Het kleine telt

Uit het vele van de lezing zouden we met u stil willen staan bij twee dingen. Allereerst de kleine die door Jezus een plek in het midden krijgt, en ten tweede het geheimvolle ‘waar twee of drie in mijn naam verenigd zijn, ben ik in hun midden’.

De lezing begint met een kind, dat in het midden wordt gezet als de leerlingen vragen wie de grootste is. Jezus laat zien dat in het koninkrijk de vraag naar de grootste een vraag is die gesteld wordt vanuit de gedachte aan concurrentie met elkaar, en dat is precies wat Jezus niet voor ogen heeft. Als hij een kind in het midden zet, dan is dat niet zozeer om een beeld van vertedering op te roepen, het gaat erom dat hij iemand in het midden zet die afhankelijk is en niet in de positie om macht uit te oefenen.

Toen Annemarie en ik, in de voorbereiding op deze dienst, met elkaar spraken over dit evangelie, moesten we hierbij denken aan de positie van de zieken, de ernstig zieken, degenen die langdurig verpleegd worden.

Ziek zijn brengt je in een positie van afhankelijkheid. Voor veel mensen is dat, naast de onzekerheid die met ziekte is gegeven, misschien wel het moeilijkst te accepteren. Zeker in een maatschappij als de onze, waar autonomie en zelfbeschikking vaak als hoogste goed worden beschouwd.

Je bent als zieke niet alleen afhankelijk van de dagelijkse zorg (wassen, aankleden, soms tot aan het keren in bed toe), maar ook afhankelijk van medische uitslagen: wat brengt dit onderzoek me, wat gaat er nu met mij gebeuren…. Enzovoorts. Je kunt het gevoel hebben dat je de regie over je eigen leven kwijtraakt.

Ik wil u vertellen over een man die ik mocht ontmoeten in het ziekenhuis waar ik werk, laat ik hem meneer Fransen noemen.

Ik werd gebeld door een verpleegkundige, een van haar patiënten had aangegeven niet verder te willen, of ik niet met hem in gesprek kon gaan? In bed trof ik een man aan met heel weinig lucht. Na elke paar woorden onderbrak hij zichzelf om bij te komen. Zijn ogen hield hij dicht. Het is goed zo – zei hij – en daarmee gaf hij aan dat er wat hem betreft niets meer hoefde te gebeuren. Geen behandeling, geen onderzoek, geen fysiotherapie – rust wilde hij. Om aan zijn volledige afhankelijkheid te ontkomen, zag hij eigenlijk geen andere uitweg meer, dan dat dit alles moest stoppen. De mensen om hem heen konden hem eigenlijk niet meer bereiken.

Annemarie:
Nou Joep…. Dat is wel een heel pittig verhaal om de preek mee te beginnen. Natuurlijk heb je gelijk – de regie verliezen, afhankelijk worden…. er zijn weinig dingen in ons leven, maar ook in onze maatschappij, die moeilijker zijn.

Maar ik vraag me af: is er niet meer over ziek-zijn te vertellen?
Want ik maak in mijn werk in het verpleeghuis ook wel dingen mee die heel bijzonder zijn, en die juist vanwege de ziekte van onze bewoners tot stand komen.

Want als mensen afhankelijk worden, kan dat ook betekenen,
dat zij op een nieuwe manier naar zichzelf leren kijken. Ik denk bijvoorbeeld aan meneer Van de Berg, die al een paar jaar bij ons woont. Hij lijdt aan de ziekte van Parkinson. En ja, ook hij worstelt met zijn toenemende afhankelijkheid.

Toen hij bij ons kwam wonen, kon hij bijvoorbeeld nog lopen, inmiddels is hij helemaal afhankelijk van een rolstoel. Dat vindt hij erg moeilijk. Maar waar hij met niet aflatende verbazing naar kijkt, is de betrokkenheid van zijn vrouw en zijn dochter. Dat zij hem zo bij zouden staan en zouden steunen, had hij nooit kunnen denken. Ze zijn als gezin, dwars door alle moeilijkheden heen, dicht naar elkaar toe gegroeid. En zo kunnen ze het doorstaan.

Ik wil er maar mee zeggen: er kunnen ook mooie dingen gebeuren als mensen ziek worden en afhankelijk. Misschien kun je zelfs wel zeggen: soms wordt afhankelijkheid ook ontvankelijkheid. Dat is wel een proces waarin je moet groeien als je zelf ziek wordt, maar ook een proces waarin heel mooie dingen kunnen ontstaan.

En dat alles doet me ook weer denken aan dat kind, waar we over gelezen hebben in het evangelie van Mattheus. Een klein, afhankelijk kind, dat niet in de positie is om macht uit te oefenen. Want wat zie je vaak bij kinderen? Dat ze open staan voor wat hen wordt geschonken. Ze zijn ontvankelijk. En als ze in hun ontvankelijkheid goede dingen mogen ontvangen, dan is dat onbetaalbaar.

Joep:
Inderdaad, afhankelijkheid heeft meerdere kanten. Maar ik wil je toch nog wat meer vertellen over die meneer Fransen waar ik het net over had.

De eerste keer heb ik een tijd bij hem gezeten – luisterend – niet veel meer, Maar het deed hem goed: hij hoefde niet ergens tegenin te gaan. Ik liet hem zijn wie hij was – op dat moment. Op een gegeven moment, nadat het een tijdje stil was geweest, vroeg hij mij: wil je voor mij bidden? Maar, zei hij er meteen achteraan: ‘Niet hardop!’ En zo gebeurde het.

Drie dagen later zocht ik hem weer op. Zijn vrouw was er ook bij.
Hij had wat meer lucht – en hij begon te vertellen: Herinneringen aan zijn kindertijd. Zijn vrouw vertelde later dat hij er nooit op deze manier over had gesproken. Het waren herinneringen vol verdriet,
Oorlogsherinneringen. Er was nooit meer over gesproken
maar nu hij er over sprak merkte ik hoe haarscherp de beelden waren, en hoeveel verdriet deze man als kind had geproefd.

Ik bleef meneer Fransen bezoeken – langzaam ging het wat beter met hem. Op een dag zei hij dat hij mijn bezoekjes erg op prijs stelde – en ik vroeg hem wat het voor hem nou was dat ik hem gaf.
Hij keek me aan en zei: dat u voor mij hebt gebeden.

De man was niet kerkbetrokken en geloof speelde geen grote rol in zijn leven.

Worden als een kind
– ik moest denken aan deze man, Die op zijn ziekbed – een ziekbed dat hij als zijn sterfbed ervoer – Weer terechtkwam in zijn kindertijd.

Dat is niet wat Jezus bedoelt in het evangelie, maar met die terugkeer naar zijn kindertijd gebeurde er iets anders met meneer Fransen– hij gaf zichzelf – zijn verdriet werd zichtbaar – en zijn kwetsbaarheid – hij ging open.

Mijn ervaring is dat mensen die ernstig ziek zijn misschien wel het meeste moeite hebben met het feit dat daarmee de regie over het eigen leven verloren gaat. Je lichaam is je in zekere zin de baas,
je kunt je er geestelijk eigenlijk niet op voorbereiden wat er dan met je gebeurt. Je wordt afhankelijk – kwetsbaar – je weet je bij tijd en wijle geen raad met jezelf.

Ziek zijn is verlies – verdriet – angst soms – eenzaamheid – in het uiterste geval: de dood voelen naderen, en daarmee soms ook de angst voor wat niet te vatten is,

Maar ik vertel ook het verhaal van meneer Fransen. Omdat hieruit blijkt hoe wezenlijk het is dat een zieke weet dat hij of zij niet alleen is. En omdat hieruit blijkt dat er een verbondenheid kan ontstaan,
een verbondenheid die verdiept wordt als je samen ervaart dat je afhankelijk bent en je vanuit dit besef samen tot God kunt richten.
Hier wordt tastbaar wat het betekent als Jezus zegt: ‘waar twee of drie in mijn naam samen zijn, daar ben ik in hun midden’.

Annemarie
Dus eigenlijk zeg je, als ik je goed begrijp, dat je in je werk niet alleen mag delen en mag luisteren, maar dat je in het samenzijn met iemand die ziek is, soms ook de verbondenheid met God ervaart. Maar dat dat ook iets is, wat je in zekere zin geschonken wordt… Bijzonder om mee te maken, dwars door alle moeilijkheden heen. In mijn eigen werk ervaar ik dat ook wel, dat me ook veel geschonken wordt.
En een van die dingen is dat ik zoveel van onze bewoners kan leren.

Er zijn een aantal mensen hier in de gemeente die ook werken met mensen die ziek zijn, En ik ben eigenlijk wel benieuwd of zij dit ook herkennen in hun werk…!

Loes, kun jij vertellen wat voor werk je doet?
En wat zou jij zeggen als ik je vraag wat je van de mensen voor wie je zorgt, leert?

Anky, kun jij vertellen wat voor werk je doet?
En wat zou jij zeggen als ik je vraag wat je van de mensen voor wie je zorgt, leert?

Soms gebeurt het ook dat zieken het ziek-zijn zelf ook als een soort leer-tijd ervaren. De positie waarin ze terecht komen, maakt dat ze op een nieuwe manier naar het leven kijken, en dat ze dingen ontdekken die ze voorheen niet zagen.

Als de wereld klein wordt, kun je daar grote ontdekkingen doen.

Wat betekent dit alles nu voor onze Hoeksteen, wat betekent het om gemeente van Christus te zijn als zieke en gezonde mensen samen?

Het is van belang om oog te hebben voor het kleine. Jezus zegt in het evangelie van Mattheus dat je zorg moet hebben voor de kleine, omdat de kleine meer in de gaten heeft van wat het koninkrijk van God betekent, wat wezenlijk is, dan de grote…! Dit doet op zowel zieken als gezonden een appel.

Het kleine telt.
Ook wanneer het bijvoorbeeld gaat om het sturen van een kaartje naar iemand die ziek is.
Joep vertelt wel eens dat hij in het ziekenhuis precies kan zien wie er bij een kerk hoort: vaak hangt dan het hele prikbord vol met kaarten uit de gemeente. De zieke weet zich verbonden met anderen, ook al is het op dat moment niet mogelijk om in de kerk te komen of aan gemeenteactiviteiten mee te doen. Via die kleine berichtjes wordt duidelijk dat iemand er toch helemaal bij hoort en dat er aan hem of haar wordt gedacht.

Het kleine telt.
Denk daarbij ook aan een ‘gewoon’ bezoekje. Want gemeente-zijn gebeurt niet alleen hier in de kerkdienst, het gebeurt met name ook ‘tussen de regels door’! De basis van de gemeenschap, de hoeksteen van onze Hoeksteen, is te vinden in de ontmoeting onder vier ogen.

Als twee of drie mensen samen zijn omdat ze in Gods naam met elkaar verbonden zijn, omdat ze als gemeente van Christus met elkaar verbonden zijn, dan heeft dat Gods aandacht en is hij zelf daar ook bij. Iedereen die bij die ontmoeting betrokken is, of iemand nou ziek is of gezond, maakt volledig deel uit van de gemeente.

Het koninkrijk van de hemel begint onder vier ogen.

Het kleine telt.
Het is niet eenvoudig om klein te zijn, of klein te worden. Dat kan iedere zieke u vertellen. En misschien weet u het uit eigen ervaring. Maar in het kleine kunnen grote dingen schuilgaan. Heb daar aandacht voor, als persoon, maar zeker ook als gemeente van Christus.

En zoek elkaar op, thuis, in het ziekenhuis, of in het verpleeghuis,
zodat God onze gemeente kan bouwen en hij in het kleine zijn grootheid kan laten zien.

Het kleine telt.
Ik merk dat ook vaak in mijn werk met dementerenden. Juist in de kleine momenten, iemands glanzende pretogen, een warme ontmoeting van hart tot hart, een traan als we een bekend lied zingen, of als we heerlijk samen kunnen lachen, juist al die dingen die alleen tot stand komen als je samen bent! dan denk ik: het is goed.

Een van de dingen die onze bewoners met dementie het fijnst vinden om te doen, is samen zingen. Er zijn heel wat liedjes favoriet, maar eentje steekt daar toch met kop en schouders bovenuit, en dat is het liedje ‘het zijn de kleine dingen die het doen’. Het is ook voor mij persoonlijk een topper, omdat het een van de weinige liedjes is waarvan ik denk: dat klopt precies.

Amen

Ds. Joep en Annemarie Roding

Preek 7 september 2014: Matteüs 18 : 15-20 Ziekenzondag