Hij neemt de lasten van anderen op zich

Het evangelie spreekt vandaag van tol en belastingen. Dat klinkt actueel, want het nieuwe kabinet heeft in de afgelopen week met zijn plannen voor de belastingen en premies het land aardig op de kast gekregen. En is er vervolgens zelf lelijk over gestruikeld. Tegenwoordig kun je dan op internet  de reacties van je medeburgers volgen. Wat een emoties je daar dan tegenkomt! Onze medeburgers wijzen omhoog of omlaag of naar Brussel of Zuid-Europa. Met een vinger die trilt van verontwaardiging

Ook in de tijd van Jezus hadden mensen al met belastingen en premies te maken. We weten hoe de Thora de mensen oproept om tienden te geven. We kennen de fiscale opvattingen van Jezus: Geef de keizer wat van de keizers is, en God wat van God is. (Mat. 22: 15-22). Maar vandaag hoorden we een bijzonder verhaal dat we alleen bij Matteüs vinden. Misschien wel omdat Matteüs van beroep zelf een tollenaar was, voor hij discipel van Jezus werd. Dan blijf je toch geïnteresseerd in je vak, net als een voormalige onderwijzer, een projectleider, een baggeraar, een verpleegkundige, een zakenman het nieuws over zijn of haar vak met net iets meer belangstelling blijft volgen. In Mat 9:9 is ons verteld hoe Jezus Matteüs vanachter zijn tolloketje mee roept. En dat loketje stond waarschijnlijk in Kafarnaüm – waar zich ook ons verhaal afspeelt. Petrus woonde in Kafarnaum en Jezus is tijdelijk bij hem ingetrokken.

Belastinginners houden Petrus in Kafarnaum aan en vragen hem: Draagt uw meester de dubbeldrachme niet af?  Die dubbele drachme was het vaste tarief voor de tempelbelasting (vergelijk: kerkbalans, Kirchensteuer). Die belasting werd jaarlijks voor Pasen geïnd. Het innen van die tempelbelasting baseerde men op Exodus 30: 11 ev.  We zitten dan nog in de woestijn… De Heer zei tegen Mozes:  iedere Israëliet van 20 of ouder moet jaarlijks een halve sjèkel betalen. Rijken dragen als losprijs voor hun leven niet meer af, armen niet minder. Het geld dat je van de Israëlieten in ontvangst neemt, moet gebruikt worden voor de dienst in de ontmoetingstent. Ook na aankomst in het Beloofde Land, als de ontmoetingstent al lang is vervangen door een tempel van hout en steen, blijft deze halve sjèkel (is in Jezus dagen gelijk aan: twee drachmen) een vaste heffing. Het was een vaste premie, even hoog voor rijk en arm, inkomensonafhankelijk dus. Daarnaast heb je de bijbelse belasting van de tienden die wel inkomensafhankelijk zijn. En het jubeljaar, eens in de 50 jaar, waarin alle schulden worden kwijtgescholden en alle land teruggaat naar de oorspronkelijke eigenaar. Over nivelleren gesproken!

Blijkbaar gaat het om een kwestie die Matteus, oud-tollenaar interesseert. Moet Jezus wel de vaste bijdrage aan de tempel betalen? Daar is wel wat tegenin te brengen:  – als Jezus werkelijk de zoon van God is – ze zouden hem moeten betalen! – of: Jezus zelf is de ware tempel (Mat 6:6, Joh. 2: 21), die afgeroken zal worden en in drie dagen weer opgebouwd. Dan hoeft hij zichzelf toch niet betalen? – of: Jezus is kritisch richting de tempel. Denk aan de tempelreiniging. En omgekeerd moeten de priesters, levieten, farizeeën ook weinig van Jezus hebben. Jezus zou kunnen protesteren door zijn bijdrage in te houden. (Stemmen met je portemonnee.)  – of: Priesters hadden in die tijd vrijstelling. sommige rabbijnen, leraren ook. Dat zou ook voor Jezus kunnen gelden.  Ik vroeg mijn vader, ook dominee, eens: betalen wij ook kerkbalans? Waarom vraag je dat? Nu ja, jij krijgt je salaris van de kerk, en dan moet je het direct weer terugbetalen, dat is toch raar. Juist wij moeten kerkbalans betalen, zei mijn vader. En een beetje meer. Weer een levensles gekregen…

Draagt uw meester de dubbeldrachme niet af? Zeker wel, antwoordt Petrus. Jezus houdt zich aan Exodus 30, aan de Thora. Als Jezus iets te zeggen heeft, dan doet Jezus dat met woorden, niet met zijn benen (hij loopt niet weg) of met geld (door zijn bijdrage in te houden). Peinzend komt Petrus thuis. Jezus betaalt, maar is dat terecht? En hoe zit dat voor hemzelf en de andere discipelen? Horen ze nog wel bij de tempel, bij het traditionele Jodendom? Dan komt hij bij Jezus, en voor hij iets kan zeggen, zegt Jezus: Simon… Dat is de oude vissersnaam! Jezus zal hem toch niet vragen om zijn oude beroep weer stiel op te pakken. Dat horen we straks…

Wat denk je, Simon? Van wie innen de heersers op aarde tol of belasting. (Jezus trekt het breder: het gaat nu om het hele pakket van premies en belastingen en accijnzen en heffingen.) Van hun eigen kinderen of van anderen? Het is bekend dat de Romeinen de door hen overwonnen volken veel hogere belastingen oplegden dan hun eigen burgers. Begrijpelijk: je legt je kinderen, je eigen clan toch geen belasting op, als je ook anderen kunt laten betalen. En wij hebben in Nederland nog altijd het gebruik dat ons Koningshuis is vrijgesteld van inkomstenbelasting. Het staatshoofd betaalt zelf niet, die laat zich betalen. En in de afgelopen week, in alle oproer over die inkomensafhankelijke premies voor de gezondheidszorg, is maar weer eens gebleken hoevelen vinden nog steeds vinden dat anderen, anderen, anderen maar het kind van de rekening moeten zijn van de crisis, niet zijzelf!

Wat denk je, Simon? Van wie innen de heersers op aarde tol of belasting. Van hun eigen kinderen of van anderen? Op zijn antwoord: ‘Van anderen,’ zei Jezus tegen hem: ‘Dan zijn de kinderen dus vrijgesteld. Maar laten we hen niet voor het hoofd stoten; ga naar het meer, werp daar je hengel uit en haal die vis , die het eerst bijt, van de haak. Als je zijn bek opent zul je een vierdrachmenstuk vinden. Neem dat mee en betaal voor ons allebei.’ (In Jezus’ dagen was de sjèkel vier drachmen waard; met zo’n sjèkel kon je dus voor twee personen de tempelbelasting betalen.) Het wordt verder niet verteld, maar we mogen aannemen dat Simon de daad bij het woord voegde en zijn oude stiel oppakte en ging vissen, en dat er toen gebeurde wat Jezus eerst had gezegd. Voordat hij definitief Petrus wordt, visser van mensen, is hij nog een keer Simon…

Twee betekenissen: 1. Jezus zou heel goede argumenten kunnen bedenken, voor zichzelf en de discipelen, om die tempelbelasting niet te betalen. Maar hij doet het toch om anderen (de tollenaars, de priesters en farizeeën, het joodse volk, de mensen) niet voor het hoofd te stoten. Maar hij toont zich solidair. Met de Thora. Met de tempel. Met die vervelende tempelfunctionarissen. Met het Jodendom. Met de mensen. Dat is de koninklijke weg. Wij kennen het gezegde: adeldom verplicht. Jezus is de hoogste geestelijke adel – en de verplichting die daarbij hoort, wordt door hem aanvaard. Zo heurt het, om met Jort Kelder te spreken. Hetzelfde zou trouwens voor rijkdom mogen gelden: rijkdom verplicht. Juist de rijken zouden het goede voorbeeld moeten geven, omdat ze het kunnen. Maar dat schijnt men in de top van het bankwezen de laatste jaren een beetje vergeten te zijn. En in Frankrijk nemen de rijken momenteel de benen vanwege de hoge belastingtarieven. Hoe we het wenden of keren: Jezus, de Zoon van God, de ware priester, de ware koning, toont zich in deze kwestie solidair en betaalt gewoon wat iedereen moet betalen. Zo heurt het volgens hem, dat is de messiaanse etiquette. Een vrije keuze voor solidariteit.

2. En dan dat zilveren muntje in de bek van de vis. (Het doet denken aan verhaal van het Vrouwtje van Stavoren.) Uitleggers, commentaren hebben hun hoofd aardig gebroken over deze passage. Het meest sprak het commentaar mij aan dat heel zakelijk verwees naar al die andere plaatsen in de Bijbel waar God voorziet, waar God zijn volk geeft wat het nodig heeft: het dagelijkse manna in de woestijn, water uit de rots, het wijnwonder te Kana, de enorme menigte die gespijzigd werd met vijf broden en twee vissen.  Petrus moet weer Simon worden en gaan vissen, zijn stiel oppakken, zijn dagelijkse werk doen, en dan zal God hem vervolgens geven wat hij nodig heet. Het gaat er dan steeds om dat we een beetje vertrouwen mogen hebben. Doe gewoon je werk. Zoek eerst het Koninkrijk van God, en al het overige zal u geschonken worden. Maak u dus geen zorgen voor de dag van morgen… (Mat. 6: 33, 34). God zal ons geven wat we nodig hebben – dat basale vertrouwen. Wij, onze samenleving kan niet zonder.

We ronden af. Drie punten: 1. U ziet, belastingen en premies betalen is van alle tijden. En er over tobben eveneens! Ik weet niet of u dat oplucht, of juist niet. Maar zo veel nieuws was er nu ook niet weer onder de zon, de afgelopen week. Ook deze wolken zullen wel weer overdrijven.

2. Matteüs schetst ons de koninklijke weg van Jezus. Solidariteit. Hij verheft zich niet boven anderen. Hij verschuilt zich  achter anderen verschuilen. Hij schuift zijn lasten niet altijd maar door naar anderen. Integendeel: hij neemt de lasten van anderen op zich. Om de een of andere reden moeten er steeds opnieuw van horen, op gewezen worden, op de koninklijke weg van de solidariteit. ‘Draagt elkanders lasten, zegt Paulus zelfs (Galaten 6:2). Dát is de weg richting het Koninkrijk van God.

3. En tenslotte dit. Wij mensen hebben zo vaak de neiging angstig en verkrampt te reageren, als het spannend wordt. En dan komt Jezus en Hij zegt: Vreest niet. Niet zo angstig. Niet zo verkrampt. Niet zo paniekerig. Jullie mogen leven van het vertrouwen dat God zal voorzien, dat God jullie zal geven wat jullie nodig hebben. Met dat vertrouwen (ander woord voor vertrouwen is: geloof) gaat het zeker goed komen met Koninkrijk der Nederlanden, en met onze eigen persoonlijke koninkrijkjes.

Amen.