Hij had het lef om levenslang een leerling van Jezus te zijn

Tegenwoordig moeten we van de regering… van de economie…  ons hele leven leren. Bij blijven. Ons blijven ontwikkelen. Valt niet altijd mee, als je al 50, 60 bent…
In de kerkenraad wordt op momenteel gediscussieerd over de vraag of de dominees moeten gaan twitteren en facebooken. Ik weet nog niet of ik daar echt zin in heb. En gisteren in Monnickendam is het nieuwe Liedboek gepresenteerd. Dat betekent: wegwijz worden in een nieuw boek, nieuwe liederen leren, nieuwe nummers van de liederen onthouden. we kunnen er niet omheen. Eigenlijk zou het ons als christenen vertrouwd moeten klinken. En christen is namelijk een mens die geroepen is een levenslang te leren. In beweging te blijven. Levenslang een leerling van Jezus te zijn en te blijven.

Er zitten een groepje Youth-Alphacursisten in de kerk. Ik vertel jullie vast niets nieuws wanneer ik zeg dat je met een serie cursusavonden er niet bent als leerling van Jezus. Het leren gaat door! We kunnen Christus nooit helemaal kennen. Daarvoor is Hij te groot, te wonderlijk. We geloven wel dat Hij ons kent… We kunnen an Christus nooit hebben. Je kunt wel geloven dat Christus ons heeft, en met ons  meetrekt. Maar wij mensen hebben Christus nooit. Laat staan dat we hem in onze zak kunnen steken. Makkelijker kunnen we het niet maken..De eerste christenen werden in Handelingen niet voor niets: mensen van de weg genoemd. De weg… dat veronderstelt beweging. Zo zijn christenen mensen die levenslang leerling van Jezus zijn. Soms kom je mensen tegen die tot op gevorderde leeftijd nog open blijven staan, voor ontwikkelingen in de samenleving, of in de kerk. Of mensen die zich op gevorderde leeftijd nog altijd openstellen voor  de bijbel. Die zeggen over bepaalde bijbelverhalen of teksten: zo had ik het nog nooit gezien. Mooi is dat: mensen die tot op hoge leeftijd leerling van Jezus zijn en blijven.

Het Matteusevangelie eindigt ermee: dat Jezus ons allen vraagt om zijn leerlingen te worden en te blijven. Het begin van het slothoofdstuk van Matteus, vertelt over de opstanding: hoe twee Maria’s een leeg graf aantreffen, en hoe vervolgens een engel afdaalt uit de hemel om hen te verkondigen dat Jezus is opgewekt uit de dood. Vervolgens zegt de engel tegen de vrouwen: Ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: Hij is opgewekt uit de dood…. en hij gaat jullie voor  naar Galilea, daar zul je hem zien.

In de slotverzen van Matteus 28 lezen we dan (vanaf vers 16): De leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg waar Jezus hen had onderricht (zie het begin Matteus, hoofdstuk 5-7: de Bergrede)…Dus: de discipelen (discipel betekent: leerling!) worden nog steeds leerlingen genoemd. En ze zijn ook nog altijd: échte leerlingen!

De leerlingen gaan op weg naar Galilea… en toen ze hem zagen, aanbaden ze hem…  (Aanbidden dat doe je een koning: het aanbidden van Jezus al de ware koning, dat is een van de grote thema’s van Matteus!) … ze aanbaden hem, al twijfelden enkelen nog…Sommigen leerlingen deden dus twee dingen tegelijk: ze aanbaden Jezus als de opgestane Heer, de ware koning … en tegelijk twijfelen ze nog. Nog altijd! Die twijfel wordt niet verzwegen. Die wordt erkend. Als je leerling bent, dan hoort daar ook twijfel bij. Laten we eerlijk zijn: wie heeft nooit momenten van twijfel in het geloof.  Als je het journaal ziet, die twee jochies vermoord door hun eigen vader, de berichten over Syrië, die moordpartij in London – waar was u God? Waar bent u nu? Vragen, vragen… Die vragen houden ons ook in beweging, houden ons scherp, ook als gelovigen, zetten ons aan om telkens opnieuw de Bijbel te lezen, te studeren, naar God te luisteren, te zoeken naar geloof. Ook daarom blijven de leerlingen in het Matteusevangelie tot het allerlaatste leerlingen… met hun geloof, met hun aanbidding én met hun twijfels!  

En dan neemt de verrezen Heer het woord. Jezus zegt: Mij is alle macht in de hemel en op de aarde…. Beter is hier te vertalen met: Mij is gegeven een volledige volmacht in de hemel en op de aarde. De Vader heeft aan de Zoon de volmacht gegeven om definitieve woorden te spreken als het gaat om goed en kwaad, om zonde en genade, om dood en leven. Dat is het evangelie: dat Jezus, de verrezen Jezus zich heeft bekend gemaakt als de hoogste autoriteit in de hemel en op aarde.

En dan gaat Jezus door: Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen… (weer: leerlingen!) … door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. De leerlingen van Jezus krijgen de opdracht alle volkeren tot leerlingen van Jezus te maken. Tot: mensen van de weg.  Dat begint met de doop (en de geloofsbelijdenis die daarbij hoort). Maar de dop is nog maar het begin, geen eindstation. Door belijdenis en doop word je iemand die de rest van zijn leven leerling zal zijn. Die de rest van zijn leven blijft leren hoe je je kunt houden aan alles wat Jezus ons opgedragen heeft. 

Wat heeft Jezus ons  geleerd?
Ik beperk mij tot 3 punten:

  1. Als joodse leraar leerde Jezus ons de Thora, de eerste vijf boeken van Mozes. De Thora of de Wet heeft Jezus ons niet alleen op een intellectuele manier onderwezen en uitgelegd, Jezus heeft de Thora vooral ook praktisch voorgedaan en voorgeleefd. Niet naar de letter, naar de Geest. Jezus heeft de Thora kernachtig samenvatten in de woorden: Heb God lief en je naaste als jezelf!  Volgens deze weg, deze wet mogen ook wij leven – en moeten wij wel leven, willen we niet terugvallen in een soort Egyptische situatie van onvrijheid en afgoderij. Dat is een voortdurend, levenslang  leerproces.
  2. Als joodse leraar heeft Jezus zijn leerlingen Thora geleerd en de profeten. Profeten dat is: toegepaste, geactualiseerde Thora. Jezus haalde voordurend de profeten als Jesaja, Jeremia, Zacharia enz. aan; hij citeerde eruit, verwees ernaar. Stimuleerde zijn leerlingen om met de profeten te leven, hen voortdurend te ‘vertalen’ naar en toe te passen in hun eigen leven. Ook dat is een voortdurend, levenslang leerproces.
  3. Jezus is ons zelf, Joden en niet-joden, de weg van de wet en de profeten gegaan. Hij heeft wet en profeten vervuld. Hij is onze gids geweest door de weg te gaan van het kruis. Een weg door de diepte heen, door de duisternis heen, naar het licht, naar vergeving, naar de opstanding – naar de Vader.  Jezus vraagt zijn leerlingen zich aan dit onderricht te houden. Om leerlingen te blijven. En bij zijn afscheid draagt Jezus zijn leerlingen ook op … om heengaande, dopend en onderwijzend alle volkeren te tot zijn leerlingen te maken. Allemaal werkwoorden: heen gaan, dopen, onderwijzen maar het  hoofdwerkwoord, de centrale actie in deze zin is: leerlingen maken. 

En zo is het ook gegaan… Wat een onmogelijke opgave leek, is op wonderlijke wijze gebeurd ‘geschied’. Voortgedreven door de Heilige Geest zijn de leerlingen van Jezus de wereld ingetrokken, met als gevolg dat 2000 jaar later zelfs in verre, koude, natte, mistige Nederland het nog nieuwe liedboeken worden samengesteld. En zelfs in verre, koude, natte, mistige  Schoonhoven Alpha-curussen worden georganiseerd, en banddiensten worden gehouden, en geluisterd naar het verhaal van Jezus, en gestudeerd op zijn woorden, zoals die zijn opgeschreven in de boeken van het Nieuwe Testament. Zodat er zelfs vanavond mensen bij elkaar zijn die niet alleen graag samen zingen, maar ook samen leerling van Jezus zijn, in woord en daad.

Dat is gebeurd omdat de leerlingen van Jezus het niet hoefden hebben van hun eigen kracht en kennis en geloof, of omdat er telkens zulke knappe priesters of dominees of cursusleiders waren – maar omdat de heilige Geest door al die eeuwen heen de leerlingen van Jezus heeft voortgeblazen en geïnspireerd om te blijven leren en te onderwijzen. Dat is ook de belofte waarmee Jezus zijn leerlingen de wereld heeft ingestuurd: Dit zijn de slotwoorden van het Matteus-evangelie: En houd dit voor ogen, ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld. Want wij, leerlingen, hebben geen leraar die op afstand blijft, maar een leraar die als een herder steeds dicht bij ons blijft, om ons te leren, te inspireren, te helpen.
 
Het Nieuwe Liedboek gisteren in Monnickendam gepresenteerd. Een groot moment voor onze kerken. We hebben weer wat te leren.  In de jaren zestig was mijn oom Cor dominee in Monnickendam. Wij woonden op Marken, waar mijn vader dominee was. Op een dag kwamen we op bezoek, vanuit Marken, stond oom Cor et een bijl en een zaag zijn oude piano in stukken te haken. Hapklaar te maken voor de kachel. ‘Het ding is zo vals als een kraai, en niemand speelt er toch meer op,’ zei hij. Oom Cor was een man die besluiten kon nemen.

Tijdens een ander bezoek troffen we oom Cor in de tuin. Daar, in de pastorietuin van Monnickendam, stond hij al zijn preken van de afgelopen vijfentwintig jaar te verbranden. Dat was een hoop papier, een hoop vuur, een veel rook. Mijn vader vroeg waarom oom Cor al die preken verbrandde. ‘Omdat ik me niet wil gaan herhalen,’ antwoordde oom Cor. Hij wilde telkens opnieuw de bijbel lezen en bestuderen en overdenken en uitleggen. Ik herinner mij oom Cor als een ouderwetse heer. Beetje deftig. Een klassieke predikant. Maar hij had wel lef. Het lef om schepen achter zich te verbranden. Het lef om de toekomst tegemoet te treden met lege handen en een hart vol vertrouwen. Hij had het lef om levenslang een leerling van Jezus te zijn.

Amen.

Ds. Frans-Willem Verbaas