Fier heft mijn hoofd zich op

“Niet langer zal de Protestantse Kerk in elk dorp en in elke stadswijk aanwezig zijn. Kerkleden moeten accepteren dat er ‘witte plekken’ op de kaart van Nederland ontstaan waar geen kerk meer is. De Protestantse Kerk in Nederland telt nu weliswaar nog zo’n twee miljoen leden, maar de daling van het ledental gaat zo snel, dat drastische veranderingen nodig zijn.” Aldus de scriba van de Protestantse Kerk, Arjan Plaisier, deze week in Trouw (01-10-2015).

Op 1 oktober deze week werd de nieuwste nota van de landelijke Protestantse Kerk gepresenteerd, getiteld: “Kerk 2025: waar een Woord is, is een weg.” Een nota die alles te maken heeft met de situatieschets uit het aangehaalde citaat van Plaisier. Een veranderende samenleving en een krimpende kerk.

Geen aanleiding om te somberen, overigens. Wel een aanleiding om eens grondig naar de organisatiestructuur van de kerk te kijken én onszelf de vraag te stellen: wat geloven we eigenlijk?
Allebei helemaal niet verkeerd voor de kerk vandaag de dag, denk ik zo. ‘Back to the basics’, noemt Plaisier het. Terug naar de kern. Jezus Christus is de kern, schrijft de nota. Hij is het levende Woord van God de Vader voor de wereld. En daarom hebben we moed voor de kerk als een gemeenschap van mensen in Zijn naam.

Tegelijk gaat de nota niet voorbij aan de zorgen die er zijn, de zorg om de toekomst van de kerk. Het verlangen dat ook jonge mensen zich blijvend aangesproken weten door het evangelie, of opnieuw gewonnen worden voor Jezus. Zorg om de structuur van de kerk die door veel mensen als belastend en zwaar worden ervaren. Structuren die soms ook het evangelie onder een dikke laag hebben bedekt, omdat er zoveel geregeld en gedaan moet worden.

Ik weet nog niet hoe dat hier in de Hoeksteen ervaren wordt, daarvoor ben ik hier nog te kort, maar het zijn vragen die we ergens misschien wel herkennen. Een verlangen om met elkaar te leven als broeders en zusters, en tegelijk beseffen dat we op een kantelpunt staan in de kerk en de samenleving. Ik ben dankbaar voor de moed van de Protestantse Kerk dat dit wordt opgepakt en dat er een begaanbare weg wordt gezocht in het vertrouwen op de Heer van de kerk.

Vanavond toont Hanna ons dat het wijs is om ons lot in de handen van God te leggen. Samen met haar zoontje Samuel keert ze terug naar de tempel. Kijk, Eli, zegt ze, deze zoon heb ik van de Heer gevraagd en ontvangen. Aan de Heer geef ik hem terug. Als een erkenning dat God de gever is van al wat wij ontvangen.

En Eli knielt neer. En Hanna zingt haar lied. Kerk in het klein. Samuel als de geroepen dienaar van God. Eli als priester in verwarring, hij knielt voor zijn God. En Hanna als geloofsgetuige zingt God de lof toe. Een voorbeeld voor de kerk van vandaag. Biddende en toegewijde mensen, zingend van Gods goedheid en zijn macht.

Met opgeheven hoofd (vers 1-3)
Een eenzame vrouw zonder toekomst, zo leerden we Hanna kennen. Getergd door Penina, gekweld door haar lot. Een ziel zwaar van verdriet en vragen. Haar diepe klacht stort zij uit in het heiligdom van de Heer. Ze bidt tegen de klippen op. Om ruimte in haar leven, om een keer in haar lot.
En zo staat ze in de plaats van het volk Israël. Dat niets meer in handen had. Alles was hen bij de handen afgebroken. Het leven was chaos en gebrokenheid. Israël zat op dood spoor.

Maanden later zingt Hanna haar lied, een lied uit haar ziel, een lied voor Israël. Met opgeheven hoofd. ‘Mijn hart juicht, dankzij de Heer’, jubelt ze uit! ‘Fier heft mijn hoofd zich op.’ Niet triomfantelijk, kijk mij eens. Maar vol ontzag en in verwondering. Het komt alles van God.

Geen enkele reden om hoog van de toren te blazen, zegt ze zelf. Is dat een verwijt naar Penina? Naar de volken om hen heen die zich macht toe-eigenen die hen niet toekomt? Het is ook een erkenning dat de Heer zijn eigen weg gaat in ons leven. Die diepe vreugde als droefheid veranderd wordt in een vrolijke dans. Als dat wat onomkeerbaar leek, is omgekeerd. De toekomst opent zich en je krijgt een vergezicht op de toekomst. Én op God! Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.

Die ervaring, dat vertrouwen, geeft mij dag aan dag moed om mijn levensweg te gaan. God wijst wegen, waar wij alleen maar doornen en distels zien. Van zo’n God te zingen, net als Hanna, wekt dubbele blijdschap in je ziel. Je zingt het je als het ware te binnen, zo is God. Hij schept toekomst, waar wij dachten dat de cirkel gesloten was.

Het is een van de grote verleidingen van vandaag, leven met een gesloten wereldbeeld. Dat alles meetbaar en weetbaar is. Niets of niemand kan van buitenaf zijn macht of invloed laten gelden. Het is, zoals het voor onze ogen is. Geen enkele verwachting meer van Gods scheppende kracht. We moeten het doen met wat hier is.
Zo’n gesloten wereldbeeld belemmert alleen enorm het zicht op God. Het neemt alle verwachting weg dat er nog iets staat te gebeuren. Alle hoop dat dingen kunnen veranderen. We zijn overgelaten aan onszelf en hebben niets te verwachten van God.

Goddank is er een kerk, waar het andere verhaal verteld wordt. Het verhaal van Hanna en Samuel, van God die vreugde en bevrijding brengt. En wonderlijk genoeg brengt Hij keer op keer bevrijding door een kind. Nu door Samuël, profeet in het heiligdom van God. Profeet die straks koning David bij de les zal houden. Hem zal leren om een rechtvaardige en barmhartige koning te zijn.
En dan dat andere kind, Jezus, geboren in Bethlehem. Toen zijn geboorte was aangekondigd zong zijn moeder Maria een lied dat in veel opzichten lijkt op het lied van Hanna.

God brengt in zijn heiligheid, zoals Hanna dat zegt, bevrijding door een kind. Een klein, afhankelijk en kwetsbaar wezentje. Dat weerspiegelt de toekomst die God voor ogen heeft. Zie je hoe anders God is dan elke aardse leider of machthebber? Geen grootspraak of halfslachtige woorden die niets te betekenen hebben. Maar heel concreet, de geboorte van een kind. God schept een nieuw begin.

Zouden wij zo de kinderen van onze gemeente niet ook als een geschenk mogen beschouwen? Een geschenk aan de kerk? Omdat zij, omdat jullie, tieners, jonge mensen, iets zichtbaar maken van Gods trouw. Van God die door de geslachten heen steeds opnieuw weer jonge mensen aan ons schenkt, die leven van het evangelie.

God keert alles om (4-8)
Hanna zingt met de stem van het geloof boven alles uit. Ze bezingt Gods handelen op een manier die werkelijkheid is geworden voor haar. Over de onvruchtbare die een zoon ontvangt, over een wankelend mens die weer vaste grond onder voeten vindt. Over een vernederde vrouw die door God wordt verhoogd. Zo hervindt Hanna haar plek in het leven. Ze mag er zijn. Ze komt tot haar recht, omdat God haar optilt uit de vernedering. Ze heeft een zoon ontvangen en in die zoon een toekomst gekregen. Nieuwe hoop.

Maar door die persoonlijke ervaring heen zingt het lied over Israël als volk van God. Een Messiaans lied, zoals het wel genoemd wordt. Verlangen naar de messias, de gezalfde van God klinkt door. David, en verder vooruit Jezus, als de zoon van David.
Hij die van Godswege gezonden is om het recht te herstellen op aarde en in ons leven. Om recht te zetten wat zo verschrikkelijk krom gebogen is. Waar wij eigenhandig niet meer recht kunnen breien wat verwoest en gebroken is. De chaos die we niet kunnen bedwingen. Het onrecht dat we niet kunnen beteugelen.
Een Messiaans lied dat zingt over God die recht doet. En daar door heen klinkt het lied zo actueel alsof het voor vandaag geschreven is.

De wereldleiders Obama en Poetin kunnen zich niet in elkaar vinden en twee machtige spelers op het toneel werken langs elkaar heen. Alle structuur en bestuur is weg in Syrië, kopte dagblad Trouw vrijdag. Iedereen staat met lege handen. De chaos ten top. En ondertussen durven burgerlijke gemeentes nauwelijks meer asielopvang te regelen, vanwege de enorme weerstanden vanuit wijken en bezorgde burgers. Illegale asielzoekers, wat dat ook moge betekenen, mogen in Hongarije met geweld worden geweerd. En als je reacties op Facebook moet geloven, dan zijn er heel wat Nederlanders die daar net zo over denken. De vluchtelingenstroom morrelt aan ons vertrouwen, aan onze veiligheid, onze economische stabiliteit

En vervolgens gaat een niet nader genoemd automerk haar eigenwijze gang met milieueisen en staat de hele autoindustrie op zijn kop. Wat is nog waar? Wie is nog wijs? Waar loopt het op uit.
En in die chaos doet de kerk verwoede pogingen om het evangelie uit te dragen, maar zitten we net zo vaak met onze handen in het haar.

Tegen alle chaos en alle onrecht in, tegen alle verwarring en onmogelijkheid, zingt Hanna van God die in zijn heiligheid de dingen recht zal zetten. Ze belijdt God als de rots van ons bestaan. Als alles wankelt, staat Hij vast. Als alles om ons heen omvalt, inclusief wijzelf, dan houdt de Schepper van hemel en aarde alles in zijn hand. Hij herstelt wat gebroken is en zet recht wat verkeerd is.

De vluchteling zal aan tafel bij president Obama zitten. Wie niets meer in handen heeft, diens handen vult de Heer met goedheid en overvloed. Wie volle handen heeft waar de gulzigheid van afdruipt, die komt met lege handen te staan. Een corrupte koning die al het brood voor zichzelf heeft opgeëist, zal moeten ploeteren om nog eten te krijgen. Die arme en vernederde mensen trekt hij uit het stof omhoog. Ze krijgen een ereplaats aan de tafel.

Als God recht doet, dan is dat niet zomaar dat iedereen hetzelfde krijgt. Integendeel. Recht doen is heel gevaarlijk, en heel pijnlijk. Hersteld moet worden wat scheef gegroeid is. Dat gaat met veel pijn en moeite gepaard. Daarom is het niet alleen maar fijn dat God rechtvaardig is. Het is ook heel spannend. Recht zetten gaat niet vanzelf. Een ieder krijgt de plaats toegewezen die Hij van God krijgt toebedeeld. De eersten zullen de laatsten zijn en de laatsten de eersten.

Tot slot (9-11)
Menselijke kracht is ontoereikend, zingt Hanna. Daar weet ze alles van. Het leven dat zij ontvangen heeft, is een geschenk van de Heer. Niet met mensenhanden gemaakt. De gerechtigheid waar ze van zingt, liggen maar ten delen binnen menselijke macht. De kracht van de Heer en het vuur van zijn Geest kunnen werkelijk verandering brengen. Grondig herstel kan enkel God brengen in zijn bevrijdende kracht.

Profetisch zingt Hanna over de gezalfde. De koning die van God komt, hij is de gezalfde. Zo werd David Gods gezalfde genoemd. Geroepen om recht en vrede te brengen, om zijn onderdanen het goede te geven in overvloed. Om orde en structuur te brengen waar chaos heerst. En in die Gezalfde herkennen wij Jezus Christus. Koning van Godswege, Koning met een doornenkroon. En zo is Hanna’s lied een Paaslied. Zij zingt van leven door de dood heen. Van recht voor wie onrecht is ongedaan. En wie zich aan deze Heer toevertrouwt, zingt Hanna, die zal door Hem behoed en bewaard worden.

Kerk op weg naar 2025. Wij zingen mee met Hanne en houden de lofzang gaande. Tegen alles in zingen we van de God die leeft, van de Gezalfde die komen zal. Hem komt alle lof toe, tot in eeuwigheid.

Amen.

1 Samuël 1: 21 – 2: 11
Zondag 4 oktober 2015, 18.30 uur
Schoonhoven (De Hoeksteen)
Ds. Hanneke Ouwerkerk