Heb oog voor elkaar in de eigenheid van je leeftijd

Intro

Johannes neemt geen blad voor de mond in zijn brief, zoveel is wel duidelijk. Hij is scherp en kritisch. Er speelt ook nogal wat in de gemeentes aan wie hij schrijft. Johannes schreef niet zomaar een algemene tekst, willekeurig te lezen voor wie dat wil. Maar heel doelgericht schreef hij zijn brieven aan een aantal kerken in Turkije.
Er is namelijk verdeeldheid over de vraag wie Jezus is. En Johannes haakt daar op in. Fel, scherp. Maar ook heel bemoedigend en troostend.

Uit alle macht wil Hij Jezus Christus als het ware voor het voetlicht brengen, zodat je niet meer om Hem heen kan. Jezus is de zoon van God, verzoener van onze zonden. Hij die ons weer verbindt met God de Vader.

Nou goed, zo even over die brief van Johannes. Met die achtergrond helpt het ook om iets te verstaan van wat Johannes wil zeggen. En zo klinkt het woord van de Heer vandaag tot ons vanuit de brief van Johannes. We richten ons op vers 17 en zoeken hoe wij dat woord verstaan voor ons leven van vandaag.
De wereld gaat voorbij en haar verlangen ook, schrijft Johannes.
Maar wie doet wat God wil, blijft tot in eeuwigheid.

De wereld gaat voorbij en haar verlangen ook,
maar wie doet wat God wil, blijft tot in eeuwigheid.

Verlangen

Verlangen. Een mooi woord is het. Het draagt hoop en verwachting in zich. Uitzien naar. Ongewild zit er iets van uitgestrektheid in het woord. Lang, lengte. Alsof verlangen zich uitstrekt over langere tijd. Iets waarvoor je geduld moet opbrengen. De vervulling van je verlangens laat nogal eens op zich wachten.

Tegelijk heeft het ook een schaduw kant. Misschien wel door dat lange wachten. Onvervulde verlangens kunnen je leven lang dwars zitten. Je draagt het met je mee als een pijnlijk gemis. Het verbittert je, maakt je verdrietig, je berust er in. Het is niet gemakkelijk om daar een weg te vinden, samen met God, om mét dat verlangen je leven te leven.

Dat zijn echter niet de verlangens waar Johannes over schrijft. Johannes doelt op begeerte, zoals de Nieuwe Bijbelvertaling het zegt. Begeerte heeft iets onstuimigs, maar ook iets grimmigs in zich. Als een stroom waar je door mee gesleurd wordt en waarin je maar nauwelijks staande blijft. Alsof je hoofd en hart worden overgenomen en je wel mee móet met de begeerte.

En het lijkt soms wel alsof alles daar op inspeelt. Reclame niet in het minst. Maar tijdschriften en collega’s misschien ook nog wel. De hele samenleving, alles is er op gericht om je verlangens op te roepen en aan te wakkeren. Je moet sterk in je schoenen staan om er niet vatbaar voor te zijn. En ook als je denkt dat het aan je voorbijgaat, dan merk je soms ineens hoezeer je in de greep kunt zijn van de verlangens die in je huizen.

Het is gevaarlijk om er kritiek op te hebben. Alsof verlangens per definitie neutraal zijn en niet bevraagd mogen worden. Alsof het het toppunt van vrijheid is om alles te doen wat je zelf wilt. Maar het is maar de vraag hoe vrij we werkelijk zijn. Want een groot deel van wat wij willen en wensen wordt gevormd door de omgeving waar je in verkeert.

Even een simpel en onschuldig voorbeeld. Dat alle kinderen dierenplaatjes van Freek willen, dat komt natuurlijk niet door die plaatjes. Voordat de AH die actie begon, wilde niemand dierenplaatjes. En als het boek vol is, is de lol er al snel weer van af. Prima natuurlijk, hele leuke en prima actie waar wij net zo hard aan mee hebben gedaan. Maar het laat in alle onschuld iets zien van hoe je verlangen wordt gevormd. Niet omdat je het zelf zo graag wilt, maar omdat er een beweging ontstaat waar de AH handig op inspeelt.

Op grote schaal werkt het toch precies hetzelfde? Het is helemaal niet verkeerd om je daar bewust van je te zijn.

Drie verlangens noemt Johannes:
– Het verlangen van vlees en bloed
– Alles waar de ogen naar verlangen
– Het pronken met bezit

Oerverlangens, die ons al bespelen vanaf het begin van de mensheid. Lichamelijke verlangens. Seksualiteit dat in al haar schoonheid en tederheid zo verkeerd gebruikt wordt. Waar zoveel door geleden wordt ook. Als het gaat om misbruik, om overspel, noem maar op. Zo iets kwetsbaars, waar verlangen juist ook een hele mooie rol in kan spelen, het verlangen naar elkaar als geliefden, als partners. Maar wat zo vergooid wordt.

Om de kracht van beelden niet te onderschatten. Alles wat er voor ogen is. Wat je ziet en wat onherroepelijk binnenkomt. Vaak zonder dat je het merkt. Waar de ogen naar verlangen, noemt Johannes het. Met opnieuw een licht- en schaduwzijde. Kunst, een goeie film, een prachtig uitzicht. Je kunt er ontzettend van genieten. Maar wat is er ook veel pulp, op TV en internet, billboards, noem maar op.

Als laatste noemt Johannes het pronken met bezit. Je kunt er zo gevoelig voor zijn. Kijken naar elkaar. Elkaar de ogen uitsteken met wat je hebt. Je er op voor laten staan dat het je goed gaat en status ontlenen aan je bezittingen.
Drie verlangens waar we de angel allemaal wel ergens van voelen in onze ziel en lichaam.

Ik denk weleens dat we ons maar nauwelijks realiseren in wat voor wereld onze tieners opgroeien. Er komt zo ontzettend veel op hen af. Open en bloot, soms heel letterlijk. Jullie generatie is er in opgegroeid. In die wereld van social media en van mogelijkheden die tot in de hemel rijken. Voor dertigers is het alweer anders. Wij zijn er veel geleidelijker ingerold. Eerst een gsm, een emailadres. Pas veel later een smartphone. Langzaam maar zeker thuis raken op internet. En voor oudere generaties is dat nog weer anders. Roept het misschien wel heel veel vervreemding en onzekerheid op. Wat is er gaande in de wereld om mij heen?

Met de grenzeloze mogelijkheden, het enorme gemak, de brede blik die je erdoor ontwikkeld, alles bij elkaar zijn het technisch en sociaal gezien ook hele mooie en nuttige ontwikkelingen. Maar het vraagt wel wat van je. Van jou als tiener, maar van iedereen van ons. Omdat al die ontwikkelingen op de een of andere manier naadloos aansluiten bij onze verlangens van ‘vlees en bloed’, de verlangens van onze ‘ogen’, om het maar met Johannes te zeggen. Drempels en grenzen zijn zo laag, via internet kun je alles zien en alles krijgen. De verlangens die ín je leven, waar je heel makkelijk ook in verstrikt raakt, die worden door het constante internetgebruik, nieuws, reclame, enorm aangewakkerd.

En daarom is het zo belangrijk dat je daar ook eens kritisch naar kijkt. Waar is je verlangen door gevormd? Door je begeerte, door je onderbuikgevoelens, noem maar op. Waar is je hart op gericht? Ben je vrij van wat de wereld aan je opdringt. Of volg je het slaafs na. Denk je wel dat je vrije keuzes maakt, maar word je veelmeer bespeeld door je begeerte en je verlangens.

En dan klinkt psalm 63.

Naar U o God, strekt zich mijn verlangen. Ik smacht naar U in de woestijn van het leven. Dicht bij U, daar wil ik zijn.
Verlangen naar God. Je hart kan er van over lopen. Een diep verlangen om in Gods nabijheid te zijn. En zo zijn we hier vanmorgen samen. Met een hart vol verlangen. Maar misschien ook wel boordevol tweestrijd. Tweestrijd van al die gevoelens die in ons huizen. Egocentrische en donkere verlangens in je hart. Maar tegelijk een diep verlangen om God te dienen.

Verlangen is dus ook heel bijbels. Johannes beweert ook niet dat je wereld moet mijden, als een kluizenaar leven en je verstoppen in een eigen zuil. Daar gaat het helemaal niet om. Ik lees hier veelmeer iets van: waar rícht jouw verlangen zich op. Of beter gezegd, op wie. Omdat Johannes zich ook wel realiseert dat de wereld niet alleen maar buiten ons, maar net zo goed in ons is.

Het kan geen kwaad om je verlangens eens onder kritiek te stellen. Ben ik er slaaf van? Wil ik dit wel echt, of denk ik dat ik dit wil. En word ik er een beter mens van? Brengt de vervulling van mijn verlangens mij bij God, bij dienst aan mijn broeder en zuster? Het is wel goed om zulke vragen eens te stellen.

En tegelijk is het ook heel bijbels om dankbaar te zijn voor het goede en mooie dat God gegeven heeft. Om te genieten van zijn schepping, van elkaar. Dat is geweldig. Het leven en de liefde voluit vieren. Dat is een eerbetoon aan onze goede God en Vader.

De kerkvader Augustinus maakt in dit verband het bekende onderscheid tussen uti en frui. Gebruiken en genieten. Hij zegt in een van zijn preken over dit gedeelte, even vrij vertaald: Geniet gerust van alles wat God geschapen heeft. Maar denk niet dat daarin je uiteindelijke geluk ligt. Want dat ligt in die geschapen dingen, maar in de schepper zelf.
Dus, Augustinus zegt zoveel als, schat de dingen op hun juiste waarde. Geluk ligt niet in schoonheid, in overvloed, in rijkdom. Het zijn dingen waar je dankbaar voor mag zijn, maar het uiteindelijke geluk ligt bij God zelf.

Wat voorbijgaat en wat blijft

Dan komen we bij het volgende, wat hier alles mee te maken heeft. De wereld met haar verlangen gaat voorbij, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.
De wereld, daarmee bedoelt Johannes hier al die dingen die je naar beneden trekken. Die verlangens die je verstikken en verblinden. Dat wat je wegtrekt bij God vandaan en je overlaat aan je zelf. Johannes is hier heel kritisch op de wereld. Niet in de zin van ‘wij in de kerk’ en ‘zij in de wereld’. Nee, die wereld die helemaal in jezelf zit. Waar je met beide benen in staat en waar je net zo vatbaar voor bent als elk mens. Die wereld.

Hij roept ons op om dat de rug toe te keren. Om je helemaal op God te richten en zijn wil te doen. Want die wereld gaat voorbij. Het is niet blijvend. Dat merk je vaak toch ook wel. Dat je je zinnen hebt gezet op iets, wat niet meer dan een zeepbel blijkt te zijn. Je hebt alles opgegeven om die ene schat te vinden, die uiteindelijk niets voorstelt. Het is het kenmerk van verkeerde verlangens. Dat ze een zuigkracht hebben waar je maar nauwelijks tegen op kunt. Het is nooit genoeg. Het trekt altijd harder en sterker aan je dan je zou willen.

Het evangelie wijst een andere weg. De weg tot God. Zijn wil doen. Door Johannes kort en bondig samengevat met: liefde. Liefde voor God, liefde voor je broeders en zusters. Voor je naaste.
En in die verbondenheid met God, die betrokkenheid op elkaar, komt er iets naar voren dat eeuwigheidswaarde heeft. Het overstijgt de grens van tijd en van afbraak. God verbindt er zijn zegen aan. En Hij maakt het zo, dat het blijft bestaan. Eeuwigheidswaarde. Jouw leven voor Gods aangezicht. Als je, in alle verwarring en innerlijke verdeeldheid, zoekt om de wil van God te doen.

Dat ontroert mij. In die kwetsbaarheid van ons bestaan, waar er zo aan je getrokken wordt en we zo zoeken naar onze weg in het leven, wijst God ons de weg naar Hem. Ga mee in mijn spoor, zegt Hij. En Hij bergt je leven in zijn eeuwige liefde.

Het is de diepe angst van een mens, dat je leven wordt afgebroken en voorbijgaat. En God in zijn goedheid neemt het ons uit handen. Hij maakt het bestending.
Oefenen in gemeenschap met God
Hoe doe je dat, je hart op God richten? Waar vind je die gemeenschap met Hem? Hoe vormen we ons verlangen zo dat het zich richt op God, op het doen van zijn wil?

De kerk is bij uitstek een plaats waar we dat kunnen leren. Een oefengemeenschap, zo wordt de kerk weleens genoemd. Een heel terecht en sterk woord. Een oefengemeenschap. Voor het aangezicht van God oefenen we in de kerk hoe dat moet: leven met God.

Ik zei eerder al, het vraagt wat van je. Het vraagt wat van ons, om in alles wat op ons af komt, en met alles wat in ons huist, staande te blijven. Om met God te leven. Dat gaat niet vanzelf. Integendeel. Het vraagt training van je hart en je gedachten. Het vraagt omgang met God. Lezen in de Bijbel, bidden, stil worden voor Hem.

De zondagse diensten met haar liturgie zijn daar een uitgelezen moment voor. Je wordt meegenomen in de liturgie. In het bidden, het zingen, het horen van Gods woord. Misschien staat het mijlenver van je af. Zing je een psalm en denk je, gaat dit over mij? Maar langzaam maar zeker word je er door gevormd. Leer je om de stem van God te verstaan. Voeg je je in het gebed. En ineens zing je een lied en denk je: he, dit gaat over mij.

Juist de kerkdienst helpt je om je verlangen te vormen. Om je te binnen te brengen: bij God is mijn heil en mijn redding te vinden.
Het is de plek waar je samen bent met de gemeente. Samen in het verlangen om God te dienen en met Hem te leven.

Als laatste nog dit: Johannes spreekt de verschillende generaties in de gemeente aan. Is het je opgevallen? De kinderen, de vaders, de jonge mensen. Hij bemoedigt ze en erkent hen in hun eigenheid.
De kinderen zijn degenen die net gedoopt zijn. Hen is vergeving van zonden aangezegd. Met een nieuw en schoon hart leven ze als kinderen van God. De vaders hebben God al langer geleden leren kennen. Johannes herinnert ze daaraan en wijst ze op hun wijsheid en hun vertrouwdheid met God de Vader. De jonge mannen zijn strijdbaar. Ze staan midden in het leven, kennen de strijd van binnenuit. Door Gods genade hebben ze het kwaad overwonnen.

Ontzettend mooi hoe Johannes hen aanspreekt. Het is de moeite waard om het thuis nog eens na te lezen, vers 12-14. Neem dat mee, ook voor ons als gemeente vandaag. Heb oog voor elkaar in de eigenheid van je leeftijd. Letterlijk. De jongste kinderen, de oudste ouderen en zo van klein tot groot. Maar ook geestelijk. De een nog onbevangen en fris. Nog maar net tot geloof gekomen. De ander gerijpt door het leven, met een diepe, jarenlange verbondenheid met God. Weer een ander zoekend en tastend. En zo elkaar tot een hand en een voet zijn. Elkaar bemoedigen en troosten. We kunnen daarin zoveel van elkaar leren. En elkaar ook helpen om ons verlangen te richten op de God van het leven.

Tot slot

Ik sluit af met een gedicht van Ida Gerhardt, dat dat verlangen heel treffend weergeeft. Het verhaalt van een kind dat verlangend uitziet naar zijn vader.

Het speelt het liefste ver weg op het strand,
het kind dat nooit zijn eigen vader ziet,
die overzee is in dat andere land.

Het woont bij vreemden en het went er niet.
Zij fluisteren erover met elkaar.
Heimwee huist in zijn kleren en zijn haar.

En altijd denkt het dat hij komen zal :
vandaag niet meer ; maar morgen, onverwacht –
en droomt van hem en roept hem in de nacht.

Ik wacht u, Vader van de overwal.

(Onder vreemden, Ida Gerhardt)

In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Zondag 12 juli 2015, 9.30 uur
Schoonhoven (De Hoeksteen)
Psalm 63, 1 Johannes 2: 1-17
Ds. Hanneke Ouwerkerk