Dit zijn de namen…

Gij hebt, o God, dit broze bestaan gewild,
hebt boven ’t nameloze mij uitgetild.

(Ad den Besten)

Dit zijn de namen…

Boven het nameloze uit, tilt God een mens. Een volk. Hij geeft hen namen. Zij worden genoemd.

Twee vrouwen worden vandaag genoemd. Sifra. En Pua. Twee heidense vrouwen, die God vrezen, meer dan zij de farao vrezen. Zij worden ontrukt aan de vergetelheid, wij kennen hun naam. Zij brengen leven, midden in de dood.

Dit zijn de namen… Zo begint Mozes het boek dat hij schrijft aan het eind van zijn leven. Dit zijn de namen van mensenkinderen, met wie God op weg gaat. Geboren uit Abraham, worden zij kinderen van God. En zomaar twee Egyptische vrouwen, die opgenomen worden bij dat volk. Laten wij hen volgen, en op het spoor komen van de God van Israel.

Want door de namen die klinken, klinkt een voorbode van de naam van God, die zichzelf noemde aan Mozes. Zijn hele, eigen naam, waaraan wij Hem herkennen, tot op de dag van vandaag.

Dit zijn de namen van Jakob, en Jozef, en zijn broers. Eén voor één worden ze genoemd. Man voor man. En in hun naam klinken de namen van hun vrouwen, hun kinderen. Ze trekken mee in het kielzog van Jozef. Die ene mens die Egypte voor hongersnood heeft behoed. Elke Egyptenaar zal hem kennen. Hij legde dromen uit en voorzag de komende hongersnood. Als onderkoning zorgde zijn beleid er voor dat er voldoende eten was, 2 x 7 jaar. En in dankbaarheid en eerbied maakt het land ruimte voor Jozef en zijn volk. Voor hem die de behouder van het leven wordt genoemd.

Die paar zinnen maken gelijk duidelijk waarom het goed is om je geschiedenis te kennen. De namen van je grootouders, je overgrootouders. De wegen die zij gegaan zijn, het leed dat zij geleden hebben, het kwaad misschien, dat zij begingen. Of de vrede die zij brachten. Zoals je de geschiedenis kent van je land, van de plek waar je geboren bent, of bent opgegroeid, of later terecht kwam. Kennis brengt inzicht, en inzicht brengt bescheidenheid.

De herinnering aan Jozef en zijn inzet voor Egypte, die herinnering schept ruimte voor de Hebreeërs. Tot er een farao komt, bij wie de herinnering vervaagt. Of, dat kan ook, die bewust zijn ogen sluit voor wat Jozef gedaan heeft. En sluipenderwijs, misschien zijn er jaren over heen gegaan, verandert het klimaat. Wie weet was er ook een voedingsbodem voor bij het Egyptische volk. De farao die even wijst op de omvang van de Israëlieten. En zomaar suggereert dat ze niet loyaal zouden zijn als er oorlog komt. En langzaam maar zeker slaat de gastvrijheid om in vijandschap. Wat de farao zaait, dat wordt geoogst.

De vreemdeling die met dankbaarheid en respect ontvangen werd, die wordt ineens met argwaan bekeken. Iets van dat proces zie je ook in Europa, denk ik. En Amerika. Ik merk aan de ene kant hoeveel mensen er zijn die zich onbevangen en open inzetten voor vluchtelingen. Als taalmaatje, ondersteuning bij papierwerk, hulp bij huisvesting.

Tegelijkertijd is er ook een sfeer ontstaan van angst, en vijandschap. Alsof wij onze ruimte en overvloed moeten bewaken en bevechten. In Duitsland komt dat sterk aan de oppervlakte door de politieke koers van Angela Merkel, maar ik denk dat die spanning ook ons niet vreemd voorkomt.

Haat tegen het Joodse volk, antisemitisme, is nog iets anders dan angst voor vluchtelingen. Maar de herkenning die er voor vluchtelingen, of voor bijvoorbeeld de zwarte gemeenschap met haar geschiedenis van racisme, ligt in het Bijbelboek Exodus, laat ook iets zien van de verwantschap. Dat zij daarin ook iets delen met elkaar. Herkenning van vijandschap, van slavernij. Hoop op vrijheid, in het spoor van God.

De farao zet een beleid van slow genocide in, een langzame genocide. Alle jongens die geboren worden, moeten in de Nijl geworpen worden. Het water in geslingerd. Dat is de sfeer waarin kinderen worden groot gebracht. Ze mogen er niet zijn. Hun mond moet gesnoerd. Hun leven afgebroken. Er ligt een schaduw van doodsheid over hen heen. Wat dat doet met een mens, met een gemeenschap, dat zie je denk ik tot op de dag van vandaag.

Maat juist aan dit volk, aan deze beknelde mensen, heeft God zich verbonden. In hen, in deze vreemdelingen, die met vijandige ogen bekeken worden, in hen ligt de naam van God verborgen.

Sifra en Pua

In een preek van Martin Luther King over Lucas 10 en de vraag: Wie is mijn naaste?, zegt King: Uiteindeljk gaat het er niet om waar je staat in momenten van comfort en gemak. Maar waar je staat in tijden van tegenstand en strijd. (Strength to love, Martin Luther King)

Mozes geeft iets weer van de samenleving waarin hij geboren werd. Een onveilige, doodse plek, waar kinderlevens bedreigd worden. Mannen tot slaaf gemaakt worden en vrouwen tot slavin. De krachten die onderdrukken en doden zijn dan heel zichtbaar.

Wij leven in een andere samenleving. Er is op het oog vrede, geen slavernij, kinderen kunnen vrijuit opgroeien. Tegelijk ligt er onder de oppervlakte iets te sluimeren dat zo af en toe de kop op steekt, waar je niet zomaar grip op krijgt, maar dat er wel is.

De een voelt de zuigkracht van de overvloed. En gaat steeds meer en harder werken, om steeds meer te verdienen. En na jaren ontdek je dat je je vrouw uit het oog bent verloren en wel heel weinig tijd voor je kinderen had. Maar je huwelijk is leeggebloed en niet meer te repareren. Dat is een kracht die aan je trekt en waar je niet zomaar van los komt.

Ik hoor soms van jonge en oude mensen hoe werk een vorm van slavernij is. Als je het niet goed getroffen hebt met je baas, dan kun je aardig onder druk komen te staan. En uiteindelijk werk je alle avonden en maak je steeds meer overuren, tot je uitgeput bent en bij een reorganisatie genadeloos op straat komt te staan.

En een kind dat opgroeit in een huis waar geweld woont, waar klappen vallen, die moet moeite doen om daar van los te komen. Dat zit zo onder je huid, dat raak je niet zomaar kwijt. En als je 16 bent, of 35, of 60, dan merk je tot je ontzetting dat je veel van dat geweld in je meedraagt. Het legt een klem op je, en werkt door in generaties.

Onderschat niet de krachten die er in je huizen, of waar je door wat je leest, of ziet, of hoort, door beïnvloed wordt. Soms denk ik weleens dat ze steeds sterker zichtbaar worden. En dat het woord van King heel waar is voor deze tijden. Hoe blijf je staande als je ingeklemd zit tussen al die krachten. Wat zijn de deugden die je vormen? Oefen je je in de richtlijnen van het Evangelie. Of volg je het spoor van de dag, van wat zich aandient?

Die naamloze Farao heeft in zijn land twee vrouwen wonen, die met ere genoemd worden. Sifra en Pua. We weten niet veel van hen. Waarschijnlijk Egyptische vroedvrouwen, verloskundigen. Ze hielpen de Hebreeuwse vrouwen bij het baren. Geroepen om leven te bewaren. Nu belast met de opdracht om te doden.

Maar ze vrezen God, meer dan dat ze de Farao vrezen. Midden in de doodsheid verzetten ze zich tegen de macht van de koning. En verrichten ze een Godswerk.

Gij hebt, o God, dit broze bestaan gewild,
hebt boven ’t nameloze mij uitgetild.

Dat is wat Sifra en Pua doen. In Godsnaam tillen ze de pasgeboren jongetjes op, om ze te behoeden voor het water van de Nijl, en ze op de borst van hun moeder te leggen. Zomaar een moedige vroedvrouw in de duisternis van een slavenland.

Tragisch genoeg is Egypte nog altijd een land waar zij die de naam van God dragen, veel onvrijheid en dreiging ontmoeten. Waar in de tijd van Mozes vooral jongetjes het moesten ontgelden, zijn het nu vrouwen die hier grote gevolgen van ondervinden, vertelt Stichting Open Doors.

Diep ontzag voor God tekent hun leven. Uit het leven van Sifra en Pua wordt zichtbaar hoe de vrees voor God je leert om te onderscheiden waar het op aan komt. Ik stel mij voor dat de vrouwen een van de weinige waren die tegen de macht van de farao ingaan. Een van de weinige vrouwen die de machten trotseren en levenskracht brengen waar de dood regeert. Alleen hún namen horen we. Zijn al die anderen in het spoor van de farao gegaan? Maar goddank, zomaar twee moedige vrouwen die opstaan. En hun werk doen voor de God van Israel.

De Heer vrezen en Hem dienen, brengt je op ongedachte wegen van gevaar en van tegenstand. Soms kun je er je leven lang vrij van blijven. Leef je altijd in de luwte en de kalmte. Vaker trekken de krachten van de tijd aan je. De een is daar meer vatbaar voor dan de ander denk ik.

Maar als ik soms merk hoe we gevormd zijn door de economische structuren in ons land, of hoe moeilijk we het vinden om met elkaar in relatie te staan, hoe moeizaam we vrede vinden in het gewone, het alledaagse, hoe hebzucht ons denken en ons handelen vormt, dan schrik ik daar van. Wat werkt dat uit, in de crisis, in de momenten dat het er om spant?

Aan Sifra en Pua zie je wat het uitwerkt wanneer je leeft in ontzag voor God. Het vormt je denken en je handelen. En als kwade machten hun kop opsteken, dan heb je fijngevoeligheid nodig om aan te voelen wat je te doen staat. Om iets te verstaan van wat er gaande is. Kun je je dan verzetten tegen de koning, tegen het kwaad? Niet altijd. Wel kun je doen wat je te doen staat, op de plek waar je bent, en werkt.

Voor Sifra en Pua is dat rond de geboorte. In het hart van het leven. Voor jou en mij is dat weer een andere plek.

Op kantoor, bij de ING, waar je alle gelegenheid hebt om het geijkte spoor te volgen van geld genereren en winst maken. Maar waar je ook een andere keus kunt maken.

Op school, waar je kinderen vormt voor het leven. Waar je de druk kunt opvoeren, en ze opjagen tot ongekende prestaties. Maar waar je ook een ander spoor kunt volgen. Van vertrouwen leren, en zichtbaar maken hoe Christus in je leeft.

Of thuis. Op je oude dag. En als je kleindochter komt dan luister je naar haar. En geef je een goed woord mee voor onderweg. En vertel je van jouw weg met God. Of je bidt, voor wie in je hart opkomen, en om wie je je zorgen maakt.

Om zo, op de plek waar je gesteld bent, een woord van leven te spreken. Levenskracht te brengen waar de doodsheid regeert.

Tot slot

Mozes schreef dit boek aan het einde van zijn leven. Dit zijn de namen, zo vertelt hij. Dit zijn de namen van een volk met wie God zich nauw verbonden heeft. Jakob, Jozef en zijn broers. Dit zijn de namen van heidense vrouwen die God opneemt in zijn verbond. Sifra en Pua. Dit is de naam van God zelf, waarmee Hij zich laat kennen. JHWH, Ik zal er zijn.

Om Christus wil is ons zijn naam gegeven. Zoals Sifra en Pua, zo neemt God ons op in zijn verbond, en geeft Hij ons zijn naam. Niet uit Abraham geboren, wel getekend met de Godsnaam. Mag Zijn naam ons vormen tot een leven in zijn dienst.

Zondag 22 juli 2018
PG de Hoeksteen Schoonhoven
Exodus 1 – dit zijn de namen
Ds. Hanneke Ouwerkerk