Goddank is de hemel er nog!

Het is alom crisis wat de klok slaat, tegenwoordig. Financiële crisis. Economische crisis. Europese crisis. En we houden ons hart vast. En terecht. Maar één ding, gemeente. Als we de goede oude Bijbel lezen, als we Richteren (Rechters went maar niet bij mij) lezen, weten we dat de crisis de norm is in deze wereld. Het telkens terugkerende refrein van Richteren is: Weer deden de Israelieten wat slecht is in de ogen van de Heer… Er is in Richteren sprake van een permanente crisis – en de wereldgeschiedenis vertelt ons hetzelfde verhaal. We zouden het vergeten na al die decennia van welvaart in West Europa, maar het is in de wereldgeschiedenis een uitzondering wanneer het zolang goed gaat voor zovelen. Een Gouden Eeuw ligt altijd ingebed in een heleboel eeuwen van ijzer en steen! Het boek Richteren is wat dat betreft erg ontnuchterend: Wij mensen struikelen van de ene naar de andere crisis. Maar, zegt Richteren ook: Goddank is de hemel er nog!

Ook het verhaal van de aankondiging van de geboorte van Simson, begint met het refrein van dit bijbelboek: Weer deden de Israelieten wat slecht was in de ogen van de Heer. En vervolgens horen we dat er ergens in Israel een man woont, Manoach, en die heeft een vrouw die onvruchtbaar is.

We kunnen het verhaal van de aankondiging van de geboorte van Simson op 2 niveau’s lezen. Het eerste is een persoonlijke niveau. Dan wordt het een verhaal van een man en een vrouw die de nodige problemen hebben, zoals iedereen. Het probleem van Manoach en zijn vrouw is dat zij onvruchtbaar is. Onvruchtbaar = bijbels voor: geen toekomst hebben. Er lijkt geen uitweg voor hun crisis. Maar dan Op een dag vertelt die vrouw haar man dat ze een Godsman heeft ontmoet. ‘Hij zag er zeer bijzonder ontzagwekkend uit, Manoach, hij leek wel een engel van de Heer
‘En wat zei die man?’ wil Manoach weten.

‘Hij zei dat ik zwanger zal worden en een zoon zal krijgen. Daarom mag ik vanaf nu geen wijn of sterke drank meer drinken…’
Manoach kijkt zijn vrouw ongelovig aan. Speelt ze een spelletje met hem, met dat verhaal over een vreemdeling? Dan kijkt Manoach zijn vrouw geschrokken aan. Ze zal toch niet vreemd zijn gegaan? ‘Een godsman is tot mij gekomen,’ heeft ze gezegd. In het Hebreeuws kan de uitdrukking ‘een man die tot een vrouw komt’ ook een nette manier zijn om te zeggen dat een man en een vrouw gemeenschap hebben.
Manoch zegt dus niet: ‘Yes, eindelijk een kind! Manoach zegt: ‘O ja?’ En hij wil die man wel eens zien. Hij vraagt God daar zelfs om in zijn gebed. Manoach lijkt op de oude priester Zacharias, en op Jozef. Allemaal van die mannen die ook niet zo snel in een wonder geloofden. Die zo hun twijfels hebben als het om engelen gaat. Organiseer een kerstengelenproject in je gemeente, en heel veel vrouwen geven zich op, en een handjevol mannen. Zo’n man dus, die Manoach.
De vrouw van Manoach voelt de reserve van haar man scherp aan. Als de engel opnieuw naar haar toekomt, haalt ze Manoach er snel bij. ‘Hij is er weer! De man die laatst bij me was!’

Manoach gaat mee. Hij groet de vreemdeling, die vervolgens herhaalt wat zijn vrouw hem eerder had verteld. Zijn vrouw zal een zoon baren. En dan komen er barsten in het mannelijke pantser van Manoach. Hij toont zich gastvrij. In 2011 had hij hem een biertje aangeboden, in bijbels tijden bood je elkaar dan een bokje aan (vers 15). ‘Biertje?’ ‘Bokje?’ Maar een engel eet geen vlees, die leeft van de wind, dwz: van de adem van God. ‘Offer dat geitenbokje liever aan God,’ zegt de engel. Daarna vraagt Manoach de engel naar zijn Naam (vers 17). Manoach… wij mensen… wij willen zo graag iets concreets in handen hebben: samen vlees eten, een naam die je kunt onthouden. Maar de engel zegt: ‘Waarom vraagt u naar mijn naam? Die is voor u te wonderbaarlijk.’ En dan gaat de engel op in de rook van Manoachs offer. De engel van God wordt zelf vuur, dat wil zeggen: warm, krachtig, maar ongrijpbaar. Net zoals de God van Israel zich telkens openbaart: in een brandende braamstruik, in een vuurkolom in de woestijn, in pinkstervlammen op discipelhoofden: even krachtig als ongrijpbaar. Als Manoach de engel zo letterlijk in rook ziet opgaan, geeft Manoach zich over: ‘Toen besefte Manoach dat het een engel van de Heer is geweest.’
Vanuit dat geheim leeft Manoach verder met zijn vrouw, en later met zijn kind. Vanuit het geheim dat God mensen, voor wie de crisis definitief en onoplosbaar lijkt te zijn, toch een uitweg biedt. Goddank is de hemel er ook nog!

De tweede laag van het verhaal komen we op het spoor via de namen. Lees meer…

Een gedachte over “Goddank is de hemel er nog!”

Reacties zijn gesloten.