Er is een collega van ons gedood

Op 29 september is ds. Dick Piersma van de Protestantse Gemeente Nijmegen op een gewelddadige manier om het leven gekomen. Voor de familie, de gemeente en de bewoners van Beek-Ubbergen was en is dit onvoorstelbaar en roept het plotselinge overlijden ongeloof, verslagenheid, verwarring en verdriet op.

Het moderamen van de generale synode van onze Protestantse Kerk maakte met bovenstaande regels bekend, dat een collega van ons is gedood: ds. Dick Piersma. Wie de bekendmaking in z’n geheel wil nalezen, kan de website van de PKN aanklikken en daar zoeken onder de rubriek actueel/nieuws. Zeker, de moderamenleden toonden zich hiermee goede bestuurders in een crisissituatie. Ze reageerden, zoals dat verwacht mag worden: warme betrokkenheid tonen bij geschokte mensen en tegelijk kalm blijven, het vuur van hun verontwaardiging niet aanwakkeren.

Minder goed raad wist ik met de tekst van de blijken van meeleven en met de uitspraken, gedaan in de kerkdienst kort na de dood van ds. Piersma. “Verbijsterd en verslagen zijn we…”. En: “Laten we in liefde omzien naar zijn partner…”. Maar niemand zei hardop: “Razend zijn we, omdat een collega en vriend met geweld om het leven gebracht is…”. Of: “Voorlopig willen we de naam van de verdachte hier in Ubbergen niet horen.”. Hoe komt het dat we als predikanten onze woede zo ver wegdrukken? Waarom dwing je jezelf van liefde te spreken, terwijl je misschien wel angstig bent geworden vanwege de wrede gebeurtenis? dacht ik in een flits. Willen we niet voor onvolwassen malloten versleten worden en dempen we daarom onze negatieve gevoelens? Een eerste antwoord heb ik gevonden. Ik denk, dat de collega’s in de classis Nijmegen beroepshalve de nodige zelfbeheersing opbrengen; ze willen blijven luisteren naar wat anderen hun te vertellen hebben en er voor hen zijn. En – wie weet – misschien gaan ook de harten van de collega’s wel enorm tekeer, als ze ieder alleen zijn en terugdenken aan het treurige levenseinde van ds. Piersma.

Intussen werd een verdachte in deze moordzaak aangehouden. Deze moest in de tweede week van oktober voor de raadkamer van de rechtbank verschijnen. Daar werd beslist dat hij langer in voorarrest moest blijven; blijkbaar waren daarvoor gegronde redenen. En wat komt daarna? In de regel volgt dan een lange stilte in de media, totdat de officier van justitie eventueel beslist dat de verdachte voor de rechter moet verschijnen. Dan komt de door de media gegenereerde aandacht voor de dood van ds. Piersma bij het grote publiek weer even op gang.

En wat heb ik eigenlijk nog te melden in dit kerkblad, dat u en ik in handen krijgen zoveel weken na de kwade dag, waarop ds. Piersma om het leven gebracht werd? Dit: onze samenleving kan niet goed functioneren zonder rechtspraak. Samen leven leidt onvermijdelijk tot conflicten: conflicten tussen burgers onderling, conflicten tussen burgers en overheid. Daarom zijn er rechters nodig, die zulke conflicten beslechten en bepalen wat mag en niet mag. Als het goed is, zorgt de staat voor een behoorlijke rechtspraak en laten we onze heftige emoties en verontwaardiging uiteindelijk niet de baas over ons worden.

Misschien moeten we de rechtspraak maar zien als een middel, waarmee God ervoor zorgt, dat wij elkaar het leven niet onmogelijk maken. Je vergist je als je denkt dat je zelf al boven het kwaad uit bent; als je ervan uitgaat dat de hele wereld met een beetje goede wil boven het kwaad uit kan komen, en je doet alsof je zelf het goede einde van Gods geschiedenis naar je toe zou kunnen halen (Spijkerboer). Eerlijke, onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak is een voorwaarde voor een rechtvaardige samenleving. Een samenleving waar iedereen vertrouwen in stelt, omdat duidelijk is wat de spelregels zijn en omdat die regels zichtbaar voor iedereen gelden; een samenleving waar niemand bang hoeft te zijn voor  machtsmisbruik, eigenrichting of het recht van de sterkste.

Ds. Chris Koole