En dat we dan gaan zien

Vorige week vierden we Pasen. En vandaag nog steeds een beetje. De Heer is waarlijk opgestaan. Maar waar is Jezus nu? Waar kunnen we hem vinden, hoe kunnen we met Hem leven? Op de vraag: waar is de Heer, waar kunnen wij hem vinden? heeft de kerk drie antwoorden:

  1. In de hemel. Bij zijn hemelvaart heeft Jezus een hemelse troon bestegen, waar hij nu zit ter rechterhand Gods. Jezus is in de Hemel. In de goddelijke dimensie of werkelijkheid. Bij de Vader. De hemel boven ons is niet leeg… Mooie gedachte! 
  2. In de Geest. Want Jezus is ook Geest. 2 Korinthiers 3: 17 –  Welnu: met de Heer wordt de Geest bedoeld, en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid. Na Pinksteren weten we dat. Jezus is Geest. En in de Geest is hij aanwezig. Omgeeft hij ons. Woont hij zelfs in ons hart. 
  3. Maar Jezus is ook tastbaar, uiterst concreet aanwezig. In zijn lichaam. Dat wil zeggen: in de gemeente. Want de gemeente is het lichaam van Christus. (Kolossenzen 1: 18 – Hij, Christus, is het hoofd van het lichaam, de kerk =de ekklesia. Zie ook Kol. 1: 24) Wij, kerk, gemeente, mannen vrouwen, volwassenen en kinderen, witten zwarten en alles ertussenin, tobbers en mazzelaars, rijken en armen… samen zijn wij het lichaam van Christus. Wij zijn Gods handen en voeten. denk aan dat oude verhaal: een Frans kerkje werd in WOP2 gebombardeerd. Na de oorlog werd het puin geruimd om de kerk opnieuw op te bouwen. Onder het puin werd de crucifix teruggevonden. De handen en voeten waren van het Jezus-beeld afgebroken. Men besluit het beeld niet te restaureren want, zei iemand: ‘Wij zijn de handen en voeten van Jezus!’

Dus: op de vraag: Waar is Jezus nu? past een drievoudig antwoord. Een drievoudig antwoord dat in de pas loopt met de de drie-ene God: Vader, Zoon en H. geest.
Jezus is bij de Vader, in de hemelse, goddelijke werkelijkheid
Jezus is Geest, aanwezig in en door de Heilig Geest
Jezus is tastbaar aanwezig in zijn lichaam,
dat wil zeggen in zijn gemeente. Dat wil zeggen: in u en mij. (Ja, dat is een grote verantwoordelijkheid voor de gemeente. Een kerkelijke gemeente is dan ook geen clubje of een vereniging die je kunt oprichten of weer opheffen, maar wij maken deel uit van het lichaam van Christus. Dat is nogal wat.) 

Genoeg theologie! Verhalen vertellen vaak veel beter wie Jezus is, en waar hij is. Wij richten ons verder op dat prachtige verhaal over de concrete, lichamelijke aanwezigheid van Jezus in de gemeente: het bekende verhaal van de Emmaüsgangers.
 
preek_7_april_2013_1Twee leerlingen van Jezus lopen op de Paasdag naar huis in Emmaüs, op zo’n 12 kilometer ten westen van Jeruzalem. Intens teleurgesteld. Het leven is voor veranderd in een boze droom, een nachtmerrie. Zoals dat soms gebeurt – dat je jezelf bij klaarlichte dag terugvindt in een boze droom of nachtmerrie.
Dan voegt zich een derde zich bij hen, voor hen een onbekende, die vraagt waar ze toch zo bedrukt over praten. Ze doen hun verhaal. Ze vertellen dat drie dagen eerder Jezus is gestorven.

Ze hadden al hun hoop op deze machtige profeet gesteld. Ze hadden gehoopt dat hij Israel zou bevrijden, van de vijand, van de Romeinen, van de tyrannie, van de armoe, van ziekte, van de corruptie, van alles wat zichtbaar verkeerd gaat in deze zondige wereld. (Lees de krant er maar op na.) Maar toen het erop aankwam is Jezus gearresteerd, en de hogepriesters en leiders hebben hem ter dood laten veroordelen en laten kruisigen. Dat was drie dagen geleden. Er zijn wel vrouwen die naar het graf zijn gegaan, en zijn teruggekeerd met de boodschap dat hij leeft… En toen een paar andere leerlingen op hun beurt naar het graf zijn gegaan om de situatie te onderzoeken, toen troffen ze een leeg graf aan. Maar Jezus zagen ze niet…  
Ze kijken de onbekende aan, zonder te zien dat die onbekende Jezus is.
Soms is de oplossing, of de geliefde zo dichtbij, maar we zien het niet!  We komen hier dicht bij een oude bijbelse waarheid: in de ander, in de naaste, in de ogen van onze naaste…schuilt het wonder van Gods aanwezigheid. Maar we zien het niet.

In de kerk oefenen wij de dubbele kunst om 1. de handen en voeten van Jezus te zijn in de wereld. En 2: wij oefenen ons ook in de kunst om in de ander die met óns oploopt Christus te herkennen. Wij oefenen ons in de kerk in doen en zien… 

Hoe doet die onbekende op de weg naar Emmaüs ons vandaag die kunst vandaag voor? Allereerst luistert hij aandachtig naar wat die twee Emmausgangers te zeggen hebben. Dat is een hele kunst! Een kunst die Jezus verstond. Een kunst die, als het goed is, wij als christenen ook verstaan: luisteren naar elkaar.
   
Dan legt die onbekende de Schriften uit en spreekt verrassende woorden, over de weg van de Messias, die een weg was van sterven en opstanding. Dat is ook de roeping van de kerk: de Schriften uitleggen, actualiseren, toepassen, en zo verrassende woorden spreken. Een woord hebben voor een verwarde wereld, waar altijd wel ergens sprake is van lijden en crisis. 

Die onbekende maakt ook treffende gebaren. Als die twee Emmausgangers hem hebben uitgenodigd om thuis bij hen te komen eten, dan wordt hij van gast opeens gastheer. Hij breekt en deelt en zegent het brood. Dat den wij als kerk ook: gebaren maken. Dopen. Brood breken en delen. Zegenen. Omdat wij geloven dat Jezus ook in onze kerkelijke gebaren, in de liturgie, aanwezig is: Dit is mijn lichaam, mijn bloed – doet dit tot mijn gedachtenis.
 
Dan ontwaken de Emmaüsgangers uit hun boze dagdroom. Lucas vertelt: En hun ogen werden geopend en ze herkenden hem!  Let wel: er staat niet dat ze hun ogen zelf openden. Hun ogen werden geopend: door de aandacht en de woorden en de gebaren van die ander. Het geloof wordt ons verkondigd en gegeven. We kunnen het geloof oefenen wat we willen.. we kunnen alle ramen en deuren van ons hart openzetten voor God…  maar de kerk heeft altijd gezegd dat het geloof uiteindelijk een wonder is, een gave, een genade.

De dichter A. Marja heeft de verwondering van de Emmausgangers in een mooi ruw gedicht verwoord: (uit de bundel: Nochtans en christen, uit 1962)
(Jezus spreekt:)
en toen in het licht keek de één mij aan
en werd wit om zijn neus en keek weer
en gaf de ander een duw en riep:
jô kijk eens hij is het hij is opgestaan!
en de ander keek en riep:
jezus christus hij is het je hebt gelijk!
een wonder! riepen ze: een wonder!
(…) en in hun opwinding
verdween ik maar stiekum weer in het donker
omdat er toch niet meer met hen te praten was.

En zo verdwijnt Jezus weer uit hun midden. Ze hebben het brood nog in hun handen. En een brok in hun keel. Maar dan gaan de Emmaüsgangers niet door met treuren en zeuren. Ze staan op (nu is het hun beurt!) en gaan op weg! Opstaan in de Bijbel gebeurt altijd om iets te gaan doen! Ze gaan terug naar Jeruzalem.

De Emmaüsgangers worden Jeruzalemgangers. Zij hebben ontdekt dat Jezus heel concreet, lichamelijk aanwezig was in die ander, met wie ze samen op weg waren en met wie ze een gemeente vormden. Die drie onderweg zijn een mobiele kerk, een gemeente. ‘Waar twee of drie in mijn naam vergaderd zijn, daar ben ik aanwezig (Mat. 18:20).’ En nu haasten ze zich naar Jeruzalem om dit geloof met de gemeente daar te delen en te vieren. Zo leren de Emmaüsgangers ons waar wij Jezus Christus kunnen vinden. In de hemel bij God de Vader – zeker. De Opgestane is nu geest – dat ook. Maar vooral heel concreet, tastbaar, kunnen wij Jezus Christus vinden in de gemeente, die het lichaam van Christus is op aarde. 

Tot slot nog één vraag: Wie was de tweede Emmaüsganger? De eerste wordt bij name genoemd:  Kleopas. En Jezus wordt bij name genoemd. Maar wie is de derde?

(Textiele kunst MARJO. In RK Kerk te Hoofddorp. De Emmausgangers)

Meestal denken we dat de tweede ook een man was. Maar er staat nergens dat de tweede geen vrouw was. We weten uit het Johannesevangelie dat Maria, de vrouw van Kleopas, aanwezig was bij de kruisiging van Jezus (19:25). Volgens een commentaar (Marshall) was de vrouw van Kleopas de onbekende Emmausganger. (Het ligt ook wel voor de hand dat Maria samen haar man Kleopas terugkeerde naar huis naar Emmaüs. En waarom zou het huis waar ze Jezus uitnodigen in Emmaus niet gewoon hun echtelijke woning zijn?). In de RK Kerk van Hoofddorp hangt een schilderij, een textielwerkstuk (een quilt?) van de Emmaüsgangers – en dan is de één een man en in de linkse figuur zouden we beste een vrouw kunnen zien. Het zou zomaar kunnen.

Of zou het zo zijn, dat de naam van die onbekende Emmaüsganger door ons ingevuld moet worden? Door onze naam? Dit schilderij schijnt dat te suggereren. Die figuur die alleen maar een lijn is zou Jezus kunnen zijn, maar hij zou ook u, of u, of u … kunnen zijn. 

Net als de Emmaüsgangers zijn ook wij op weg, samen op weg, met de verhalen van Jezus, wachtend op het moment dat de schriften geopend worden, wachtend op het moment dat wij uit onze boze, hopeloze dromen ontwaken. En dat we dan gaan zien. De wonderlijke werkelijkheid van Pasen. Dat de Heer is opgestaan en leeft en dat Hij onder ons aanwezig is, heel dichtbij, tastbaar dichtbij.

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.

Ds Frans-Willem Verbaas