Eeuwigheidszondag

De loofbomen staan nog in blad, als ik deze regels schrijf. Maar sinds een dag is aan de prachtige nazomer van 2014 een eind gekomen. Het weer is wisselvallig, met veel wind, regen, onweer en koele temperaturen. En als gevolg daarvan gaan bij veel bomen de bladeren verkleuren. Al gauw zullen ze als dorre herfstbladeren rond dwarrelen over natgeregende straten.

Het is herfst. In de herfst vieren onze Rooms-katholieke buren en vrienden het feest van Allerzielen. Op 2 november gedenken ze in de kerk alle overleden gelovigen. In de kerkdienst zegt de voorganger : ‘Broeders en zusters, bidden wij met vertrouwen tot de hemelse Vader die niet wil dat er iets verloren gaat van wat Hij aan de Zoon gegeven heeft.’

En dan gaat die door met: ‘wij bidden voor alle overleden gelovigen, dat zij mede door het gebed van de Kerk op aarde mogen worden toegelaten tot het vaderhuis met vele woningen, (..) voor hen die het afgelopen jaar in ons gemeenschap zijn overleden: dat God zich in zijn genade over hen ontfermt en hen binnenleidt in het land van licht en vrede.’

Als christenen van de Reformatie zijn we niet gewend aan het bidden voor gestorvenen. Soms lees je drieste uitspraken hierover. Maar wel kunnen we wat leren van de manier waarop de katholieken hun verbondenheid met gestorven geliefden en met alle overleden mensen laten zien in de herfst.

Nu kun je over de herfst opgeruimd en vrolijk doen. Maar als je in een tikje droevige herfststemming bent, denk je: al het fijne is voorbij. Alles wat leeft, vergaat een keer. En je denkt dankbaar aan alles wat je nog wel hebt, hoop ik. Als je na een begrafenis het kerkhof afloopt, dan spreek je met jezelf af, dat je je huisgenoten hartelijker zult liefhebben. Je neemt je voor het leven stevig te omarmen, toch?!

‘De doden zijn weg’ denk je. Maar mooi zou het zijn, als e in de herfst ging geloven en voelen: ‘Ze zijn niet weg, ze wachten op de tijd van God. De vorm is wel weg, maar hun wezen blijft bewaard en hun naam is geborgen bij God’. Soms hoor je mensen vertellen, dat ze nog maandenlang na het overlijden een gestorven geliefde om zich heen voelen.

Dat is misschien doordat ze heel sterk aan de overledene denken. Het kan ook zijn, doordat ze zeker zijn dat Gods verbond niet gebonden is aan tijd. Heeft Hij aan mensen trouw beloofd, dan is dat een eeuwige trouw. Misschien zijn levenden en doden niet zo ver van elkaar gescheiden als wel lijkt. Wie eenmaal leefde en verlangde naar God, die is er nog, ook na de dood. Die is nu uit de tijd en leeft nu een eigen leven boven de tijd.

Niet verkeerd, wanneer we in de herfst terugdenken aan onze overleden geliefden en aan anderen, die we hebben verloren en nooit willen vergeten. In de kerk maken we op zondag 23 november daarvoor plaats en we geven het de naam: ‘eeuwigheidszondag’. We noemen hen bij name, die het afgelopen jaar in onze gemeenschap gestorven zijn en steken daarbij een kaars aan. In het gebed denken we aan hen en aan alle mensen van ver en van nabij, die treuren om een dierbare gestorvene.

Aan allen, die hun verdriet niet kunnen verwerken en aan hen, die worstelen in het verdriet om uitzicht. Aan allen, die teruggeworpen zijn op zichzelf en aan hen, die ontmoedigd raken. We worden één met zoveel bekende en minder bekende mensen. En met hen bidden wij, verlangend naar kracht en troost en zekerheid, in de hoop op God en zijn eeuwige trouw. Hij zal zijn beloften inlossen.
Ik denk, dat we als we zo biddend ons hart naar Hem opheffen, we ontdekken hoe God met ons bezig is. Dat is een heilig moment – God doet heel wat met onze herfststemming.

Ds. Chris Koole