Het grote tuinfeest

Wij leven hier in de Krimpenerwaard en de Lopikerwaard in oeroude polders. Lang geleden, vanaf de 13e eeuw, zijn onze voorouders de strijd met het water aangegaan. Ze bouwden dijken, molens, groeven sloten, ontgonnen akkers. Het werd een eeuwoude strijd om droge voeten, landbouwgrond, een plek onder de zon waar je kunt leven. Die hele poldercultuur heeft iets van een scheppingsproces. Ooit begonnen, en sindsdien steeds voortgezet. Klaar zijn we er nooit mee. Onlangs is men begonnen met het verstevigen van de dijk tussen Schoonhoven en Ammerstol: een even langdurig als kostbaar project. Scheppen is een never ending story. Zoals ook het bijbelse scheppingsverhaal een never ending story is.

In de geschiedenis van de drooglegging van de polders is ook sprake geweest van tegenslagen. Dijkdoorbraken. Overstromingen. Het wassende water van Herman de Man vertelt aangrijpend over. Scheppen is een weerbarstig proces. Ook daar ligt een overeenkomst met het Bijbelse scheppen. Scheppen vraagt om lange adem. Gelukkig heeft God een lange adem, dat wil zeggen: gelukkig heeft God veel heilige Geest. In Genesis lezen we hoe God ook begon met het scheiden van het water en het land, en hoe God vervolgens een tuin aanlegde. God, de Heer, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste hij de mens die hij had gemaakt. De oudtestamentische profeten zeggen ons telkens weer aan dat we, als we niet opletten, van die tuin een woestijn maken. Maar ook zeggen zij ons aan dat door Gods genade de woestijn eens weer zal bloeien als een narcis. Zo leven wij, tussen gericht en genade.

De grootste crisis in het bijbelse scheppingsproject vond plaats in het jaar 33. Op Goede Vrijdag en Stille zaterdag van dat jaar stond het hele project op het punt volledig failliet te gaan. God had zijn eigen zoon gezonden om de toekomst van de schepping te redden. De zoon ging rond als een meester-tuinman: hij zaaide, entte, snoeide, plantte opnieuw, bond losse ranken vast… Maar de mensen moesten hem niet, die Jezus, die herschepper, en ze ruimden hem uit de weg. Hij werd vlak voor de sabbat begraven in een graf dat, volgens de evangelist Johannes, in een olijfgaard was gelegen. In een tuin dus. De schepping verwerd tot een dodenakker.

Op de eerste dag na de sabbat ging Maria van Magdala naar die tuin om het graf van Jezus Heer te bezoeken. Diep bedroefd was ze: degene die haar van onreine geesten had gered, was zelf niet te redden geweest. Maria’s ontzetting werd alleen maar erger, toen ze zag dat de grafsteen was weggehaald. Het graf was geroofd. Toen ze het lege graf de rug toekeerde, zag ze Jezus staan, maar zonder hem te herkennen. Ze dacht dat hij een tuinman was. De evangelist Johannes moet hebben geglimlacht, toen hij dit opschreef. Want dat is precies wat Jezus was en nog altijd is: de tuinman die is teruggekeerd om de tuin van zijn vader te herstellen. Om opnieuw orde te scheppen in de chaos. Tuinman is hij. Medeschepper van zijn Vader. Weggeschoffeld door de mensen. Maar op de paasmorgen keert hij terug om te oogsten wat hij gezaaid heeft. Door niemand laat hij zich tegenhouden. Zelfs niet door het ergste onkruid, zelfs niet door de dood.

Maria denkt dat ze een tuinman voor zich heeft. Ze vergist zich. En ze vergist zich niet. Uiteindelijk herkent ze Hem, en roept. ‘Rabbi, meester!’ En opeens is de graftuin geen dodenakker meer. De graftuin krijgt een nieuwe aanblik: de aanblik van de paradijstuin van ‘den beginne.’

De opstanding van Christus betekent: herstel van de schepping. Opnieuw ontvangen wij het leven. Opnieuw worden wij uitgenodigd om met God mee te werken om van de schepping een lusthof van recht en vrede te maken, voor iedereen. Net als in het begin. Want het scheppingsverhaal is een never ending story… Ds. Frans Willem Verbaas