Geloof is, dat we eerlijk onszelf aankijken en dat we de wereld op een andere manier gaan zien

‘Ik geloof niet in God’ en “Ik weet niet of er een God is en ik geloof niet dat er een manier is, om dat te weten te komen.”

37% van de Nederlanders typeert in 2012 zichzelf zo als uitgesproken atheist of als agnost. Het merendeel van de Nederlandse bevolking noemt zichzelf op zijn minst enigszins gelovig en rekent met het bestaan van een hogere macht, aldus het rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP mei 2014). Dan verwacht je toch even een triomfantelijke reactie van vrijdenkers en secularisten. Maar was ik lid van De Vrije Gedachte, dan
wachtte ik nog even met juichen. Uit hetzelfde rapport blijkt dat meer dan 60% van de Nederlandse bevolking zichzelf in meer of mindere mate religieus tot overtuigd gelovig in God noemt. En wat het rapport niet meet en waarschijnlijk ook niet kan meten, is wat mensen, die zichzelf uitdrukkelijk niet religieus noemen, van het geloof vinden. Denken ze er nooit over na? Wilden ze wel, dat ze in iets konden geloven? Zien ze religie als een probleem voor de maatschappij of als een bron voor maatschappelijke betrokkenheid?

Denk ik even aan de cijfers van ingeschreven en uitgeschreven kerkleden (Statistische jaarbrief PKN 2014), dan komt bij mij de schokkende vraag boven, of mensen misschien ‘nee’ zeiden op de vraag of ze zichzelf kerkelijk religieus noemden, omdat ze graag een geloofwaardige PKN hadden gezien. Is het in het korte, tienjarige bestaan van de PKN ons gelukt om aan anderen duidelijk te maken waar we als gelovigen voor staan? Als ik langer lees in het SCP-rapport en de jaarbrief , kom ik vast op nog meer vragen. Maar vooralsnog vertellen deze recente publicaties me niet, dat het geloof zijn houvast in onze maatschappij kwijtraakt.

En wat als de cijfers ongunstiger waren geweest? Of wanneer ze binnen twee, drie jaar ongunstiger worden? Gaan we dan concluderen, dat de religie in het algemeen en het christelijk geloof in het bijzonder zijn tijd gehad heeft en dat we het beter kunnen loslaten? Het antwoord is luid en duidelijk, als het goed is: Nee, maar we hebben spijtig genoeg niet aan anderen goed duidelijk gemaakt, wat het geloof is. En we beseffen goed, dat we door ons eigen toedoen het vertrouwen hebben geschonden en het geloof hebben verzwakt. Maar je kunt beslist niet de slotsom trekken, dat het geloof opeens onmogelijk geworden en ongeloofwaardig is.

Geloof is niet hetzelfde als wat wij mensen met elkaar ervan denken en in systeem brengen. Geloof is ook niet hoe we toevallig op dit moment onszelf voelen. Geloof is het antwoord, dat wij mensen geven op iets, dat zich als werkelijkheid aan je opdringt – een werkelijkheid, die wat van je wil. Je komt in aanraking met iets, dat zo buitengewoon is, dat je het wilt gaan bezien (zoals Mozes in het verhaal van de geheimzinnig brandende braamstruik); iets dat je een moment doet stilstaan. Geloof begint op het moment, dat je tot staan komt, zeg maar: op het moment dat je niet meer kunt doorlopen zoals je deed. Nog sterker, geloof is antwoord geven op iets, dat van mij wil dat ik in mijn leven verandering breng en dat ik iets voorgoed opgeef. Geloof verandert mijn ideeën, mijn gewoontes en alles wat ik hoop, en het brengt een soms zeer pijnlijke verandering.

Geloof is, dat we eerlijk onszelf aankijken en dat we de wereld op een andere manier gaan zien. Geloof begint wanneer een mens onderweg stilhoudt en gaat kijken naar wat de werkelijkheid is. Maar -ik geeft het onmiddellijk toe- dat is wel heel lastig te meten, voor wie met cijfers en getallen gelovige ontwikkelingen in Nederland wil beschrijven.

Ds. Chris Koo