Hij is voortaan visser van mensen

zielenvisserijWe zien De zielenvisserij, een beroemd schilderij van Adriaen van de Venne uit 1614. Hangt nu in het Rijksmuseum. Geschilderd tijdens het Twaalfjarig Bestand tussen de Nederlandse Republiek en Spanje. Op de rivier vissen protestanten (links) en katholieken (rechts) naar aanhangers. Links: stadhouder prins Maurits en zijn broer Frederik Hendrik met hun bondgenoten. In het gezelschap rechts: de aartshertog Albrecht die de Zuidelijke Nederlanden bestuurde. De strijd tussen katholieken en protestanten was  dus ook een politieke machtsstrijd. Van de Venne beeldde zichzelf ook  ergens af op het schilderij. Hij staat links vooraan, tussen de protestanten. Er zijn in het schilderij meer tekenen dat Van de Venne de protestantse zaak toegedaan was. De boom op de rechteroever is verdord, terwijl de boom de linkerkant in bloei staat. De linkeroever wordt door de zon beschenen maar boven het katholieke kamp pakken zich donkere wolken samen. Hoe dan ook: de woorden van Jezus tegen Petrus: ‘Voortaan zul je een visser van mensen zijn’, zijn hier wel erg letterlijk opgevat. Bovendien maakt Van der Venne er een religieus en politiek wedstrijdje van tussen protestanten en katholieken.

Dit is een wel erg letterlijke opvatting van wat een ‘visser van mensen ‘ in het evangelie is. Met een bijbelse gelijkenis, of een bijbels beeld moeten we een beetje voorzichtig omgaan. Het niet al te letterlijk nemen, en niet te ver doortrekken. Neem het beeld van het vissen. Als we dat heel letterlijk nemen, is vissen een tamelijk agressieve bezigheid. Een visser haalt vissen tegen hun zin uit het water. Even later liggen ze spartelend naar lucht te happen, en te sterven. Een vis op het droge is doorgaans een dode vis. Klaar voor consumptie – zolang hij een beetje vers is. Niet leuk voor de vis. Als we deze lijn doortrekken naar het ‘vissen van mensen’,  is het niet erg fraai wat we dan te zien krijgen. Dan krijgen we een tamelijk agressieve vorm van zieltjes redden. Op leven en dood. Daar hangt een beetje een Taliban-luchtje aan. We voelen allemaal wel aan dat Jezus het zo niet bedoeld kan hebben.

Het is zaak om ook te hebben voor de symboliek van de gelijkenis : De zee, een grote hoeveelheid water is een bijbels symbool voor het domein  van de chaos, duisternis, dood. Daar waar een mens geen grond onder de voeren heeft , niet kan leven. Wanneer Jezus spreekt over het vangen van vissen, of van mensen, – dan krijgt dat vissenvangen de betekenis van opvangen van het redden van levende schepselen uit het duistere domein van de dood. zoals Jona werd opgevist uit de zee – door een vis nota bene. Niet om te sterven, maar om uitgespuugd te worden aan wal. Anders gezegd: om opnieuw geboren te worden. Nog anders gezegd: om gered te worden. Hier een oude afbeelding van de redding van Jona:redding_van_jona

Jezus gebuikt een bijzonder woord voor visser, wanneer hij tegen Petrus zegt dat hij voortaan visser van mensen zal zijn. Jezus gebruikt dan een woord, waarin de stam zit/klinkt van het Griekse woord leven: zoo-è (vergelijk zoölogie, zoölogisch instituut). Een visser van mensen is voor Jezus dus iemand die mensen niet laat sterven maar juist laat leven. Die niet vangt om te doden, maar opvangt om te redden. De Naardense Bijbel vertaalt: vanaf nu zul je iemand zijn die mensen vangt ten leven.

Petrus mag zo’n levens-reddende visser zijn. En wij ook. Wij mogen het net zijn, het netwerk, waarmee Christus mensen opvangt en redt ten leven.   Petrus wordt dus een mensenredder. Maar eerst wordt hij zelf gered. Hoe gaat dat in zijn werk in onze lezing?  Vier opmerkingen over Petrus in dit roepingsverhaal. Misschien zit er een opmerking bij die u in uw leven, in de fase van uw leven waarin u nu verkeert, aanspreekt.

1. Petrus heeft een open mind Petrus was wel een mannetje. Een haanje de voorste. Een bioloog zou zeggen: een alfa-mannetje, dat vooraan staat en altijd het hoogste woord moet hebben. En het vak van deze Petrus is visser. En dan is het des te opmerkelijker dat deze visser zich gezeggen laat door een buitenstaander als Jezus, die langsloopt en zegt: Ga naar dieper water en gooi je netten daar opnieuw uit. Het had ons niet verbaas als Petrus had gezegd: Waar bemoei je je mee? Wie is hier nu de visser? Hij had respect kunnen eisen (doen we tegenwoordig graag: respect eisen). Wie ben jij dat jij mij iets kan zeggen over…  Maar Petrus laat zich gezeggen. Dat zegt iets over de zeggingskracht van Jezus. Het zegt ook iets over de openheid van Petrus, over zijn open mind. Hij klampt zich niet krampachtig vast aan zijn eigen ego, zijn eigen deskundigheid – hij staat open voor een stem die van buiten komt. Voor de invalshoek van de andere kant. En juist dankzij die open houding begint er een nieuwe fase in het leven van Petrus!

2. Petrus probeert het nog eens; hij zoekt de diepte. Petrus is bezig om de netten  te spoelen – blijkbaar is hij net terug van het vissen. Komt er een vreemdeling die zegt: Vaar naar diep water en gooi je netten uit om vis te vangen. Maar Petrus heeft toch al gevist? Hij heeft het toch al geprobeerd?  Nee, zegt Jezus: nog een keer. Nu in diep water. Petrus moet dieper gaan – minder oppervlakkig zijn in zijn werk, in zijn leven. En dat doet Petrus dan, hij gaat nog een keer. Hij zoekt  de diepgang. Met als resultaat een wonderlijke opbrengst. Dat is een diepzinnige gedachte voor het gelovige, het christelijke leven.  Dat het zin heeft om het nog een te proberen. Om opnieuw te investeren op plekken waar je het hebt laten zitten. Dat je opnieuw terugkeert om tijd en energie te steken in je gezin, in tijd voor je kinderen, in je relatie, in verwaterde vriendschappen of vergeten interesses. Als je al jaren niet meer hebt gelezen, gewandeld, gesprot, gebeden, gestudeerd  – keer eens terug naar die vergeten visgronden, streef eens wat meer diepgang na. Wie weet wat er zal gebeuren? Petrus kwam thuis met een wonderlijk grote opbrengst. Zijn netten dreigden ervan te scheuren.

3. Petrus leert een beetje nederigheid. Petus heeft liefst twee boten nodig om de vangst aan wal te brengen. Hij voelt zich overweldigt door al die overvloed. Hij lijkt er niet eens blij mee. Misschien wil hij gewoon 10 of 20 vissen vangen, en helemaal geen 1000! Die 10 of 20 zouden van hemzelf zijn. Die 1000 – het is duidelijk dat hij die uit zichzelf nooit zou kunnen vangen. Je kunt ook teveel krijgen voor je werk.  Dat beginnen we de laatste tijd weer wat achter te komen, dat het niet te gek moet worden met die bonussen aan de top. Zoveel geld – dat verdient geen mens. (Dat ze het krijgen is duidelijk; of ze het ook verdienen, is een andere vraag.) Soms zijn de verhoudingen zoek – dan raakt er iets ontwricht in een leven, in een  samenleving. (Ik bestelde voor een paar euro een ontbijtje-aan-huis van Jeroen Koudstaal om zijn zijn marathon in Oeganda te sponsoren. Ik kan u zeggen: we eten er al twee dagen van! Dat verdienden we niet. Dat ontbijtje lijkt wel een wonderbare spijziging…) Terug aan wal valt Petrus voor Jezus op zijn knieën en hij zegt: Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens. Want hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden. Petrus toont hier een diep inzicht. Je kunt te weinig terugkrijgen voor je werk. Maar je kunt ook teveel krijgen voor je werk. Beide verdien je niet. Petrus zegt tegen Jezus: Zoveel verdien ik niet. En toch krijgt hij zoveel. En zo leert hij wat genade is. Wij doen wel ons best als visser, als boekhouder, als leerkracht, als medewerker in de zorg, als ondernemer, als vrijwilliger, als wijsneus, als Nederlander, als Europeaan, als musketier. En wat wij terugkrijgen voor onze inspanningen in onze welvaartsmaatschappij, is soms/vaak veel meer dan we verdienen. Het siert ons als mens, waneer wij dat beseffen. Een beetje nederigheid siert ons. Nederigheid is de eerste tree op de trap van de spirituele groei. En bereid ons voor op tijden dat het allemaal wat minder is.

4. Jezus vraagt Petrus te worden wie hij is. Petrus is een visser en Jezus vraagt hem om als visser in dienst te treden van het Koninkrijk – maar dan als visser die mensen redt ten leven. Door de ontmoeting van Petrus wordt hij ook zelf gered ten leven. Hij wordt nu pas echt de visser die hij ten diepste is.  Dat is goed-bijbels. Mozes was herder van schapen; en werd herder van mensen. David was schaapherder; en werd herder van Israel: een goede koning in de bijbel is vooral een goede herder. Paulus was een leraar in de synagoge; en hij werd leraar van de eerste christelijke gemeente. Petrus was visser, en hij werd een visser van mensen. Jezus vraagt ons niet te geven wat we niet hebben, of niet kunnen. Jezus vraagt ons te geven wat we in onze mars hebben. Jezus vraagt ons te worden wie we werkelijk, ten diepste zijn.  Zo vroeg Jezus aan Petrus om nu eens echt zijn visserskwaliteiten in te zetten. Die kwaliteiten zal hij in het vervolg ook wel nodig hebben. Een visser moet veel geduld hebben, en  volharding, moed, waakzaamheid, kennis van de visgronden, ervaring. En een beetje mazzel op zijn tijd. Allemaal erg nodig als je mee gaat werken aan de komst van het Messiaanse Rijk.  Jezus vraagt Petrus te worden wie hij werkelijk is. Het is dan ook grappig om te zien hoe in onze tekst (em verderop) de oude en de nieuwe naam van deze visser, Simon en Petrus, door elkaar worden gebruikt. Daarin is het evangelie realistisch. Want we kunnen ons nog zo vernieuwen en hervormen en bekeren –  we mogen ook de persoon zijn en blijven en telkens opnieuw worden die we altijd zijn geweest. Sterker nog, zo heeft God het zelfs bedoeld.

Jezus vraagt Petrus Jezus te volgen. Hoe? Door:  1. Petrus heeft een open mind    2. Petrus probeert het nog eens; hij zoekt de diepte. 3. Petrus leert een beetje nederigheid. 4. Jezus vraagt Petrus te worden wie hij is.

Dat is niet teveel gevraagd. Dat is te doen. Ook voor ons. Amen.

Ds. Frans-Willem Verbaas