Door de mond van kinderen en zuigelingen hebt u zich een loflied laten zingen

Ik herinner mij de eerste vrijmarkten op Koninginnedag. Ik woonde toen in Amsterdam. De vrijmarkt was vooral een markt waarop kinderen hun spulletjes konden verkopen. Maar in de jaren die volgden kwamen er eerst veel meer volwassenen op de vrijmarkt, en daarna kwamen de echte handelaren…

We kunnen natuurlijk niet zonder handel, maar soms is het jammer dat uiteindelijk alles in handel verandert. Muziek, cultuur, sport, de Olympische Spelen, nationale feestdagen… en ook het geloof (heilige plaatsen, bedevaartsoorden als het even kan staan de handelaren vooraan met hun winkeltjes) … de handelaren van de wereld weten van geen ophouden. Het Hebreeuwse woord voor ophouden is Sjabat. Ze weten van geen SJABAT! En dus ook van geen zondagsrust… Zo was het al in de tijd van Jezus, toen kenden de handelaren op het tempelplein hun grenzen niet. Er is eigenlijk niets nieuws onder de zon – wist de Prediker al.

De evangelist Matteüs vertelt dat Jezus direct na zijn lawaaierige, sensationele intocht in Jeruzalem rechtstreeks naar de tempel ging. Hij zocht even wat rust in het huis van zijn Vader. Wilde bidden. Maar als Jezus in de voorhof van de tempel komt, treft Hij daar net zoveel herrie en onrust aan, als in de stad. Het lijkt er meer een kermis dan een kerk. Er wordt handel gedreven in offerdieren. Er wordt tempelgeld gewisseld. En dan volgt een van de weinige momenten dat het erop lijkt dat Jezus zich niet meer beheersen kan. En dat hij niet zijn mond, maar zijn vuisten laat spreken.

Nu waren al die handelaren heel nuttige mensen. In de tempel werden iedere dag dieren geofferd, en pelgrims die van ver kwamen konden moeilijk offerdieren op hun reis meenemen. En in de tempel werd het gangbare Romeinse geld met daarop een afbeelding van de gehate keizer niet geaccepteerd. In de tempel zelf accepteerde men alleen het oude Israëlitische geld. Zo pro-beerde men in het bezette Israël een stukje land (de tempel) onbezet, onbesmet, HEILIG te houden. Op zich een heel mooie gedachte – en daar werken die geldwisselaars aan mee.

Ook op het tempelplein was de commercie uit de hand gelopen. In een uitbarsting van woede jaagt Jezus alles en iedereen weg en roept: Van een huis van gebed hebben jullie een rovershol gemaakt! Een rovershol, er staat eigenlijk: een rovers-spelonk. Zo’n donker, vochtig gat in een rots, waar mensen die het daglicht niet kunnen verdragen zich schuil houden. Zo’n boevenschuilplaats hadden ze van de tempel gemaakt.
En dat terwijl de tempel juist een plaats behoort te zijn waar mensen komen schuilen die verlangen naar een beetje licht in deze donkere wereld.

En dan? Heeft Jezus wat Hij hebben wil, als hij het tempelplein heeft schoongeveegd. Geniet Hij nu van de stilte, van de heilige sfeer?
Nee – dat is hem niet vergund.
Matteüs vertelt: “En in de tempel kwamen blinden en lammen tot Hem en Hij genas hen. En kinderen kwamen in de tempel en riepen Hosanna, de Zoon van David!” Alsof ze toen ook al een Jong geluid hadden!

Zieken, blinden, verlamden… tegenwoordig zouden wij zegen: gehandicapten of mensen met een beperking… tja, die hingen er in de toenmalige samenleving maar wat bij. Ziekte of handicap werd in die tijd vaak gezien als straf van God… dus vaak werden ze beschuldigend nagewezen: Zij, of anders hun ouders, zullen wel wat op hun kerfstok hebben…. Als je blind was of kreupel, mocht je niet als Leviet of als Priester dienst doen in de tempel.

En kinderen, ik ken geen plaats waar staat dat kinderen niet welkom waren in de tempel, maar ze werden natuurlijk wel geacht stil te zitten en hun mond te houden. Net als in de kerk…

Eigenlijk is het vreemd wat er gebeurt! Terwijl Jezus de handelaren en hun herrie door de ene deur de tempel uitwerkt, komen door een andere deur de mensen binnen die doorgaans buiten de tempel worden gehouden: zieken, onreinen, kinderen. En dan richt Jezus zich tot die gehandicapten: hij geneest hen, neemt hen weer op in de samenleving. En de kinderen laat hij lekker roepen en schreeuwen: ‘Hosanna voor de voor de Zoon van David!’
Nog geen rust op het tempelplein. Wat is eigenlijk het verschil met eerst?

Ondertussen lopen de volwassenen: hogepriesters en de Farizeeën, met kwaaie koppen rond. En ze gaan doen wat ze eerst, toen de handelaren nog vrijelijk hun gang konden gaan, hebben nagelaten. Ze gaan nu wel proberen om de rust en de orde in de tempel te herstellen. Waarom grenst het gedrag van volwassen mensen zo vaak aan hypocrisie? (Dat maakt die hele kwestie rond de Krim ook zo vermoeiend: noem eens één wereldleider die in deze kwestie niet hypocriet overkomt? Één, die geen boter op zijn of haar staatshoofd heeft?)

De hogepriesters en schriftgeleerden gaan klagen bij Jezus. Hoor je wel wat ze zingen? Ze doen net of jij de zoon van David bent. Wat weten die snotneuzen daarvan af? Hebben die kinderen misschien theologie gestudeerd?
Jezus heeft die dag niet veel geduld. Hij geeft lik op stuk. Hij bijt van zich af met een citaat uit psalm 8. ‘Jazeker heb ik dat gehoord! Maar hebben jullie dan nooit in de Bijbel gelezen: Door de mond van kinderen en zuigelingen hebt u zich een loflied laten zingen?’

Kinderen in de bijbel.. dat is de mens in zijn kwetsbaarheid, in zijn afhankelijkheid en machteloosheid. Kinderen zijn heus niet per definitie engelen… maar ze zijn nog zo weinig besmet door de hardheid van het leven. Dat maakt hen meer dan volwassenen ontvankelijk voor het wonder van het leven, voor God.
Een van mijn favoriete gedichten is van J.W Schulte Nordholt.

HET KIND EN IK

Mijn zoon,
zoals je van de heuvel holt
met wind en zonlicht in je haar,
alsof je van de hemel komt,
zoals het trouwens is
lichtjaren ver van hiervandaan.
God voor dit ene ogenblik
heb ik misschien mijn leven lang bestaan.
Ik steek mijn armen uit.
Wat houdt een mens nog over van
het Licht waaruit hij is ontstaan?
Pas op, je valt.
Het doet geen zeer
een kind is zoveel dichter bij
de aarde dan de grote mensen
en bij de hemel zo dichtbij.
Hij komt er nog maar net vandaan.

Kinderen staan nog zo dichtbij het Licht waaruit ze zijn ontstaan, dichtbij de hemel, dichtbij God. Daarom begrepen Jezus en de kinderen elkaar zo goed. Jezus en de volwassenen, dat is vaak een ander verhaal. Tenzij die volwassenen het kunnen opbrengen om het kind in zichzelf weer te ontdekken, weer te worden als een kind…

Een van de dingen die ik erg zal missen is als de kinderen terugkomen met hun geldbakjes… Dat doen sommigen met zoveel eerbied of juist met zoveel plezier. Alsof het een spelletje is, maar wel een heilig spelletje. Want: juist door de mond van kinderen en zuigelingen, en door hun ogen, laat God zich een loflied zingen.
Dus: Jong geluid, zet hem straks weer op!

Amen.

Ds. Frans-Willem Verbaas