Kindernevendienst

Een tegenstem

De nachtmerrie-achtige droom van Daniel roept beelden wakker waar je je nauwelijks een voorstelling van kunt maken. Afschuwelijke wezens ziet hij voor zich. Een leeuw met adelaarsvleugels, die rechtop staat als een mens. Een vleesverslindende beer, een panter met vleugels en vier hoofden. En als laatste een wezen dat met geen pen te beschrijven is, maar dat zo angstaanjagend is, dat hij verstijft en lamgeslagen achterblijft. Tanden van ijzer heeft het beest, tien horens op zijn kop met daarop mensenogen.

Het is in het jaar dat Belsassar koning is van Babel. Hij is de koning die de hand op de muur zag schrijven en Daniel riep om de woorden te verklaren. De koning die zich aan God noch gebod iets gelegen liet liggen. Daniel begeeft zich in zijn invloedssfeer. Hij werkt voor hem. Zit midden in de dynamiek van een groot rijk, een machtige heerser en wordt ongewild vast ook meegesleept in de waan van de macht. En daar doorheen loopt altijd weer zijn verbondenheid met God.

En nu droomt hij deze droom. Het zijn niet zomaar wilde fantasieën van een dromerige jonge man. Maar het is de werkelijkheid waar hij midden in zit. Die schrikwekkende wezens verbeelden iets van de overmacht en dreiging van koning Belsassar, van de koninkrijken om hen heen, van het Griekse rijk dat in opkomst was.

Wij kennen iets van die geschiedenis. Van het ene rijk dat groot en machtig was, maar ten onderging aan een zelfzuchtige koning, en opgevolgd werd door een ander rijk. En zo maar door. De opkomst en ondergang van grootmachten.

Maar als je er midden in zit, dan zie je dat niet, dan weet je dat niet. Zoals wij geen idee hebben hoe de verhoudingen tussen Amerika en Noord-Korea zich zullen ontwikkelen. Of hoe de macht van terreur zich zal uitbreiden, of dat het langzaam zal verdwijnen. Iets van die dreiging, dat nachtmerrie-achtige van Daniels droom, dat zal je misschien helemaal niet zo vreemd voorkomen. Je ziet beelden van Las Vegas, van het onvoorstelbaar gruwelijke geweld van wapens, en hoe doordacht één mens te werk is gegaan, die in korte tijd zoveel mogelijk medemensen wilde doden. Zoiets.

Dan heb je zo’n droom niet eens nodig, omdat het werkelijkheid is. En vaak ook veel subtieler, veel onopvallender. Hoe iemand in de greep komt van drugs, of alcohol. Als je dat van nabij ziet gebeuren, dan zie je de verwoestende kracht van zoiets. Hoe het een mens verlamt, verpletterd.

En zo zit Daniel midden in de chaos. Hij is er heel dichtbij. Begeeft zich elke dag in die sfeer, het gaat niet buiten hem om. En ongemerkt zal hij daar toch door beïnvloed worden. Op wat voor manier dan ook. Door de taal die er gesproken wordt, de woorden die gebruikt worden. Door de overtuigingen waar andere mensen uit leven, de belangen die er spelen. Misschien onderschatten we dat snel, dat je sterk beïnvloed wordt door de plekken waar je bent, de mensen met wie je optrekt, de dingen die je hoort of ziet.

En tegelijk herken je dan misschien ook wel iets van die angst. Dat beelden zich aan je opdringen, angsten je beheersen en dat je verkrampt kunt raken van wat er gaande is. Je kunt het nieuws niet meer verdragen, leest liever de krant niet meer. Al te snel lijkt het alsof dát het hele verhaal is. Van een schutter die mensen doodt, een regeringsleider die dreigende taal uitslaat of een bende soldaten die een stad plat legt en verder trekt naar de volgende stad om, en ga zo maar door.

Is het daardoor dat Nederland massaal rouwt om een burgermeester? Om een man die zijn stad en zijn mensen liefhad. Die goede woorden sprak, en verbinding bracht. Burgermeester van der Laan symboliseert misschien wel iets van een verlangen naar vrede en naar eensgezindheid. Van de hoop misschien ook wel dat het leven leefbaar is, met elkaar, naast elkaar.

Tegelijk zit de verwarring toch ook veel dieper dan wat het nieuws je aanreikt en niet te verdragen is. Onderhuids zit het, in je hart en je hoofd. Je zoekt houvast en vindt het niet. Je verliest de grip op alles wat eerst zo vast en zeker leek. Je eigen kleine leven, en het leven van wie je na aan het hart liggen, wat kun je soms kwetsbaar zijn. En weerloos. Of juist, verbitterd. En hard. Dat het je gewoon ook niet meer kan schelen, omdat het teveel is. Verantwoordelijkheid dragen, trouw zijn, keuzes maken.

Een tegenstem

Midden in de chaos van het leven, de verwarring van wat er op je afkomt, klinkt er een tegenstem. Een ander verhaal. Er is meer te vertellen dan de crash, dan de dreiging en de verplettering van grootmachten en van kleine zaken die je als een slang verstikken en beknellen.

Uit de hemel is ons het evangelie gegeven. Een Woord, dat vlees en bloed wordt. En orde schept, in de chaos. Daniel ontvangt het in een droom. En wij, vandaag hier in dit huis, horen de woorden die zijn opgetekend, en die hun weg gevonden hebben in de kerk, in de tijd. Het zijn geen dramatische toekomstvoorspellingen. Of stoffige verhalen uit lang vervlogen tijden. Maar zo spreekt de Heer, en zo spreekt de Heer vandaag, door zijn Woord en Geest.

Ons wordt aangezegd hoe anders Hij is. Onze God. Zijn tanden zijn niet van ijzer en zijn mond is niet vol grootspraak. Hij is een God die niet verplettert, maar opricht. Die niet vertrapt, maar heel maakt. Wij zien een God die niet uit is op zichzelf, maar op zijn schepping. Hij verzamelt mensen om zich heen en deelt van zijn overvloed. Met recht en waarheid brengt hij orde in de chaos van overmacht en onderdrukking.

En terwijl wij allemaal onze gang gaan, en de een haastig is om het goede te doen, terwijl de ander niet aarzelt om kwaad te doen, en de meeste mensen zich ergens daar tussen in begeven, terwijl iedereen zijn gang gaat, worden er tronen opgericht. Hemelse tronen. En op een troon neemt plaats iemand die de Oude van Dagen genoemd wordt. Een oude wijze, wordt van hem gezegd.

Wij zien in Hem God de Heer, omgeven met licht en vuur. In het boek Openbaringen wordt een soortgelijk beeld geschetst. Het is een beeld, een verbeelding van wat wij met ons verstand en onze ogen maar nauwelijks kunnen bevatten. Majesteitelijk, is het. En het heeft een bepaalde schoonheid, God als een oude wijze. Hij is van lange duur, Hij is niet van gisteren, om het met eerbied te zeggen. Hij is oud en wijs. En om hem heen een glans, een licht waar het duister geen vat op heeft.

En in dat licht wordt zichtbaar wat goed en kwaad is. Wat recht en onrecht is. Op de een of andere manier komt dan naar boven wat het houdt, wat van lange duur is. En wat verdwijnt, wat afbreekt en niet van waarde is. Niet dat dat altijd zo zichtbaar is, voor ons niet tenminste. Onderscheiden wat van waarde is, wat bij God hoort, dat is nog niet zo gemakkelijk. Soms zie je dat pas veel later, of merk je het maar moeilijk op. Zo’n droombeeld kan al snel de indruk wekken dat het de good guys versus de bad guys is. En dan wijs je al snel naar een ander, ver weg, en boven je verheven. Maar het is maar de vraag of het zo eenvoudig ligt.

Ik denk dat je niet moet onderschatten hoe snel je zelf wordt meegezogen in een bepaalde manier van denken, een manier van doen, die schimmig is. Niet uitgesproken goed, niet uitgesproken kwaad. Maar als je er van dichtbij naar kijkt, dan zie je soms dat het toch wel erg veel om jezelf ging in die keuze. En zeker niet om God, of om zijn naam. Dan zie je soms hoe je je eigen keuzes rechtvaardigt, terwijl achteraf blijkt dat je doen en laten niet de vrede heeft bevordert, of de waarheid diende.

Afgelopen week waren we met de Dertigste Verdieping bij elkaar. Over luisteren naar God, dachten we na. Hoe doe je dat. En kun je überhaupt iets van God vernemen. Waneer, en hoe dan? En ook over hoe God het gewone leven als het ware onderbreekt. En of wij ons dan eigenlijk wel laten onderbreken. Of dat we gewoon genoeg hebben aan onze eigen gedachten, onze stellige overtuigingen. Je herkent misschien wel iets van dat innerlijk gevecht. Ergens delen we een diep verlangen naar verstoring van onze eigen overtuiging. Verlangen we ernaar om van God te horen, en op zijn spoor te worden gezet.

Daarom ben je toch ook hier, in de kerk. En op andere momenten misschien, rond een geopende Bijbel. In ontmoetingen met elkaar. Waardoor je je laat onderbreken. Blijkbaar kunnen we niet toe met onszelf. Is er een diepe verwachting en hoop op God die ons stoort, ons als het ware aanstoot met zijn evangelie.

En tegelijk dat innerlijk gevecht. Om voor God te komen staan. Om je echt te laten aanspreken, te laten gezeggen ook. Dat is zo tegendraads, zo niet passend bij onze tijd, bij onze aard en ons mens-zijn. En dan toch, in die lichtkring komen. Rond God op de troon. In vrees en beven. Wie kan dat doorstaan? Wie durft frank en vrij in zijn licht te komen. Waar heil en vrede is. Maar waar je ook zo ontmaskerd wordt, en zo alle schimmigheid en onechtheid laat vallen. Waar er iets zichtbaar kan worden van wat echt en waar is. Hoe goed, maar ook hoe pijnlijk.

De mensenzoon

Dan verschijnt er iemand, gelijk aan een mensenzoon, die voor die troon van God mag komen. Ik herken in Hem de mensenzoon, onze Heer, Jezus Christus. Hij kan vrijuit voor God staan. Volop in het licht, met opgeheven hoofd. Zoon van God en zoon van mensen.

In alle aardse en geestelijke strijd, waar machten opstaan en luidruchtig van zich laten horen, geeft God aan zijn zoon het koningschap. Hij bekleed Hem met macht, en waardigheid en heerschappij. En alleen dat zal stand houden. Wat van God komt, heeft een waarde in zich, die eeuwig is.

Zo wordt door die droom iets zichtbaar van de hoop waar de kerk uit leeft. God is koning. En Zijn Zoon draagt het koningschap op zijn schouders. En al het andere, al die verwoestende krachten die hun werk doen, zij kennen een einde, zij duren niet eeuwig. God begrenst het kwaad. Het heeft een begin, maar ook een eind.

Als we met onze eigen ogen kijken, dan zie je dat niet. Dan heeft chaos het laatste woord. Maar het Woord van de Heer zegt ons: God heeft het laatste woord. Het oordeel is al geveld. Wordt steeds opnieuw geveld. Niet pas later, ooit, maar in Christus naam is het oordeel gesproken. Het donker zal geen standhouden. Het zal aan het licht komen, en verdwijnen.

Dat is evangelie, het goede nieuws van een God die zijn Zoon aan ons geeft. Om zoon des mensen te zijn. Een koning die geen tanden van ijzer heeft, geen lompe taal spreekt, niet verpletterd, maar een koning die in waardigheid en dienstbaarheid regeert. Iemand schreeft: die mensenzoon is de ware mens. Waarachtig en trouw. Van God gegeven, om aan vast te klampen en bij op te ademen.

Al die heiligen, die Daniel in zijn droom ziet staan bij de troon, al die heiligen, dat zijn zij die schuilen bij God. Omdat je weet dat je zelf toch ook geen stand houdt voor God. Misschien dat het vooral om Hém is, dat je hier bent. Dat je er nooit los van komt. Of er zomaar toe aangetrokken wordt.

In de chaos en de vertwijfeling, van je eigen ziel, van je gebroken leven, een wereld op drift, in een tijd waar alle richting en zin ontbreekt en alles mogelijk is, maar niets voldoet, is ons een mens gegeven, die de hoop vertegenwoordigt op een leven in waarheid en in gerechtigheid. Houd je vast aan Hem. Klamp je aan de Zoon vast, die als enige recht voor God kan staan.

Net als die heiligen, die het zoeken bij God. En het is daarom dat zij heilig genoemd worden. Omdat God hen heiligt in zijn Zoon. Het zijn al die mensen die ons zijn voorgegaan. Broeders en zusters uit de wereldwijde kerk. Je vader, je grootmoeder, je kind. Al die mensen die schuilen bij God en hopen op Hem.

Tot slot

Laat je storen door dat Evangelie. Juist in de chaos en in de onzekerheid. Als de hoop je ontvallen is en de gelatenheid en berusting bezit van je genomen heeft. Laat je onderbreken door God. En vertel aan elkaar van God, die licht is. En van Jezus, die ons heiligt. Getuig van de hoop die ons gegeven is. Nu en tot in eeuwigheid.

Daniel 7
Zondag 8 oktober 2017, 10.00 uur
P.G. de Hoeksteen
Ds. Hanneke Ouwerkerk