Van duiven en mussen…. én een pimpelmees

Van duiven en mussen…. én een pimpelmees

Als ik een opschrift bij deze overweging zou plaatsen
dan zou ik schrijven: van duiven en mussen…. én een pimpelmees.

Met die pimpelmees wil ik beginnen.

Daarvoor neem ik u mee naar de eerste scene uit een film over Rosa Luxemburg
(die de regiseusse Margarethe von Trotta in 1986 maakte)

Rosa Luxemburg was afkomstig uit een joods middenklasse gezin,
maar al van jongs af werd ze gegrepen
door het idee van zo’n revolutionaire omwenteling.
In de eerste decennia van de 20e eeuw
was ze in Duitsland een vooraanstaand lid van de sociaaldemocratische partij,
en later van de communistische partij.
Ze stond voor een vreedzame omwenteling die zou bewerken
dat er een eind zou komen aan het kapitalistische systeem.
Ze zag hoe dat systeem onrechtvaardig was,
omdat het een grote ongelijkheid bewerkte tussen mensen.

Haar vastberaden strijd riep weerstand op.
Ze werd meerdere malen gevangen gezet
en uiteindelijk werd ze vermoord.

Maar waar het me om gaat zijn de openingsbeelden
en de eerste woorden uit die film over haar leven.

De film opent met een beeld van een gevangenis
waarin Rosa Luxemburg verblijft.

Ze schrijft een brief aan een goede vriendin,
antwoord op haar vragen en zorgen.

Sonja, – schrijft ze –
je bent bitter over mijn lange verblijf in de gevangenis
en je vraagt je af
hoe het komt
dat sommige mensen kunnen beslissen
over het lot van anderen.

Met een zekere nuchterheid schrijft ze dan

Mijn liefste,
de hele geschiedenis is gebaseerd
op beslissingen die mensen nemen
over het lot van anderen.

En dan klinkt haar revolutionaire kant:

De enige manier om iets te veranderen
is door een pijnlijke omwenteling.

Maar er klinkt ook iets anders door –
een soort verwondering over de dingen die er zijn:

Je vraagt: waarom gebeurt dit alles?

De vraag ‘Waarom?’ maakt niets duidelijk
over het gehele leven en haar vele vormen.
Waarom bestaan er pimpelmeesjes?
Ik heb werkelijk geen idee,
maar ik ben blij dat ze bestaan
en het troost me wanneer onverwacht,
over de muur van de gevangenis heen
ik ze in de verte hoor.

en dan eindigt ze haar brief:

Lieve Sonja, bewaar de vreugde en maak je niet ongerust.
De dingen zullen uiteindelijk goedkomen, geloof me.
Vele kussen.
Rosa

Wonderlijk om te lezen:
‘de dingen zullen uiteindelijk goedkomen’,
als je weet dat niet veel later haar het leven ontnomen zal worden
en haar lichaam in een rivier zal worden gedumpt.

En toch staan die woorden er – en zijn die woorden als de zang van een pimpelmees.
Ze tillen je als het ware even boven de feitelijkheid uit.
Ze tonen de innerlijke kracht van deze mens.
Ze doen me denken aan de woorden uit het evangelie van vandaag:
Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden.

———————
Van duiven en mussen – én een pimpelmees.

Over de pimpelmees heb ik u nu verteld.
Over de troost die uit kan gaan van het horen van een klein vogeltje
waarvan je niet kan zeggen waarom het bestaat.

————–

Op deze warme lichte nachten lig je soms zomaar wakker in je bed
en hoor je opeens: een vogel begint te fluiten, en nog één, en nog één
en terwijl je stil in bed ligt is er een omgeven worden door iets –
ja wat kun je zeggen – iets geheimvols – het leven zelf omringt je.

————–

Ooit fietste ik in een bos en werd omringd door zoveel vogelgeluiden
dat ik bijna vergat dat ik fietste
en ik dacht aan iemand die ik bezocht in het ziekenhuis
ze lag op een kamer alleen, al vele weken,
ze sprak niet veel – ook ik was veelal zomaar stil bij haar,
er was geen antwoord op de vraag waarom dit haar overkwam,
eigenlijk alleen een stil, bijna sprakeloos makend verdriet.
Maar daar, fietsend in dat bos dacht ik – ze zou dit moeten horen.

—————-

Er is iets dat geen antwoord geeft op onze vragen,
maar dat het mogelijk maakt – al is het soms in momenten –
het uit te houden, te volharden.

Het weerbarstige van onze werkelijkheid
wordt er niet door gladgestreken,
maar er wordt iets voelbaar door die rimpels heen.
Je kunt het soms eigenlijk nauwelijks onder woorden brengen.
En als je er woorden aan geeft zijn het woorden die al gauw te groot klinken,
alsof ze het weerbarstige ontkennen.

Nee, die woorden zullen altijd in spanning staan met hoe het is.
Maar tegelijk zorgen die woorden er voor dat ‘hoe het is’ niet het einde is.

Zo lees ik de lezingen van vandaag.

Allereerst het verhaal van die geroepene: Jeremia,
die geroepen is te spreken namens God.

Onheil kondigt hij aan – steeds opnieuw – maar hij vindt geen gehoor.
Er wordt de spot met hem gedreven – het maakt hem eenzaam en radeloos.
Al mijn vrienden zijn uit op mijn val – zo lezen we.

Hij zal zelfs zeggen dat hij niet geboren had willen worden.

Maar ook klinkt:
de HEER staat mij terzijde
ze krijgen mij niet in hun greep.

Zulke woorden – en in de psalmen vinden we er veel,
– je kunt de woorden uit de eerste lezing wel zien als een echo van psalmteksten –
zulke woorden zijn voor mij als dat onverwachte zingen van een pimpelmeesje.
Ze doorbreken dat wat is – het miskend worden – de eenzaamheid – de machteloosheid.

Feitelijk – kijkend met de ogen van een buitenstaander –
lijkt er misschien niets te veranderen.
Maar innerlijk is hier een verbondenheid met de Machtige
wiens macht zich misschien wel heel anders toont
dan wij geneigd zijn over ‘macht’ te denken.

Want zie de evangelie-lezing –
zo veel vervolgingen – zoveel geweld – zoveel vervreemding van wie bij je leken te horen,
broers die broers aangeven, vaders hun kinderen –
een wereld die in chaos verkeert.
Een tekening van de werkelijkheid waar christenen die leven in gebieden van vervolging
zich ook heden ten dage in zullen herkennen
De vraag ‘waarom gebeurt dit ons?’ lijkt een heel begrijpelijke.

Maar ook hier geldt dat wat Rosa Luxemburg schreef aan haar vriendin:
zo zit de wereld in elkaar – daartoe moeten we ons verhouden.

Ze spreekt over omwenteling,
ze beoogde een vreedzame revolutie.

Wordt in de lezing van vandaag niet iets vergelijkbaars gevraagd?
Een omwenteling in je denken – niet het stellen van de vraag:
waarom gebeurt dit?
(zoals veel mensen doen die zeggen niet in God te geloven
omdat er zoveel ellende is op de wereld –
zij houden God (de God in wie ze dus zeggen niet te geloven)
dan verantwoordelijk voor die ellende)
maar hoe verhoud ik me er toe?
En kan ik me daarin spiegelen aan hoe God zich toont,
doorheen die werkelijkheid,
me spiegelen aan zijn blik?

Een blik die het kostbare van een mus ziet.

Het is zo’n wonderlijke zin
er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil.
Hij is wel gelezen als een bewijs van de almacht van God,
niets geschiedt buiten zijn wil.
Maar dan maken we er een feitelijkheid van,
terwijl Jezus hier spreekt om op te wekken tot vertrouwen.
Het tegenovergestelde van een fatalisme
dat je zou kunnen ontlenen aan deze woorden.
Nee – zelfs een mus is kostbaar in de ogen van God
hoeveel te meer dan een mens.
Juist als je je kwetsbaar weet
– soms hoor je mensen zeggen – ik voel me net een dood vogeltje
mag je weten door God gezien te zijn.

Dan is God als die onverwachte pimpelmees – die je tegen alle verwarring in,
misschien ook rationele verwarring in – raakt,
en thuis brengt bij jezelf – iets in jou wekt
wat misschien diep verborgen was.

————-

Over duiven en mussen en een pimpelmees.
De pimpelmees en de mussen, die hebben we gehad.

Maar hoe zit het dan met die duif?

Bedenk wel, ik zend jullie als schapen onder de wolven.
Wees dus scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif.

Jezus bereidt de leerlingen voor op tegenstand.
Wat Matteus schetst aan tegenstand in de pericoop die we vandaag lazen
is nauwelijks voorstelbaar tijdens Jezus´ leven
in de heftigheid die hij hier schetst.
Matteus schrijft hier – om het zo te zeggen – over de dood van Jezus heen.
Dat maakt het des te urgenter ook voor ons.

Nou zou je kunnen zeggen dat wij toch niet zoveel weerstand proeven,
christelijk geloof is tamelijk ‘ongevaarlijk’ in ons land.
Je wordt hoogstens een beetje meewarig aangekeken,
of er wordt wat badinerend gesproken over gelovige mensen
in sommige tv –programma’s.

Maar dat ongevaarlijke kan ook de angel een beetje uit ons geloof halen.
Het tegendraadse van geloven kan uit beeld raken,
dat je je naaste liefhebt als jezelf – degene die op jouw pad komt –
ongevraagd – dat blijft toch een appel dat ontregelend is.
Dat je je handelen motiveert vanuit de navolging van Christus,
dat je je leven richt op een tegoed dat in ons leven gestalte krijgt
maar nooit ten volle vervuld wordt in dit leven.
Dat je je leven zo in de spanning van het Koninkrijk van God wilt zien.
Het is allemaal helemaal niet zo vanzelfsprekend.

Schapen tussen wolven zegt Jezus – uiterst kwetsbaar dus.
Dat is één – geloven maakt kwetsbaar.
Het is geen schande als je dat ook zo ervaart,
ook in de wereld waarin wij leven
is dat kwetsbare – mikpunt van spot soms – iets dat je meedraagt.
Laat het zo zijn.

Maar Jezus laat het daar niet bij.
Hij wenst ook sluwheid toe – de slimheid geen slachtoffer te worden.
Je tijdig terug trekken – zoals een slang bij dreigend gevaar dat zal doen.

Maar het beeld van die slang heeft ook iets lastigs,
want de slang doet denken aan listig, doortrapt,
en dat kan hier niet de bedoeling zijn.
En daarom is er die duif.
Bewaar de onschuld van een duif.

Een duif maakt geen slachtoffers –
ik las – en ik zou er zelf niet aan gedacht hebben het zo te zien –
de duif is vegetariër,
hij jaagt dus niet – hij leeft niet ten koste van anderen.

Het kwetsbare dat het geloof in zich draagt
wordt misschien wel bij uitstek gesymboliseerd in die duif.

Maar die kwetsbaarheid is niet een kwetsbaarheid die betekent
dat je over je heen laat lopen – nee de weerstand van het sluwe van de slang,
maakt dat je niet zomaar een willoos slachtoffer hoeft te zijn.

————–

Als je in een samenleving als de onze wilt staan voor je geloof
doe dat dan met de weerloze overgave van een duif,
maar bewaar je slimheid om daarin jezelf niet te verliezen.

—————

Een mus, een duif en een pimpelmees.

Bijzonder hoe drie vogels ons de weg kunnen wijzen
naar een bepaalde vorm van geloofsverstaan.

Door de mus,
– en telkens als je een mus ziet, mag je daar aan denken –
mogen we weten door de Vader gezien te zijn,
en wel als van onschatbare waarde.

Door de duif
– en telkens als je een duif ziet, mag je daar aan denken –
mogen we weten dat we onze kwetsbaarheid als een kracht mogen zien
zolang we er van weten daarin onszelf niet te verliezen.

Door de pimpelmees.
– en telkens als je een pimpelmees ziet of hoort, mag je daar aan denken
als herinnering aan dat wat er is
zonder dat er een antwoord is op de vraag ‘waarom?’

Door een pimpelmees
als een mogen weten van een geborgen zijn
ondanks onbeantwoorde vragen.

25 juni 2017
P.G. de Hoeksteen
Ds. Joep Roding