Een naam in de Bijbel is je roeping

We zijn aan het einde van het Johannes evangelie. Jezus is opgestaan, verschijnt nog een paar keer in levende lijve aan zijn discipelen, waarna Hij afscheid neemt. (Johannes spreekt niet over Hemelvaart, laat het afscheid van Jezus open…) .
Voordat Jezus afscheid neemt wil hij nog iets recht zetten met o.a. Petrus. Het is vroeg in de ochtend. De discipelen zijn uit vissen gegaan. Jezus wacht hen op aan de wal bij een koolvuurtje (21:9). Als ze even later bij dat vuurtje gebakken vis zitten te eten, gaat Jezus met Petrus in gesprek… maar hij noemt hem niet meer Petrus. Wanneer we de tekst goed beluisteren, horen we dat Jezus hem weer bij zijn oorspronkelijke naam noemt, tot drie keer toe: Simon, zoon van Johannes. De verteller, de evangelist gebruikt de naam Petrus wel.

In verkorte vorm ziet onze tekst er als volgt uit:
Johannes 21: 15-17
vs. 15 Jezus zei: Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?
Petrus antwoordde: Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.
Hij zei: Weid mijn lammeren
vs. 16 Nog eens vroeg hij: Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?
Hij antwoordde: Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.
Jezus zei: Hoed mijn schapen.
vs. 17. Voor de derde maal vroeg hij hem: Simon, zoon van Johannes,
houd je van me?
Petrus (…) zei: Heer, u weet (…) dat ik van u houd.
Jezus zei: weid mijn schapen.
(…) Daarna zei hij: Volg mij.

Het gaat ons nu om de namen. Er gebeurt nog veel meer in deze korte tekst, het is net een maggiblokje, je kunt er wel een hele pan linzenmoes van koken, maar we beperken ons nu en letten alleen op het gebruik van de namen Simon, zoon van Johannes en Petrus.

We gaan even helemaal terug naar het begin van het Johannes evangelie. In Johannes 1:42 wordt Simon, de zoon van Johannes geroepen door Jezus. Om hem te volgen. We lezen dan: Jij bent Simon, de zoon van Johannes, maar voortaan zul je Petrus heten (dat is: rots). En in Mat 16: 18 legt Jezus uit waarom juist deze naam: Jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen.
Een naam in de Bijbel is je roeping. Je programma.

De naam Jezus betekent: God zal redden. Het levensprogramma van Jezus is dus: mensen redden namens God en voor God.
Jacob kreeg op een gegeven moment een nieuwe naam. Jacob betekent: hielenlichter, bedrieger. Als Jacob na lange omzwervingen terugkeert in Kanaän, geeft God hem een nieuwe naam. Jacob wordt Israël, en dat betekent: Strijder met God. Maar vervolgens worden de namen Jacob en Israel in het OT wel door elkaar gebruikt. Jacob wordt Israel, maar hij blijft ook Jacob.
Simon krijgt een nieuwe naam, een nieuw levensprogram: hij moet de rots zijn waarop Jezus kan bouwen.
Maar, wanneer we de evangeliën lezen, dan valt op dat hij, vaak met beide namen wordt aangesproken: Simon Petrus. (bijv. Joh 18: 15). Net zoals Israel ook vaak met zijn oude naam Jacob wordt aangeduid.
Want: je oude leven, je oude identiteit schudt je niet zomaar van je af. Zo werkt dat niet bij mensen. We kunnen een nieuwe weg inslaan, een nieuwe roeping krijgen, goede voornemens doen (1 januari, … weet u ze nog?). Maar ons karakter veranderen we niet zomaar.
We kunnen Pasen vieren…Kerst en Pinksteren… maar een week later hebben we heus geen ander karakter.

Lees meer…