En God, die moet niet komen, die moet er gewoon zijn.

Jesaja 40: 1-11 en Lucas 3: 15-16 en 21-22. Zondag 13 januari 2013, Schoonhoven

Gemeente van Christus,

In Jesaja 40 begint het tweedeel van het grote profetenboek. En dat tweede deel begint met de beroemde woorden: Troost, troost mijn volk, zegt jullie God… Jesaja deel 2 wordt dan ook wel Het Troostboek genoemd
Het is niet direct duidelijk wie God hier de opdracht geeft om zijn volk te gaan troosten. 
– aan engelen, de leden van de hemelse hofhouding?
– of aan Jesaja en aan andere collega profeten?
– of richt God zich tot de priesters (aldus de Septuagint, een heel oude vertaling van het Oude Testament)? In iedere samenleving heb je wel priesters of geestelijke die beroepsmatig  troost bieden. Freek de Jonge was domineeszoon en hij noemde zijn vader een broodtrooster. Iemand die zijn brood verdient met troosten.
Nu ja… het één sluit het ander niet uit. Het volk moet getroost worden, daar gaat het om. 

Troost, troost mijn volk, zegt jullie God…
Welke troost wordt hier bedoeld? Er zijn zoveel soorten troost…
– Troost: soms is dat een arm om je schouder. Een luisterend oor. Aandacht. Een beetje aandacht doet vaak al wonderen.
– Sommigen vinden troost vinden in snoep, in chocola, in drop (ik!), in een zak ships, in de hele dag voor de televisie hangen. Of voor de computer. Dat is schrale roost – ook al kun je er behoorlijk dik van worden.
– Je kunt troost vinden in de natuur. In de stilte (Maand van de Spiritualiteit: thema is: Stilte) In kunst, in een mooi boek of schilderij. In muziek. Vooral muziek heeft voor velen een troostende kracht.
– Je hebt valse troost: de troost die je vindt in de fles, in verdovende middelen. Nu ja, waar kun je niet allemaal verslaafd aan raken. Volgens Karl Marx was godsdienst ook een vorm van valse troost: Godsdienst is opium van het volk. In bepaalde gevallen is dat ook zo. 

Het woord troost, troosten is ook een bijbels woord. Wat is troost in de bijbel? Troosten in de bijbel is iets concreets. Soms akelig concreet.
In Jeremia 31:15 lezen we: ‘Hoor, in Rama hoort men klagen, bitter treuren, Rachel beweent haar kinderen, zij  wil niet worden getroost, want haar kinderen zijn er niet meer.’  (Rachel is een van de aartsmoeders die wenen om de ellende van haar nakomelingen. De wenende Rachel wordt ook aangehaald bij de kindermoord van Betlehem in Matteus 2.)  Het bijzonder is dat Rachel troost resoluut afwijst. Ze wil niet getroost worden, geen arm om haar schouder, geen aandacht. Haar enige troost zou eruit bestaan dat ze haar kinderen terugkreeg. – maar die zijn er niet meer. alle overige troost is nep voor haar. 
Er is nog zo’n wonderlijk-concrete troosttekst in Genesis (Genesis 24: 67), waar Isaak pas ophoudt met rouwen over zijn overleden moeder Sara, als hij een andere vrouw vindt. Daarna bracht Isaak Rebekka naar de tent van Sarah zijn moeder. Hij nam haar tot vrouw en ging van haar houden. Zo vond Isaak troost na de dood van zijn moeder. Pas als de moeder heel concreet is vervangen door een andere vrouw, Rebecca, vindt Isaak troost.
In deze teksten uit het OT is troost dus meer dan een arm om je schouder, het gaat om heel concrete troost die een gemis vervangt,  – en die Jacob wel en Rachel niet ontving. 
In het NT is een van de namen van de H. Geest: de Trooster. Dan gaat het ook om iets concreets. Voor het gemis van de lijfelijke Jezus worden wij getroost met de komst van de H. Geest.

Maar de troost van Jesaja 40 – wat is dat voor troost?
Als het volk al tientallen jaren in ballingschap verkeert, in Babel, dan klinken deze woorden:
Troost, troost mijn volk
Spreek Jeruzalem moed in,
maak haar bekend dat haar slavendienst voorbij is,
dat haar schuld voldaan is,
omdat zij een dubbele straf voor haar zonden
uit de hand van de Heer heeft ontvangen.

Er was een tijd van oordeel en straf. Dat is voorbij. Nu is er gekomen een tijd van vergeving en bevrijding. Mooie boodschap! Maar hebben wij mensen daar echt wat aan, – als we te horen krijgen dat God niet meer boos op ons is? Dat ons de genade wordt verkondigd? Worden de ballingen daar echt mee getroost? Of het verlaten en verwoeste Jeruzalem? Uw zonden zij u vergeven! Zou het? Kan dat wel? Is het niet eerder zo, dat het aardse leven een kwestie is van vuile handen maken, dat we dat gewoon maar moeten accepteren van onszelf en van elkaar?

Hoor, een stem zegt: Roep! (namelijk: ga troosten!)
en een stem antwoordt: Wat zou ik roepen…
De mens is als gras, de ene dag bloeit hij als een veldbloem,
die de volgende dag alweer verdort, en verwelt,
wanneer de adem van de Heer erover blaast.

Hoezo troosten… We gaan allemaal dood! Daar helpt geen moedertjelief aan. Voor Rachel bestond er gewoon geen troost voor de dood van haar kinderen. Hoe kun je een sterfelijk mens troosten, en dat we zijn allemaal!  

Maar opnieuw klinkt de stem van de Heer:
Beklim een hoge berg, vreugdebodem Sion,
verhef je stem, met kracht, vreugdebode Jeruzalem,
verhef je stem, vrees niet.
Zeg tegen de steden van Juda:
Ziehier jullie God, ziehier de Heer
Hij komt met kracht…

Dus de troost, waarover Jesaja moet spreken, bestaat uit de aankondiging van de komst van de Heer. De Heer zal komen, om het goed te maken met de ballingen. De Heer komt naar jullie toe. Dat wil zeggen: er is toekomst!

Hij komt met kracht, zijn arm zal heersen…,
als een herder zal hij zijn kudde weiden,
zijn arm brengt de lammeren bijeen,
hij koestert ze, en zorgzaam leidt hij de ooien.

Bijbelse troost is: wijzen op de Heer die komt! Naar de ballingen. Naar zijn volk. Naar ons, sterfelijke mensen. Naar U. Naar mij. Als een herder. Hoe groot onze zorgen ook zijn, hoe groot ons verdriet ook is: de Heer zal komen… om vrede/shalom in ons leven te brengen.

Hij zal komen…
Maar wij mensen zijn ongeduldig. We vinden het lastig om te wachten op wat komen gaat. We willen alles liever nu, meteen, direct. Of we willen niet eens zoveel, alleen maar een beetje gewoon gelukkig leven. Maar wel nu!  En God, die moet niet komen, die moet er gewoon zijn.
Maar het bijbelse geloven heeft met wachten te maken, met verwachten. Met geduld hebben. Met het uithouden in dit gebroken leven. Bijbels geloven heeft te maken met vertrouwen houden in de toekomst, ondanks alles. Dat balt zich allemaal samen in dat ene Bijbelse werkwoord: komen. Het gaat goed komen. Met de hemel en de aarde. Met God en mens. Met onszelf en met onze geliefden, en het evangelie sluit zelfs niet uit dat het goed gaat komen met onze vijanden.

Overigens zijn de ballingen uiteindelijk werkelijk teruggekeerd uit Babel naar Juda, waar ze Jeruzalem en ook de tempel weer hebben opgebouwd.  De troost van Jesaja is concrete werkelijkheid geworden.
 
—–

Eeuwen later vragen mensen aan Johannes de Doper, als hij druk aan het dopen is, of hij misschien de lang verwachte Messias is. Dan antwoordt Johannes: ‘Ik doop jullie met water, maar er KOMT iemand die sterker is dan ik…. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur. (De doop met water is symboliek. De doop met de geest, met vuur dat is het echte werk. Dan doopt God zelf. Dan verandert er werkelijk iets in een leven! Dan wordt je een ander mens.)
Maar weer klinkt dat werkwoord komen. Er KOMT iemand die sterker is dan ik. 

Oepke Noordmans, de grote Nederlandse theoloog uit de vorige eeuw, schreef eens: Men kan de inhoud van de schrift met één werkwoord verzinnebeelden. En als we moeten kiezen, zou dat het woord KOMEN moeten zijn. De bijbel draagt geen titel. Maar als hij er een droeg, zou het deze kunnen zijn: Hij komt!

Het woord KOMEN, als je erop gaat letten, kom je het overal tegen.
In de Bijbel.
In het kerkelijk jaar: de adventstijd. Advent betekent komst, aankomst.
In het Onze Vader: Uw Koninkrijk kome…
In ons Tafelgebed: Wij verkondigen zijn dood totdat hij komt.! 
Zelfs in het liedboek (dat binnenkort het oude liedboek zal zijn, want er KOMT dit jaar een nieuwe), bijvoorbeeld in gezang 487, dat we nu gaan zingen: 
… zoals de regen neerdaalt in de bomen,
zoals de wind, wie weet waarheen hij gaat,
zo zult Gij uw geliefden overkomen.

Amen.
Ds. Frans-Willem Verbaas