Er groeit verwachting bij het volk

Je zou er bijna over heen lezen, zoals Lucas het heeft opgeschreven. Dat ene zinnetje tussen Johannes’ profetische woorden en de doop van Jezus. Maar het staat er als een bloem in de knop, een zuchtje wind dat nauwelijks merkbaar is. Midden in de tijd wordt een mensenhart bewogen en geraakt door het Evangelie.

Er groeit verwachting bij het volk…

Johannes’ optreden is begonnen. Hij roept de mensen op zich te laten dopen. Hun leven te veranderen en tot inkeer te komen. Het gaat er scherp aan toe in de preken van Johannes. Hij is een profeet die geen blad voor de mond neemt. Misschien is dat ook wel eigen aan profeten. Wat ze te vertellen hebben ligt nooit zo gemakkelijk in het gehoor.

Elke tijd verlangt naar profeten. Naar wijze mensen die raad weten. De angel van de zaak aanwijzen. Een nieuwe weg wijzen in de chaos van een onzekere tijd. Maar profeten zijn best zeldzaam. Echte profeten. Die niet voor de snelle oplossingen gaan die het goed doen bij het volk. Maar één die werkelijk ziet waar het aan schort, wat er gaande is en heel tegendraads vaak andere wegen wijst.

Profeten als Jesaja, Elia, en later Johannes, hadden geen gemakkelijke roeping. In het midden van de tijd, in de werkelijkheid van wat er op dat moment gaande is, het Woord van de Heer inbrengen als een tegenstem. Misschien zijn profeten ook wel degenen naar wie het minst geluisterd wordt. Terwijl hij of zij juist zo goed verstaat wat er gaande is.

Je merkt het deze dagen, in het nieuws over de Oudjaarsavond in Keulen. Berichten over een groep van duizend mannen, van wisselende afkomst, over aanrandingen en verkrachtingen in en om het station. Doodsbange vrouwen die hun verhaal doen. Niemand weet nog wat er werkelijk is gebeurd. Berichten spreken elkaar tegen. Maar het is al te laat. Want vluchtelingen worden ineens met hele andere ogen bekeken. En wie nu spreekt over het sluiten van grenzen, wordt veel eerder gehoord dan een paar weken terug.

Wat snakken we dan naar een wijze man of vrouw die opstaat en een waar woord spreekt. Omdat we allemaal wel snelle oplossingen kunnen bedenken en ongenuanceerde uitspraken kunnen doen. Maar op die manier is nog nooit een crisis bezworen of verstoorde verhoudingen hersteld. Veel eerder hebben we tijd nodig, en moed om het uit te houden. Met de spanning. En de angst. Omdat we lang niet altijd weten wat goed is om te doen. En we bij lange na niet kunnen voorspellen waar onze keuzes op uit lopen.

Het was de tijd van keizer Tiberius. Een tijd van overleven. Van veel plichten en weinig rechten. Van sterken die zich toe-eigenen wat ze ook maar willen. Het land Israël was verdeeld onder Romeinse heersers. Opstanden en geweldsexplosies kwamen vaak voor. Mensen kwamen in opstand tegen onderdrukking en uitbuiting. Tegen die verstikkende overheersing, waardoor vrijheid en recht ver te zoeken waren.
De naam van Pontius Pilatus wordt al genoemd. En van de religieuze leiders Annas en Kajafas. Namen die drie jaar later opnieuw klinken. Als Jezus gevangen genomen is. Beschuldigd van Godslastering, omdat hij zichzelf Gods zoon genoemd zou hebben.

Een enorm heftige en beklemmende tijd. Alles was in beweging, niemand wist waar het op uit zou lopen. En in die tijd baant Johannes baant de weg voor de Messias. Eerst Johannes. Dan de Messias. De eerste stappen worden gezet om God te ontvangen.

Johannes was niet bang aangelegd. Hij durft zelfs een van de bestuurders, Herodes, aan te spreken op zijn overspelige gedrag. Een radicale omkeer, daar roept hij toe op. Laat je dopen. Laat al die slechte gewoontes en dat hebberige en kwalijke gedrag achter je. Dat oude leven. En begin een nieuw en schoon leven samen met God.

En dat in een tijd waarin het volledig geaccepteerd was. Om alles voor jezelf te houden. Corrupte soldaten die burgers afpersten. Steekpenningen aannamen. Hongerige mensen die niets kregen van wat de ander teveel had. Belastinginners die veel meer vroegen dan wat nodig was.

Maar die scherpe woorden van Johannes, die wekken een verlangen onder het volk. Er gaat iets groeien, iets trillen van binnen. Van ergernis misschien. Moet het zo. En tegelijk van hoop. Johannes roept iets wakker van een diep verlangen naar een nieuw begin. Een leefbaar leven in de chaos van macht en hebzucht en economie en die hele wereld die maar door draait en waar we allemaal in meedraaien. En die verstikkende angst voor wat vreemd is en bedreigend.

Er groeit een verlangen onder het volk. Zou Johannes de Messias zijn?

Nee. Hier bewijst Johannes bewijst zich als een echte profeet. Hij meet zich geen te grote jas aan, niet teveel eer voor zichzelf. Nee, de Messias ben ik niet. Ik doop met water, maar hij die na mij komt is Sterker dan ik. Hij zal dopen met de heilige Geest en met vuur.

Doop van Jezus
En aan de rand van de rivier de Jordaan staan drommen mensen. Ik wil gedoopt worden Johannes! Het moet anders in mijn leven. Ik wil opnieuw beginnen.

En tussen die drommen mensen staat Hij, die de Sterke genoemd wordt. Jezus. Hij is er zomaar tussen gaan staan. Tussen dat volk. Dertig jaar oud is Hij. En tussen die grijsaards en die kleintjes, tussen de vijftigers en de twintigers, tussen al die mensen staat een man.

We snakken naar een sterke held, een mens die de chaos bedwingt en ons voorgaat. Die ons wijst welke weg we moeten gaan, persoonlijk, als betrokken burger, in de kerk. Wat moeten we doen?

Maar zo komt God ons leven binnen. Als een jonge man, die niet luidkeels roept en geen grote woorden spreekt. Maar tussen ons in gaat staan. En mee loopt de rivier in, helemaal ondergaat in dat water. En bidt tot zijn God. Hier ben ik Heer, laat Uw wil geschieden.

Zo komt Jezus in je leven. Hij wijst niet eerst aan waar het allemaal anders moet. Wat er allemaal aan schort. Dat was Johannes’ taak. Jezus doet anders. Bijna woordeloos staat Hij naast je en gaat met je mee. Onder in het water van de rivier. Helemaal in de diepte van het leven, van de last die op je schouders ligt. De ballast van tekorten en die vreemde machten die zo aan je trekken. Jezus laat zich dopen.

En je mag gewoon met Hem mee lopen. Hij doet het voor. En waar jij de last van je leven mag achterlaten in het water, waar je al je zonden belijdt en erkent, o Heer, hier ben ik met heel mijn bestaan en al mijn tekorten en het goede dat ik wel wil maar niet doe, het kwade dat ik steeds weer doe, al die lasten neemt Jezus op zich in zijn doop.

Zo komt God ons leven binnen. Om jou te bevrijden van wat je verstikt en naar de keel vliegt. Om heel deze gebroken wereld te bevrijden van die diepe onvrede en die wrede rechteloosheid. Door zelf de dood te dragen.
De naam van Pilatus, de naam van Herodes, van Annas en Kajafas, ze onthullen iets van het geweld dat er altijd al was en nog altijd is. Onder hun bewind is die sterke Held Jezus Christus op een gewelddadige manier ter dood gebracht. De kruisdood, waarvan we de gruwel ons maar nauwelijks kunnen en willen indenken. Het wat er van de doop is voor Jezus het water van de dood.

Aan het kruis torst Hij de wreedheid en het geweld op zijn schouders. Het komt op Hem neer. Zo ver, dat Hij het uitschreeuwt naar God. Mijn God, waar bent U! En deze weken, waarin zo extreem veel geweld is, richten onze blik op het kruis, waar zichtbaar wordt: niemand kan ons bevrijden van het wreed geweld. Alleen God zelf, die er in Christus in onderging. Ik zal het dragen, tot de dood toe. Jezus neemt het op zich. En daarom is geweld in de naam van God nooit te rechtvaardigen. Jezus toont in zijn dood hoe Hij de strijd aanbindt met die macht van dood en geweld.
Een strijd die nog altijd gaande is.

Maar in die strijd krijgen we zicht op een nieuwe werkelijkheid. Als Jezus opstaat uit het water, gaat de hemel open. Hij ontvangt de heilige Geest, die de gestalte heeft van een duif. Teken van een nieuwe schepping. Als na de zondvloed, toen Noach de duif heenzond en deze niet meer terugkwam; de aarde was droog. God maakt een nieuw begin.

En God zelf laat van zich horen. Jesaja’s woorden worden werkelijkheid. Zie hier, jullie God. Hij komt en Hij is als een herder voor zijn schapen.

Het volk dat uitziet naar de Messias, naar die bevrijdende God, ziet een open hemel boven zich. De geliefde zoon van God. Hij zal Gods bevrijdende werk volbrengen op aarde.

Het oude en het nieuwe leven

Jezus doopt met de Geest en met vuur. De Geest word je geschonken als je in Jezus naam wordt gedoopt. Niet eens, maar steeds weer opnieuw bidden we of hij ons leven herschept en vernieuwt. Als een vuur zuivert de Geest je van wat onrein is in je leven. Hij heiligt je leven door Jezus Christus.
De doop is dan ook geen eindstation.
Niet voor Jezus, voor wie de doop een eerste schrede is op de weg van God de Vader. Een stap die in alles verbonden is aan zijn dood en opstanding.
Maar ook niet voor ons. In Jezus’ naam mogen wij ten volle delen in zijn opstanding. Ondergaan in zijn dood en met Hem mee opstaan in een nieuw leven. Maar dat is een leven dat midden in de spanning staat. De spanning van het oude en het nieuwe leven.

En als je aan Christus gebonden bent, door de doop, in geloof, dan weet je daarvan. Dan leef je midden in die spanning. Voor jezelf, persoonlijk. Die worsteling met die twee zielen die in je strijden. Dat blijvende gevecht dat je voert met jezelf en met die krachten die je voor zich willen inwinnen, waar je maar nauwelijks tegen op kunt.

Maar ook die nauwelijks uit te houden spanning op het wereldtoneel. Waar we Gods naam belijden en zijn heerschappij erkennen. Maar waar de duivel en zijn machten zo sterk zijn. Zo sterk. Waar we met alle heiligen bidden om Gods rijk op aarde.

Hoe het zal gaan? Ik weet het niet. Wij bevelen elkaar en onze wereld aan in Gods genade.

En dit staat vast: het leven is voor mij Christus. Aan Hem behoor ik toe. Hij die mijn leven draagt door de diepte heen, Hij maakt mij vrij van alles waar ik aan gebonden ben. Elke dag opnieuw.

Wij verwachten zijn komst vol verlangen. In Christus naam,

Amen.

Zondag 10 januari 2016, 10.00 uur
1e zondag na Epifanie
Jesaja 40: 1-11, Lucas 3: 15-22
Schoonhoven (De Hoeksteen)
Ds. Hanneke Ouwerkerk