Deze kaars herinnert ons eraan dat we niet vergeefs op God hopen

Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid. De wereld kan hem niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont in jullie en zal in jullie blijven. Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug. (Johannes 14: 15-18)

Die Unsichtbarkeit Gottes macht uns kaputt. Wij gaan kapot aan de onzichtbaarheid van God, schreef Dietrich Bonhoeffer ergens. Dat klopt met de ervaring, die we in bepaalde momenten van ons leven opdoen. En de ongelovige Thomas, de leerling die Christus wilde zien? Die dient als voorbeeld voor heel wat mensen. Thomas mocht het meemaken, dat hij de Opgestane kon zien en de kruiswonden voelen, wanneer hij wilde. Maar wij horen bij de mensen, die niet gezien hebben. Is Christus dan wel aanwezig in de wereld? Zijn wij echt niet als wezen achtergebleven? We voelen deze vraag soms bij ons boven komen. En zeker wanneer we hevig verlan- gen naar een teken van Gods liefde.

God heeft ons lief – maar hoe ervaren wij zijn liefde? Dit is geen vraag, die wij mogen stellen. Wij mogen zoeken naar, bidden en vragen om troost, bemoediging en hulp, als ons ‘een pleitbezorger’ beloofd wordt. Jezus belooft aan zijn leerlingen, wanneer Hij spreekt over zijn naderend afscheid, dat de Vader een andere pleitbezorger zal geven. Dat betekent: Jezus is er een. En na zijn vertrek zullen de leerlingen het niet zonder een pleitbezorger hoeven te stellen. Deze zal altijd bij hen zijn.

Het woord, dat de werkers aan de Nieuwe Bijbelverta- ling weergeven met ‘pleitbezorger’, kennen we uit een oudere vertaling als ‘trooster’. In beide gevallen maken vertalers ons duidelijk, dat het gaat over een functiona- ris; over iemand met de taak, om voor een ander te pleiten en voor iemand anders in de bres te springen. De pleitbezorger of de trooster is de helper in een moeilijke situatie, die troost, vermaant, bemoedigt en inspireert.
Op hetzelfde moment dat Jezus aan zijn leerlingen een andere pleitbezorger belooft, verkeren zij in een situatie van verdachtmaking en uitsluiting door de Joodse en Romeinse bestuurders . In de wereld van toen, waarin ze leven, vormen ze een wel heel klein groepje. En vallen er klappen, dan vangt Jezus als hun meester die voor hen op. Hij is trooster, helper, pleitbezorger, die hen bemoedigt en kracht geeft.

Maar hoe moet het verder zonder Hem? Met de belofte van een andere pleitbezorger wil Jezus de wanhopig- heid en het niet weten wat te doen bij de leerlingen wegnemen. Een andere pleitbezorger dan Jezus is de Heilige Geest, gegeven door God de Vader. Zelfs Jezus moet er om vragen. Je denkt dan: we kunnen de Geest niet snel opvragen. We kunnen niet zoals bij ons banksaldo vlug zorgen, dat we toegang krijgen tot de Geest en Hem opnemen of niet. De Vader zal de andere pleitbezorger geven, wanneer Jezus erom vraagt. Herhaald vragen en telkens weer bidden om de Geest , dat is de houding die wij misschien wel het beste kunnen innemen.

Maar wat, als we te druk of te moe zijn, om te bidden om de Geest? In de paaswake wordt een grote, bewerk- te kaars aangestoken en de kerkzaal van onze Hoek- steen binnengedragen: de paaskaars. Bekijk je deze kaars van dichtbij, dat zie je een kruis in Keltische vorm met daarin verwerkt de driehoekige symbolen van de heilige drie-eenheid. In de cirkel zijn oneindigheidste- kens aangebracht. Langzaam en gelijkmatig brandend herinnert deze kaars ons eraan, dat we niet vergeefs op God hopen. Hem hebben we door Jezus leren kennen als de Vader, die de Geest als pleitbezorger wil geven aan allen, die Hem erom vragen.

Ds. Chris Koole