De discipelen leiden aan zoiets als een geestelijke hyperventilatie

Sommige liederen klinken anders, als je het verhaal van de dichter weet. Zo zongen we net een lied van Sytze de Vries (bundel Tussentijds nr 175).

Al is mijn stem gebroken, / mijn adem zonder kracht,
het lied op and’re lippen / draagt mij dan door de nacht.

Die de Vries kan het mooi zeggen, en het rijmt ook nog, denken we dan. Maar als we weten dat Sytze de Vries dit lied schreef in een periode dat hij zelf aan hyperventilatie leed (zware ademhalingsmoeilijkheden), dan is het opeens niet meer alleen een mooi lied, maar een benauwde schreeuw, een echt levenslied, zowat een psalm.

… door ademnood bevangen / of in verdriet verstild:
het lied van uw verlangen / heeft mij aan ’t licht getild!

Aan het begin van onze schriftlezing uit het Johannesevangelie lijden de discipelen aan zoiets als een geestelijke hyperventilatie. Het is de avond van de paasdag (bij Johannes vallen Pasen en Pinksteren letterlijk op één dag – later meer daarover), en ze zitten bij elkaar in een huis of een kamer. De sfeer is benauwd, bedrukt. Ze hebben, zo staat er, de deuren afgesloten, uit angst voor de Joden. Jezus is vermoord, ze voelen zichzelf ook niet veilig. Maria van Magdala heeft wel verteld dat ze Jezus heeft ontmoet, dat hij lééft. Maar geloof dat maar eens. Het is avond. Het is donker. Ze zitten in een afgesloten huis, als Noach in zijn ark (daar hebben we het de afgelopen weken over gehad). Als Jezus dood was, wat het meest waarschijnlijk was, dan zag de toekomst er leeg uit. Mislukt. Somber. Mocht Maria van Magdala toch gelijk hebben, mocht hij nog leven, of weer leven, dat zou geweldig zijn, maar dan hadden ze ook een ander probleem. Dan zou hij wel een appeltje met hen te schillen hebben, want de discipelen hadden Jezus of verraden (Judas), of verloochend (Petrus), of in de steek gelaten (alle anderen behalve Johannes).

Kortom, er heerst een sfeer van geestelijke hyperventilatie daar in dat huis. Benauwdheid. Angst. Geen lucht.
Nu ja, een sfeer, een situatie, waar we vroeg of laat allemaal mee worden geconfronteerd. Het gevoel dat je opgesloten zit, dat er geen uitweg is, geen uitgang, alleen maar kringetjes om in rond te draaien. Dat je verlangt naar lucht en ruimte, maar je weet niet hoe.

Dan wordt het Pasen in dat benauwde huis. De opgestane Heer toont zich aan zijn leerlingen. Johannes vertelt het met vermijding van alle sensatie of ophef: Jezus kwam in hun midden staan en zei: Vrede met jullie. Shalom! Dat was een tamelijk alledaagse groet in die tijd. Zoiets als goeiemorgen of goeienavond. Maar soms krijgt een gewone groet een bijzondere klank.

Jezus had ook iets anders kunnen zeggen. Hen uit kunnen schelden. Waar waren jullie nou, op Golgotha? Waarom hebben jullie mij in de steek gelaten? Mij laten vallen? Dat zegt Jezus niet. Hij zegt Shalom. Een woord met een verzoenende klank, een woord waar vergeving in meeklinkt. En daarmee komt er al wat eerste lucht, opluchting, in dat afgesloten huis. Lees meer…