Kaars

God spreekt vele talen

U had het al begrepen: in de dienst van vanmorgen gaat het over taal.
Taal als middel om te communiceren, om verbinding te maken.

Dat lukt echter niet altijd even goed. En een voorbeeld daarvan vinden we in onze tekst uit Johannes 16. We vallen daar middenin een tafelgesprek tussen Jezus en zijn leerlingen, en Jezus heeft al heel wat spreektijd achter de rug, hij is namelijk al vanaf hoofdstuk 13 aan het woord. Of het ook lukt om zijn boodschap over te brengen, is echter nog maar de vraag.

En als Jezus dan op een gegeven moment zegt: Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug kunnen sommige leerlingen het niet meer aan.
Het wordt onrustig aan tafel, er wordt met elkaar gesmoesd, de leerlingen vragen aan elkaar: ‘Wat betekent dit? Waar gaat dit over? Wat betekent: “Ik ga naar de Vader”? 18Wat betekent “nog een korte tijd”? Wat bedoelt hij toch?’

Tijdens een preek maak je zo’n moment ook wel eens mee. Je begint, natuurlijk, met heel aandachtig te luisteren, maar als je na een tijdje denkt ‘waar gaat dit over?’ dan is het ook erg lastig om stil te blijven zitten. Je wordt onrustig, misschien ook wat gefrustreerd. En hoe verder de preek vordert, hoe meer het in de kerkzaal begint te rommelen en te kraken.

Nou, de discipelen hebben dat ook. Ze beginnen met elkaar te fluisteren, er ontstaat reuring. Wie weet zijn zij ook wel gefrustreerd, of misschien ondertussen wel wanhopig. Gefrustreerd, dat Jezus nu al zoveel dingen heeft gezegd, maar het nog steeds niet duidelijk wordt wat hij bedoeld. Of ze zijn wellicht wanhopig, omdat het kennelijk nog niet lukt om Jezus te begrijpen.
Hoe het ook is, het is duidelijk dat het verhaal van Jezus zijn doel nog niet bereikt.

En de discipelen weten ook wel waar het probleem zit – Jezus spreekt namelijk een voor hen onduidelijke taal, hij praat in beelden.

En in die beelden wil Jezus duidelijk maken dat hij straks weg moet gaan, om later herrezen terug te komen. Hij wil duidelijk maken dat er weliswaar allemaal vreselijke dingen staan te gebeuren, maar dat dat het einde niet is.

Maar iets omschrijven waarvan jij wel weet, en wat jij wel kent, maar een ander niet, is lastig. Ik kan u bijvoorbeeld wel zeggen hoe mooi het Potsdamweekend was, en dan kan ik vertellen over het gevoel van verbondenheid, van je thuis voelen, ik kan vertellen dat het voelt als het ontmoeten van oude bekenden, waar je je meteen op je gemak voelt en ik kan iets zeggen over de ruimte om met elkaar de hoogten en diepten van het leven te delen…. Maar als je er zelf niet bij was, en je kunt je bij alle beelden ook geen voorstelling maken, dan blijven al die woorden abstract. Dan blijven het beelden.

Net zoals Jezus’ woorden voor sommige van zijn discipelen beelden blijven, abstract, zonder doorleefde betekenis. Ze weten niet waar hij het over heeft.

Gelukkig is Jezus een geduldige gesprekspartner. Als het hem duidelijk wordt dat sommige van zijn discipelen de taal die hij spreekt niet verstaan, probeert hij het gewoon nog eens op een andere manier, met een ander beeld, namelijk het beeld van een zwangerschap. Hij zegt: als de tijd van de bevalling is aangebroken, heeft een vrouw het zwaar. Maar de herinnering aan die pijn verdwijnt, wanneer het kind geboren is. Zo kun je ook naar de toekomst kijken: nu hebben jullie verdriet, maar ik zal jullie terugzien, en dan zul je blij zijn, en niemand zal je je vreugde afnemen.

Maar ook dit voorbeeld komt niet bij alle discipelen even goed binnen. En dan zegt Jezus geruststellend: er komt straks een tijd dat ik niet meer in beelden tot jullie spreek. Dan zullen we elkaar beter kunnen begrijpen.

Zo laat onze tekst uit Johannes 16 op een prachtige manier zien hoe Jezus steeds weer naar wegen zoekt, naar manieren zoekt om taal te spreken die wij kunnen verstaan, die we kunnen begrijpen. Hij zoekt geduldig naar een weg om de taal te vinden die ons hart raakt, naar woorden die ons met hem verbinden.

De woorden van Jezus die we in het Johannesevangelie lezen blijven ook voor ons moeilijk te begrijpen. Ondanks dat kunnen we wel zien en kunnen we ons ook verbazen over die ene boodschap die er steeds weer uit klinkt: namelijk dat Jezus met zijn leerlingen, met ons, verbonden blijft, ook nadat hij is heengegaan. Hij laat steeds weer weten dat hij ons nooit los zal laten, ons nooit alleen zal laten.

—–

Het gaat vandaag over taal. Over verschillende talen die worden gebruikt om een boodschap over te brengen.

Het voorbeeld dat het evangelie van vanmorgen ons geeft, is een voorbeeld waarin een taal wordt gebruikt waar woorden voor nodig zijn.
Maar op andere plekken in het evangelie laat Jezus zien dat hij ook talen spreekt waar geen woorden bij nodig zijn – en brengt hij zijn boodschap door een bepaald gebaar te maken, of door iemand aan te raken.

Want gelukkig bestaat er ook taal zonder woorden. Dat denk ik vaak in het verpleeghuis, waar woorden vaker een struikelblok zijn dan dat ze ergens bij helpen.

Het gekke is dat we wel eens geneigd zijn te vergeten dat taal ook woordeloos kan zijn. Soms ligt er zoveel nadruk op woorden dat je zou kunnen gaan denken dat God alleen spreekt door letters en zinnen, of door de preek op zondagochtend.
Maar gelukkig is dat niet zo, is dat niet alleen zo.

En ik zeg ‘gelukkig’ omdat, als dat wel zo was, heel veel mensen, ook de mensen die ik ken in het verpleeghuis, God dan nooit zouden kunnen horen, kunnen verstaan. Ik zeg ‘gelukkig’, omdat, als dat wel zo was, onze kleine kinderen God nooit zouden kunnen horen of verstaan.

Ik zeg ‘gelukkig’ omdat woorden die over God gesproken worden, ook hier vanaf de kansel, ook vaak zo abstract zijn. En daar raak je als hoorder soms wat gefrustreerd van, net zoals de discipelen. Zo, dat je denkt ‘wat bedoelt die dominee toch?’ waar heeft hij of zij het over? En je gaat onrustig zitten wiebelen, of je dwaalt helemaal af met je gedachten en je krijgt een wat glazige blik in je ogen. En ja, dat zie ik heus wel, vanaf hier J
(Ik probeer nu niemand persoonlijk aan te kijken…. J)

Gelukkig, en ik zou bijna zeggen ‘godzijdank’ spreekt God, spreekt de Geest, vele talen. Ik loop al een beetje vooruit op Pinksteren, zoals u hoort.

We kunnen die taal, Gods taal, bijvoorbeeld horen in muziek. Soms hoor je iets, luister je naar klanken, en ben je je ineens bewust van Gods nabijheid.

Ook de natuur spreekt van God. In deze tijd ervaar ik dat ook heel sterk, alles wat boven de grond komt, de peultjes die zich ontkrullen vanuit de aarde, de ingenieuze manier waarop vogels nestelen en hun jongen grootbrengen, de geur van de aarde na een frisse regenbui, een regenboog in de lucht, de taal van God.

We horen God spreken in de liefde van mensen voor elkaar, in de onderlinge zorg, betrokkenheid, aandacht.

God spreekt vele talen om zijn boodschap aan ons over te brengen, om ons hart te bereiken. En dat doet hij ook nog eens met veel geduld. Als het in de ene taal niet lukt, zoals we in het evangelie zagen, dan probeert hij het nog eens opnieuw in een andere taal. Met veel geduld probeert hij om de verbinding met ons te leggen.

—-
Ik hou van taal, ook van taal met woorden. Er zijn soms van die aparte bij. Laatst heb ik nog een nieuw woord geleerd: verzamelgebouw. Je kunt daar allerlei associaties bij hebben, ik zal ze hier nu niet noemen, misschien wijd ik er nog eens een column aan in Samen…
Een verzamelgebouw blijkt een plek te zijn waar meerdere bedrijven, meerdere activiteiten samenkomen.
Zo bekeken is de kerk ook een soort verzamelgebouw. Een verzamelgebouw van heel veel verschillende mensen, en van heel veel verschillende talen waarin en waardoor God spreekt.

In een kerkdienst zoals we die vanmorgen in ons verzamelgebouw houden, klinken namelijk meerdere talen tegelijk:

Ik noemde al het woord, het lezen van de bijbel en de woorden die een voorganger daarbij uitspreekt, maar er is meer.
Er is muziek.
Er is stilte,
Er is de ontmoeting met elkaar, de onderlinge zorg.
Er is het samenzijn, het één gemeente zijn, het lijfelijk aanwezig zijn met anderen waar je bij hoort, waar je in opgenomen wordt, of het verbonden zijn via de internetverbinding.
Hier klinkt de taal van samenzijn.

En dan is er nog ons kerkgebouw met al haar heenwijzingen naar God: zoals een prachtig, kunstig raam bij de ingang, waar licht in alle kleuren doorheen schijnt, net zo veelkleurig als wij als gemeente zijn.
Er zijn de bijzondere liturgische voorwerpen. Hier wordt de taal van het water van de doop gesproken, hier wordt de taal van brood en wijn gesproken.

—-

De taal van brood en wijn.

Dat is een taal van de tast, van het proeven, ruiken, zien.
Een hele primaire taal ook, die we al vanaf onze geboorte leren.

En zo komen we ineens weer terug bij een tafelgesprek, het tweede van deze morgen.
Een gesprek waarin Jezus geen toespraak houdt van meerdere hoofdstukken, maar waarin hij door brood en wijn met ons spreekt.
Waarin hij wil zeggen: hierin wil ik laten zien dat ik mijn leven geef aan jou
Hierdoor, door mijn lichaam en mijn bloed, ontvang jij leven.

En ja, dat zegt hij in een beeld,
maar wel in een bijzonder beeld.
Een beeld waarbij we onze zintuigen nodig hebben.
Een beeld dat je kunt proeven en aanraken.

Je krijgt straks een stukje brood in de hand, lichaam van Christus,
voel het maar, houd het vast,
het is tastbaar – zoals Jezus tastbaar, menselijk werd.
En proef het, brood in al haar eenvoud,
zoals Jezus ons nabij kwam in alle eenvoud,
in ons menselijk bestaan.
En hij daarin zichzelf gaf voor ons.

Neem de tijd om de wijn of het druivensap te proeven,
wijn van het Koninkrijk,
Symbool van hoe Jezus tot ons kwam,
Zich uitgoot voor ons, één met ons wilde worden.

God spreekt vele talen.

Talen, waarmee hij zijn boodschap van liefde, van hoop, van nieuwe kansen en nieuw leven, wil overbrengen. Talen waarin hij ons keer op keer wil laten weten: ik ben bij je, ik blijf bij je.

God zoekt de verbinding met ons, en blijft dat geduldig keer op keer proberen.
En wij, hier in het verzamelgebouw, of elders met ons verbonden, wij, in ons dagelijks leven, wij luisteren naar de taal die God tot ons hart spreekt en oefenen ons in talen die we nog niet zo goed verstaan.

Dat we zullen horen,

Amen.
Ds. Annemarie Roding
P.G. de Hoeksteen
21 mei 2017