebouwd.

Lang voordat in Jeruzalem de Tempel werd gebouwd, was er op die plaats een akker, bezit van en vader met twee zonen. Met zijn drieën bewerkten ze de akker. Toen de vader overleed, besloten de broers het veld niet te verdelen, maar het samen te blijven bewerken. De ene broer had een vrouw en kinderen; de ander was nooit getrouwd, alleen. Na de eerste oogst verdeelden ze de opbrengst. ieder bracht zijn aandeel naar zijn eigen graanschuur.
Die nacht konden ze geen van beiden slapen. De ongetrouwde broer verweet zich dat hij evenveel had gekregen als zijn broer met zijn hele gezin. Hij besloot een deel van zijn helft diezelfde nacht nog te brengen naar de schuur van zijn broer.
De getrouwde broer verweet zich dat het toch niet rechtvaardig was de helft van zijn oogst op te eisen voor zich en zijn gezin. Zijn broer was immers alleen en wanneer hij oud was, zou hij niemand hebben om voor hem te zorgen. Hij besloot zijn helft diezelfde nacht nog te brengen naar de schuur van zijn broer.
Midden tussen beide schuren kwamen ze elkaar tegen. Toen ze doorhadden wat ze beiden aan het doen waren, omhelsden ze elkaar vol ontroering.
Toen de Eeuwige – Hij zij gezegend – de bescheidenheid zag van beide broers en hun verbondenheid, zei hij: ‘Op de plaats waar broers zo met elkaar omgaan, daar wil ik wonen.’ En daarom wees de Eeuwige later Salomo die plaats aan om de tempel te bouwen.

Lang voor rabbijnen dit mooie verhaal vertelden, droomde de profeet Zacharia over een nieuwe, rechtvaardige koning die over Jeruzalem zou regeren: (Zacharia 9:9): Zie uw koning komt tot u. Hij is recht¬vaardig en bevrij¬dend, hij is nederig en rijdt op een ezel.
Dat is een koning die lijkt op die twee broers uit de legende…

En het lijkt wel alsof de evangelisten ook hardop droomden, als ze vertellen hoe Jezus Jeruzalem is binnengetrokken … om de oude tempel af te breken en in drie dagen een nieuwe op te bouwen. Jezus kwam niet met kruisridders of met de een of andere bezettingsmacht nar Jeruzalem. Hij probeerde de stad niet te overweldigen zoals de Russen de Krim hebben overweldigd in de afgelopen week. Of zoals de Amerikanen dat in het recente verleden hebben gedaan met andere landen. Hij kwam als de broers uit dat Rabbijnse verhaal, en als de koning van Zacharia: nederig en rijdend op een ezel.

Nico ter Linden noemde zijn kinderbijbel naar deze bijzondere scène: Een koning op een ezel. Dat is het type koning dat Jezus wil zijn. En mijn favoriete kerstlied, Gezang 139, is mede naar aanleiding van dit intochtsverhaal geschreven –

Ziet, die ’t Woord is zonder spreken,
Ziet die vorst is zonder pracht
Ziet die’t al is in gebreken
Ziet die’t licht is in de nacht.

Wanneer Jezus Jeruzalem nadert is het druk in de stad vanwege het joodse Pesach. En dan verspreidt zich het bericht dat die Jezus van Nazareth eraan komt, iemand heeft hem gezien op de Olijfberg net buiten de stad. Een stad is dan een snelkookpan: in korte tijd verzamelt zich een menigte die Jezus tegemoet trekt. En zo’n stadse menigte is niet stil en ingetogen: die maakt zoveel mogelijk geluid: ‘Hosanna, gezegend Hij die komt in de naam de Heer, de koning van Israël.’ Die woorden komen uit psalm 118 – een van de psalmen die worden gezongen in de liturgie van de Pesachviering. Die woorden hingen dus al in de lucht. En dan plukken mensen ook takken van de bomen, olijftakken – die hingen ook in de lucht want we bevinden ons nog steeds op de Olijfberg. En opeens is Jezus omringd door een schreeuwende en zwaaiende menigte.

Zo’n menigte heeft iets bedwelmends, en ook iets beangstigends. In een menigte kunnen mensen elkaar zomaar meeslepen, en gek maken. Massa-hysterie. En de sfeer in een menigte kan zomaar omslaan. Daarom voelen veel mensen een zekere argwaan als ze een menigte zien. Een menigte mensen is vaak niet erg betrouwbaar. De ene dag roepen ze Hosanna! De volgende dag kan dat zomaar veranderen in: Kruisigt hem!

Jezus wist dat natuurlijk. Hij had zich af kunnen wenden van de menigte. En van de stad Jeruzalem. En van de wereld. Hij had zich kunnen terugtrekken, kunnen kiezen voor de stilte. Voor de rust en vrede van de afzondering. Hij heeft dat niet gedaan. Hij is doorgereden, op die ezel, de stad in. Hij voelde zich niet te goed voor al die stadsmensen met hun grote monden en hun kleine hartjes, met hun glorie en hun misère. Hij heeft zich in die menigte begeven, zich aan die menigte overgegeven. Met alle risico van dien. Hij moet enorm veel van die mensen hebben gehouden. Hij moet de liefde in zich hebben gehad die ook die twee broers uit dat Rabbijnse verhaal in zich hadden.

Dat is om stil van te worden. Of om met een brok in de keel van te zingen, zoals wij straks zullen doen. NLB 632:3

Nu zend uw Geest als een vuur,
als een stem in ons midden.
Dat wij van harte
elkander verstaan en beminnen,
en zo voortaan
eren uw heilige naam,
en U in waarheid aanbidden.

Amen

Ds. Frans-Willem Verbaas