En Jezus laat zich door beiden storen!

We beginnen met een prachtig citaat uit de roman Nachtttrein naar Lissabon, van Pascal Mercier. Aan het woord is een Portugese arts, die leeft in de tijd dat Portugal zucht onder een militaire dictatuur. Hij heeft het geloof achter zich gelaten. Maar toch houdt hij een verrassende toespraak waarin hij zegt: Op p. 163 zegt hij:

Ik wil niet in een wereld zonder kathedralen leven. Ik heb hun schoonheid en verhevenheid nodig. Ik heb ze nodig als verzet tegen de schelle lachwekkendheid van marsmuziek. Ik houd van biddende mensen. Ik heb hun aanblik nodig. Ik heb die nodig als verzet tegen het verraderlijke gif van de oppervlakkigheid en de stompzinnigheid. Ik wil de machtige woorden van de bijbel lezen. Ik heb de magische kracht van hun poëzie nodig. Ik heb ze nodig als verzet tegen de verwaarlozing van de taal en de dictatuur van de leuzen. Een wereld zonder die dingen zou een wereld zijn waarin ik niet meer wil leven.

De hoofdpersoon wil niet leven in een wereld die niet GESTOORD wordt, heilzaam GESTOORD door het verzet van: kathedralen, kerkramen, de stille kou die in kerken hangt, bruisende orgels, biddende mensen, de machtige woorden van de bijbel, en… zo vul ik u even aan, gewone geloofsgemeenschappen zoals hier in Schoonhoven en Willige Langerak.

Ik zie het als een eer dat ik al 25 jaar deel mag maken van de wonderlijke stoorzender die de kerk is – en dan word ik daar ook nog voor betaald.

Onze lezing vertelt over twee vrouwen. (De bijbel vertelt vaak over twee tweetallen die twee aspecten van de mens vertegenwoordigen. Kain en Abel, Jacob en Esau, Mozes en Aaron, de Verloren zoon en de jongen die thuis bleef, de dwaze en de wijze meisjes. Het gaat dan niet om twee verschillende mensen, maar om de twee kanten die in ieder mens verborgen zitten.) Beide vrouwen in onze evangelielezing worden ‘dochter’ genoemd. Dus zijn zij theologisch gezien zusters. En eigenlijk zijn ze even oud ook. Het meisje is 12 jaar oud. De vrouw is 12 jaar ziek.

Vanochtend gaat het om twee vrouwen, die samen de geloofsgemeenschap vertegenwoordigen. Om de gemeente. Om ons. Samen storen deze vrouwen de wereld – en God. Het meisje is het dochtertje van Jaïrus, een overste van de synagoge. Jaïrus is wanhopig, want zijn dochtertje is ernstig ziek. Ze is een bloem die dreigt te sterven terwijl ze nog in de knop staat. De vrouw lijdt al 12 jaar aan bloedvloeiingen. Ze is al 12 jaar permanent ongesteld. En dus onrein. En dus onaanraakbaar, Intouchable. En dus is ze ook onvruchtbaar. Bloed staat in de Bijbel voor: leven. In plaats van dat ze het leven kan leven en doorgeven, vloeit het uit haar weg. Ze heeft al haar geld aan dokters uitgegeven. Ook toen rezen de kosten voor de zorg de pan al uit. Maar geen mens kan haar helpen. Onze lezing begint ermee dat Jaïrus naar Jezus gaat. Hij stoort Jezus in zijn onderwijzing, valt voor hem neer, smeekt hem: Mijn dochter ‘ligt op haar einde’; kom haar de handen opleggen om haar te redden en te zorgen dat ze in leven blijft.

Jezus laat zich storen door het leed van die man en zijn dochter, hij onderbreekt zijn onderwijzing, zijn preek, gaat met Jaïrus mee. En de menigte gaat achter hen aan. Onderweg wordt Jezus nogmaals gestoord, door de vrouw die al 12 jaar aan bloedverlies lijdt. Zij stoort hem heel onopvallend. Ze durft hem niet goed onder ogen komen, daarom raakt ze de mantel van Jezus van achter aan. Want ze denkt: als ik alleen zijn kleren maar aan kan raken, zal ik al gered worden. Wie weet had ze al 12 jaar niet meer iemand aangeraakt, was ze al 12 jaar niet meer aangeraakt. Ze gold immers als onrein en dus als onaanraakbaar. (Ziekenzalving.) Door Jezus aan te raken, gebeuren er twee dingen: 1. ze wordt er beter van, en dus weer rein, en 2. ze maakt Jezus onrein. Waar het op neerkomt is dat Jezus de onreinheid van de vrouw overneemt, en dat de vrouw de reinheid van Jezus overneemt.

Wonderlijke ruil! Jezus voelt dat er kracht uit hem weggestroomd is. Hij blijft staan, zoekt degene die dat gedaan heeft. De vrouw maakt zich dan bekend, en dan wordt Jezus niet kwaad, omdat zij hem gestoord heeft. Maar hij zegent haar. Dochter, zegt hij (de NBV laat dat dochter weg, maar het staat er echt), Dochter, uw geloof heeft u gered, ga in vrede, en wees genezen van uw kwaal.

Blijdschap! Maar het leven gaat altijd verder. Goede en kwade dagen wisselen elkaar af. Dat is soms wel eens zwaar in het pastoraat, uberhaupt in de zorg. Gaat het met de een net wat beter, blikt het met de ander slecht te gaan. Dat houdt nooit op, en klaar zijn we nooit. Terwijl de ene dochter dolgelukkig is, komen er mensen met bedrukte gezichten aan die vertellen dat de andere dochter overleden is. Jezus gaat met Jaïrus mee naar zijn huis. Daar aangekomen zegt hij dat ze niet dood is, maar slaapt. Hij jaagt de klaagvrouwen bij het huis van Jaïrus weg (letterlijk: hij smijt ze eruit, als een echte uitsmijter). Binnen neemt Jezus de handen van het dode meisje in zijn handen. Ook het aanraken van een dode gold als onrein, dus opnieuw raakte Jezus besmet met onreinheid. Hij zegt, in het Aramees (dichter komen we niet bij de woorden die Jezus sprak): Talitha koem! meisje, sta op! Meteen stond het meisje op en begon heen en weer te lopen. Iedereen was stomverbaasd. Hij drukte hun op het hart dat niemand dit te weten mocht komen.

Vanwaar die geheimhouding? Misschien wilde Jezus andere ouders van andere kinderen die ook ziek zijn maar niet beter worden, niet kwetsen. Ook de genezingen van Jezus waren uitzonderingen, zeldzame voorproefjes van het Koninkrijk van God. Voorproefjes: zo zal het eens zijn: geen tranen, geen ziekte, geen rouw meer… De vrouw en het meisje vullen elkaar aan. Samen staan ze voor het volk van God, de geloofsgemeenschap, die in de Bijbel soms de bruid van God wordt genoemd.

De vrouw en het meisje vertegenwoordigen 2 aspecten, 2 kanten van het volk van God.

Lees meer….