Hij vertelt ons dat het in het leven niet gaat om wat we hebben, maar om wie we zijn

Genesis 11: 1-9 en Mateüs 2: 1-12 Kerstochtend 2012, Schoonhoven.

Gemeente van Christus, We vieren vandaag kerstfeest de geboorte van Jezus. We vieren het licht dat is gaan schijnen in duisternis. We maken er ook dit jaar weer veel werk van in de Hoeksteen: een kindermusical. Een concert. Twee koren! Allerlei vieringen, ook in de verzorgingshuizen. Je feesten moet je vieren.

Maar er ligt altijd ook een schaduw over het kerstfeest. Dat was trouwens 2000 jaar geleden al zo. De wereld zat toen niet echt te wachten op het kerstkind. Er was voor hem geen plaats in de herberg – in de officiële samenleving. En toen Koning Herodes hoorde van zijn geboorte, was hij zo bang dat het kind een bedreiging zou zijn voor zijn troon, dat hij voor de zekerheid alle jongetje in Betlehem tot 2 jaar liet doden. Nee, de wereld zat niet te wachten op het kind van Betlehem. En dat doet de wereld nog steeds niet.

Een paar weken geleden werd het besluit genomen om de kleine kerkelijke omroepen als de IKON en de RKK weg te bezuinigen. En vlak voor kerst werd in de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend om een einde te maken aan een regeling die de christelijke kerken helpt bij haar ledenadministratie. Het gaat niet om een bezuinigingsmaatregel, maar: ‘De overheid is er niet om de kerk te helpen,’ aldus de indiener van het wetsvoorstel. ‘Geloven is prima , als het maar achter de voordeur van een kerk of een privéwoning gebeurt.’ Maar ieder jaar met kerst horen we dat Jezus volgen Lucas niet werd geboren in de tempel, maar in een open stal. Dat wil zeggen: in de wereld. In die wereld, en voor die wereld heeft dat kind een boodschap. En daarom: ook al zit de wereld niet op het evangelie te wachten, toch wil en kan de christelijke kerk alleen maar kerk zijn in de wereld.  Niet om zoveel mogelijk zieltjes te winnen, maar om de liefde van Christus telkens weer zichtbaar te maken. En daarom gaan we als kerkdoor met het ondersteunen van de voedselbank in de Krimpenerwaard. En met het organiseren van een kerstviering in de Bovenberghe, en nog een in de Borchleen. En doen we mee met de Kerst-inn in de Ark. En dat doen we allemaal voor de wereld en pro deo, beste politici in Den Haag. Want het kindje Jezus is niet in de tempel geboren, maar midden in de wereld, in een stal.  Matteüs gebruikt inderdaad een verkleinwoord: een kindje. Dat is vertederend. Dat is ook veelzeggend. In een wereld waarin het altijd weer graat om de groten en de sterken en de machtigen (Lucas laat het kerstevangelie beginnen bij keizer Augustus en de Syrische bewindvoerder Quirinius –een voorloper van president Assad; Matteus zet in bij koning Herodes);  – in een wereld waarin kracht en macht de doorslag geven, openbaart de Here God, de Allerhoogste zichzelf in een kindje. Een kindje dat nog niet eens kan praten, en toch heeft ons veel te zeggen.

Het kindje is gekomen in een wereld die tot op het bot verdeeld is. Nog altijd. Joden en Palestijnen in Israël. Alewieten en Soenieten in Syrië; Moslims en seculieren en christenen in Nederland. We hebben in de EU te maken met Noord- en Zuid-Europeanen. Wat hebben we het allemaal moeilijk met elkaar! Het verhaal over de Torenbouw van Babel, helemaal aan het begin van de Bijbel, gaat daar al over. ‘Laten we samen een stad bouwen met een toren die tot in de hemel reikt,’ zeggen de mensen in Babel. ‘Dat zal ons beroemd maken.’ Men wil zich  een naam maken. Beroemd worden. Zich verheffen. Groot worden. Machtig. Eigenlijk wil men als God zijn. Daarom bestormt men met die toren de hemel. Maar op een dag verstaan de mensen elkaar niet meer in hun grenzeloze ambitie. Met als gevolg dat ze verdeeld raken en verspreid over de aarde. En de torenbouw komt tot stilstand.  Het Kerstevangelie maakt precies de omgekeerde beweging. In het kerstevangelie zien we geen mensen die zich eindeloos groot willen man, als God willen zijn, en die dan verdeeld raken… Maar we zien God afdalen vanuit de hemel naar de aarde. God maakt zich klein om naast de mensen te staan in hun nood. En we zien we hoe mensen van heinde en ver dan samen komen bij het kindje. Die drie wijzen of magiërs uit het oosten vertegenwoordigen de volken van de wereld. Dat stelletje Arabieren reist naar Israël, het Beloofde land, en gaat op bezoek bij de joden Jozef en Maria En dan aanbidden die wijzen het kind. Ze maken zich klein – precies het tegenovergestelde van wat in Babel gebeurde. Het is een moment van verstilling, en ontmoeting, en de stal wordt een plek van vrede. Bij dat kind vallen verschillen weg en ‘gebeurt er’ verzoening, heelheid, van vrede, shalom. Zo vertelt het kindje ons deze kerst opnieuw dat wij, verdeelde mensen, kunnen leven als één grote familie. Als broeders en zusters.

We vieren kerst in een wereld waarin er niet alleen sprake is van verdeeldheid tussen volken. Die verdeeldheid zit inmiddels ook in ons eigen volk. In onze eigen cultuur. Steeds minder voelen we ons verbonden met elkaar, steeds meer wordt onze samenleving tot een losse verzameling van individuen. En ieder individu moet zelf maar zien hoe hij van het ‘project’ dat we ‘leven’ noemen een succes maakt. We moeten steeds meer kunnen. Soms lijkt het er zelfs op dat we van het leven een wedstrijd maken, één grote talentenjacht. De winnaars, die worden als helden worden vereerd. En de verliezers: die mogen toekijken, en applaudisseren… Het kindje van Betlehem vertelt ons een ander verhaal. Het kind zegt ons dat God kleine, kwetsbaren mensen niet vergeet. En later, op Gologotha, zal het kind ons dat een ware held iemand is die niet altijd hoeft te winnen, maar die ook durft te verliezen, om anderen te laten winnen.

We vieren kerst in een wereld, waarin de laatste weken twee jongeren zelfmoord pleegden, omdat ze ziek waren van het gepest. (De pest was een ongeneeslijke ziekte die in de Middeleeuwen hele samenlevingen ontwrichtte!). Hun zelfmoord was een fatale kreet om hulp, aandacht. Over kwetsbare mensen gesproken, en verliezers…  De samenleving roept dan een week ach en wee. De politiek roept dat de scholen echt betere pestprotocollen moeten maken. En er wordt geroepen dat ouders hun kinderen beter opvoeden. Maar wie voedt de ouders op? We wijzen allemaal naar elkaar, en van ons af. Het kind van Betlehem, dat zelfs toen het gekruisigd werd nog werd bespot en gepest, vertelt een ander verhaal. Jezus zocht voortdurend mensen op, die buiten de boot vielen. Richtte hen op. En hij vatte de boodschap van de Bijbel als volgt samen: ‘Heb God lief, en je naaste als jezelf.’ Zelfs als je die naaste raar vindt; zelfs als die naaste je vijand is. Dat wil niet zeggen dat  je iedereen maar lief moet vinden. Het Bijbelse liefhebben betekent: dat je je naaste  respecteert in zijn mens zijn, in zijn eigenheid. Dat je hem mens laat zijn, zoals je ook zelf graag mens wilt zijn.

We vieren kerst in een wereld die een stevige financiële crisis over zichzelf heeft afgeroepen. Vriend en vijand zijn het erover eens: ergens is iets goed misgegaan. We zijn wel erg hebberig geweest. Verslaafd aan groei, aan snel geld. Er is teveel gegraaid.  Maar dat kindje, dat onder armoedige omstandigheden werd geboren,  dat kindje heeft een ander verhaal voor ons. Hij vertelt ons dat  het in het leven niet gaat om wat we hebben, maar om wie we zijn. En dat het beter is om schatten in de hemel te verzamelen, dan hier op deze aarde.

Wij vieren kerst in een wereld die lijdt aan een  flinke vertrouwenscrisis.  We vertrouwen Europa niet meer, en we vertrouwen de regering niet meer, en we vertrouwen de banken niet meer, en we vinden het steeds lastiger om elkaar te vertrouwen. En zie dan maar eens het vertouwen in de toekomst te bewaren. En in het leven. Dan wordt het wel donker. Het kindje van Betlehem heeft ons iets te vertellen. Het vertelt ons dat er in de duisternis een licht is gaan schijnen. Het vertelt ons dat de liefde sterker is dan de dood. Het vraagt ons te vertrouwen op zijn Vader, op God die juist als de woestijn eindeloos lijkt, een weg wijst om te gaan, een weg die leidt naar het Rijk van recht en vrede. .

Daarom vieren wij Kerstfeest. Niet omdat wij zo op God zitten wachten. Maar omdat God na al die jaren nog steeds op ons  zit te wachten. En niet omdat wij zo goed van vertrouwen zijn, maar omdat God nog altijd vertrouwen in ons heeft – en ons nog altijd uitnodigt om hem te volgen de weg naar Zijn Koninkrijk.

Laten wij dit kind aanbidden, samen met die wijzen uit het Oosten. Komt, laten wij aanbidden, komt, laten wij aanbidden, komt, laten wij aanbidden die koning.

Amen

Ds. Frans-Willem Verbaas