Hij lijkt eerder een verliezer…

Soms doe je merkwaardige ontdekkingen….. Zoals ik, na het lezen van een artikel in mijn krant. Deze ontdekking: ik heb niet geleden! Ik heb niet geleden, althans niet in een bepaald opzicht. Het artikel, onder het opschrift “Meester laat basisschool steeds vaker links liggen”, stond in het Dagblad TROUW van 7 mei j.l.

“Ze zijn er nog wel “, las ik, “maar je moet ze steeds vaker met een vergrootglas zoeken: de mannelijke basisschoolleerkracht. En ze worden steeds schaarser. Was in het jaar 2000 één op de vier docenten nog man, nu gaat het om minder dan één op de zes”. Onderzoekers van het Kohnstamm Instituut vinden dit een slechte ontwikkeling. Ze schrijven: “Vrouwen en mannen kunnen even goed lesgeven, maar jongens lijden onder een gebrek aan mannelijke rolmodellen.”

Dit “lijden” zette me aan het denken. Zo op de manier van “maar dan heb ik niet te klagen gehad!”. Ik kreeg vanaf klas drie (zoals dat toen heette) na drie juffen een meester en dat ging zo door. Ook bij het vervolgonderwijs waren het steeds mannen die mij kennis probeerden bij te brengen, mannen: tot en met de Vrije Universiteit en dus tot het einde toe……

Nu, zou ik, als het anders was geweest, wél geleden hebben? Terugdenkend aan de drie vrouwen, nu al weer wat jaren geleden, met wie ik in die eerste schooljaren kennismaakte, betwijfel ik dat. Het waren krachtdadige dames, die toch ook weer met een zekere souplesse met ons omsprongen. Pedagogisch goed bezig, voor zover ik me dat achteraf kan realiseren,

Iets meer humor had wel gekund, denk ik, want ik geloof niet dat er toen in de klas zoveel gelachen werd. In elk geval minder dan vandaag en toen ik zelf voor de klas stond, op die school hartje binnenstad van Amsterdam. Toen ik eens het verhaal vertelde van David en Goliath en uitbeeldde hoe de reus ondersteboven viel ontlokte dat een daverend gelach!

“Gebrek aan mannelijke rolmodellen”: wat moet ik me daarbij voorstellen? Wanneer ben je als man zo’n lichtend voorbeeld? Interessant om daar met een groep over te filosoferen. Er valt echt wel zo het een en ander te noemen! In een discussie ergens viel het woord “held’, in elk geval iets heldhaftigs, durf uitstralen…….

Nu, ook dat zette me aan het denken: zo van “waarom zoeken wij het op zo’n moment haast altijd in iets groots?” Jongens – en zij niet alleen – zoeken als helden bijvoorbeeld dan al gauw voetballers, liefst die het meest scoren of van wie de transfersom een nieuw record heeft gevestigd.

Ook als het over God gaat denken wij meestal in het groot : God als Opperwezen, Almachtig, Alomtegenwoordig, God als de grote regisseur van mens en wereld. Hij beloont en straft en is vooral een “HIJ”…..God is gróót : dat zal best zo wezen! Maar met die grote God kan ik eerlijk gezegd niet zo veel – en pastoraal kan ik er echt niet mee uit de voeten

Mij spreekt de God aan die we in Gezang 149 (vorig liedboek) ontmoeten. Het is een wat onbekend lied vanwege een wat onmogelijke melodie. Het begint zó: O God die met ons zijt/ hoor ons verwarde bidden/ al zijt Gij in ons midden/ hoezeer zijn wij U kwijt!

Hier gaat het, zo merk je, over iemand anders. Het gaat over een God over wie de bijbel vol staat. Eén die te vinden is te midden van ons mensen. En zich niet voor niets de God van Abraham, Izaäk en Jakob noemt, alle drie kwetsbare mensen. De God, die in Jezus naar ons toegekomen is. En waarom? Om onze lotgenoot te zijn, zingt het lied verder, om onze lotgenoot te zijn/ waar wij versagen/ om onze nederlagen/ons leed en onze dood/ om ons nabij te zijn deelt Gij onze pijn…..”

Ik denk weer aan het woord rolmodel….. Zoals Hij present was te midden van de mensen, NABIJ, ik denk dat we zo in de goede richting komen. Als wij, vrouwen en mannen, juffen en meesters, waar we ook maar bezig zijn, NABIJ zijn. Jezus een held? Hij lijkt eerder een verliezer, de Man die een zware weg ging, niet direct een die het hier gemáákt heeft. Eén die bereid was te verliezen – om ons te laten winnen……

Ds. P.S.Veldhuizen