God en de Geest bedriegen

Het wordt wel het nieuwtestamentische zondeval verhaal genoemd. Ananias en Safira. Na de uitstorting van de heilige Geest, Handelingen 2, is er de idylle. Het paradijselijke van de eerste gemeente, als bij de schepping. Er is gemeenschappelijkheid, bezittingen worden gedeeld, de maaltijd samen gebruikt. Er is nieuw geloof, en groei. Alles is zoals het zou moeten zijn.

En dan die twee mensen, die als Adam en Eva zijn. Alleen zondigt nu eerst de man, Ananias, en met hem de vrouw, Safira.

Vandaag stappen wij voorzichtig in dit verhaal. Het is bijna alsof je heilige grond betreedt, dat was tenminste mijn ervaring afgelopen week. En misschien proefde je er iets van, bij het horen van dit verhaal, vanmorgen in de kerk. Hier staat iets op het spel. Iets van God, en iets van ons. 

Maar het is niet de doem, of de dreiging, die al te snel uit dit verhaal opkomt. Het ligt anders. Er zit ook een zekere vrijheid in, en een uitzicht. Waar Ananias en Safira kiezen voor zichzelf, voor de leugen, voor het kwaad, is er ook een ander spoor. Dat van het getuigenis van Christus, en van de oprechtheid. En de gemeenschap.

Voor Ananias en Safira hun kwaad begaan, is er Jozef. Ook wel bekend als Barnabas. Hij is het die later met Paulus meetrekt op zijn zendingsreizen. Zoon van de vertroosting wordt hij genoemd. Prachtige naam. Ze kennen hem, in de kerk. Zo is hij bekend komen te staan, als een man met een hart. En ik stel mij voor dat, bijna als vanzelf, hij zijn akker verkoopt en de opbrengst deelt in de gemeente, aan wie dat nodig heeft. Er waren er meer in die tijd die dat deden. Het was geen verplichting, maar het werd vaker gedaan.

Het is verleidelijk om ze tegenover elkaar te zetten. Barnabas en Ananias. Als voorbeeld van wie goed en wie slecht is. Misschien is dat ook de bedoeling geweest van de schrijver van Handelingen, Lucas. Ik aarzel. Zou het niet eerder zo zijn dat deze twee mannen in ons hart huizen?

Misschien dat je daarom een drempel over moet om dit verhaal te horen. Echt te horen. Omdat je ergens wel aanvoelt dat je hart niet altijd zuiver is, en je motieven niet altijd oprecht. Zo verwonderlijk is het niet wat dit echtpaar doet. Je kent het wel, of bent er heel dichtbij geweest. Dat je de schijn van heiligheid ophoudt, doet alsof je te goeder trouw bent, maar ondertussen is het anders gesteld met je hart.

Sommigen kennen die kracht niet, denk ik. De kracht van de verleiding, van de begeerte. Gezegend ben je dan, prijs jezelf gelukkig. Maar vergeet niet dat er veel zijn in de gemeente die dat wel kennen. Die weten hoe dingen zo samen kunnen komen, dat je bezwijkt voor het kwaad. Op zo’n manier dat je je er niet tegen verzetten kunt, of wilt.

God en de Geest bedriegen

In die zin symboliseren Ananias en Safaria ook de werkelijkheid. Zij zijn meer dan die ene man en vrouw die een misstap begaan. In hen zien wij wat er gaande is.

Van de goede schepping, die door mensen besmet wordt met onwaarheid, met begeerte, en hoogmoed. Je zou er ook heel moedeloos kan worden. Maar nu begrijp je misschien wel de straf. De dood die volgt op hun zonden. Dit kan niet bestaan voor God. Het is een weg die doodloopt.

Petrus benoemt wat hij ziet gebeuren. Dat is een gave die niet iedereen heeft, maar die de kerk wel nodig heeft. De gave om aan te wijzen wat er speelt, waar zich iets manifesteert wat tegen God is. En soms is dat iets, waarvan je op het oog denkt, ach, het valt wel mee. Maar wat uiteindelijk een leugen tegen God blijkt te zijn. Een bedriegen van de heilige Geest.

Ik denk dat daarin iets zichtbaar wordt van een minachting van God. Als je God voor de gek probeert te houden, jezelf opblaast en denkt dat je er wel doorheen rolt met je schijnheiligheid, wie probeer je dan te bedriegen?

Het is ook een breuk in de relatie, in het vertrouwen tussen God en mens. En ik denk dat daar ook de crux zit. Niet in het zondigen, niet in het begaan van een fout. Maar in het opzettelijk bedriegen van God. Er zit iets heel kwaadaardigs en arrogants in. En in het bedriegen van de gemeente. Die voor God is als zijn bruid, zijn geliefde. En wie aan de gemeente komt, komt daarmee ook aan het hart van God.

De krachtdadige dood van Ananias en Safira, die je doet opschrikken, laat tegelijk zien wat er op het spel staat. De heiligheid van God, en ook van de gemeente. In die zin, dat wij toegewijd zijn aan God. En toewijding gaat niet half, dat vraagt heel je hart, heel je leven.

Ananias en Safira waren niet verplicht hun akker te verkopen. Ze hadden de vrijheid om dat wel of niet te doen. Toch deden ze het, maar niet voor de gemeente, alleen voor zichzelf. Hun toewijding was niet aan God, niet aan de gemeenschap, maar aan hun eigen ego.

Gegrepen door de geest van het kwaad, satan, noemt Petrus hem, kiezen ze niet het leven, maar de doodsheid van de leugen. Blijkbaar kwam dat in hen samen, het verlangen om geprezen te worden voor een goede daad, de halfslachtigheid om ten volle te delen van hun bezit, de jaloezie op Barnabas die dat wel deed. Al die dingen geven ruimte aan een geest van kwaadaardigheid, een geest die tegen God ingaat.

Hier in dit verhaal wordt dat heel sterk zichtbaar. Hoe je bezield kunt worden door de goede Geest van God. Of door de kwade geest van satan, die op de een of andere manier soms heel makkelijk aanhaakt bij je eigen gevoel, je begeerte, je onmacht. Onderschat niet hoe vatbaar je daarvoor kunt zijn. Vaak is dat niet zo uitgesproken zichtbaar als in Handelingen 5, ligt het wat meer onder de oppervlakte. Maar toch, je kent wel de momenten dat je op een kruispunt staat. Dat je beseft hoe het er op aan komt, welk spoor je volgen gaat.

Met Pinksteren zeiden 4 mensen: wij gaan het spoor van God, zijn Geest vergezelt ons. Dat is geen kleinigheid! Dat is een krachtige toewijding, met lichaam en ziel, aan onze God. En ergens onderweg kom je allemaal op een punt, een keer, of meerdere keren, waar je die keuze maakt.  

Juist in de kerk zijn we ons er van bewust, dat toewijding niet vanzelf gaat. We weten van die andere machten, die aan je trekken en je ontregelen. Van de kwade kracht die je onderuithaalt, of je zachtjes aan een richting in duwt waar je bij God vandaan raakt. Wij weten daarvan. En daarom klinken deze verhalen ook. We schrikken er misschien ook niet al te veel van, dat ook in de kerk mensen struikelen en vallen. Omdat je jezelf kent, en je eigen hart.

Ananias en Safira worden uitgedragen. Dood. Hun dood maakt zichtbaar hoe vernietigend het is als de zonde regeert in de kerk, of in je leven. Sommigen weten dat heel sterk. Omdat zij het kwaad in de ogen gekeken hebben. En zagen hoe het alles stuk maakt. Vaker gaat het sluipenderwijs, kun je er niet zomaar je vinger op leggen.

De Naardense vertaling zegt het zo: ze raken ontzield. Is dat wat gebeurd als je je toewijdt aan de geest van de leugen? Alsof je een zombie wordt. Volgens mij zie je die in veel games terug, maar daar weten jullie, jongens, veel meer van dan ik. Het heeft misschien een bepaalde aantrekkingskracht, zo’n ontzield wezen die zich nergens meer door laat raken. Maar het is ook heel leeg en liefdeloos. En eenzaam.

De goede Geest van God brengt leven. In de gemeente, in je hart. En als op zondag het Woord opengaat, en een lied klinkt, en een gebed opstijgt tot God, dan is dat een anti-gif. Tegen de doodsheid, tegen de leugen. Tegen de geest van het kwaad. En heel ons wezen roept tot God, schenk ons Uw Geest, die tot het leven leidt. Die zondag in het huis van God, is als een ruimte waarin je goede krachten ontvangt voor het leven in deze tijd, in onze wereld. Waar je de Geest leert verstaan, en ontvangen. Waar je op het spoor van Barnabas wordt gezet, de zoon van de vertroosting die leefde uit Christus.

Want de zonde is geen noodlot. Ananias en Safira waren niet voorbestemd om dit te doen. Het is wel een macht, waar je van in de greep kunt zijn. Maar waarvan je ook bevrijd kunt worden, dat is ons heilige vertrouwen. Ananias koos voor de doodsheid. Maar je kunt ook kiezen voor het leven.

De gemeente, de kerk, is geen gemeenschap van zondelozen. Geen kring van heiligen die onaanraakbaar zijn, niet vatbaar voor de leugen. Nee. Wel is de kerk een gemeenschap waar we weten van goed en kwaad, en van begeerte en verleiding. Maar waar boven alles Christus het hart vormt. Hij die de ware zoon van de vertroosting is. Om wie we weten van vergeving. De kerk is een plek waar we leven van vergeving.

Opstandingsgetuigen

Het kenmerk van de gemeente is dat zij getuigt van de opstanding. Het lijkt zo onopvallend, maar het is de kern van de kerk. Getuigen dat Jezus leeft. In woorden, vast ook. Maar het werd het meest zichtbaar in hun leven met elkaar.

Hun bezit deelden ze met elkaar, geld was middel om je leven veilige te stellen, maar een manier om elkaar te voorzien van wat nodig was. En daarin vonden ze voldoening. Dat is kiezen voor het leven.

Elkaar vertellen van God, van Jezus de opgestane. Elkaar voorzien van wat nodig is. En zoeken naar een eenheid in Christus.

Wij bidden dat het ons gegeven wordt. De moed om te kiezen voor het leven. Het anti-gif tegen de doodsheid en de leugen. De Geest van God die leven brengt, tot in eeuwigheid. Amen. 

Handelingen 4: 32 – 5: 11
Ds. Hanneke Ouwerkerk
Zondag 5 juni 2018