Bloemen in P.G. de Hoeksteen

Dichtbij hem komen met haar zorg

Soms heb je dat, dat mensen weten dat ze gaan sterven.
Dat ze aanvoelen dat het einde van hun leven nadert. Soms is iemand zich daar bewust van, soms ook niet.

Een oude priester was te gast om een lezing te geven in een kloostergemeenschap. Hij had als onderwerp gekozen ‘het eeuwige leven’. Een uur nadat hij zijn lezing had uitgesproken, stierf hij.

Eén van onze buren had te horen gekregen dat zijn lichaam vol kanker zat. ‘Ik denk dat ik nog een maand of drie heb’ zei hij tegen ons. En drie maanden later overleed hij.

Eén van de bewoners van ons verpleeghuis zag steeds vaker haar overleden echtgenoot in haar kamer staan. Niet lang daarna overleed ze zelf.

Ook Jezus voelt aan dat het einde van zijn leven nadert. Hij weet dat zijn leven als mens onder de mensen niet lang meer zal duren.

En omdat hij dat weet, begint hij hier met het neerleggen van zijn werk als rabbi. We lezen dat in de eerste zin van onze tekst, waar staat: Toen Jezus deze laatste rede had uitgesproken…. Als je dat een beetje anders vertaald staat daar ‘toen Jezus aan het einde gekomen was van al zijn spreken’.
Het betekent niet dat Jezus vanaf dat moment niets meer zegt, maar wel dat hij is opgehouden met het houden van lange toespraken, het vertellen van gelijkenissen en het uitgebreid antwoord geven op vragen van farizeeën en sadduceeën.
Als je terugbladert in de bijbel en je bekijkt de hoofdstukken voorafgaand aan onze tekst, dan zie je dat dat een hele lap aaneengesloten woorden van Jezus is.
Maar hier, in hoofdstuk 26, eindigt dat. Ja, Jezus reageert vanaf dit punt nog wel op wat er gebeurt, maar dat doet hij slechts met een paar zinnen, of zelfs met één korte zin, en dat is het. Geen onderwijs meer, geen leerreden.
Hij neemt afscheid van zijn werk als rabbi.

Als je moet gaan sterven, laat je beetje bij beetje je leven los. Je moet je dagelijkse werk neerleggen, soms aan iemand anders overdragen.

Jezus weet dat hij gaat sterven.
En hij weet ook al hoe. Hij zegt tegen zijn discipelen: Over twee dagen is het, zoals jullie weten, Pesach. Dan wordt de Mensenzoon uitgeleverd om gekruisigd te worden.’

En de evangelist Mattheus laat ons als lezers ook weten wie dat zal gaan organiseren. In paar zinnen lezen we over de duistere plannen van de hogepriesters en de oudsten van het volk en over de donkere gedachten van Judas.
Jezus moet met een list gevangen genomen worden en dan worden gedood. En Judas biedt zich vrijwillig aan hen van die list te voorzien. Donkere gedachten.

In al die donkerheid is echter ook een straal licht te vinden.

Ineens komt namelijk een onbekende vrouw het verhaal binnen.
Zij treedt binnen in de tijd van iemand die gaat sterven. Zij komt een andere tijdszone binnen.

Misschien zeg ik dat een beetje vreemd.
Ik bedoel ermee dat de tijd die je doorbrengt aan een sterfbed, tijd die je doorbrengt met iemand die gaat sterven, tijd die je doorbrengt als je zelf weet dat je binnen afzienbare tijd gaat sterven, andere tijd is. Tijd met een andere lading. Het is tijd waarin ieder moment kostbaar is, tijd waarin ieder moment betekenis heeft, tijd waarin je niet ongemerkt aan dingen voorbij leeft, zoals misschien in ons dagelijkse doen wel zo is.

Als je wel eens tijd hebt doorgebracht met iemand die moest gaan sterven, dan herken je dat misschien wel. Je voelt dan hoe anders die tijd samen was dan alles wat je in het dagelijks leven meemaakt. Hoe tijd een andere betekenis kreeg. Hoe je zelf ook als het ware tot stilstand kwam, en je de stilte ontmoette.

Hoe moeilijk zo’n periode ook kan zijn, ze heeft vaak grote waarde. Omdat je nog bij iemand kan zijn, in de stilte van die tijd. In de traagheid van die uren, die dagen. Hoe er dan soms juist dingen gebeuren die in het normale dagelijkse leven geen plek kregen, geen plek hebben.

Een volwassen zoon pakt de hand van zijn vader, terwijl ze, sinds hij een klein kind was, elkaars hand niet meer zo vast hebben gehouden.

Een dochter geeft haar moeder te drinken en veegt zorgvuldig haar mond af.

Een kleindochter zit naast haar oma en zingt voor haar zachtjes een lied.

De verzorgenden in het verpleeghuis laten hun dagelijkse routine los, zoeken tijd om bij iemand aan bed te gaan zitten, iemands handen te masseren, of gewoon maar stil te zijn en er te zijn.

Als het stil wordt… ontstaat er ruimte om op een heel bijzondere manier dichter bij elkaar te komen. Een manier die anders is dan we gewend waren, gewend zijn. Een manier die in het dagelijks leven eigenlijk niet lijkt te passen.

En de vrouw uit het evangelieverhaal begrijpt dat.
En ook zij doet iets wat niet past in het dagelijkse leven. Volstrekt niet, zelfs.

Ten eerste komt zij zomaar een huis binnen en verstoort de maaltijd die daar wordt gehouden.

En dan doet ze nog iets anders ongehoords: ze giet zomaar een flesje zeer dure olie uit over Jezus’ hoofd.

Twee dingen die niet passen in het normale dagelijks leven, maar die in de tijd van iemand die gaat sterven een heel andere betekenis krijgen.
Deze vrouw voelt dat heel goed aan.
Zij heeft Jezus’ woorden, de aankondiging van zijn sterven, ter harte genomen. En zij wil, in de tijd die haar met hem samen rest, deze tijd waarin seconden anders tikken en uren anders gevuld worden, dichtbij hem komen met haar zorg.

Jezus op zijn beurt voelt ook aan wat zij hem wil geven en zegt dan ook tegen zijn leerlingen: deze vrouw heeft iets goeds voor mij gedaan. Door die olie over mij uit te gieten, heeft ze mijn lichaam voorbereid op het graf.

Jezus voelt aan dat deze vrouw echt bij hem is. Dat deze vrouw zijn woorden gehoord heeft en daar op reageert, terwijl niemand anders om hem heen reageert op zijn bericht dat hij zal gaan sterven. En zij zegt zonder woorden tegen hem: ik blijf bij u, ik wil voor u zorgen, ook als het steeds stiller wordt om u heen.

En als we het lijdensverhaal deze week verder gaan volgen, zullen we ook gaan zien dat degenen die tot het einde toe bij Jezus blijven inderdaad met name de vrouwen zijn. En het zou me niets verbazen als deze vrouw, de vrouw zonder naam, daar ook bij is geweest.

Van dit hele gebeuren snappen de discipelen trouwens niets.
Het contrast tussen het gedrag van de vrouw en dat van de mannen is eigenlijk vrij choquerend. Die vrouw doet iets bijzonders, iets heel intiems, iets onbetaalbaars – en dat is niet alleen vanwege de dure olie die zij gebruikt.
Zij voelt aan wat de waarde van de tijd is die ze nog met Jezus heeft. De waarde van het moment dat haar gegeven wordt om haar daad van liefde te doen.

Maar de discipelen zien daar niets van. De discipelen voelen daar niets van. Zij ergeren zich alleen maar en zeggen: ‘Wat een verspilling! 9 Die olie had immers duur verkocht kunnen worden, dan hadden we het geld aan de armen kunnen geven.’
Deze mannen voelen de waarde van de tijd die ze nog met Jezus hebben niet aan.

De discipelen zijn zich duidelijk niet bewust van de stilte die is ingetreden rondom Jezus. Of misschien willen ze of kunnen ze die stilte nog niet horen, is er nog teveel onrust in hen. Zij staan nog midden in hun gewone dagelijkse doen, zij leven nog in de dagelijkse drukke tijd, tijd waarin heel andere dingen belangrijk zijn, zoals geld.

Jezus wijst hen om die reden terecht. Hij wijst hen erop dat deze vrouw heeft begrepen wat prioriteit heeft. Hij, Jezus, zal nog maar kort bij hen zijn, hij heeft minder tijd dan de armen aan wie ze aalmoezen zouden willen geven.

De tijd die Jezus nog met hen is, is andere tijd dan de tijd die ze nog zullen hebben met alle andere mensen om hen heen. Dit is het momentum en dat heeft deze vrouw goed aangevoeld. En Jezus zegt: Ik verzeker jullie: waar ook ter wereld het goede nieuws verkondigd zal worden, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’
Ik moest aan deze uitspraak van Jezus denken toen we van de week bij een uitvoering van de Matteus Passion waren. Voor het oor van honderden mensen werd deze onbekende vrouw bezongen. Iets wat jaar in, jaar uit, avond in, avond uit, gebeurt.

Als het stil wordt…..

Tja, wat doe je, als het stil wordt?

Kun je daar eigenlijk wel tegen? Kun je die stilte aanvaarden? Of dringt je dagelijkse doen, met al haar drukte, zich steeds weer aan je op?

Kun je stil worden en die andere tijdszone betreden…. Die tijd die een heel andere waarde heeft dan onze dagelijkse tijd?? Tijd die eigenlijk onbetaalbaar is, zoals de zalfolie die de vrouw meebracht onbetaalbaar was?

Lukt het ons om stil te worden….. of vragen dingen die eigenlijk geen prioriteit hebben, zoals geld, steeds weer onze aandacht?

—-

De week die voor ons ligt is een heel aparte week die onze ‘normale’ weken doorbreekt. Doorkruist, om het met een woordspeling te zeggen.
Een week waarin de tijd zich verdikt.

Een week waarin we stil staan bij Jezus’ laatste dagen als mens onder de mensen.

Ik wil u, jou, uitnodigen om deze week niet maar gewoon door te gaan met de gewone dagelijkse dingen die ons altijd maar zo opslokken.
Ik wil u, ik wil jou uitnodigen om met de stilte van deze week mee te komen, om je ademhaling en hartslag daarop aan te passen, om stil te staan bij die dingen die echt belangrijk zijn, die dingen die nu voorrang moeten krijgen, omdat het er nu de tijd voor is.

En ik wens u, ik wens jou toe, dat de stilte van deze week kostbare tijd mag worden, onbetaalbare tijd.

Amen
9 april 2017
P.G. De Hoeksteen
Ds. Annemarie Roding