Gered vanwege de trouw van God,

I can have all my Bible says I can have,
I can do all my Bible says I can do,
I can see all my Bible says I can see.

Geboeid kijk ik naar het optreden van een Amerikaanse collega op een youtube-filmpje, gemaakt van een samenkomst in een theaterzaal. De prediker roept als een motivational speaker zijn toehoorders op, om hun wilskracht te verzamelen en het geluk af te dwingen. Hij roept zijn gehoor toe de Bijbel in de hand te nemen en deze regels hem na te zeggen: I can have…I can do … I can see ….Het is alsof de prediker de aanwezigen een plechtige eed van trouw afneemt. Wat kunnen de
geëmotioneerd aanwezigen anders dan hem nazeggen?!

Een groep mensen kun je maar een ogenblik dwingen om een zelfde mening, eenzelfde idee te hebben. Zoveel hoofden, zoveel zinnen – leert de menselijke ervaring. Zoveel mensen als er bij elkaar zijn, zoveel verschillende meningen zijn er aanwezig. Ook in de geschiedenis van de kerk en het kerkelijke denken en
omgaan met de Bijbel.

Als ik iemand hoor zeggen: ‘Mijn Bijbel zegt dit-en-dat allemaal’, dan denk ik bij mezelf: ‘Hebt u een Bijbel die anders is dan de Bijbels die ik meestal raadpleeg?’ Jezus vertelde een verhaal over de rijke man en de arme Lazarus in de onderwereld (Lucas 16 : 19-31) en liet daarmee de luisteraars met een indringende vraag achter. Een vraagteken, om met de gekrulde haak ervan ons naar zich toe te trekken (Okke Jager). Hoe moet ik begrijpen, wat ik hier lees?

Het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus heb ik getoetst aan de tekst. Ik lees niet, dat Lazarus vanwege zijn vroomheid of zijn geloof weggedragen werd om aan Abrahams hart te rusten (Lucas 16:22), maar wel omdat hij arm was. En de rijke man ondergaat in het dodenrijk geen hevige kwelling, omdat hij rijk is, volgens het verhaal van Jezus, maar omdat hij bij zijn leven met zijn rijkdom niets heeft gedaan ten bate van de armen. En dit verhaal van Jezus zal tegen ons getuigen! Het staat dan ook in de Bijbel om ons te waarschuwen, waarvoor wij bewaard blijven.

De geredden staat niet anders te doen, wanneer zij in de heerlijkheid zijn, dan te bidden: Heer, ontferm U. Heer, ontferm U, juist over hen die verloren gaan.
De geredden richten hun gebed tot Hem, in wiens hand het oordeel over ons leven gelegd is. En hun gebed is nog nooit onverhoord gebleven. Gelukkig voor ons en voor alle mensen is het oordeel gelegd in de handen van Hem, die de drager is van de genade en die toch eens zal overwinnen (Gezang 297: Toch overwint eens de genade en maakt een einde aan de nacht).

Moeilijk kan ik me voorstellen, dat een handvol geredden in een zee van ondergang het doel en het einde van
de wegen van God is. We zullen versteld staan over mensen, die wij ontmoeten onder de onafzienbare menigte, die niet te tellen was (Openbaring 7:9). Het
meest versteld zijn we misschien wel, dat u en ik daarbij mogen staan. En dan niet vanwege onze gelovigheid, maar vanwege de trouw van God, die niet laat varen het werk van zijn handen.

Afwisselend zeggen voorganger en gemeente, als we zondag aan zondag ons gereed maken om bijeen te komen in de aanwezigheid van God: Onze hulp is in de
naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw houdt tot in eeuwigheid, en niet laat varen de werken van zijn handen. Hiermee worden we elke
zondag aan het begin van de kerkdienst bemoedigd: gered vanwege de trouw van God, the Bible says.