Het verhaal van de man op het matje

Vandaag lezen we in het evangelie een verhaal dat behoorlijk tot de verbeelding spreekt. Wij noemen dat verhaal thuis ‘het verhaal van de man op het matje’.

Het verhaal van de man op het matje speelt zich af in een huis waarin veel mensen zijn samengedromd om in de buurt van Jezus te kunnen zijn. De deur is geblokkeerd, er hangen vast ook mensen in de ramen en ik stel me zo voor dat de straten rondom het huis ook vol staan. Het moet er zo’n beetje uitzien als Mekka tijdens de jaarlijkse pelgrimstocht – alles is geblokkeerd, alles staat stil.

En ergens in die gonzende menigte draaien de raderen in de hoofden van vier vrienden. Hoe komen wij in vredesnaam dit huis binnen met onze verlamde vriend? Hoe brengen wij hem dicht bij Jezus? En op een goed moment moeten zij gedacht hebben: als de berg niet naar Mozes komt, dan komt Mozes wel naar de berg! Ze klimmen op het platte dak van het huis, peuteren daar de plaggen en de klei los en maken een gat wat zo groot is, dat hun vriend er door past. En ik zie ze daar in gedachten wat triomfantelijk naar elkaar kijken: zo doe je dat dus.

Dwars door de onmogelijkheden heen, dragen ze hun vriend op aan Jezus.

Als kind mocht ik dit verhaal graag horen. Door het dak! Stel je toch eens voor… dan was de dominee aan het preken en hoorde je boven in de kerk ineens het geluid van een zaag. Er kwam dan een beetje gruis naar beneden en misschien een paar stukjes hout en een paar dakpannen, en daar kwam dan iemand op een brancard naar beneden zakken. Spectaculair! En het scheelde ook stukken dat er dan van die ellenlange en saaie preek van de dominee vast niet meer zoveel terecht zou komen…

Maar als je het verhaal kritisch leest, zie je ook een minder spectaculaire kant van het verhaal. Want: stel dat je daar staat, in die duwende en ellebogende menigte. Je wilt Jezus graag zien en horen spreken, en daarom wacht je al uren in een rij die maar slecht opschuift. Je hebt al een tijdje niets gegeten en gedronken en je voeten beginnen pijn te doen van het staan. Misschien mankeer je ook wel iets, ben je ziek,  en wil je dat Jezus je  geneest. En dan ineens zijn er van die mensen die voordringen! Die niet, net zoals jij, netjes in de rij zijn aangeschoven en op hun beurt wachten! Eigenlijk heel irritant.

Het doet me denken aan de markt waar ik vroeger wel eens een boodschap moest halen voor mijn moeder. Die ervaring leerde me dat ik moest oppassen voor (vergeef me dat ik het zeg) met name wat oudere vrouwen, die heel stil kwamen aanlopen, steeds een beetje verder naar voren schoven bij de kraam, en dan als de kaasboer of bakker vroeg ‘wie is er dan?’ plotseling naar voren schoten en hun boodschappenlijstje opnoemden. Terwijl jij en anderen daar veel eerder stonden….

Zo is het eigenlijk ook met die verlamde man en zijn vier vrienden: ze dringen zomaar voor! Je zou de man eigenlijk op het matje willen roepen….. ware het niet dat hij daar al op ligt.

En wat doet Jezus? Er staat in het verhaal dat Hij ziet dat ze veel geloof hebben.

Veel geloof? Die mensen die voordringen? Heb je dan, als je gewoon netjes in de rij zou hebben gewacht tot je aan de beurt was, weinig geloof?

Het is misschien goed om ons, als we dit beter willen begrijpen, eens in te leven in de verlamde man.

We weten niet veel van hem. Niet hoe hij verlamd is geraakt, niet hoe oud hij is, niet hoe hij eruit ziet. We weten alleen dat hij op een matje ligt, en helemaal afhankelijk is van anderen. Nou ben ik iemand die niet graag afhankelijk is van anderen. Ik vind het al moeilijk om het stuur van onze auto uit handen te geven, vraag maar aan Joep.

Ik kan me er daarom iets bij voorstellen, als de mensen die ik in mijn werk in het verpleeghuis tegenkom me vertellen dat die afhankelijkheid, dat je bij de simpelste, alledaagse dingen de handen van anderen nodig hebt, het allermoeilijkste is wat hun ooit is overkomen.

De verlamde man ligt op zijn matje. Zijn vrienden hebben geprobeerd zo dicht mogelijk bij het huis te komen waar Jezus is. Maar naar binnen gaan..? nee, dat gaat hen nooit lukken. Als verlamde kun je niet je ellebogen gebruiken, kun je je in het gedrang geen centimeter vooruit werken, ook al heb je vier vrienden bij je.

Ooit wel eens geprobeerd met iemand in een rolstoel naar een winkel met uitverkoop te gaan? Voordat je bij de rekken of bakken bent, is het al bijna sluitingstijd en is de winkel leeg. Maar ook bij de gewone dagelijkse dingen kom je als rolstoelrijder al de nodige obstakels tegen. Probeer in de Plus maar eens bij de bovenste rekken te komen. Of probeer maar eens netjes op de stoep te gaan rijden als er nergens een fatsoenlijk opritje is.

Wat is het dan belangrijk dat je mensen om je heen hebt, die je, soms letterlijk, op handen dragen. Die jouw handen voor je willen zijn. Die met inventiviteit en creativiteit wegen zoeken waar geen wegen lijken te zijn. Omdat ze het beste met je voorhebben. Omdat ze weten: daar moet je zijn.

En zo zijn jullie als doopouders degenen die jullie kinderen op handen dragen. Die in een tijd waarin het niet vanzelfsprekend meer is dat je je kind naar de kerk brengt en aan God opdraagt, om die obstakels heen kijkt. Jullie laten je daardoor niet belemmeren. Jullie handen dragen jullie kinderen naar waar je wilt dat ze zijn: dichtbij God, dichtbij Jezus.

De man op het matje en zijn vier vrienden laten zich ook niet zomaar door schijnbare onmogelijkheden van de wijs brengen en zij kiezen voor de creatieve oplossing: dan maar door het dak.

Voor de man op het matje betekent dat dat dit ten koste van hemzelf gaat. Want ook in deze actie van zijn vrienden is hijzelf helemaal weerloos. Iedereen ziet hem daar bungelen, in al zijn hulpeloosheid. Hij is aan iedereen die naar hem kijkt overgeleverd, zij kunnen in principe met hem doen wat ze willen. En daarbij komt dat hij zich voor 100% moet toevertrouwen aan zijn vrienden, die letterlijk zijn leven in hun handen hebben.

Maar het gaat de man en zijn vrienden bij dit alles niet om henzelf. Het gaat hen niet om de mensen in die menigte, die hen ongelovig en misschien ook wel boosaardig aanstaren. Het gaat hen om Jezus. De man legt zijn eigen leven in Jezus handen. Zijn vrienden leggen het leven van hun vriend in Jezus handen. Jezus mag met hem doen wat Hij wil, wat Hem goeddunkt.

En Jezus ziet zijn geloof.

En hij ziet het geloof van de vrienden, die nu hun taak hebben volbracht en hun vriend veilig hebben afgeleverd op de plek waar hij moest zijn. En zij kijken ongetwijfeld vol spanning, maar ook met hoopvolle verwachting vanaf dat dak toe op wat er daar beneden gebeurt.

Jezus ziet het geloof van deze verlamde man en zijn vrienden, het geloof dat het beter kan worden. Dat er mogelijkheden te vinden zijn in situaties die onmogelijk lijken.

Maar wat doet Jezus? In plaats van dat Hij meteen zegt: ‘vriend, laten we samen een wandeling gaan maken’, zegt hij: uw zonden worden u vergeven. Dat is ook een mooie. Alsof de verlamde man nog niet genoeg in een beschamende positie was gebracht! Nu weet ook nog eens het hele huis en alle mensen daaromheen, dat hij gezondigd heeft… hier wordt de man op het matje toch op het matje geroepen.

En tegelijk klinkt er door die beschaming heen vreugde: van die last van de zonde, wat het dan ook was, is hij nu bevrijd. En, wie zal het zeggen, misschien was dat ook wel hetgene waar hij voor kwam. Want hij vraagt niet aan Jezus of Hij weer mag lopen. Hij vraagt niets, hij brengt alleen zijn geloof mee.

En met deze woorden van Jezus worden ook anderen op datzelfde matje geroepen. Anderen, die niet geloven dat degene waar zij naar zijn komen kijken de macht heeft om zonden te vergeven. Anderen, die zich in het gedrang naar binnen gewerkt hebben en die de verlamde man en zijn vrienden geen doorgang hebben verleend alhoewel ze wisten dat hij zodoende nooit een kans zou hebben om binnen te komen.

Zij worden nu op het matje geroepen en het wordt nu duidelijk dat het niet de verlamde man is die zich het meest zou moeten schamen: hij is immers met zijn ziel en zaligheid in de openbaarheid gekomen om zich aan Jezus toe te vertrouwen. Anderen blijven hangen in kritiek op die wonderlijke rabbi, en zij zijn er op uit om zoveel mogelijk dingen te vinden die verkeerd zijn. Zij durven zich niet toe te vertrouwen aan de man die in staat is je leven te vernieuwen, de man die zich over jou wil ontfermen.

We zien het voor ons; een huis met mensen, Jezus, de man op het matje.

Maar… wie is hier nou echt verlamd?

Vandaag mogen we er in woord en daad getuigen van zijn hoe mensen elkaar dragen en naar Jezus brengen. Net als de vier vrienden brengen jullie, Deirdre en Jord, jullie kostbaarste bezit, jullie kinderen, naar Jezus. En het water van de doop zal een teken zijn dat zij zich aan Hem veilig kunnen toevertrouwen. Ook wanneer Marit en Locan in hun leven dingen mee moeten maken die hen stilleggen en verlammen. Dat hun doop dan een teken van hoop mag zijn, dat God hen niet loslaat, maar de macht heeft zonden te vergeven en levens te vernieuwen.

Dat matje, waar die man op lag, werd een plaats van genezing en herstel.

Ik zei u net al, ik ben geen typ wat makkelijk op zo’n matje gaat liggen en me waar dan ook laat brengen. Ik stel me niet snel afhankelijk op, niet naar mensen toe, maar ook niet naar God toe. En het duurt meestal ook wel een tijdje voordat ik toegeef dat ik iets niet goed heb gedaan – dat ligt soms maanden of jaren als een soort blokkade op je hart.

En dan is het wel eens goed om op het matje geroepen te worden. Soms helpen je vrienden je daarbij, als die je in alle eerlijkheid zeggen hoe ze over een bepaald onderdeel van je leven denken. Soms lees je iets dat je raakt, of laat een bepaalde uitspraak van iemand je niet los. Het zijn manieren om op dat matje van God terecht te komen. Dat matje wordt dan tegelijk een plaats van genezing en herstel. Een plaats waar nieuw leven begint, een plaats waar je, zoals bij de doop, dwars door het water bent gegaan, maar weer veilig en behouden bovenkwam.

 Zo komt de verlamde man van zijn matje los.

En het is een soort bonus in het verhaal dat dat ook letterlijk gebeurt, en Jezus de man van zijn fysieke verlamming geneest.

De man krijgt een nieuw leven, in meervoud.

In verschillende religieuze stromingen wordt gebruik gemaakt van een gebedsmatje. Je zou zomaar kunnen denken dat dit idee afgeleid is uit dit evangelieverhaal. Van de week maar eens even gaan winkelen via internet, zodat ik daarna weer vrij en onbeschaamd naar buiten kan.

Amen

Ds. Annemarie Roding-Schilt