Deel in mijn vreugde

15_september_2013_preek_1 Over zijn schilderij Broek van een koemelker zei de schilder Jopie Huisman zelf: ‘In 1973 raakte ik plotseling in grote privé-problemen. Mijn vrouw was overleden en ik was helemaal op mezelf teruggeworpen. Toen vond ik tussen rommel een oude broek. Een afgetobde, tachtig keer verstelde, smerige melkersbroek. Ik zag mezelf daarin: een heel grote verlatenheid. Ik heb hem meegenomen en geschilderd. Ook omdat andere mensen herkenden wat ik geschilderd had, is het mijn redding geweest. Eigenlijk is het een zelfportret.’ Jopie Huisman: leefde van 1922 tot 2000 in Workum. Als jongen tekende hij graag, vooral de gewone dingen die hij om zich heen zag. Hij werd eerst huisschilder, daarna plateelschilder bij een aardewerkbedrijf. (Net als Gerrit Neven in Schoonhoven eerst plateelschilder was, voordat hij voor zichzelf begon!). De oorlog was een lastige tijd voor Jopie Huisman: bij een razzia werd hij opgepakt en tewerkgesteld in Duitsland, waar hij weer ontsnapte en terugkeerde in Workum waar hij onderdook. Ook na de oorlog was het leven ook niet eenvoudig voor Jopie Huisman. Baantje hier, baantje daar. Hij trouwde, werd vader, begon een eigen aardewerkatelier, ging failliet. En werd toen een tijd handelaar in lompen en andere oude spullen. Wij gooien onze oude kleren in een container of brengen het naar Dorcas: vroeger had je de voddenboer, die met ene kar door de stad reed en riep: Wie heeft er nog lompen? Ondertussen bleef Jopie Huisman tekenen en schilderen, waarbij hij vooral de oude voorwerpen van zijn lompenhandel als onderwerp nam.

15_september_2013_preek_2Heel werkte heel erg realistisch, extreem gedetailleerd. (In een tijd waarin vooral de schilderkunst steeds abstracter werd.) Hij kreeg exposities en begon te verkopen. Toen in 1973 zijn vrouw overleed, en hij een hartkwaal ontwikkelde, kwam de lompenhandel steeds meer op de achtergrond. Jopie Huisman heeft een speciaal oog voor dingen waar anderen mensen helemaal geen oog voor hebben. Een versleten koemelkersbroek. Een stel versleten sloffen. Of hij beschildert een gevonden houten paneel met allerlei gevonden voorwerpen. Oude schoenen, een borstel, een oude pijp, de ene helft van een horlogebandje, een stukje touw, stukjes zeep…

15_september_2013_preek_3Zijn huisje vol spullen en schilderijen en tekeningen veranderde langzamerhand in een museum. – tot vrienden en bewonderaars een oud schooltje tegenover zijn huis kochten en dat als museum inrichtten. Inmiddels is het Jopie Huisman Museum een volwaardig museum geworden – en één van de trekpleisters van Workum. (Als we naar de Pauluskerk in Rotterdam zijn geweest – op naar Workum. Maar eerst nog even naar Israël. We hebben veel te doen dit seizoen!)

Het bijzondere van Jopie Huisman is zijn talent, maar zeker ook de manier waarop hij kijkt. In wat wij de meeste mensen zullen zien als afval, zinloze troep, ziet hij een verhaal. In oude sloffen ziet hij het leven zoals het is. Dat schilderij van die versleten broek noemde hij een zelfportret. Wie langer kijkt naar die schilderijen ervaart een wonderlijke ontroering. Ja, zo is het, het leven is niet alleen maar succes en gezondheid en van die voordelige foto’s van jezelf die je op je facebook-account zet. Het leven is ook: gaten, rafels, littekens, rimpels, oud worden, slijten, lastige kwalen krijgen, het gevoel hebben dat je naast Job op de mestvaalt komt te zitten.  Jopie Huisman heeft daar oog voor gehad. Hij heeft de rafels, de slijtage van het leven met veel liefde geschilderd. En liefde heeft een troostende kracht. Dat is dan ook wat zijn realistische schilderijen bieden. Liefde en troost. Ook humor. Maar vooral troost.

Gemeente, Wat Jopie Huisman had met oude dingen (en wat Mozes had met dat groepje uitgebroken slaven) in de woestijn, dat had Jezus met mensen. Jezus keek met liefde naar mensen die in de samenleving als onaanzienlijk golden, omdat ze rafels hadden, en slijtplekken. Omdat ze zich niet zo goed konden handhaven in de  kudde die wij de samenleving noemen. Of omdat ze die kudde zelfs helemaal waren kwijtgeraakt en ergens op de zijpaden van de maatschappij waren verdwaald. Juist voor die verloren schapen had Jezus een bijzondere aandacht. In een beroemd gedicht (Deïsme) omschrijft de dichter Gerrit Achterberg Jezus als  een ‘koopman in oud roest’, die onderweg allerlei mensen vindt en ze opraapt alsof ze lege, roestige benzinevaten zijn. Jopie Huisman, Gerrit Achterberg –  vaak zijn het de kunstenaars die ons helpen Jezus beter te begrijpen.

Vandaag is het de startzondag – het kerkelijke winterseizoen gaat weer van start. Ook in het seizoen 2013-2014 gaan wij ons als gemeente weer week in week uit  oriënteren op deze Jezus. Zoals Jezus stond in deze  fascinerende en wereld, zo willen wij ook in deze wereld staan. Zoals hij keek naar mensen, geloof, hoop en vooral met liefde…  – wij gaan ons opnieuw een jaar lang oefenen om ook zo om ons heen te kijken, en naar elkaar, en naar onszelf: met geloof, hoop en vooral met liefde.   De kranten schreven deze week met grote letters dat wij Nederlanders in deze crisistijd vooral boos om ons heenkijken. We zijn niet eens bange, we zijn vooral boze mensen geworden. Met boze ogen kijken wij om ons heen, met boze vingers wijzen wij overal de schuldigen aan van de crisis. Banken, Grieken, de regering, Europa, de elite… Begrijpelijke reactie. Menselijke reactie. In de tijd van Jezus waren de mensen ook boos. De boosheid van de tijdgenoten van Jezus richtte zich op de bevolkingsgroep die het evangelie doorgaans samenvat onder de noemer: ‘hoeren en tollenaars.’ Mannen en vrouwen die uit vrije wil of omdat ze niet anders kunnen uit de pas lopen. De goegemeente vond dat zij de samenleving ziek maakten, en daarom werden zij met boze vingers nagewezen. Maar dan vertelt het evangelie ons keer op keer dat Jezus deze mensen juist opzocht, en met hen in gesprek ging, en zelfs aan tafel. Omdat hij met andere ogen keek. Met de ogen van een herder, die als het nodig is zijn kudde achterlaat om achter dat ene verloren schaap aan te gaan.    En daarom oefenen wij ons in de kerk van Christus ieder jaar weer om niet met boosheid of verbittering te reageren op tegenslagen, maar met hoop, met liefde. Dat betekent niet dat we als christenen niet kritisch zijn. Het evangelie is ongelooflijk kritisch! Maar de kritiek van het evangelie is nu eenmaal niet gebaseerd op angst of woede of bitterheid, maar op de liefde die ook in Christus was.

Een paar jaar geleden viel mijn oog tijdens een van onze bazars op een vergeeld  boekje van de theoloog Okke Jager. Als een ware Jopie Huisman, of als een goede herder, heb ik me over dat bundeltje oud papier ontfermd, en het een plek in mijn boekenkast gegeven. In juist dat vergeelde boekje vond ik deze week een bijzondere uitleg van de gelijkenis over die herder die zijn kudde achterlaat om op zoek te gaan naar het ene schaap dat is verdwaald. Het begint ermee, zegt Okke Jager, dat de herder (Jezus) op zoek gaat naar wat verloren is. Dat is wat wij vieren met Kerst: dat de goede herder de hemel verlaat om op de aarde op zoek te gaan naar de verloren schapen. Dat is de beweging van kerst. Vervolgens daalt de goede herder nog verder af: hij daalt af in de woestijn om juist daar, in het gebied van de dood, het verloren schaap te gaan redden. Hij is bereid voor dat ene schaap zijn leven te geven. Dat is de beweging van Goede Vrijdag. Daarna keert de beweging. De goede herder is afgedaald in de dood. Daar, nedergedaald ter helle, redt hij het verloren schaap. Hij legt het met vreugde op zijn schouders, en hij draagt het terug naar het leven. Dat is de beweging van Pasen, van de Opstanding. Het feest van de terugkeer en de thuiskomst in het leven. Inderdaad: Paasfeest. Ondertussen wordt in de hemel wordt natuurlijk hevig meegeleefd door God en zijn engelen. Ook in de hemel heerst nu, na Pasen grote vreugde. Want hemel en aarde zijn intens op elkaar betrokken. Dat is de beweging van hemelvaart. En op de aarde roept de goede herder na Pasen en Hemelvaart zijn buren en vrienden bijeen: ‘Deel in mijn vreugde (de derde keer dat het woord vreugde klinkt! Daar gaat het dus om, dat er vreugde heerst in de hemel en op de aarde!)… Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verloren was.’ En dan gaan ze samen feest vieren. Dat noemt Okke Jager de beweging van Pinksteren. Mooi hoe Okke Jager de gelijkenis van de Goede Herder uitlegt als een verhaal waarin alle grote feesten van het kerkelijk jaar als het ware samenvallen: Kerst, Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren.

Een nieuw kerkelijk seizoen, kerkelijk jaar ligt voor ons. Een seizoen waarin wij telkens opnieuw mogen horen dat we een Goede Herder hebben die met liefde naar ons kijkt. Een seizoen waarin wij telkens mogen oefenen om net als onze Goede Herder met liefde naar elkaar te kijken. En naar onszelf. Het zal heus wel eens gebeuren dat we, komend vanuit de wereld, met een boze blik deze kerk ingaan. Laten we hopen en bidden, en laten we daar ook ons best voor doen, dat we telkens met een vrolijke en verliefde blik vanuit deze kerk in de wereld zullen terugkeren.

Amen.

Ds. Frans-Willem Verbaas